FilmNed Kelly

Met Ned Kelly heeft Australië zijn eigen Robin Hood

En weer verschijnt er een film over de 19de-eeuwse Australische knuffelcrimineel Ned Kelly. Rob van Scheers verklaart waarom de bandiet Down Under nog steeds geldt als cultheld.

True History of the Kelly Gang.

Ook bij de openingsceremonie van de Olympische Zomerspelen in Sydney, in 2000, dook Ned Kelly op. In meerdere exemplaren nog wel: ze slopen door de arena, ze deden een dansje. Het verklapte en passant alles over zijn statuur binnen de Australische beleving. Je kon de gedupliceerde Ned Kelly’s herkennen aan hun zelfgebouwde plaatijzeren harnassen en stalen helmen in de vorm van een schoenendoos. Zoals een kind een robot zou tekenen. Maar in Australië staat daar: ha, Ned Kelly!

Het was dezelfde geïmproviseerde uitrusting waarmee Kelly en zijn bende op 28 juni 1880 in Glenrowan, Victoria, bij de herberg van Ann Jones het laatste vuurgevecht aangingen met de politie, of zeg maar gerust: met een half politieleger. De versterkingen van hoofdinspecteur Francis Hare waren in allerijl per trein aangevoerd, en na een orgie van geweld bleek van de gang alleen Ned zelf nog in leven. Althans, half en half, met dank aan dat harnas, dat achttien kogels had opgevangen. 

Aansluitend werd Kelly alsnog gearresteerd, en op 11 november 1880 werd hij verhangen in de gevangenis van Melbourne. Een volkspetitie met 32 duizend handtekeningen voor zijn vrijspraak mocht niet baten. Volgens de overlevering waren zijn laatste woorden: ‘Ach ja. Such is life.

Ned Kelly (midden) in zijn zelfgeknutselde harnas. Beeld Getty

Spul waarvan mythen worden gemaakt. Ned Kelly (1854-1880): de (katholieke) Australische volksheld van Ierse komaf die het opnam tegen de (protestantse) Engelse onderdrukker. Geliefd bij de arme plattelandsbevolking, die Kelly en zijn bende hielp onderduiken en van voedsel voorzag, ook voor de paarden. Hún Robin Hood.

Naarmate de geschiedenis verder werd overgekleurd, vervaagde het beeld van Kelly als de paardendief, bankrover en moordenaar van drie agenten die hij ook was. Zoveel werd de cultheld die Australië van een eigen geschiedenis voorzag wel gegund, veertigduizend jaar aan Aboriginalcultuur niet te na gesproken.

Geen kwaad woord over outlaw Kelly. Bezongen in liederen, geschetst in romans, geschilderd door Sir Sidney Nolan, de leidende figuur binnen de Australische beeldende kunst van de 20ste eeuw. Ook mag je stellen dat Nick Cave minstens zijn halve act op hem heeft gebaseerd, murder ballads incluis.

Allicht dat Ned Kelly zijn plaats opeiste bij die Olympische Spelen. Zoals ook zijn herbegrafenis op 20 januari 2013 een media-evenement werd. Zijn laatste rustplaats vond hij op het kerkhof van Greta, naast het naamloze graf van zijn moeder Ellen Quinn. Oké, hij was een boef, maar wel onze boef. Dat Australië zijn westerse geschiedenis begon als Britse strafkolonie zal ook aan die sympathie hebben bijgedragen. In iedere Australische familiestamboom zit ergens wel een boef, of toch ten minste een bewaker.

De volwassen Ned Kelly, gespeeld door de Britse acteur George MacKay, in True History of the Kelly Gang.

Ned Kelly? Dat klinkt als een speelfilm, moet de Australische regisseur Charles Tait hebben gedacht. Al in 1906 draaide hij The Story of the Kelly Gang – speeltijd: 60 minuten – waarmee hij als eerste ‘avondvullende’ productie de filmgeschiedenis haalde. Op YouTube kun je nog fragmenten terugvinden, de rest moet als verloren worden beschouwd. Talloze Ned Kelly-speelfilms en miniseries volgden, en kijk aan: ruim honderd jaar later zijn ze er nog steeds mee bezig.

Nu krijgen we de Brits-Australische coproductie True History of the Kelly Gang van de Australische regisseur Justin Kurzel. Het scenario is gebaseerd op de gelijknamige roman van de Australische auteur Peter Carey, maar dat ‘true history’ moesten we maar niet te letterlijk nemen. Vanuit dramatisch oogpunt zijn er niet-bestaande personages aan het verhaal toegevoegd, zoals een pasgeboren dochter die hij niet had, en regelmatig geeft Ned Kelly – die eigenlijk analfabeet was – zich over aan contemplatie op papier, gericht aan zijn dochtertje (‘My dear child, mag ik in de hel branden als ik je hier niet de feiten vertel’).

In werkelijkheid is er slechts één brief van hem teruggevonden, in 1879 gedicteerd aan zijn wat ontwikkeldere bendelid Joe Byrne. Een brief van 56 kantjes, met zo’n achtduizend woorden, dat dan weer wel. Het is zijn apologie waarmee hij zijn daden verdedigt. Heel in het kort: hij werd welhaast gedwongen de misdaad in te gaan, omdat de Engelse politie de pik had op hem en zijn familie. En in Australië begrijpen ze dat heel goed. Go Kelly go!

True History of the Kelly Gang.

In True History of the Kelly Gang worden die gebeurtenissen en het Engelse getreiter langzaamaan opgebouwd, met veel aandacht voor Kelly’s verbitterde moeder (Essie Davis) die in de overlevingsstand staat, tot prostitutie aan toe. Ondertussen krijgt de jonge Ned (Orlando Schwerdt) maar vast ‘boevenles’ van veteraan Harry Power (Russell Crowe), struikrover van professie. Zo zijn onze manieren, gegeven de Britse onderdrukking.

De volwassen Kelly wordt gespeeld door de Britse acteur George MacKay, die onlangs furore maakte met het oorlogsdrama 1917 (hij is daarin William Schofield, de enige van de twee jonge soldaten die de overkant van het front haalt). Een verrassende keuze, want eerlijk gezegd oogt MacKay als een nerveus bleekneusje, of nou ja, in elk geval niet als een ijzervreter die eigenhandig de Australische revolutie in beweging zet.

Gaandeweg wordt het beter, maar het heeft er vast mee te maken dat deze Ned Kelly niet die archetypische hipsterbaard heeft meegekregen waarmee je hem altijd op historische foto’s ziet – die baard is hier gereserveerd voor Russell Crowe. Andere eigentijdse indirecte link: in Dan, het jongere broertje van Ned, herkennen we Earl Cave, de zoon van Kelly-bewonderaar Nick Cave.

Maar hoe verhoudt de Ned van George MacKay zich nu tot de eerdere Kelly’s? 

‘Zo zullen ze zich mij herinneren, mijn moeder die mij opvoedde, mijn familie, mijn vrienden. Ongebroken. Niet versuft. Niet verworpen. Geen gevangene!’ Dit is Ned Kelly achter de tralies, gespeeld door Mick Jagger, hij gaat zo op weg naar het schavot. Na zes zwart-witproducties was Ned Kelly (1970) de eerste versie in glorieus technicolor, onder regie van Tony Richardson. Door de hoofdrol aan de Rolling Stones-frontman te schenken gokte de producer op een jonger publiek.

Mick Jagger en Clarissa Kaye-Mason in Ned Kelly (1970). Beeld Getty

Herzien op dvd leert: Mick Jagger heeft wel een baardje maar geen snor, zo blijft die archetypische Mick ‘Rubber Lips’ Jagger-mond in beeld. En hoezeer hij ook zijn best doet, acteertechnisch gesproken, juist door die lippen kun je maar niet vergeten dat dit personage niet Ned Kelly is, maar Mick Jagger.

Als curiosum blijft de film best aardig. De soundtrack werd ingezongen door outlaw-countryhelden als Waylon Jennings en Kris Kristofferson, alsook door Mick Jagger zelf – alles om Ned Kelly iets sixties-tegencultuurderigs mee te geven. Helaas zeiden ze in Australië: nee, dit is niet onze Ned Kelly. De film werd daar geen succes – en in de rest van de wereld trouwens ook niet.

Dus zou je True History of the Kelly Gang met eerdere pogingen willen vergelijken, dan kom je al snel uit bij de versie uit 2003: Ned Kelly, van de Australische regisseur Gregor Jordan. Een sterrencast met Heath Ledger, Orlando Bloom, Naomi Watts en Geoffrey Rush. Het is de later zo betreurde Ledger (de Australiër werd maar 28 jaar oud) die Kelly voor zijn rekening mag nemen, en juist door zijn afgewogen spel krijgt de getroebleerde antiheld iets menselijks. Visueel hoogtepunt: die shoot-out met Ned Kelly in zijn harnas. Hij, tegen de rest van de wereld. Olympisch materiaal, zogezegd.

Recensie

Justin Kurzels film over de Australische outlaw Ned Kelly is aangenaam ontregelend. De regisseur is in de eerste plaats trouw aan zijn hoofdper­sonage en zijn artistieke visie. Onze recensent geeft vier sterren.

Meer Mick Jagger

Hoewel zijn productiebedrijf Jagger Films succesvoller is, kan Mick Jagger (1943) het acteren niet laten. Na Performance (1970) van Nicolas Roeg en Ned Kelly (1970) beleeft deze zomer de Italiaans-Amerikaanse coproductie The Burnt Orange Heresy (2019) van Giuseppe Capotondi zijn Nederlandse roulatie. In deze thriller, naar de roman van spannendeboekenauteur Charles Willeford, speelt Jagger de kunsthandelaar Joseph Cassidy. Het is zijn eerste grote rol sinds The Man from Elysian Fields (2001), waarin hij als Luther Fox een hoogst exclusief escortbureau runt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden