AchtergrondCall Out Dutch Art Institutions

Met naam en toenaam beschuldigen op Instagram: mag dat en wat levert het op?

Beeld Isa Grutter

Op Instagram duiken steeds vaker call-out-accounts op, waarop mensen worden beschuldigd van wangedrag – vaak met naam en toenaam. Wat beweegt mensen om iets te plaatsen op zulke accounts? Mag dat zomaar en wat levert het op?

Het eerste bericht verscheen op een zaterdagmiddag. Het beschreef een incident in een klaslokaal van de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. De anonieme auteur schreef op het account @calloutdutchartinstitutions: ‘[De docent] vroeg me ten overstaan van de hele klas of ik verkracht was door mijn vader.’ Wanneer dit incident had plaatsgevonden werd niet vermeld, wel werden de voor-en achternaam van de docent genoemd. Al snel volgden instemmende reacties. ‘O mijn god, zo heb ik er nog wel een paar, ik app je straks.’

Het was niet zomaar een zaterdagmiddag, die ochtend werd de kunstwereld opgeschrikt door een uitgebreid artikel in NRC Handelsblad. Daarin kwam naar buiten dat de 34-jarige Nederlandse kunstenaar Julian A., die studeerde aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag (KABK), al jaren wordt beschuldigd van verkrachting, aanranding, geweldpleging en stalking zonder dat dit een bloeiende carrière in de weg stond. Niet alleen de getuigenissen over de kunstenaar waren onthutsend, er doemde ook een droevig beeld van de kunstwereld uit het artikel op, waarin veel moet zijn weggekeken door kunstinstellingen. Inmiddels heeft het OM een onderzoek naar Julian A. ingesteld.

Over een van de docenten aan de KABK die in het stuk werd genoemd, bleken studenten óók het nodige te melden te hebben. Die middag werd het account Call Out Dutch Art Institutions opgericht – een call-out is het publiekelijk benoemen van iemands wangedrag. De anonieme getuigenissen stroomden binnen, handenvol per dag: in krap een week verzamelde het account 72 ervaringsverhalen, algauw keken er ruim negenduizend volgers mee in deze doos van Pandora. ‘#notsurprised’, schreef de beheerder van het Engelstalige account er vaak bij, want het zou gaan om figuren die in de kunstwereld en op kunstopleidingen al langer berucht zijn. In het commentaar delen volgers hun woede en verontwaardiging.

Het namen en shamen leidde ook tot verontwaardiging. ‘Stop hiermee’, verscheen onder de eerste post, ‘namen het internet opgooien zonder ook maar iets met bewijzen te staven.’ Toch bleven de verhalen komen, ook over galeriehouders en kunstenaars. Zo schreef een anonieme oud-werknemer over de directeur van een culturele instelling die daar ook woont: ‘Ik heb door zijn woede-uitbarstingen meer mensen zien huilen dan ik kan tellen. Hij verscheen op werk in zijn badjas, en nodigde mensen uit bij hem thuis te komen douchen na het werk.’ Volgens de auteur zou het gedrag van de directeur intern worden afgedaan als ‘gewoon een beetje moeilijk’.

De docent uit de eerste post, die inmiddels werkt voor de KABK, dook op in talloze andere berichten. Hij zou seksistische opmerkingen maken tegen vrouwelijke studenten en commentaar leveren op hun kleding en lichaam. 

Ook de coördinator van die opleiding, die werd genoemd in het stuk van NRC, werd een vaste verschijning op het account: hij zou dit gedrag goedkeuren. Over hem werd geschreven: ‘Hij raakte me aan zonder mijn toestemming.’ Een andere oud-student schreef dat deze coördinator haar telkens uitnodigde voor feestjes: ‘Op een gegeven moment bood hij zelfs aan om samen in bad te gaan.’ Sommige (oud-)studenten van kunstopleidingen lieten weten dat ze van school zijn gegaan vanwege het gedrag van docenten.

Sinds de #MeToo-beweging opkwam in 2017, heeft het publiekelijk shamen van (vermeende) daders een vogelvlucht genomen. Sociale media bieden daarvoor een laagdrempelig platform; om steun te krijgen, anderen te waarschuwen, maar ook om justitie, werkgevers en opdrachtgevers tot onderzoek te manen. Deze methode roept discussie op, over de vraag of het geoorloofd is om de namen van beschuldigden zonder onderzoek of wederhoor openbaar te maken. Is digitaal schandpalen de nieuwste vorm van klokkenluiden of moeten de berichten als schadelijke roddelrubriek worden gelezen? Wat brengt mensen ertoe misbruik op deze manier aan te kaarten, en heeft dat het gewenste effect?

Deal with it

‘Just deal with it’, zou het antwoord zijn geweest van de vertrouwenspersoon op de KABK op een klacht over een docent. Op het account beschrijft de student het voorval: ‘Hij zei dat hij latex over me heen wilde gieten om een opblaaspop van mij te maken, om te gebruiken op vakantie.’ Ook in andere posts wordt gesteld dat kunstopleidingen meldingen van ongepast gedrag niet serieus nemen. De academies worden getagd, met teksten als: ‘Kunnen jullie er nu iets officieels mee doen, @rietveldacademie?’

Instagram dient als podium om gehoord te worden en actie af te dwingen. Je verhaal doen is eenvoudig: via het profiel beland je op een formulier waar je je ervaring kunt insturen. Met twee vinkjes verklaar je dat het verhaal waar is en dat het gedeeld mag worden, en dan – vermoedelijk na selectie door de beheerders – verschijnt je tekst, zwart op wit, als bericht op het account. De anonieme beheerders, die niet op vragen van de Volkskrant wilden reageren, fungeren zo als spreekbuis voor iedereen die iets kwijt wil over onwenselijk gedrag binnen de kunstwereld.

Sommige verhalen gaan over aanranding of machtsmisbruik, andere beschrijven seksisme of racisme, weer andere gaan over grof commentaar van docenten – over de vraag wat telt als écht ontoelaatbaar gedrag, wordt in de reacties druk gediscussieerd. Zo werd over de hierboven genoemde docent bijvoorbeeld ook geschreven: ‘Hij schreeuwde naar me en zei dat mijn kleurgebruik zo vreselijk was dat ik zou moeten stoppen met kleur gebruiken.’ ‘Dit is gewoon onenigheid tussen een docent en student’, reageerde iemand.

Na een week stopten de posts. Er werd druk gespeculeerd over de reden: zouden de beheerders juridische consequenties vrezen? ‘We zijn niet toegerust om deze berichten af te handelen’, stond in een laatste bericht. ‘Echte verandering en verantwoordelijkheid komt er alleen door onderzoek naar deze berichten.’ De anonieme beheerders beloofden verder dat de berichten online zouden blijven staan.

Meer accounts

Ook andere call-out-accounts maakten afgelopen maanden veel los. Call Out Dutch Art Institutions is geïnspireerd op @cancelartgaleries, zo staat vermeld op het formulier. Op die pagina zijn verhalen te lezen van (oud-)medewerkers van grote internationale galeries over racisme, seksisme en intimidatie. Een oud-museummedewerker die een nieuwe galerie zou openen heeft de opening uitgesteld naar aanleiding van aantijgingen van seksuele intimidatie op het account. Het populaire Amerikaanse account @jerrygogosian, dat aanvankelijk vooral grappige en kritische memes over kunst plaatste, zorgde in oktober dat een invloedrijke galeriemedewerker werd geschorst.

Eerder dit jaar waren in Nederland al dergelijke accounts actief. Afgelopen zomer werden @abusers_nl en @abusers_netherlands opgericht, waarop artiesten en andere figuren uit de hiphopwereld en het nachtleven werden beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ook hier werden ze met naam genoemd. De accounts verdwenen algauw. De beheerder van een account vertelde anoniem aan NPO Radio 2 doodsbedreigingen te hebben ontvangen uit de urbanscene. Sinds een week worden op het account @callouttoxicrotterdam in anonieme posts verhalen gedeeld over ‘roofdieren’ in het Rotterdamse uitgaansleven, hier met hun initialen erbij.

Beeld Isa Grutter

She said

Doordat de verhalen worden gepubliceerd zonder onderzoek of wederhoor, bestaat het risico dat de beschuldigde onterecht wordt veroordeeld in een volksgericht. Er klinkt dan ook felle kritiek op @calloutdutchartinstitutions. ‘Ik vind dit gevaarlijk. Hoewel het zeker waar zou kunnen zijn, is dit hele stukje gebaseerd op roddels,’ schrijft iemand bij een post over een docent van de HKU. Critici kunnen op tegengas rekenen: ‘Dus tientallen verhalen van verschillende mensen, en je gelooft het niet?’

Een andere volger vergelijkt de onthullingen met het artikel in NRC Handelsblad, waarin de beschuldigde kunstenaar ook met naam werd genoemd: ‘De NRC vond het prima kunnen. Als we op politie en justitie moeten wachten, gebeurt er nooit iets.’ Maar die vergelijking gaat mank. De krant sprak zo’n tachtig betrokkenen voor het stuk. Elke in het artikel genoemde beschuldiging wordt gesteund door ‘bewijzen’ die de journalisten hadden vergaard, zoals getuigenverklaringen, dagboekfragmenten of mail- of whatsappverkeer. Die methode is gebaseerd op het boek She Said van onderzoeksjournalisten Jodi Kantor en Megan Twohey, die in 2017 in The New York Times publiceerden over Harvey Weinstein.

Ook Renée Römkens, tot voor kort bijzonder hoogleraar gendergerelateerd geweld aan de Universiteit van Amsterdam, vindt Instagram een drastisch middel om misbruik aan te kaarten. ‘Het is hard, maar als platform is het effectief om dingen te agenderen’, zegt zij. ‘Het geeft wel aan hoe groot de frustratie en woede is. Deze informatie geeft te denken: hier is een probleem.’

Slachtoffers van misbruik en wangedrag zoeken ook hun toevlucht tot sociale media omdat de politie, maar ook een bedrijf of opleiding, vaak weinig voor hen kan betekenen. Ondanks dat verschillende vrouwen de politie vertelden slachtoffer te zijn van aanranding, geweld of stalking door Julian A., werd tot de publicatie van het artikel geen onderzoek naar hem ingesteld. ‘Zijn verhaal tegen het jouwe’, kreeg een vrouw te horen. Veroordeling voor seksueel geweld is zeldzaam, vanwege de aard van het vergrijp, dat zich vaak zonder getuigen afspeelt. Ook machtsmisbruik is vaak lastig aantoonbaar.

De frustratie die dat oplevert, wordt nu op sociale media geventileerd. Ondanks dat de #MeToo-beweging ook op kunstopleidingen tot de nodige herzieningen heeft geleid, gaan die veranderingen sommigen niet snel genoeg. Ze missen bijvoorbeeld de mogelijkheid anonieme meldingen te kunnen doen, of ze willen, naast misbruik en grensoverschrijdend gedrag, de daarbij horende vrouwonvriendelijke cultuur bespreekbaar maken.

Römkens heeft ook begrip voor de zorgen om valse beschuldigingen en reputatieschade. ‘Maar wat we van de #MeToo-beweging kunnen leren, is dat bij het overgrote deel van de publieke beschuldigingen wel degelijk iets aan de hand is geweest.’ Ze vermoedt dat het risico op valse beschuldigingen klein is: uit onderzoek naar aangiften is gebleken dat er weinig valse aangiften worden gedaan. Een call-out-account dient vooral als alarmbel, denkt Römkens. ‘Dit account heeft daarin zijn doel bereikt.’ Het account verwijst nu door naar Mores, een meldpunt voor ongewenste omgangsvormen dat voor slachtoffers vertrouwenspersonen beschikbaar stelt.

Mores werd geïnitieerd door de televisie-, film- en theaterwereld in 2018, als reactie op berichten over seksuele intimidatie en machtsmisbruik door verschillende theaterschooldocenten en een castingdirecteur. De onafhankelijke vertrouwenspersonen zijn inmiddels ook voor kunststudenten beschikbaar en sinds dit voorjaar voor werknemers uit de museumwereld. Het meldpunt, dat bij oprichting hoopte in 2021 de meldingen uit de sector te hebben afgehandeld, blijft volgens een woordvoerder langer bestaan. De mogelijkheden van het meldpunt zijn beperkt, zegt de woordvoerder: ‘Wij hebben niet de capaciteit om onderzoek te doen.’

Extra drempel

Wie scrollt tussen de berichten op call-out-accounts zou kunnen denken dat Instagram een vrijplaats biedt aan iedereen die iets over iemand kwijt wil. Dat is niet het geval, zegt jurist Charlotte Meindersma, die met haar kantoor is gespecialiseerd in sociale media: ‘Op Instagram gelden dezelfde regels als binnen de Nederlandse wet.’ Dat houdt in dat de vrijheid van meningsuiting aan beperkingen is gebonden, zoals het recht op eer en goede naam. En Nederlandse burgers zijn ook beschermd tegen smaad of laster, waarbij iemand opzettelijk in een kwaad daglicht wordt gesteld.

Boven op deze wettelijke bescherming komen de gebruikersvoorwaarden van het platform: ‘Instagram kan als commerciële partij strenger zijn tegen bijvoorbeeld discriminerende of kwetsende berichten.’ Om een bericht of commentaar van het platform te laten verwijderen moet het worden ‘gerapporteerd’ door gebruikers, wat op @calloutduchartinstitutions inderdaad lijkt te gebeuren: soms verdwijnt commentaar dat een bericht ondersteunt.

De berichten zelf lijken vooralsnog intact te zijn gebleven, terwijl een groot aantal in elk geval reputatieschade oplevert. Mensen die op zo’n account worden genoemd zouden dus naar een advocaat of de politie kunnen gaan. Toch verwacht Meindersma dat de meeste mensen die vrezen online in een slecht licht te staan eerst proberen dat binnen het platform op te lossen, uit vrees voor nog meer negatieve aandacht als ze naar de rechter stappen. 

Bovendien is het niet eenvoudig om aan de hand van berichten op Instagram tot vervolging over te gaan: ‘Het feit dat het account anoniem is gemaakt, werpt een extra drempel op. Voor de politie is het wel mogelijk gegevens van Instagram te krijgen, maar daar is een vordering van het Openbaar Ministerie voor nodig.’ Onlangs werd door onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam gepleit voor de oprichting van een landelijk kenniscentrum of meldpunt, om ‘onrechtmatige online content’ sneller te kunnen verwijderen.

Plan van aanpak

De mensen die zo’n account beginnen, nemen dus een risico. Maar met effect, naar het lijkt: de twee docenten van de KABK zijn voorlopig geschorst. De opleiding liet weten daartoe te hebben besloten nadat ‘berichten vanuit studenten zelf en via diverse media verschenen over grensoverschrijdend gedrag waarin beide docenten met naam werden genoemd’. Daarnaast kondigde de school twee externe onderzoeken aan en is een externe vertrouwenspersoon aangesteld. Ook werkt de Gerrit Rietveld Academie aan de mogelijkheid anoniem klachten in te dienen.

De directeur van de culturele instelling die in badjas op zijn werk zou verschijnen, probeerde aanvankelijk zijn medewerkers gerust te stellen. In een interne e-mail, in bezit van de Volkskrant, beloofde hij dat de organisatie zou gaan zorgen voor een procedure waarin klachten ‘veilig en vertrouwelijk’ worden behandeld. ‘Ik hoop dat er zo min mogelijk reden zal zijn daar gebruik van te maken!’, voegde de directeur in zijn e-mail toe. Enkele dagen na deze e-mail kondigde de raad van toezicht een onafhankelijk onderzoek aan. De taken van de directeur worden voorlopig door de zakelijk directeur waargenomen.

Het account heeft de Nederlandse kunstwereld opgeschud, meent Ivianka, de artiestennaam van een student aan de Gerrit Rietveld Academie. Dit inspireerde Ivianka om binnen haar opleiding een nieuw kanaal te beginnen: Untold Rietveld. ‘Ik zou eerder niet hebben gedurfd’, zegt ze, ‘maar toen ik zag wat zij deden, wilde ik daarop voortborduren.’ 

Ivianka had haar bedenkingen bij de methode en de mix van verhalen: ‘Soms stond er gewoon: ‘Hij was niet aardig tegen me.’ Toch vind ik dat het account een baanbrekende rol heeft gehad in de confrontatie van machtsmisbruik in het kunstonderwijs.’ Volgens haar wordt door de #MeToo-beweging ook de definitie van ‘wangedrag’ herzien. ‘Niet alleen gedrag waar je formele klachten over zou indienen, is het waard te bespreken.’

Ivianka verzamelt al langer verhalen over machtsmisbruik en ongepast gedrag, ook over de Rietveld Academie; ze onderzoekt het thema ook in haar kunst. ‘Je moest op onze school een hoge drempel over om naar voren te komen met je verhaal, omdat je dat niet anoniem kon doen. Ik ken zelf mensen die daardoor niets hebben durven melden.’ Ook bij Untold Rietveld kunnen mensen ervaringen delen in een formulier, maar het is niet de bedoeling om die op Instagram te plaatsen. Ivanka heeft inmiddels tien verhalen en ze wil proberen de mensen die haar benaderen te helpen: ‘Deze pijnlijke verhalen zullen niet verdwijnen. We laten het niet meer onder het tapijt vegen.’

Met medewerking van Zoë Spaaij

Docent x student

Een deel van de berichten op het Instagramaccount gaat over (ongewenste) avances van docenten richting studenten. Dat roept de vraag op of een kunstdocent eigenlijk een relatie mag beginnen met een student. De Volkskrant stelde de vraag aan vier grote Nederlandse kunstacademies. Van die opleidingen bleek alleen de Haagse Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten relaties niet uit te sluiten. Wel moet de medewerker melding maken van de relatie en mag hij of zij niet betrokken zijn bij bijvoorbeeld beoordeling van onderwijsprestaties.

Veel kunstopleidingen blijken naar aanleiding van de #MeToo-beweging hun protocol voor ongewenst gedrag te hebben herzien. Zo zegt de Gerrit Rietveld Academie hun klachtenregeling ongewenst gedrag te hebben aangepast, ‘om de procedure nog transparanter te maken’. Artez, een overkoepelende organisatie met kunstopleidingen in Arnhem, Enschede en Zwolle, is sinds een jaar bezig met een onderzoek naar hun zorgsysteem, met hulp van een extern bureau. De KABK en de Willem de Kooning Academie hebben in 2019 hun protocol voor klachten herzien. De Hogeschool voor de Kunsten Utrecht heeft naar aanleiding van #MeToo in 2017 hun reglement omtrent ongewenst gedrag onder de loep genomen, en kwam tot de conclusie dat het ‘ruimschoots volstond’. 

Met name de wens om anoniem te klagen blijkt lastig te liggen. Alleen de Willem de Kooning Academie meldt dat ze deze mogelijkheid biedt, via hun vertrouwenspersoon. De Gerrit Rietveld Academie heeft een werkgroep ‘student support’, die werkt aan de mogelijkheid tot anoniem klagen: ‘De complexiteit ligt hierbij in de basisprincipes van hoor en wederhoor en het bewaken van de rechten van zowel de klager als de beklaagde.’ Artez schrijft dat een anonieme klacht praktisch gezien niet mogelijk is: ‘Omdat wij dan geen gesprek kunnen voeren met de klager.’ Ook bij de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht kan anoniem klagen niet, ‘omdat er een mogelijkheid dient te zijn voor hoor en wederhoor bij behandeling van de klacht.’ De KABK onderzoekt momenteel de mogelijkheid om anoniem een formele klacht in te dienen en laat een onafhankelijk onderzoek uitvoeren, ‘naar onze interne cultuur met betrekking tot sociale veiligheid’.

Shitty Media Men

Onder de radar zijn er ook initiatieven geweest van vrouwen die poogden elkaar te waarschuwen voor ‘foute’ figuren. Zoals het Google-spreadsheet dat in 2017 uitlekte, de ‘Shitty Media Men’-lijst, waarin mannelijke journalisten stonden die zich schuldig zouden maken aan seksuele intimidatie en geweld. De lijst, die twaalf uur online heeft gestaan en waarop 70 namen stonden, zorgde voor een aantal ontslagen en onderzoeken. Stephen Elliot, een van de mannen op de lijst, eist inmiddels een schadevergoeding van 1,5 miljoen dollar vanwege laster. De vrouw die de lijst opstelde, Moira Donegan, heeft zichzelf uiteindelijk bekendgemaakt. Ze schreef dat ze slechts een manier wilde vinden om vrouwen te beschermen tegen seksuele intimidatie. Bovenaan de lijst van Donegan stond een disclaimer: ‘Dit document is slechts een verzameling van aantijgingen van wangedrag en roddels. Neem alles met een korrel zout.’

Lees ook:

Ook buiten sociale media wordt actie gevoerd: de Volkskrant ging kijken bij de KABK, waar studenten de school met posters beplakten: ‘Posters in het gebouw kun je niet negeren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden