Column

Met mannenschoenen beweeg je als Bambi op het ijs

Thomas van Luyn draagt alleen nog meer kleding die comfortabel zit. Dus weg met die truien, spijkerbroeken en herenschoenen.

Beeld Robin de puy

Het regende, dus ik trok mijn oude herenschoenen aan. Mijn suède sneakers kunnen namelijk niet tegen water, hetgeen hoogst curieus is aangezien koeien, zoals Jerry Seinfeld ooit opmerkte, ook van suède zijn. Hoe dan ook: het was voor het eerst in jaren dat ik ze aan had. Indertijd vond ik sneakers iets voor wijven en toeristen, niet iets voor een serieuze volwassen vent. Maar een paar jaar geleden zwichtte ik onder druk van lage-rugpijn en een dwingende podopedologopedist (iets met voeten in ieder geval), en kocht ik op zijn advies een paar van die lelijke piepschuimblokken. Nooit meer een pijntje gehad. En een nieuwe hobby gevonden want een mooi paar vinden, is een queeste.

Mijn oude leren schoenen wogen een ton en er op lopen voelde alsof ik zo'n loden bal aan een ketting meesleepte. Niet te geloven dat ik dat jaren heb volgehouden zonder er erg in te hebben. Elke stap op die harde hakken was een dreun op mijn ruggegraat, gewend als ik was geraakt aan spekzolen met veelzeggende namen als Nike Air, Asics Gel en Adidas Boost. Mijn kinderen krompen ineen toen ik de trap af kwam lopen, omdat papa wel heel erg boos moest zijn dat hij zo hard stampte.

Op het station merkte ik dat een leren zool geen profiel heeft. Verdomd, dat was waar ook. Op de natte stenen vloer van de stationshal bewoog ik als Bambi op het ijs. Vroeger liep ik standaard dan ook direct uit de schoenenwinkel naar de sleutelkoning om er een rubberen zooltje onder te laten zetten, een volkomen debiel systeem, inderdaad, belachelijk, maar de hele wereld deed het, je wist niet beter. Gelukkig heeft de neoliberale samenzwering ons de vrije markt door de strot geduwd en de keuzevrijheid die dat meebrengt, maakt dat de hele wereld stilaan overschakelt op gympen. Lederen herenschoenen kruipen langzaam maar zeker richting de Vergeetput Des Ongemakkelijken Kledings, waar ook prikkeltruien, strakke korsetten en onderbroeken van boomschors in zijn gevallen.

Trouwens, de spijkerbroek, dat hopeloos slecht zittende lelijke ongemakkelijke onding dat het Nederlands straatbeeld al sinds 1972 domineert - wat zeg ik? Terroriseert! - waarin een man met enige smaak nog niet in gecremeerd zou willen worden, waarin je genitaliën geplet, gewalst en geperst worden elke keer als je probeert te gaan zitten. De spijkerbroek is ooit ontworpen voor landarbeiders en mijnwerkers, niet voor mensen die willen zitten. Die flutbroek slash dwangbuis heb ik dus jaren geleden afgezworen. Met al die wijde broeken van zachte stofjes die tegenwoordig op de markt zijn, is elke dag weer een feestje voor mijn ballen.

Ook mijn truien heb ik uitgefaseerd. In de sauna's die de kantoorruimtes, cafés en treincoupés van oktober tot april zijn, moet je die dingen over je hoofd uittrekken om dan voor lul te zitten in een shirtje, terwijl er een prima alternatief is: de winters die mij nog resten, zal ik nooit meer iets anders dragen dan een warm vest dat ik over de stoel kan kwakken.

Thuisgekomen trok ik zo snel mogelijk mijn gympen weer aan. Ik liep langs de spiegel en zag zo'n oude man in een bejaardentehuis die incontinent is en zichzelf niet meer kan kleden, zodat het verzorgend personeel hem maar in joggingspullen steekt.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden