Achtergrond het einde van de brief

Met het verdwijnen van de brief gaat meer verloren dan papier en postzegels. Het verwoorden van emoties bijvoorbeeld

Op 19 september verscheen van Jet Steinz het boek P.S. Van liefdespost tot hatemail: de 150 opmerkelijkste Nederlandse brieven . In 6 afleveringen kiest en bespreekt ze hier de mooiste brieven uit haar boek en beschrijft ze wat verloren gaat met het verdwijnen van de brief.

De brief van Aagje Luijtsen aan haar man Harmanus, ‘nat van tranen'. Beeld National Archives Kew

‘Mijn hart is overstelpt van droefheijd, want lief, op den 18 november is mijn lieve jonste soontije Klaas Kikkert uit het land der levendige weggenoomen’, schrijft de Texelse Aagje Luijtsen op 30 november 1780 aan haar man, Harmanus Kikkert. ‘Voor mij onvergeetbaar want mijn vrugt, mijn pronk is weg, want hij was een beeld der beelden, goedaardig en soet, en wat een liefde ik van dat kind gehad heb kan ik u zoo niet schreijven lief, want u kant het zoo niet begreijpen, want heeft het nooijt gesien.’

Harmanus had zijn zoon nog nooit gezien, omdat hij in dienst was van de VOC en op zee zat toen het jongetje geboren werd — en nog steeds toen het na vijf maanden aan de pokken overleed. Aagje moest hem wel in een brief schrijven wat er gebeurd was, hoe ze zich daarover voelde, op welke manier ze zichzelf probeerde te troosten. In het PS verontschuldigt ze zich voor de tranen die het papier hebben natgemaakt.

Echte tranen dus, niet de virtuele druppel op het beteuterde gele gezichtje dat we tegenwoordig gebruiken om uit te drukken dat iets echt niet leuk is, in een app’je of op sociale media. Of, als iets júíst heel leuk is: de tweedimensionale tranen van het lachen die uit de dichtgeknepen ogen van een blije smiley springen. Waarom zou je nog uitleggen dat je treurig bent, dan wel over de grond rolt van het lachen, als je dat ook met één plaatje duidelijk kunt maken? Een rood aangelopen hoofdje met naar beneden gerichte wenkbrauwen laat toch net zo goed zien dat je kwaad bent, en emoji-blosjes op emoji-wangen dat je je schaamt?

Omdat het verwoorden van je gevoelens ook nuttig kan zijn. Het biedt inzicht: je kijkt er nog eens naar, denkt na over wat je geschreven hebt, analyseert waarom je voelt wat je voelt, komt erachter dat hoe je je uit niet altijd is wat je ervaart. Of je probeert een droevige situatie draaglijker voor jezelf te maken, zoals Aagje Luijtsen deed. En als je woedend bent kan het je kalmeren: de Amerikaanse president Abraham Lincoln schreef talloze hot letters, telkens wanneer zijn bloed kookte — die hij, eenmaal afgekoeld, overigens toch maar niet op de post deed. Schrijver Mark Twain hanteerde dezelfde methode en merkte daarover op: ‘And you can talk with a quite unallowable frankness & freedom because you are not going to send the letter.’ En dat lucht op.

Door niets meer op te schrijven en emoties uit te drukken door middel van eenduidige afbeeldingen, veranderen we langzaam in wezens die slechts primair kunnen reageren, en zichzelf op den duur niet meer begrijpen.

Hertaling (van Ton van Strien):

Beste lieve man,

Het is weer tijd voor een brief, maar mijn hoofd staat er niet naar, want ik ben zo verdrietig, want, lief, op 18 november is ons lieve jongste zoontje Klaas weggenomen uit het land der levenden en verhuisd naar het koninkrijk der hemelen en geniet daar alle vreugde, ja zeker meer dan hij ooit op aarde zal beleven. Hij is aan de pokken gestorven. Zat van zijn hoofd tot zijn voeten onder en het afschuwelijkste is dat hij geen adem meer kon krijgen. 

Ik zal er altijd aan terugdenken want al mijn vreugde, mijn trots is weg, want hij was zo’n mooi jongetje, en zo vriendelijk en gezeggelijk, en wat een liefde ik van dat kind gehad heb kan ik je zo niet schrijven lief, want je kan het zo niet begrijpen want je hebt het nooit gezien. Maar lief als jij die kinderen onder je hart gedragen had en met angst ter wereld had gebracht, en net als ik ze aan mijn borst had laten drinken en daar vader en moeder van was geweest, en ze waren al mijn plezier, mijn twee lieve kindertjes, nu ik jou niet bij me heb. 

Maar lief, dat lieve zieltje is té mooi en te lief voor ons geweest. God heeft het nog veel liever gehad. Daarom lief moeten wij de hand op de mond leggen en zeggen: Heer, Uw wil geschiede; en met David hoop ik te zeggen: ik zal wel tot Hem gaan, maar Hij zal tot mij niet wederkomen. Maar lief het missen van zo’n innig geliefd kind doet zo’n pijn dat, lief, ons Lambertje mijn enigste troost is, als God mij zo lief heeft dat ik hem mag behouden. Hij is ziekelijk, de pokken heeft hij nog niet gehad maar wel zware koorts maar wordt nu wel beter maar is nu zo mager dat je hem niet zou herkennen. Hij eet en drinkt nu weer goed en wordt ook weer wat actiever. En nu vraag ik onder het schrijven: nou Lambertje, wat zal ik aan vader schrijven? Hij geeft geen antwoord en als ik lang doorvraag zegt hij: ‘Schrijf maar goedenacht’, want hij denkt, wat heb je nou aan schrijven. Toen hij zo ziek was wilde hij alleen maar ingemaakt fruit maar dat is al op. Toen gaf ik hem maar druiven van de schout en hij dacht dat dat het was. Hij wil alleen zijn lieve broertje weer bij zich hebben. 

Lief, op 20 november was ik ’s nachts zo benauwd en in angst om jou, dat jou iets overkwam. Dacht bij mezelf: ach God, zal mij nog een groter verdriet overkomen? En daarom, lieve man, ben ik zo somber maar lief wat is eraan te doen? God om hulp smeken, dat is mijn beste troost, want wat stelt het hier allemaal voor, niets als ijdelheid der ijdelheden, ja alles is ijdelheid! En daarom lief, was jij maar bij me. Maar nee hoor, zonder lieve man, denk ik dan, en kind, sta ik er helemaal alleen voor. Ik moet overal voor zorgen en wat kan er niet allemaal gebeuren in zo’n lange tijd dat wij niet bij elkaar kunnen zijn? Daar zit ik in dat grote huis vol vreemden. Het is mij te benauwd, ik wou dat ik twee mooie kamertjes aan de voorkant had, maar ik klaag niet en zeg niemand wat jij, mijn lief, schrijft over jouw familie en wat jij over mij droomt. Ik hou mijn mond want ze zouden er de spot mee drijven, want ik geloof dat geen mens denkt dat wij echt van elkaar houden en zo hartgrondig liefhebben. Daar heb ik geen twijfel over, en God is mijn getuige. Die kent mijn zitten en mijn opstaan, mijn gedachten, woorden en werken en mijn benauwdheid. 

Ach, wat komen die droevige gedachten weer in me op om m’n lieve zieltje van een kind. Och, hij is weg en ik kan hem niet terugwensen. Ach, de Heer heeft hem aan mij gegeven, de Heer heeft hem van mij genomen, de naam des Heeren zij gedankt. Ik mag er zeker van zijn dat ik een trouwe moeder voor hem geweest ben, en dat hij niet door een ander, een stiefmoeder, verstoten zal worden, en dat hij door de oorlog niet van me afgerukt zal worden en dat hij geen restjes hoeft te eten die de mensen hem niet eens gunnen. 

En dat staat mijn andere kind misschien allemaal nog te wachten. En ik heb de Heer ook wel gebeden dat als ik sterf mijn lieve kindertjes allemaal met mij zouden gaan. Dan zou ik gerust wezen, want, lief, je weet net zo goed als ik dat geen ander zo’n moederlijk hart voor ze kan hebben als ik, die ze alle drie zelf ter wereld heb gebracht. Daarom, lief, kun je erop vertrouwen dat ik heel erg van al mijn lieve kinderen hou. 

Het is alsof het een droom is, zo snel vallen de kindertjes weg. Hier naast de deur is Hendriks lieve jongen ook gestikt, die ook zo’n lief kind was. Bij de Steenbergens één, en bij Jacob Bruin twee achter elkaar en van de derde vrees ik dat het zo gebeurd is. Iedereen is in de rouw over zijn lieve kinderen. Wie ziet er nog een eind aan komen, want de pokken heersen nog heel erg. 

Als ik nog zo’n mooi glad gezicht had als jij, lief, dan zou ik een beetje bang zijn dat het wat pokdalig zou worden. Maar ik hoop dat ik mijn portie gehad heb, maar er is niets over te zeggen. Nu lief hou ik op, want mijn hoofd staat er niet naar en mijn hand beeft zo dat ik nauwelijks kan schrijven. Ik geef je over, allerliefste schat, aan de bescherming van God. Aan wie zou ik je liever toevertrouwen en bidden dat Hij jou, mijn lief, gezondheid geeft en wil bewaren als de appel van Zijn oog en wil geleiden tot in de haven van jouw wens en in de armen van jouw teerbeminde en ontroostbare vrouw, die bitter zucht onder de afwezigheid van een zo teerbeminde lieve man. 

Maar ach, vergeefs, ontroostbaar lief, geduld, geduld, maar hoop! Ik kus duizendmaal jouw lieve handen en teken onderdanig en dienstwillig, beste lieve man, jouw altijd toegewijde dienares en trouwe echtgenote tot de dood ons scheidt,

Aagje Luijtsen

P.S. Lief, wees gerust dat ik en ons Lambertje nu gezond zijn. Onze ouders en zusters en broers laten je allemaal groeten. Met onze tante Liesbeth gaat het heel slecht, Jacob Kikkert is dood, en zo is het de een voor en de ander na. Nu heb ik weer zo’n ellendige toestand met mijn borst om mijn melk weg te krijgen, en zo heb ik zoveel te verduren liefste, hoe langer hoe meer. Ik geef alle dagen liefste onze lieve Lambertje een kus van jou, want ik heb nu niets anders. Vaar wel lieve dierbare ziel. Een goeie nacht maakt alle winden stil. De brief is bedroefd geschreven en nat van tranen liefste.

Texel, 30 november 1780 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden