Recensie Het meer

Met Het meer bewijst Bellová dat de vernietiging van het Aralmeer toch nog ergens goed voor is geweest (vier sterren)

Landbouwgif veranderde het Aralmeer in een barre woestenij. De Tsjechische Bianca Bellová maakte het tot decor van haar vakkundig geschreven roman.

Beeld Martyn F. Overweel

Hoewel het tegenwoordig dankzij een door de Wereldbank gefinancierde hersteloperatie iets beter schijnt te gaan met het Aralmeer, ooit een van de grootste zoetwaterreservoirs ter wereld, zal het nooit meer worden wat het was.

In 2003, na decennia van hydrotechnisch gepruts ten behoeve van de Russische katoenbouw, werd geconstateerd dat het meer op de grens van Kazachstan en Oezbekistan, ooit zelfs Aralzee geheten, goeddeels was veranderd in een giftige zoutwoestijn: beelden van kamelen die schuilden onder wegroestende vissersboten gingen de wereld over.

Tot in de wijde omtrek groeit of bloeit er niets, en zoals wel vaker in dat soort postapocalyptische omstandigheden – denk aan Svetlana Alexijevitsj’ Wij houden van Tsjernobyl (1997) – levert dat, mits vakkundig aangepakt, zeer goede (journalistieke) literatuur op.

Over dat vakmanschap hoeft men zich in het geval van de Tsjechische Bianca Bellová (1970) geen zorgen te maken: zij koppelt een droogkomische verteltrant – een beetje in de stijl van Joseph Roth en Hans Fallada – aan een genadeloze observatiedrift die mij deed denken aan Gummo (1997) van regisseur Harmony Korine, over een Amerikaanse white-trash-enclave waar het nooit meer goed komt nadat er een tornado overheen is getrokken.

Het meer

Bianca Bellová

Uit het Tjechisch vertaald door Kees Mercks.

De Geus; 205 pagina’s; € 18,99.

Beeld De Geus

Buiten Tsjechië is Bellová onbekend (van de vijf romans die ze eerder publiceerde werd er alleen een in het Duits vertaald), en dat was misschien wel altijd zo gebleven als zij vorig jaar niet de Literatuurprijs van de Europese Unie had gewonnen; een met steun van de Europese Commissie in het leven geroepen onderscheiding die tot doel heeft de ‘transnationale circulatie van culturele en artistieke output’ te bevorderen, in de hoop dat er binnen Europa ‘een interculturele dialoog’ op gang komt.

Gelukkig heeft de jury zich niets van dat uitgangspunt aangetrokken, anders zouden de laureaten slechts epigonen van Kader Abdolah kunnen zijn, en verkoos zij simpelweg het best geschreven boek; iets wat meer jury’s zouden moeten nastreven.

Het meer begint in Boros, een dorp waar nog elk jaar de Dag van de Visvangst wordt gevierd, al verwijdert de zee zich steeds verder van het haventje en valt er nauwelijks nog iets te vangen.

In dit Boros, waar landbouwgif dat in het meer werd geloosd nu in poedervorm door de straten waait, groeit Nami op. Bij zijn drankzuchtige grootouders, want zijn moeder is verdwenen. Zijn vader, krijgt Nami te horen, is een imbeciel die heimelijk verliefd was op zijn moeder en haar op een dag besprong en verkrachtte.

Nami wordt verliefd op Zaza. ‘Je hebt mooi eczeem,’ zegt hij tegen haar. Ze ontmoeten elkaar bij een vervallen schotelantenne en spreken er over het mismaakte kind van de kolchozvoorzitter: ‘Het heeft midden op zijn borstkas een derde handje, alleen een pols met een handpalm, die even ongecoördineerd als de beide normale armpjes beweegt en waaraan vijf vingertjes als wormen in een blikje kronkelen.’

Als Zaza wordt aangerand door een Russische soldaat slaat Nami op de vlucht, om in de grote stad op zoek te gaan naar zijn moeder, die misschien nog leeft. Hij vindt er een baan als asfalteerder: hij moet kruiwagens met zwavel in een vergaarbak storten en achter de wagen aanlopen om het hete asfalt met een hark te verspreiden. Medearbeiders tuigen hem af in het pension waar hij verblijft, alleen met voorman Nikititsj kan hij het vinden (samen bezoeken ze een bordeel) maar die valt op een dag in de vergaarbak en wordt vermorzeld.

Door stom geluk wordt Nami als huisknecht aangenomen door Johnny, een steenrijke oliebaron. Johnny vaart op een dag met andere zwaarbewapende notabelen naar een eilandje in het meer waar de Russen biologische experimenten uitvoerden op dieren die intussen uit hun krachten zijn gegroeid en afgeschoten moeten worden.

‘Nu het wateroppervlak van het meer daalt, dreigen deze monsters de oversteek naar het vasteland te maken en de inwoners van de hoofdstad te decimeren met ziektes waar niemand op voorbereid is.’

Uiteraard loopt deze jachtpartij op een fiasco uit, waarvan ik de afloop hier niet zal verklappen, net zomin als ik zal zeggen of Nami zijn moeder wel of niet terugvindt. Met Het meer bewijst Bellová – het is een barse maar ook troostende conclusie – dat de vernietiging van het Aralmeer toch nog ergens goed voor is geweest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden