MET GROETEN VAN DE WEHRMACHT

De pianist Herbert Henck legde de vergeten muziekstukken vast van twee componisten die omkwamen in de Tweede Wereldoorlog – een aan het oostfront van Hitlers Wehrmacht, de ander in een door nazi’s geleid gesticht....

Veertien rechthebbenden bestieren de erfenis van Norbert von Hannenheim, een componist die kort na de val van nazi-Duitsland overleed in de psychiatrische inrichting waar hij in 1944 was opgesloten. Tussen die veertien erfgenamen zitten een paar waakzame klanten, die volgens het Amsterdamse ensemble Ebony Band niet wilden tekenen, toen een vooraanstaande uitgeverij (Boosey & Hawkes/ Bote und Bock) onlangs Von Hannenheims oeuvre in druk wilde uitbrengen. Hoewel, ‘oeuvre’, het meeste ging verloren toen de Berlijnse bankkluis waar Von Hannenheim zijn muziek bewaarde, bij een bombardement in 1945 werd weggevaagd.

De Nederlandse Ebony Band bracht met de pianist Gerard Bouwhuis in 1991 al werk van Von Hannenheim op de podia, toen deze Berlijner – ooit verdacht van ‘ontaardheid’ – voor de rest van de wereld een gesloten boek was. Een bejaarde, door de Amsterdammers opgesnorde verzamelaar in Zwitserland bleek in het bezit van liederen en pianowerk zonder daar zelf veel acht op te slaan.

Hoe de pianist Herbert Henck aan muziek van Von Hannenheim is gekomen, en of de erfgenamen ook zijn platenmaatschappij ECM nog een rechtenprobleem hebben bezorgd, dat vertelt Henck er niet bij, in het boekje bij de cd waarop hij de sonates 2, 4, 6 en 12 van Von Hannenheim heeft vastgelegd. Maar dat die onderdelen er opstaan is het belangrijkste: het zijn fascinerende korte sonates, gecomponeerd in de jaren twintig. Henck heeft ze met grote sensibiliteit aan de microfoon toevertrouwd.

Hencks cd vormt een tweeluik. De eerste dertig minuten besteedt hij aan een andere vergeten modernist, de Wener Johann Ludwig Trepulka. Diens loopbaan in de muzikale marge vond z’n einde toen hij in 1944 werd ingedeeld aan het oostfront van Hitlers Wehrmacht. Er kwam nog een brief uit een veldpost. Trepulka verdween vervolgens in het niets.

Henck heeft Trepulka’s Klavierstücke mit Überschriften nach Worten von Nicolaus Lenau via een kleinzoon van de componist boven water gehaald. Trepulka moet ze in 1924 hebben voltooid, toen hij nog studeerde bij Josef Mathias Hauer (componist van pianostukken mit Überschriften nach worten von Friedrich Hölderlin).

Merkwaardig: met hun trage, gewaterverfde loopjes en schijnbaar themaloze akkoord-arpeggio’s doen de miniaturen van Trepulka denken aan het excentrieke pianowerk dat een Nederlandse componist en vriend van Piet Mondriaan, Jacob van Domselaer, eerder op papier zette onder de titel Proeven van Stijlkunst. Weg uit het domein van de klassieke tonaliteit – maar dan zo welluidend en regelmatig mogelijk.

Met Von Hannenheim gaat het stilistisch precies de andere kant op, die van het expressionisme. Het eerste waar Von Hannenheims sonates in al hun dissonantie en grillige sprankeling aan doen denken, is aan het pianowerk van Nikos Skalkottas, een Griekse excentriekeling die zich in 1927 in Berlijn als leerling meldde bij Arnold Schönberg.

Waar Hannenheims sonates vervolgens meteen aan doen denken, is aan Schönberg zelf. Vooral diens oudere, ‘atonale’ (nog niet dodecafonische) Klavierstücke lijken een voorbeeld.

Dat Von Hannenheim zich bij Schönbergs leerlingen in Berlijn aansloot, om net als Skalkottas, Walter Goehr en anderen aan de weet te komen waar de Abraham van de nieuwe muziek zijn mosterd vandaan haalde – het lijkt niet meer dan logisch. Maar de sonates die op Hencks cd te horen zijn, had Von Hannenheim toen waarschijnlijk al klaar.

Dat Schönberg het ‘zeer interessante talent’ Von Hannenheim na zijn vlucht naar Amerika nog niet was vergeten, blijkt uit een navrant epistel dat Schönbergs biograaf Stuckenschmidt ooit heeft afgedrukt. Schönberg verzond de brief in 1935 aan Alban Berg, vanuit Los Angeles. Hij deed Berg, Webern, Krenek, Hindemith ‘en misschien ook Hannenheim en andere Duitsers’ een oproep tot de vorming van een internationaal comité van intellectuelen, een Schutzbund für geistige Cultur die in het Duitsland van de barbaren moest zien te redden wat er te redden viel.

Aan Von Hannenheim bleek het niet besteed. Hij werd lid van Goebbels’ Reichsmusikkammer, werd desondanks ongeschikt geacht voor enige muzikale rol van betekenis, en leefde in armoede. Pas toen Von Hannenheim de Duitse cultuur had verrijkt met een bewerking van volksliedjes uit zijn Roemeense geboortestreek Transsylvanië – Duitsland was anno 1936 al een ruim begrip – werd zijn talent 250 Reichsmark waard gevonden. Daar bleef het bij.

De inrichting Meseritz-Obrawalde, waar Von Hannenheim in 1944 zijn laatste bestemming vond, geniet bekendheid. Niet wegens de patiënt Von Hannenheim, maar vanwege de duizenden die er werden vermoord in het kader van de onvrijwillige ‘euthanasie’. Systematische ondervoeding hoorde in de latere oorlogsjaren tot de favoriete methoden van het medisch personeel. Als doodsoorzaak werd vaak ‘hartstilstand’ voorgewend.

Hannenheim overleefde de oorlog vier maanden. Op zijn overlijdensakte staat ‘hartstilstand’.

De toegift die Herbert Henck bij de sonates voegt, klinkt als een wonderlijk mooi afscheid. Al kan de muziek – verstild, zonder begin en zonder eind – nooit als afscheid zijn bedoeld. Het is een fragment uit een onvolledig bewaard gebleven pianoconcert, dat in 1932 nog intact was en zijn première beleefde bij de Wiener Symfoniker, met Else Kraus als soliste. De partituur met orkest is in 1945 vermoedelijk in vlammen opgegaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden