Met Flash werd internet magisch

De Franse Flash-awards belonen kunst, animaties en spellen op internet. De vernieuwing zal weer uit de hoek van de fanatiekelingen moeten komen....

Maar in Centre Pompidou zijn de webontwerpers welkom. Voor de derde keer werden er afgelopen weekend Flash-awards uitgereikt. Deze prijzen bekronen de beste kunst, animaties, spellen en sites op het net in het Franse taalgebied.

De genomineerden zijn bijna allemaal jonge twintigers, die nog moesten gaan puberen toen de oorsprong van deze prijzen op de markt kwam: Flash, een animatieprogramma dat een revolutie op het internet teweeg bracht. Flasheurs heten ze in Frankrijk, flashers in de rest van de wereld.

Ook al gebruiken ze nu meer dan Flash alleen, de invloed van het programma blijft groot. Jonathan Gay, een Amerikaan die zijn studie begin jaren negentig financierde door computerspellen te maken, verkocht zijn supersnelle animatieprogramma aan het bedrijf Macromedia. Het kwam eind 1996 als Flash op de markt.

Internet was toen net aan het uitdijen. Het leek in die tijd nog uren te duren voor een plaatje was gedownload. Dankzij Flash huppelden er ineens poppetjes over het scherm, met geluid erbij bovendien. Na html, de nog steeds meest gebruikte programmeertaal op internet, is Flash nu een goede tweede geworden.

Flash bracht een geheel eigen esthetiek met zich mee. Het principe van Flash was niet dat een bewegend beeld als heel veel kleine plaatjes verstuurd werd (zoals een filmpje), maar als een veel lichter pakketje coördinaten en instructies. Je computer thuis maakte er beeld van. Tweedimensionale plaatjes, weinig lijnen en kleurvlakken zonder verloop; hoe eenvoudiger de informatie, hoe beter het functioneerde.

Archetypisch is de animatie Nosepilot, na vier jaar nog steeds een hit op internet. De Roemeense Amerikaan Al Sacui maakte in zachtgekleurde silhouetten een lyrisch filmpje vol wonderlijke verschijnselen, gedragen door kabbelende muziek. Ouderwets en tegelijkertijd hypergeavanceerd.

De commercie maakte gretig gebruik van Flash, maar ook webactivisten en kunstenaars. Niet alleen met beeld, ook met tekst kon nu worden gespeeld: zie de tekstanimaties op muziek van het Koreaanse collectief Young Hae Chang Industries, dat zijn weg naar de kunstmanifestaties vond - als een van de weinigen.

De Rotterdammer Eduard von Lindheim, jurylid bij de Flash-awards in Parijs, beweegt zich al jaren in de Flash-wereld. Zelf organiseerde hij gratis alternatieve bijeenkomsten naast het Macromedia-vehikel Flashforward. 'Flash had vanaf het begin een heel open karakter', vertelt Von Lindheim, niet zonder heimwee. 'Je kon niet alleen verhaaltjes vertellen door beeld, maar er ontstonden wereldwijde groepen en discussiefora. Hoe kon je zwaartekracht simuleren, hoe kon je een mathematisch begrip als fractals gebruiken, hele filosofische kwesties kwamen aan bod.'

Nadat internet aanvankelijk tegenviel ('niks werkte, alles was traag') was er nu weer iets om je op te verheugen. 'Er was magie. En iedereen kon ermee werken.' Bovendien zat het tij mee. Bij bedrijven was tijd en geld te over, om handige jongens en meisjes te laten experimenteren, om spellen en filmpjes, semi-wetenschap of kunst te ontwikkelen.

Een nieuw initiatief van Von Lindheim is het Madrettor-festival in Rotterdam (oktober 2004), waar kennis uitgewisseld kan worden die kunstacademies volgens hem verzuimen aan te bieden.

Ook wordt er met het Rotterdamse filmfestival samengewerkt - met de bedoeling uit het besloten wereldje te stappen. De pionierstijd is voorbij, de internetbubbel is uiteengespat en het geld is op. De vernieuwing zal weer uit de hoek van de fanatiekelingen moeten komen die er een been in zien om naast hun werk nachtenlang door te programmeren. Het moet weer gaan bruisen, meent Von Lindheim. Hij ziet teveel braaf ingevulde Flash-scriptjes.

Ook als het aan Isabelle Arvers, tentoonstellingsmaker en 'nieuwe media-consultant' van het Centre Pompidou ligt, komt er verandering in de gesloten cultuur. 'Internetkunst, sites en animaties mogen eigenlijk alleen meedraaien in het kunstcircuit als ze helemaal uit hun context gehaald worden', zegt zij. De kunstwereld is wars van techneuten en andersom vinden de webkunstenaars 'gewone' kunst oersaai. Gelukkig, constateerde Arvers, waren de inzendingen van dit jaar veel eclectischer dan voorgaande jaren: animaties, tekst en video gaan samen met de nieuwste generaties programma's. Het imago 'speeltje van Macromedia' kan afgeschud worden. Het Centre Pompidou heeft haar eerste sites aangekocht en daarmee is de sluis tussen kunst- en netcultuur een klein stukje opengezet.

Voor genomineerden, winnaars en een greep uit de inzendingen: Flashfestival, Nosepilot, Brainshow, Yhchang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden