Boeken

Met Ellen de Bruin naar een hels paradijs ★★★☆☆

In haar tweede roman beschrijft Ellen de Bruin een eiland waar de klimaatverandering heeft toegeslagen. Daarbij weet ze de spanning mooi vast te houden, maar niet de aandacht voor de schurk.

null Beeld Prometheus
Beeld Prometheus

Weer vakantie in eigen land dit jaar. Prima hoor, Nederland heeft zoveel moois te bieden, de Veluwe, de Wadden, et cetera. Maar dromen we niet stiekem van een tropisch eilandje? Met een jungle, een romantisch wit strandje en een knalblauwe zee?

NRC-redacteur en schrijver Ellen de Bruin – die in 2018 de Anton Wachterprijs voor het beste literaire debuut won met Onder het ijs – neemt ons mee naar precies zo’n plek in haar tweede roman Kraaien in het paradijs. ‘Alles was groen, alsof alle natuur ter wereld zich had teruggetrokken op dit eiland, in deze uithoek.’

In die paradijselijke uithoek woont Lipa, een vrouw van eind 30, samen met twee oude vrouwtjes, de kinderlijke veerman Bendi en een agressieve gek. Er zijn geen andere mensen, niet eens dieren – op een heleboel onheilspellende kraaien na. En op een slechte ochtend komt Lipa er achter dat er ook geen oranjewortel meer groeit, waarmee het aantal plantensoorten op het eiland is gedaald tot negentien. Het moge duidelijk zijn: hier is iets helemaal misgegaan.

Uitgestorven landzoogdieren

De Bruin situeert haar verhaal ergens eind 21ste eeuw. De dingen zijn – uiteraard – niet meer zoals ze waren. Zoals in vrijwel elke dystopie die momenteel verschijnt heeft de aarde flink te lijden onder klimaatverandering. Dit keer zijn alle wilde landzoogdieren uitgestorven, is de biodiversiteit drastisch afgenomen en spoelen tsunami’s hele landen weg.

Maar voor Lipa is maar één ding van belang: wegkomen. Weg van het eiland en daarmee weg van het persoonlijke drama dat haar leven tekent: de dood van haar 13-jarige dochter, jaren eerder. Gewoon de veerman vragen haar naar de stad verderop te brengen gaat niet, want het is voor vrouwen verboden alleen te reizen (ook dat nog!). Dus als er op een dag een Noorderling (lichte huid, blonde krullen) arriveert, ziet zij hem als haar ultieme ontsnappingskans.

Terwijl Lipa de Noorderling probeert te verleiden haar mee te nemen blikken we terug naar ‘betere tijden’: vijftien jaar eerder, toen de laatste toeristen op het eiland verbleven. Een van hen is Tjal, een rijk en machtig zakenman en een onvoorstelbare lul. Hij vindt de locals achterlijk, het eten goor en hij verveelt zich. Enige afleiding zijn de aanwezige vrouwen. Maar die laten zich niet verleiden. Om de ellende compleet te maken kan hij niet poepen. ‘Het was vast dat rare eten hier. Of dat hij niet scoorde. Daar begreep hij niets van. Hij was de aantrekkelijkste man in dit kutdorp, by far.’ Deze man is 49, maar denkt en gedraagt zich gedurende het hele verhaal als een verbolgen, verwende puber.

Slecht om het slecht zijn

Grofweg de helft van de roman gaat over Tjal en dat is veel, voor zo’n vervelend personage. Een uitermate plat personage bovendien; De Bruin geeft zijn slechtheid geen enkele achtergrond. Racistisch, seksistisch, megalomaan, narcistisch, pedofiel – hij is het allemaal. Dat moet toch érgens vandaan komen? Maar Tjal is slecht om het slecht zijn. De Bruin had een schurk nodig en dit is hem. Nee, dan is Lipa een stuk interessanter. Zij heeft een verleden, heeft om bepaalde redenen bepaalde keuzes gemaakt en is bovendien, zoals elk boeiend personage, een beetje ambigu; niet helemaal goed, niet helemaal slecht.

De Bruin wil in deze roman veel zeggen: over het klimaat, over machtsmisbruik, over seksueel misbruik, over uitbuiting, over hebzucht, over wraak, over jaloezie, over misogynie, over schuld en over vervelende toeristen die alleen maar witbrood met chocopasta blieven. Maar geen enkel onderwerp wordt echt uitgediept, de focus ontbreekt.

Toch is er iets dat de roman gaande houdt. Het zijn de puzzelstukjes die De Bruin voor de lezer neerlegt door hoofdstukken over het heden en verleden af te wisselen. Wie is wie, wat gebeurde wanneer en hoe grijpt alles in elkaar, dat wil je weten. En ook: welke spannende dystopische dingetjes heeft de schrijver allemaal verzonnen? Een wereldpresident die het internet heeft uitgezet (‘een rotmaatregel’, maar het kon niet anders) – goed bedacht! Een Tweede Internet, exclusief voor de superrijken? Nog beter!

De Bruin slaagt er in een zeker unheimisch toekomstgevoel op te wekken, maar als lezer voel je je uiteindelijk toch een beetje een ramptoerist. Een ramptoerist in een hels paradijs, verlekkerd gruwelend bij alle rampspoed, in de prettige wetenschap dat je straks gewoon weer veilig thuis bent. Of op de Wadden.

Ellen de Bruin: Kraaien in het paradijs. Prometheus; 256 pagina’s; € 21,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden