Architectuur Biënnale in Venetië

Met een leeg paviljoen maken de Britten bij de internationale architectuurbiënnale duidelijk hoe ze tegen de Brexit aankijken

Beeld Biennale Architettura, 2018

Een van de opmerkelijkste landenpaviljoens op de 16de Internationale Architectuurbiënnale in ­Venetië is het lege van Groot-Brittannië. Erboven hebben de curatoren met steigerbuizen een dakterras geconstrueerd dat weids uitzicht biedt over de andere paviljoens in de Giardini, daar waar ’s werelds belangrijkste architectuurtentoonstelling wordt gehouden. Island, zoals de Britse inzending heet, wil ‘ruimte voor reflectie en discussie’ bieden, bijvoorbeeld over hoe het verder moet na de Brexit. Het vormt een welkom rustpunt op de mega-expositie, waarop 63 landen zich presenteren.

De Britse inzending is de letterlijkste interpretatie van het thema Freespace, uitgekozen door de hoofd­curatoren, de Ierse architecten Yvonne Farrell en Shelley McNamara. Met het doel om ‘het verlangen naar architectuur te promoten’, zoals biënnaledirecteur ­Paolo Barrata het zei, focust deze editie op de openbare ruimte. ­Gebouwen nemen per definitie ruimte in en zouden daarom iets ­moeten teruggeven aan het publiek, vinden Farrell en McNamara. ‘Een mooie muur die een straathoek vormt, een doorzicht naar een binnenhof door een poort of een plek om tegenaan te leunen in de schaduw biedt plezier aan eenieder die langs loopt.’ Het is architectuur die teruggaat naar de basis: werken met materialen en licht, de zintuiglijke beleving van ruimte. 

Het paviljoen van Groot-Brittannië. Beeld Biennale Architettura, 2018
Het paviljoen van Groot-Brittannië. Beeld Biennale Architettura, 2018

Farrell en McNamara stelden een ‘schatkamer’ van maquettes, schetsen en tekeningen samen. Zo hangen er prachtige tekeningen van Frank Lloyd Wright voor een (nooit gerealiseerd) gebouw in Venetië. Bij de enorme schaalmodellen van de Zwitserse architect Peter Zumthor, die ­onder meer het beroemde thermencomplex in Vals bouwde, verdringen bezoekers zich om foto’s te maken. En overal zijn zitplekken om uit te rusten en te genieten van de monumentale gebouwen zelf.

Freespace is een aansprekend maar ook lastig thema, juist vanwege de vrijheid die het biedt. Farrell en McNamara hebben bij de selectie van objecten en projecten geen scherpe keuzen gemaakt: welk verhaal willen ze ermee vertellen? De deelnemende landen hebben het thema zeer verschillend benaderd. Ierland, Roemenië en Albanië richten zich op pleinen en straten, Italië en China op het buitengebied. De Nederlandse bijdrage Body, Work, Leisure verkent het spanningsveld tussen ruimte voor vrije tijd en werk; in de meer politiek beladen inzendingen van Amerika, Duitsland en Israël spelen muren en landsgrenzen een hoofdrol.

Met al het moois dat er op plekken als de Giardini en het Arsenaal getoond wordt, roept deze biënnale weliswaar verlangen naar architectuur op, maar meer nog naar een overkoepelende visie.

Internationale architectuurtentoonstelling La Biennale di Venezia; t/m 25/11, Giardini, Venetië.

Vier hoogtepunten:

Tsjechisch-Slowaaks paviljoen ruimte voor ‘het normale leven’

Onbewoonde huizen, straten waar geen kind speelt: in Venetië weten ze alles van de problemen die het toerisme in historische steden meebrengt. Tsjechië en Slowakije komen met een oplossing: de United Nations Real Life Organisation (UNES-CO), een (fictieve) organisatie die tijdens de biënnale kantoor houdt in hun paviljoen. Doel van oprichter en kunstenaar Kateřina Šedá is ‘het normale leven’ terug op straat brengen, te beginnen in het Tsjechische (Unesco-erfgoed)stadje Český Krumlov, dat jaarlijks 1 miljoen toeristen onvangt. Onder het motto ‘Normal life, a fulltime job’ werd een vacature uitgezet voor vijftien gezinnen die in de zomervakantie gratis huisvesting en een salaris krijgen om op een stoel voor hun huis zitten, de was uit het raam te hangen of hun auto te wassen. Live-uitzendingen vanuit de straten van Český Krumlov zullen op het gigantische scherm in het paviljoen te zien zijn.

Beeld Biennale Architettura, 2018

Zwitserland vrijheid van interieur?

Het appartement in het Zwitserse paviljoen oogt als een standaard-huurwoning zoals je er talloze ziet op Funda, met strak gestuukte witte muren en een lichte laminaatvloer. Maar er is iets vreemds aan de hand met de deuren, de keuken en de lichtschakelaars: die hebben een reuzenformaat of zijn juist

gekrompen. Met hun inzending House Tour nodigen de curatoren bezoekers uit om als Alice in Wonderland de banale wereld van de verhuurarchitectuur te verkennen en bevragen. Waarom ontwerpen ­architecten wel verschillende gevels, maar is het interieur, waarin we zo veel tijd doorbrengen, altijd hetzelfde?

Beeld Biennale Architettura, 2018

Het Vaticaan Holy See-paviljoen

Het Vaticaan, dat dit jaar voor de eerste keer meedoet aan de architectuurbiënnale, heeft tien kapellen laten bouwen in een tuin van de San ­Giorgio Cini Foundation op het ­eiland San Giorgio Maggiore. De gebouwtjes zijn stuk voor stuk ­ontworpen door een bekende ­architect, onder wie bijvoorbeeld de Engelse Norman Foster, en ze vormen samen een ‘pelgrimspad’.

De kapel van architect Norman Foster. Beeld Biennale Architettura, 2018

India Avarsa Academy door Case Design (Anne Geenen & Samuel Barclay)

Hoofdcuratoren Farrell en McNamara omschrijven architectuur als ‘het spel van licht, zon, schaduw, maan, lucht, wind en zwaartekracht’. Het experimentele project van het Nederlands-Indiase bureau Case Design voor een meisjesschool in ­India, laat aan de hand van meubels en objecten uit de school zien hoe met ‘gratis grondstoffen’, aangevuld met brutalistisch ­beton en afvalmaterialen, fantastische ruimten kunnen worden gemaakt. De bamboe gevelschermen, de ­mozaïekvloeren (van natuursteenresten) en schoolbanken (de zittingen gevlochten van oude sari’s) zijn door ambachtslieden gemaakt en een kunstenaar mengde natuurlijke pigmenten tot verf om de betonnen lokalen op te fleuren. De kleurige kroonluchters zijn samen met een Venetiaans glasatelier ontwikkeld en gaan na de biënnale mee terug naar India.

Het #MeToo van de architectuur 

#MeToo leek aan de architectuur voorbij te gaan, totdat eind maart de Amerikaanse architect Richard Meier, die onder meer het stadhuis van Den Haag ontwierp, werd beschuldigd van seksuele intimidatie. Daarop trok hij zich terug uit zijn ­bureau. De opening van de architectuurbiënnale werd aangegrepen om een flashmob te organiseren tegen ‘vooroordelen’ tegenover vrouwen in de architectuur. Honderdvijftig vrouwelijke architecten, onder wie de Nederlandse Francine Houben, presenteerden een manifest waarin staat: ‘Wij zijn verenigd in het ­uitbannen van discriminatie, intimidatie en agressie tegen enig lid van onze gemeenschap. We zullen het niet tolereren. We zullen niet stil ­blijven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.