Met een koffer vol illusies de schouwburgen langs Het theateraanbod in Nederland is veel te groot

Het gaat niet goed met de kleine en middelgrote producenten. Met duizend aanbiedingen per seizoen heeft het theateraanbod het verzadigingpunt bereikt....

IN ÉÉN opzicht was de première vorige week van de voorstelling Jane Eyre verfrissend: er stond geen bataljon vriendelijk lachende pr-medewerkers gereed met glanzende brochures en bijbehorende kleurendia's. De pr-medewerker van de jonge producent Michel Boersma stond in de file, met z'n persmapjes. Met de uitnodiging voor de première was het ook al mis gegaan. Boersma had ze gepost in Lochem waar de groep op dat moment repeteerde. De uitnodiging is nooit aangekomen, in Lochem wordt kennelijk maar één keer per maand de brievenbus geleegd.

De charmante onhandigheid van een jonge producent als Boersma staat in groot contrast met de vlotte, professionele babbels van veel van zijn collega's die dikwijls beschikken over goedlopende publiciteitsmachines - met die van Joop van den Ende voorop natuurlijk. Daar is de fullcolor-persmap standaard.

Dat een jongen als Michel Boersma, 25 jaar en begonnen als 'technical swing' bij de musicals van Van den Ende, voor zichzelf begint is op zich al een mirakel. Want het gaat niet goed met de kleine en middelgrote theaterproducenten in Nederland. Er zijn er teveel, ze produceren teveel voorstellingen, er zijn te weinig afnemers. Eerder dit jaar ging de firma Bergen failliet, omdat eigen musicals als Carlie en Eindeloos! niet voldoende werden verkocht. Op een bijeenkomst onlangs op het Theater Instituut zeiden de producenten Gislebert Thierens en Gerard Cornelisse dat de situatie op de theatermarkt bijna op springen staat.

In Nederland zijn naast het gesubsidieerde theater ongeveer 25 vrije producenten actief, waarvan alleen Van den Ende, Stardust (van het echtpaar Henk van der Meyden/Monica Strotmann) en het impresariaat Jacques Senf tot de grote behoren, de rest valt in de categorie klein tot middelgroot. Samen produceren ze meer dan duizend aanbiedingen per seizoen, bestemd voor de ongeveer 150 theaters die dit land rijk is. De laatste jaren worden de schouwburgdirecteuren steeds voorzichtiger.

Ze willen het liefst het risicoloze amusement van Van den Ende of een toneelstuk met Anne-Wil Blankers. Want dan zit de zaal altijd vol, en dat is bijna een noodzaak nu de meeste theaters worden geconfronteerd met gemeentelijke bezuinigingen. Zo mag de Rijswijkse Schouwburg van de gemeente maximaal 110 voorstellingen per jaar programmeren, anders worden de personeelskosten te hoog. De laatste jaren is het programmeringsbudget van de schouwburgen gemiddeld met 1,2 ton per jaar teruggelopen. Op safe spelen is vaak de enige remedie - wel twee avonden Tineke Schouten maar niet De Bezoeker, dat mooie toneelstuk over God en Freud dat Wim Visser dit jaar heeft geproduceerd.

Van enige originaliteit in de musicalsector is na het failliet van Bergen nauwelijks nog sprake. Volgend seizoen komt Van den Ende met Anatevka en Thierens met Heerlijk duurt het langst; twee musicals die dertig jaar geleden ook al in een en hetzelfde seizoen door het land trokken.

Thierens: 'Alleen met zoiets bekends als Heerlijk duurt het langst in een topbezetting, waarin Jasperina de Jong en Jenny Arean beurtelings de hoofdrol spelen, kun je nog een musical produceren. Ik heb het ook geprobeerd met origineel materiaal zoals Roze Krokodillen en Faya, maar dat lukte niet. De theaters nemen liever zes avonden Evita voor dertigduizend gulden per avond dan één keer Lang Leve de Opera, terwijl dat toch een prachtproductie was. De Evita's, de Anatevka's en de Annie's vliegen je om de oren, ook omdat Van den Ende en Van der Meyden een stevige greep op de publiciteitsmarkt hebben. Die macht heb ik niet.'

Thierens doelt op het feit dat elke Van den Ende-en Stardust-productie (de journalist Henk van der Meyden is dit seizoen producent van de musicals Annie en Grease) in elk van de 84 Van den Ende-talkshows op de tv wordt toegelicht en daarna ook nog eens op de pagina Privé van De Telegraaf.

'Er moeten namen in, anders durven de schouwburgen het niet aan. Je moet in Eindeloos! dus minstens met Liesbeth List komen en dan is het nog maar afwachten of ze willen', zegt Gerard Cornelisse, destijds een van de directeuren van Bergen. Heel voorzichtig probeert hij met zijn bedrijfje Olbe opnieuw te beginnen, maar voor hem voorlopig geen grote producties meer. 'Die doorgecomponeerde musicals zijn in feite overspannen bedenksels van mislukte operaschrijvers. Ik blijf geloven in het ontwikkelen van origineel muziektheater en op den duur ga ik dat zeker weer proberen. Voor mij is essentieel dat ik alleen maar wil produceren als ik daartoe de heilige noodzaak voel.'

De heilige noodzaak, of het doorzettingsvermogen van een paar theatergekken die tegen de klippen op blijven geloven in hun manier van produceren. Zoals Wim Visser, die nu al jaren theater maakt van het ambachtelijke soort, met acteurs als Henk van Ulsen, Gees Linnebank en Eric Schneider.

Visser: 'Godzijdank zijn er in dit vak nog een paar malloten die hun nek durven uitsteken en voorstellingen maken die ze zelf goed vinden. Maar eigenlijk kan het niet meer, op deze schaal theater produceren. De locale wethouders verplichten de locale schouwburgdirecteur alleen Van den Ende-producties en cabaret te boeken. Het karakter van de schouwburgdirecteur is de afgelopen jaren sterk veranderd. Van bevlogen theaterliefhebbers zijn het managers geworden, zalenverhuurders die nauwelijks nog risico durven te nemen. De Bezoeker is dit seizoen 45 keer geboekt, Gek van vrouwen dat in januari uitkomt ook. Dat is te weinig om uit de kosten te komen. Hoe ik overleef? Door tegen mijn acteurs te zeggen: nee jongens, dat gevraagde salaris kan ik niet betalen, dit is mijn maximum. En omdat ik wél verdien aan Paco Peña van wie ik internationaal manager ben. Paco staat vier weken uitverkocht op West End, dat loopt als een tierelier, daarvan kan ik uiteindelijk Henk van Ulsen betalen.'

Ook volgens Gislebert Thierens is het punt van verzadiging bereikt. 'Er is teveel theater en er is ook teveel slecht theater. Per seizoen worden alleen al driehonderd toneelproducties aangeboden, dat is toch absurd? Vroeger moest ik een voorstelling minstens honderd keer verkopen om uit de kosten te komen. Dat aantal heb ik al teruggebracht naar 75, maar soms haal je niet eens de zestig en moet je besluiten een productie terug te trekken. Daar staat tegenover dat we verdienen aan Hooikoorts van Coward. Dat stuk is dus 120 keer verkocht omdat Anne-Wil Blankers erin staat. En straks verdienen we ook aan Heerlijk duurt het langst dat we nu al 150 keer hebben verkocht.'

VOLGENS Thierens moeten de producenten snel met een antwoord komen op de vraag: hoe reduceren we dit immense aanbod? Het aantal producties moet omlaag en er moet worden geïnvesteerd in kwaliteit. Minder, maar mooiere voorstellingen die langer spelen, met een goed marketingplan zodat er meer publiek op af komt.

Sanering van het aanbod zou een belangrijke taak kunnen zijn voor de VTP, de Vereniging van Theater en Televisie Producenten. Maar in het verleden is deze organisatie niet bij machte gebleken de noodzakelijke regulering door te voeren. Daarvoor zijn de leden toch te veel elkaars concurrent.

Thierens: 'Op de laatste vergadering presenteerde ik mijn aanbod voor volgend seizoen, vijf producties en dat vonden ze erg veel. Maar je kunt niet tegen elkaar zeggen: ik eentje minder, dan jij ook eentje minder. Omdat Van den Ende een geplande productie terugtrok, kon ik er weer een bij doen. Zo werkt dat. Terwijl je met elkaar weet dat we schaarste nodig hebben, zodat ons product weer interessant wordt. Nee, die regulering zal toch echt door de schouwburgen in gang moeten worden gezet.'

Cornelisse is dat men hem eens: 'Iedereen doet maar, daar valt niet tegen op te reguleren, op een gegeven moment knalt het gewoon uit elkaar. Hou je hart maar vast voor Het Toneel Speelt, dat kan op den duur echt niet allemaal goed geproduceerd worden. De actie moet van de schouwburgen komen, die moeten protesteren tegen de inkrimping van hun politiek-culturele taak, anders worden het zaalverhuurbedrijven. Op gemeentelijk niveau zie je haast geen bevlogen mensen meer. De wethouder voor cultuur is opgeheven, dat is nu de wethouder voor sport die de cultuur er even bij doet.'

Arjen Stuurman van Theaterbureau Hummelinck/Stuurman signaleert behalve de financiële problemen bij de schouwburgen ook een terugloop van het toneelpubliek. 'Cabaret loopt op dit moment fantastisch, toneel veel minder. Er is in de programmering van de theaters een grote verschuiving naar het amusement waar te nemen. Wij doen dit jaar Scènes uit een Huwelijk van Bergman en Ontkoppelde Hitte, een nieuw stuk van Paul Haenen. Die stukken zijn allebei zo'n zestig keer verkocht, terwijl dat er eigenlijk tachtig hadden moeten zijn. Gelukkig doen wij ook De Berini's, Hans Teeuwen en Sanne Wallis de Vries, door die combinatie kunnen wij ons bedrijf draaiende houden.'

Volgens Stuurman kunnen met het aanbod dat in Nederland wordt geproduceerd drie keer zoveel schouwburgen worden bediend. Steeds meer producenten moeten besluiten voorstellingen terug te trekken, soms na jarenlang investeren, met alle ellende van dien voor de acteurs en regisseurs.

Van enige bescheidenheid in het aanbod voor volgend seizoen is nog geen sprake. Er wordt lustig op los geproduceerd, ook in de 'moeilijke' sector toneel. Thierens komt met de nieuwste Ayckbourn Things We Do For Love (Trudy Labij, Peter Faber) dat pas in maart in Londen in première gaat, met Amy's View van David Hare (Ingeborg Elzevier, Victor Löw) en met Mussen en Zwanen II van Haye van der Heyden. Hummelinck/Stuurman brengt The Dresser (Hans Dagelet, Porgy Franssen) en een nieuw stuk van Ruud van Megen waarvoor Loes Luca is gevraagd (Luca verkoopt!).

Wim Visser brengt na 25 jaar een nieuwe versie van Gogols Dagboek van een Gek met Henk van Ulsen in regie van Jan Ritsema en hoopt vurig Savannah Bay van Marguerite Duras uit te brengen, met Ellen Vogel. Michel Boersma laat Jane Eyre volgen door Pride and Prejudice. De oude rot in het vak Peter Paul Tobi komt met een nieuw blijspel van Jos Brink en met de wederopstanding van het gesneuvelde Haarlems Toneel. Alsof er niets aan de hand is, komt het Nieuw Haarlems Toneel met twee producties: de Europese première van André Brinks De Jogger (Gees Linnebank) en Glazen Speelgoed (Josée Ruiter).

Dit zijn nog maar de plannen van vijf producenten, er zijn er nog twintig. Daarbij komt het aanbod van het gesubsidieerde toneel. Vorig seizoen heeft staatssecretaris Nuis anderhalf miljoen per seizoen beschikbaar gesteld om meer publiek naar toneel te krijgen. De gezelschappen hebben daartoe het zogeheten Plus 5-plan ontwikkeld. Per seizoen worden vijf reisproducties van de gesubsidieerde groepen aangeboden die uitvoerig door het land toeren en waarvoor de schouwburg een garantiesubsidie van vierduizend gulden per avond krijgt. De vrije producenten zijn in het geheel niet te spreken over deze vorm van 'oneerlijke concurrentie'.

Thierens: 'In Tiel kan het publiek nu ook het Zuidelijk Toneel zien en de schouwburgdirecteur krijgt vierduizend gulden toe. Ik moet voor Amy's View een uitkoopsom van dertienduizend gulden vragen, want ik heb voor dat stuk twee decors en zes acteurs nodig. Dat kan echt niet voor minder.'

Visser: 'Dat Plus 5-plan is een grote faux pas. Het gesubsidieerde toneel wordt nog eens extra gesubsidieerd, terwijl die anderhalf miljoen bestemd is om meer toneelpubliek te genereren. Dat is hard nodig ook, want het publiek vergrijst zienderogen. Een paar jaar geleden hadden we het project Proeftuinen. Weet je wat dat heeft opgeleverd? Een dik boek met aanbevelingen dat ergens in een la ligt, en de zogeheten portemonnee-loze pauze. Dan hoef je in de pauze niet meer voor het buffet in de rij te staan, maar lopen obers rond met bladen jus d'orange en koffie. Je hebt dan wel 2,50 extra voor je kaartje betaald.'

STUURMAN: 'Stel dat ik mijn prognose van The Dresser niet haal, dan mag ik bij het ministerie aankloppen voor een aanvullende vergoeding als ik kan aantonen dat ik door het Plus 5-plan schade heb geleden. Dus de slachtoffers van dit door de overheid bedachte plan kunnen op hun beurt ook weer subsidie krijgen - tamelijk verwarrend, hè?'

Er zijn een paar producenten die zich aan de malaise proberen te onttrekken en hun toverwoord is specialisatie. Ze maken één productie per seizoen of zelfs per twee seizoenen, in een bijzonder genre. Opus One doet dat nu al tien jaar met smaakvolle dansmusicals voor de hele familie, dikwijls gebaseerd op klassieken uit de (jeugd)literatuur zoals Junglebook, Alleen op de wereld en binnenkort De Trullenhoedster naar een Bommel-verhaal van Marten Toonder. American Songbook Productions heeft zich toegelegd op muziektheater rond Amerikaanse songwriters. Na het succesvolle You're the Top (over Cole Porter) volgt in januari Larry, this Funny World over de liedjesschrijver Lorenz Hart. Zowel Opus One als American Songbook probeert op bescheiden schaal wat variatie te brengen in het theateraanbod.

Maarten Voogel (Opus One): 'Dat aanbod is zo overweldigend dat het je dwingt nieuwe wegen te zoeken. Dat hebben wij gedaan door vanuit de dans de dansmusical te ontwikkelen. Wij zijn als het ware tussen Scapino Ballet en de musical in gaat zitten. De Trullenhoedster speelt 140 keer, dus komt in bijna alle theaters, soms ook omdat de schouwburgdirecteuren dan het gevoel hebben toch iets aan dans te doen. Maar onze producties zijn wel duur, omdat ze technisch nogal ingewikkeld zijn. Wij maken theater voor een publiek dat is opgegroeid in de zapcultuur. Bovendien is door de Van den Ende-musicals ook een norm gesteld wat techniek betreft. Dit vak zit inmiddels anders in elkaar dan toen we dertig jaar geleden met z'n allen naar Ja Zuster, Nee Zuster keken.'

Cor Franc (American Songbook): 'Ik wil graag toegroeien naar de American Songbook-musical als tegenhanger van de Phantoms en Evita's. In onze producties voert goed drama de boventoon, gecombineerd met muziek uit de Amerikaanse songtraditie. Voor Larry bestonden alleen de liedjes, de rest wordt geheel in eigen beheer gemaakt. Niets wordt gekopieerd van successen uit het buitenland. We hebben nu 92 voorstellingen van Larry verkocht en hadden gemikt op 110. Hopelijk kunnen we volgend seizoen nog een paar maanden door spelen. Een probleem is dat we niet zoals de grote commerciële producenten de media achter ons hebben, ook de kwaliteitsmedia niet. Je moest eens weten hoeveel moeite het kost om de liedjes van Lorenz Hart in De Plantage te krijgen. We zijn een klein bedrijf en eigenlijk vind ik dat wel best. Ik heb niet zo de behoefte elk jaar met een koffer vol voorstellingen langs de schouwburgen te gaan. Na You're the Top hebben we een klein plekje in deze grote wereld veroverd en daarop bouwen we nu verder. Rijk zullen we er niet van worden, maar armoede schept ook creativiteit.'

Wat dat betreft zullen Franc en al zijn collega's zich goed kunnen vinden in Gislebert Thierens' typering van het vak van theaterproducent: 'Je bent en blijft een koopman in illusies.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.