Beschouwing Wraak en rechtvaardigheid

Met een knuppel dwing je geen betere samenleving af

Nee, #MeToo kan niet worden vergeleken met de slachtpartij van de Tweede Wereldoorlog, maar overeenkomsten zijn er wel. Arnon Grunberg over het ontslag van Ian Buruma en het verschil tussen wraak en rechtvaardigheid.

Beeld Floor Rieder

In 1945  Biografie van een jaar (2013) schrijft Ian Buruma dat ‘de oude Grieken al bijzonder goed de destructieve kracht van de menselijke honger naar wraak kenden.’ Het einde van de Tweede Wereldoorlog, in Duitsland Stunde Null genoemd – alsof de geschiedenis opnieuw kan beginnen –, heeft inderdaad alle kenmerken van een Griekse tragedie. Aan welke wetten kan en moet men gehoorzamen? Wat weegt zwaarder, rechtvaardigheid of het voorkomen van totale maatschappelijke ontwrichting? In welke goden kan men nog geloven? Wat te doen met de verliezers van de oorlog? En wat met de winnaars? Kan de beschaving zich herstellen van de genocide die in haar centrum plaatsvond?

Het kaalscheren en met pek besmeuren van zogenaamde ‘moffenhoeren’ – horizontale collaboratie – lijkt vanuit hedendaags perspectief vooral op het uitleven van onderdrukte seksuele fantasieën. Daar komt bij dat zij die voorop liepen bij de wraakoefeningen zich tijdens de oorlog lang niet altijd even heldhaftig hadden gedragen.

Een juridisch proces kan een manier zijn om al dan niet gerechtvaardigde volkswoede te voorkomen of op zijn minst als min of meer gecontroleerde uitlaatklep voor die woede dienen, maar over de processen tegen bijvoorbeeld Mussert en Laval, die een prominente rol speelde in het Vichy-regime, is Buruma kritisch. Niet dat zij zondebokken waren, dat zou te ver gaan, maar zij behoorden zeker niet tot de ergste collaborateurs en medewerkers van het naziregime in Nederland en Frankrijk. Zij waren gemakkelijke symbolen voor een medeplichtigheid die veel verder reikte en veel groter was dan hun individuele schuld. De processen tegen Mussert en Laval dienden er mede voor te zorgen dat een groot deel van de bevolking dat mee had gewerkt met de bezetter betrekkelijk geruisloos verder kon gaan met het vervullen van zijn taken in de naoorlogse samenleving.

Denazificatie

In Duitsland was de denazificatie halfslachtig en dikwijls absurd. Van begin af aan hadden de Engelsen, anders dan de Amerikanen, weinig fiducie in strafmaatregelen tegen het overwonnen Duitsland. Ongetwijfeld ook met de les van de Eerste Wereldoorlog in het achterhoofd; collectieve straf en collectieve vernedering zijn probate middelen om de grond vruchtbaar te maken voor een volgende oorlog.

De industriële en rechterlijke elite in Duitsland kon, uitzonderingen daargelaten, moeiteloos meedraaien in de nieuwe republiek. Men was fascist, men werd democraat, alsof men van ondergoed wisselde.

Dat wat Vergangenheitsbewältigung is gaan heten kwam pas op gang in de jaren zestig en zeventig, niet toevallig toen ook de kinderen van de Duitse bourgeoisie in opstand kwamen tegen hun ouders omdat deze zich nooit hadden verantwoord voor hun fascistische mantel, hem hooguit op zolder hadden verstopt. Uit deze opstand kwam uiteindelijk de terreur van de Rote Armee Fraktion (RAF) voort.

Met terugwerkende kracht is het de vraag of de bijzonder halfslachtige denazificatie van na de oorlog zo’n schande was; misschien hadden de Engelsen het goed gezien. In 2003, na de Amerikaanse invasie, werd het Iraakse leger van Saddam Hussein grotendeels ontmanteld. Anarchie, chaos en geweld waren het resultaat en gefrustreerde soennitische officieren uit het Iraakse leger hebben bijgedragen aan de geboorte en het succes van IS.

Wraak en rechtvaardigheid

Veel nazi’s zijn ontsnapt aan strafvervolging en soms werden zij bestraft die dat niet of nauwelijks verdienden. Buruma voert onder anderen de Japanse generaal Tomoyuki Yamashita op die verantwoordelijk werd gesteld voor de verwoestingen die het Japanse leger in Manilla had aangericht, terwijl hij daar niet werkelijk verantwoordelijk voor was. Ook Yamashita was een gemakkelijk symbool waarop veel schaamte en schuld kon worden geprojecteerd.

Tegenwoordig hebben we weer alle reden na te denken over het verschil tussen wraak en rechtvaardigheid, het aloude dilemma: moeten de wetten van het land worden nageleefd of is vergelding buiten de rechtszaal om soms onvermijdelijk?

Nee, #MeToo kan niet worden vergeleken met de slachtpartij van de Tweede Wereldoorlog, maar er zijn enige overeenkomsten.

Naar aanleiding van de getuigenis van dr. Ford tijdens de hoorzittingen die duidelijk moesten maken of Kavanaugh toe kon treden tot het hoogste Amerikaanse gerechtshof – Kavanaugh zou Ford hebben aangerand – werd gesteld dat dankzij deze gebeurtenis andere survivors eindelijk over hun ervaring konden spreken. #MeToo bestond al enige tijd, maar kennelijk was er een nieuw, dramatisch podium nodig om slachtoffers het gevoel te geven dat zij over hun ervaringen konden spreken, zoals het Eichmann-proces in 1961 in Jeruzalem de overlevenden van de Holocaust op mondiaal niveau een podium gaf.

‘Survivor’

Ik kende het woord ‘survivor’ vooral uit mijn jeugd, daarmee werd een concentratiekampoverlevende bedoeld. Mijn moeder zei bijvoorbeeld: ‘O, dat is een survivor, maar zij zat in het goede Bergen-Belsen, zij heeft niets meegemaakt.’ (Overal is competitie, juist ook als het om leed gaat. Ik weet overigens niet waarom bij ons thuis het Engelse woord voor ‘overlevende’ werd gebruikt.)

Dat met ‘survivors’ tegenwoordig de slachtoffers van seksuele intimidatie en geweld worden bedoeld, geeft aan dat een deel van de maatschappij meent dat seksueel geweld tegen vrouwen, en soms ook tegen mannen, een structureel maatschappelijk probleem is dat Vergangenheitsbewältigung behoeft.

Een ander deel van de maatschappij verzet zich tegen deze interpretatie van de geschiedenis. Dit deel van de samenleving meent dat #MeToo te ver gaat, een politiek instrument is geworden om tegenstanders het zwijgen op te leggen, en dat er collectieve schuld wordt verondersteld waar van collectieve schuld geen sprake is. Het is nog maar de vraag of de zaak Ford-Kavanaugh de Democraten zal helpen bij de tussentijdse verkiezingen in november, een indicatie dat de omvang van het deel van de bevolking dat #MeToo problematisch vindt niet moet worden onderschat. Je kunt zeggen, daar hebben wij niets mee te maken, dat deel van de bevolking is de vijand, die ewig gestrigen, maar als je verkiezingen wilt winnen is dat misschien een onverstandige strategie.

Deze strijd is een belangrijk onderdeel van wat de culturele oorlog (culture war) wordt genoemd. De emoties rond de zaak Ford-Kavanaugh geven aan hoezeer deze oorlog de Amerikaanse samenleving verdeelt. Het zal in West-Europa niet wezenlijk anders zijn dan in Amerika. (In Nederland gaat de culturele oorlog vooral over Zwarte Piet; elk land krijgt de culturele oorlog die het verdient.) Overigens vrees ik wel dat de democratisering van het slachtofferschap ertoe zal leiden dat uiteindelijk iedereen survivor is, wat betekent dat ook weer niemand dat is, maar dit terzijde.

Beeld Floor Rieder

Revolutie

Ruim een jaar geleden begon #MeToo zoals bekend met beschuldigingen tegen de filmproducent Weinstein, die nu terechtstaat in New York, en #MeToo ging verder dan menigeen indertijd had kunnen vermoeden. Het woord ‘revolutie’ is her en der al gevallen.

Waar structureel onrecht plaatsvindt of heeft plaatsgevonden zijn structurele veranderingen gewenst, ook dat is een overeenkomst met 1945, maar zelfs als het gaat om structureel onrecht en geweld moet individuele verantwoordelijkheid en schuld wel worden bewezen, deze juridische stelregel wordt nogal eens vergeten. Anders kom je voordat je het weet terecht bij de aan Machiavelli ontleende opvatting dat het het beste is de vijand met familie en al, inclusief nageslacht, uit te roeien om toekomstige conflicten te voorkomen.

Probleem is dat het justitiële apparaat als middel om recht te spreken en het verstoorde evenwicht te herstellen niet altijd voldoet. Of dat aan justitie zelf ligt of aan een behoefte aan vergelding, waarvoor het justitiële apparaat misschien niet toegerust is, is voer voor discussie. Bovendien vinden niet alle zaken hun weg naar justitie. Slachtoffers doen geen aangifte omdat ze vernederende vragen vrezen, bang zijn niet geloofd te worden. Wat hierbij verder een rol speelt, is dat veel seksueel geweld gepleegd wordt door een familielid, vriend of geliefde. De aarzeling om familielid, vriend of geliefde in de gevangenis te doen belanden en de angst voor mogelijke consequenties kan eveneens debet zijn aan de beslissing om geen aangifte te doen.

Zeker is dat de tussenweg, niet meteen een aanklacht indienen bij de politie maar klagen bij bijvoorbeeld de baas of een vertrouwenscommissie, lang niet altijd werkt. Zo schreef Maarten Huygen onlangs in NRC Handelsblad dat klagen over seksuele intimidatie op het werk vaak zelfs negatieve gevolgen heeft voor degene die klaagt, #MeToo lijkt daarin vooralsnog weinig reële veranderingen teweeg te hebben gebracht.

Het falen van het justitiële apparaat was ook een van de klachten van de Duitse jeugd in de jaren zestig en zeventig. De rechters, die veelal nog recht hadden gesproken onder Hitler, moesten beoordelen of hun voormalige kameraden zich schuldig hadden gemaakt aan misdaden waaraan de rechters zelf in sommige gevallen indirect hadden meegewerkt.

Eigenrichting

Eigenrichting is een begrijpelijke reactie op het falen van justitie. Oude en zeker ook nieuwe media lenen zich goed voor symbolische eigenrichting, al zijn de gevolgen niet altijd symbolisch. We moeten ook niet vergeten dat in het verleden racisme, vrouwenhaat en antisemitisme een doorslaggevende rol speelden bij eigenrichting. Denk aan pogroms tegen Joden in Oost-Europa en de lynchpartijen van zwarten in het zuiden van de Verenigde Staten. De vermeende (matzes die met het bloed van christelijke kinderen zouden zijn gebakken), een enkele keer ook echte misdaad die een Jood of zwarte zou hebben begaan was slechts het excuus voor extreem geweld. Eigenrichting en wreedheid lopen ongemerkt in elkaar over. In dit verband wijs ik ook op de acties van verontruste burgers, nog niet zo lang geleden, tegen als pedofiel bekendstaande burgers in Nederland.

Online eigenrichting, trial by social media, of door middel van conventionele media zijn nog geen pogroms of lynchpartijen, en het maakt verschil of je het hebt over leden van een in verdrukking verkerende minderheid of leden van de meerderheid, maar de woede van de massa is vrijwel altijd huiveringwekkend, en de beginselen van het recht – onschuldig tenzij anders bewezen, waarheidsvinding kost tijd en vereist een ingewikkeld en soms ook moeizaam weegproces van hoor en wederhoor – worden in naam van de volkswoede altijd onder de voet gelopen. In het geval van eigenrichting komt het oordeel direct na de aanklacht. De kwestie Woody Allen is een goed voorbeeld. Door geen rechtbank is hij schuldig bevonden, maar of hij vanwege alle ophef rond zijn persoon ooit nog een film zal uitbrengen is hoogst onzeker.

Als waarheidsvinding een vorm van blasfemie wordt, als de slachtoffers heilig worden verklaard (‘gelóóf de survivors’), hebben we het niet meer over recht en rechtvaardigheid maar over pseudo-religie. Iets soortgelijks hebben we zien gebeuren met de Holocaust. Na de Vergangenheitsbewältigung van de jaren zestig en zeventig werd de Shoah in de jaren tachtig en negentig in Nederland, in sommige kringen moet ik daaraan toevoegen, een religieuze aangelegenheid. Jan Oegema heeft daar in zijn boek Een vreemd geluk – de publieke religie rond Auschwitz inzichtelijk over geschreven. Misschien krijgt alle Vergangenheitsbewältigung vroeg of laat religieuze trekken, maar laten we ons daar vooral niet zonder meer aan overgeven.

Waarheidsvinding

Waar de ene partij dient te zwijgen, kan niet aan waarheidsvinding worden gedaan, zelfs als de juridische waarheidsvinding heeft plaatsgevonden kan historisch en psychologisch inzicht alleen worden verdiept als zowel slachtoffer als dader gehoord worden. Dergelijke overwegingen moeten ten grondslag hebben gelegen aan Buruma’s beslissing om in het nummer van 11 oktober jl. van The New York Review of Books, waarvan hij hoofdredacteur was, Jian Ghomeshi een essay te laten schrijven. (Buruma is een kennis van mij.)

Ghomeshi was een betrekkelijk beroemde Canadese muzikant en radiopresentator, die van seksueel geweld werd beschuldigd. Een Canadese rechtbank sprak hem vrij, in een geval legde de rechtbank hem op zijn excuses aan te bieden. Zijn leven was daarna radicaal veranderd, en precies daarover ging zijn essay.

Wat vervolgens gebeurde, is vermoedelijk genoegzaam bekend. Nog vóór het nummer bij de abonnees in de bus viel – Ghomeshi’s essay stond al online – brak een storm van verontwaardiging los. Een interview dat Buruma gaf aan het online magazine Slate (‘The exact nature of his [Ghomeshi’s] behavior – how much consent was involved – I have no idea, nor is it really my concern.’) was olie op het vuur. Binnen een paar dagen was Buruma ontslagen, de uitgever wenste imagoschade te voorkomen. Het naakte kapitalisme en de vulgaire moraal gaan hand in hand.

Nogal wat medewerkers van het tijdschrift, onder wie Anne Applebaum, Mark Lilla, Janet Malcolm, Ian McEwan en Colm Tóibín, lieten in een ingezonden brief hun ongenoegen blijken over Buruma’s ontslag. Daarnaast verscheen er in het nummer van 25 oktober een voor dat blad ongebruikelijke hoeveelheid brieven van lezers die zich hadden opgewonden over Ghomeshi’s stuk. Ook verschenen brieven van vrouwen die Ghomeshi hadden aangeklaagd voor seksueel geweld, een enkele lezer prees het artikel. 

De Frankfurter Allgemeine Zeitung schreef na Buruma’s ontslag dat het zorgelijk was dat een befaamd tijdschrift op die manier het debat smoorde. (‘Dass jedoch eine selbstbewusste liberale Zeitschrift wie die “New York Review of Books” Gegenmeinungen nicht verkraften kann und sich dem Druck der sebsternannten Moral-Elite beugt, gibt zu denken.’)

Maar ook zij die het voor Buruma opnamen, deden neerbuigend over Ghomeshi’s essay, vonden dat het niet had moeten worden afgedrukt, of gedroegen zich als advocaten tijdens een rechtszaak. Om een voorbeeld te geven: meer dan twintig vrouwen hadden Ghomeshi beschuldigd, mocht hij het dan wel over ‘several’ (verscheidene) hebben?

Nee, Ghomeshi’s stuk is geen zelfaanklacht in de stalinistische zin van het woord, aan zelfreflectie echter ontbreekt het hem niet: ‘You want the feeling of genuine contrition to stir within you – because people are telling you it’s the first step to redemption. And you let yourself imagine that some grand mea culpa might actually turn your fate around – regardless of the veracity of any allegations. But what you truly feel in the first days after being publicly accused is fear and anger, in that order.’

Zelfmedelijden

Je voelt niet altijd wat je behoort te voelen, niet op een begrafenis, niet als je beschuldigd wordt van seksueel geweld. Zelfmedelijden, hoe ongepast ook, steekt de kop op. Wie weleens in een gevangenis is geweest, weet dat de meeste gevangenen daar zich ook slachtoffer voelen, vaak niet ten onrechte. Zelden is de dader alleen maar dader.

Zoals gezegd, Ghomeshi is door een rechtbank vrijgesproken. En wederom, als wij de juridische beginselen die onontbeerlijk zijn voor een fatsoenlijke samenleving (onschuldig tenzij anders bewezen, de verdachte heeft spreekrecht, de waardigheid van verdachte moet zo min mogelijk worden aangetast) loslaten, wordt de ene wreedheid hooguit door een andersoortige vervangen.

Gaat #MeToo dan te ver? Nee, we hebben te maken met een structureel probleem, misschien net zo structureel als het fascisme na 1945 in Europa, zij het op een ander niveau, en dat probleem vereist een mentaliteitsverandering waarvoor tijd en onderzoek nodig zijn. 

In zijn boek over 1945 schreef Buruma dat hij sceptisch was dat wij iets konden leren van de geschiedenis, dat kennis over de dwalingen van onze voorouders onze dwalingen zal voorkomen. Een scepsis die ik deel en een reden waarom ik moeite heb te geloven in morele vooruitgang. Maar de waarheidscommissie (Truth and Reconciliation Commission, de naam alleen is veelzeggend) die in Zuid-Afrika na de val van het apartheidsregime is aangesteld, zou als voorbeeld kunnen dienen hoe om te gaan met het verleden zonder de samenleving verder te splijten dan strikt noodzakelijk. Met een knuppel, al dan niet metaforisch van aard, dwing je geen betere samenleving af.

Contrarevoluties

De grote revoluties in Europa werden gesmoord in contrarevoluties, op de Franse revolutie volgde het schrikbewind van Robespierre, de Russische revolutie werd snel opgevolgd door de terreur van Stalin. Vandaar de uitdrukking: de revolutie eet haar kinderen op. Wat dat betreft is het te hopen dat #MeToo géén revolutie is, maar aangezien dat woord is gebruikt moeten we bij het ontslag van Buruma toch een klein beetje aan het jakobinisme en Robespierre denken.

Wie zich werkelijk wil verdiepen in structureel seksueel geweld raad ik van harte aan Klaus Theweleits boek Männerphantasien, Volume 1, Frauen, Fluten, Körper, Geschichte te lezen – ik baseer me op de Amerikaanse editie. Ruwweg gaat dit boek over het fascisme in de (mannelijke) seksuele fantasie en over de seksuele fantasie in het fascisme. Dat het fascisme alleen in de mannelijke fantasie zou zitten, lijkt me overigens een te geruststellende gedachte.

Theweleit stelt terecht dat het de dwaling van de progressieven is te denken dat het fascisme een materieel probleem is dat vanzelf verdwijnt als de juiste economische toestand is ingetreden. Het afschaffen van kapitalisme en de bourgeoisie, zie de Sovjet-Unie, hebben de fascistische reflex niet wezenlijk verminderd. Zo valt eveneens te vrezen dat het afschaffen van het patriarchaat, wat we ons daar ook bij voorstellen, niets wezenlijks aan het seksueel geweld zal veranderen, hooguit zal het andere vormen aannemen.

De sociaal psycholoog en socioloog Rolf Pohl zei in een interview in de Süddeutsche Zeitung dat bij alle vormen van seksueel geweld (tegen vrouwen) de vrouw gestraft wordt voor het verlangen dat zij in de man oproept.

Het verlangen, de fantasie, staat aan gene zijde van de moraal. Er wordt weliswaar regelmatig over seks gesproken en porno is ruimschoots beschikbaar, maar werkelijk nadenken over die merkwaardige en explosieve mengeling van begeerte en angst, straf en genot, oftewel ons verlangen, wordt meestal hardnekkig vermeden. Wij willen, vermoed ik, niet weten wat wij werkelijk verlangen. En nee, het is duidelijk dat niet elk verlangen uitgeleefd moet worden, of alleen symbolisch, maar eerst is inzicht in dat verlangen nodig. Aan zelfbeheersing gaat zelfinzicht vooraf.

Het fascisme, schrijft Theweleit, biedt de massa de mogelijkheid hun onderdrukte driften uit te drukken, soms ook uit te leven. Om de explosie van die driften te voorkomen, is eerst aanvaarding nodig dat de fantasie zelf, hoe schandelijk misschien ook sociaal gezien, vrij is en vrij moet blijven.

De blinde, gewelddadige ontkenning van verlangens is schadelijk voor het individu en daardoor uiteindelijk ook schadelijk voor de maatschappij. In dit verband is het raadzaam de film Das weisse Band van Michael Haneke te bekijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.