Met een hoofd vol impressies terug naar huis

Bij alle grote ontwikkelingen in de Franse schilderkunst aan het eind van de vorige eeuw waren ook jonge Amerikaanse kunstenaars betrokken....

Ze studeerden aan de kunstacademie van Parijs, deden mee aan de grote jaarlijkse tentoonstellingen en stortten zich, even gretig als hun Franse collega's, in het nachtleven van Montmartre. Ze bleven maanden of jaren in Frankrijk hangen, een paar zelfs hun hele leven. Ze volgden de ontwikkelingen in Parijs op de voet, van de academische romantiek in het midden van de eeuw, tot het impressionisme later.

En als ze naar huis vertrokken, was het met koffers vol schetsen en een hoofd vol indrukken. Ze namen, in al die toen heersende stijlen en scholen, een Europese ontwikkeling mee, die onmiddelijk wortel schoot in de jonge Amerikaanse schilderkunst. Ze transporteerden de bossen van Fontainebleau en het nachtleven van Montmartre, de heïge kliffen van Dieppe en de bloeiende bloesems van Auvers-sur-Oise naar Boston, New York, Washington en Minneapolis.

In Giverny - waar Monet zich in 1883 vestigde en er zijn inspirerende tuinen ontwierp die jaarlijks nog miljoenen bezoekers trekken - toont die jonge Amerikaanse schilderkunst hoe schatplichtig ze is geweest aan dat grote Franse voorbeeld met een tentoonstelling in het nieuwe Musée d'Art Américain, recht tegenover Monets droomtuinen.

The City and the Country: American Perspectives, 1870-1920 laat in meer dan honderd werken zien hoe de Nieuwe Wereld, van Winslow Homer tot Edward Hopper, zich rond de eeuwwisseling door de oude liet inspireren. Landschappen en stadsgezichten vormen de lopende draad in dit overzicht van een halve eeuw, de twee grote schilderthema's van die jaren.

Het exposé begint bij een reeks schilderijen als The Cider Mill uit 1880 van John George Brown, een zoetlief arcadisch droombeeld van braaf appeletende meisjes in een zonovergoten tuin, zo overgenomen van Courbet of Millet. Het eindigt bij het opeens hoogst moderne Night Shadows uit 1921 van Edward Hopper.

Hij is het grote Franse voorbeeld ontstegen, heeft zijn eigen big city blues gevonden, in een straatbeeld en perspectief dat eerder aan Bauhaus en de Moderne Zakelijkheid doet denken. Pas bij Hopper sluit een tijdperk, en begint een ander waarin de nieuwe wereld zich van de oude leerde losmaken.

De jonge Amerikaanse schilders namen alle invloeden van die halve eeuw gulzig in zich op. Ze schilderden, met hetzelfde palet als hun Franse voorbeelden, de boulevards van Haussmann in Parijs (Fernand Lungren), de tuinen van het Luxembourg (Maurice Brazil Prendergast) en het nachtleven in Montmartre (Richard Emil Miller); glinsterend grijze olijfboomgaarden op het platteland (William Merritt Chase), eenzame herders met hun kudde in de avondschemering (Charles Sprague Pearce) en oogstende boeren in een panoramisch breed perspectief (Winslow Homer).

Ze waren jong en ontvankelijk voor nieuwe indrukken, daarvoor waren ze ook naar Europa gekomen, en voelden direct dat ze gevonden hadden, waar ze in Amerika al lang naar hadden gezocht. Ze leefden het leven van hun Franse collega's, schilderden samen, aten en dronken samen, exposeerden samen en verkochten samen. En schilderden later thuis, aan de oever van de Wissahickon of in de straten van Boston, met dezelfde streek en kleur als in Giverny of Montmartre.

Niet alleen in de regen en de parapluies, de weerspiegeling van rijglaarsjes in de natte kasseien en in de wind die een kanten onderrok oplicht, zit de gelijkenis in de straatscènes uit New York en Parijs, die de Amerikaanse schilders Fernand Lungren en Drederick Childe Hassam aan het eind van de vorige eeuw schilderden. Het zit in alles, in elke penseelstreek. Pas veel later zou zich, uit die ervaring in Europa, iets eigens ontwikkelen.

Het gefilterde licht van Barbizon schijnt op de strohoed van een jongen in een bos, die met zijn zakmes een stok scherpt, maar het blijkt - in Winslow Homers The Whitting Boy - het licht van de Missisippi. En die jongen is geen boerenknul uit de campagne, maar Huckleberry Finn. Een eigen motief hadden ze dan wel gevonden, het palet bleef schatplichtig aan hun Franse jeugd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden