Recensie Het Nationaal Ballet

Met drie stuk voor stuk fascinerende choreografieën is het Nationaal Ballet klaar voor het nieuwe seizoen (vier sterren)

Aan de hand van Robbins en Bernstein gaan de dansers in The New Classics het gesprek aan.

Serenade after Plato’s Symposium, choreografie: Alexei Ratmansky. Beeld Hans Gerritsen

Het Nationale Ballet heeft een snoekduik het nieuwe seizoen in gemaakt. Zaterdag was er het jaarlijkse Gala, een avond met een gulle hoeveelheid dans, wijn en baljurken, en dinsdag ging The New Classics in première. Dit programma is meteen een must, met drie uiteenlopende, stuk voor stuk fascinerende choreografieën waarin de dansers ogen als, jawel, vissen in het water.

Twee legendarische Amerikaanse kunstenaars – ze zouden dit jaar 100 zijn geworden – staan centraal: choreograaf Jerome Robbins en componist Leonard Bernstein. Samen maakten ze onder andere de Broadway-hitmusical West Side Story. In het gebouw van Nationale Opera & Ballet galmt geen ‘Ma-ri-a, Ma-ri-a, Ma-ri-a, Ma-ri-ááá’, maar tonen de heren zich van een serieuzere kant. Robbins, met Balanchine die andere grote naam van het New York City Ballet, gaat in Dances at a Gathering (1969) een uur lang aan de haal met pianocomposities van Frédéric Chopin. Bernsteins vioolconcert Serenade after Plato’s Symposium krijgt weerwoord van de wereldberoemde Russische choreograaf Alexei Ratmansky (2016).

Als er een kapstok is waaraan je deze twee totaal verschillende balletten kunt ophangen, is het de metafoor van ‘het gesprek’. Waar Robbins en Chopin babbelen en kabbelen, zijn Bernstein en Ratmansky druk en met grote gebaren aan het oreren.

Serenade after Plato’s Symposium, choreografie: Alexei Ratmansky. Beeld Hans Gerritsen

Dances at a Gathering is een komen en gaan van mensen. De vijf mannen en vijf vrouwen in zacht wapperende, pastelkleurige blouses en jurkjes, die scherp afsteken tegen het zomers blauwe achterdoek, komen alleen aan het eind samen. Daarvoor zijn ze veelal met z’n tweeën of drieën, soms alleen of met meer. Onderling is er van alles gaande, maar altijd op een luchtige, speelse of tedere toon. Ontmoetingen kunnen net zo makkelijk beginnen als eindigen. Hoe de relaties precies zitten, doet er niet toe. Robbins psychologiseert niet, hij schetst van een afstandje een sfeer van leven, een perpetuum mobile. Inhoud en dans zijn kraakhelder en toch dromerig, precies als het prachtige pianospel van Ryoko Kondo.

Waar Robbins bewegingen uit de Poolse folklore citeert (Chopin was van geboorte Pools, Robbins bracht er in zijn jeugd gelukkige vakanties door) zien we in de kostuums van Ratmansky Griekse knipogen, met losjes gedrapeerde stoffen. In Symposium (uit het Grieks vertaald: ‘drinkgelag’, ‘feestmaal’) laat Plato zeven invloedrijke mannen uit Athene filosoferen over wat liefde is en waartoe ze dient. Niet dat je die betogen nou terughoort of -ziet. Een zwevend wit vlak, een hap uit een tempel wellicht, kantelt nu en dan een slag en er zijn duidelijke solo’s. Maar verder zie je toch vooral een kameraadschappelijk samenzijn. In de energie, hoeveelheid en virtuositeit van de passen, draaien en sprongen – dit ballet is echt een huzarenstukje voor mannen – weerspiegelt Ratmansky vooral de vormaspecten van het debat, het debatteren als gebeurtenis.

Sprookjes

Het Nationale Ballet zou Het Nationale Ballet niet zijn als het zich niet ook stort op sprookjes. Je kunt het je nauwelijks voorstellen, maar straks staan de dansers uit de moderne balletten van The New Classics weer met evenveel overgave te doen alsof ze een zwaan of een Wili zijn, zo’n geest van een te vroeg gestorven maagd in een lange witte tutu. Die veelzijdigheid maakt het gezelschap bijzonder en vast ook een geweldige plek om te dansen. Komend seizoen worden naast de romantische klassiekers Giselle en Het Zwanenmeer de verhalende balletten Cinderella (Wheeldon) en La Dame aux Camélias (Neumeier) hernomen. Nieuw werk waarnaar wordt uitgekeken is Requiem, van David Dawson. Met in het achterhoofd het einde van de Eerste Wereldoorlog, honderd jaar geleden, wil hij niet zozeer een lamento maken, maar een oproep tot bewustwording doen. Wat voor wereld laten we achter voor toekomstige generaties?

Verrassend is de entree van een vrouw. Igone de Jongh, die de priesteres Diotima (Socrates’ leermeesteres) verbeeldt, is met haar rijzige gestalte en verbluffend lange lijnen een imposante, bij vlagen zelfs amusante autoriteit in dit mannenonderonsje.

Chroma (2006), puur dansgenot dat al eerder bij Het Nationale Ballet te zien was, sluit beide exposés mooi af. In een architectonisch, museaal wit toneelbeeld gaat de Britse choreograaf Wayne McGregor het meest abstract en eigentijds te werk. Met golvende torso’s en alle kanten op knikkende en knakkende ledematen (extreem hoog zwiepende benen zijn favoriet, het lijkt soms wel turnen) zoomt hij volledig in op de fysieke mogelijkheden van het lichaam. Op de, eventueel ook symbolisch op te vatten, veerkracht van de mens.

Serenade after Plato’s Symposium, choreografie: Alexei Ratmansky. Beeld Hans Gerritsen

 Het Nationale Ballet: The New Classics. Met choreografieën van Jerome Robbins, Alexei Ratmansky en Wayne McGregor. 

Met medewerking van Het Balletorkest, Ryoko Kondo (piano) en Noé Inui (viool). 

11/9, Nationale Opera & Ballet, Amsterdam. Te zien tot en met 25/9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.