BesprekingCD- en platenboxen

Met deze uitgebreide boxen van Elton John en Ultravox kom je zo de donkere dagen door

Ultravox, met vanaf links: Warren Cann, Midge Ure, Chris Cross en Billy Currie.Beeld Getty

Het is druilerig, koud en om 4 uur schemert het al: voor de popfanaat hét moment om die speciale cd- en platenboxen eens uit te spitten. De Volkskrant duikt in de heruitgave van Vienna van Ultravox en een joekel van Elton John.

Toen de Britse band Ultravox zich aan het succesalbum Vienna zette, waren de vier mannen zelf al in een nostalgische bui. Kunt u nagaan hoe weemoedig de herdenkingsuitgave óns stemt. De kunstzinnige newwaveband voelde zich in 1979 weliswaar herboren, met de nieuw aangestelde zanger Midge Ure als opvolger van de dwarse muziekdenker John Foxx, maar ter inspiratie voor een nieuwe plaat dook de band in de geschiedenis. En wel de duistere, romantische geschiedenis van het oude Europa.

Ultravox zag de onheilspellende Britse film The Third Man (1949) van regisseur Carol Reed, naar het boek van Graham Greene, en schreef het nummer Vienna, waarin feitelijk eenzelfde verhaal wordt verteld over vriendschap en verraad tegen het decor van een ontspruitende Koude Oorlog in de opkrabbelende cultuurhoofdstad Wenen. 

Ultravox zag in The Third Man een harde, ijskoude wereld van decadentie en moreel verval, die verdomd veel leek op het Verenigd Koninkrijk van rond 1980. Premier Margaret Thatcher voerde destijds een snoeihard economisch beleid, waartegen de arbeidersklasse in opstand kwam, en samen met de Amerikaanse president Ronald Reagan leek Thatcher ook nog vrolijk aan te sturen op een Derde Wereldoorlog. De spanning in Europa was om te snijden.

Ultravox in Parijs in 1982.Beeld Getty

En dus schilderde Ultravox het lied Vienna in dezelfde schaduwtinten als de klassieke film met breed uitgedragen synthesizers, drumcomputers en een treurige piano. En niet te vergeten de troosteloze teksten, eerst nog zwaar en monotoon voorgedragen door Midge Ure: ‘A man in the dark in a picture frame, so mystic and soulful.’ Daarna schreeuwend in een smachtende machteloosheid: ‘The feeling has gone, only you and I, it means nothing to me. Oh, Vienna.’ 

Wie veertig jaar geleden voor het eerst naar Vienna luisterde, moest een sjaal om en een muts op. Door de heruitgave waait dezelfde gure wind van het ploeterende werelddeel en de dingen die mensen elkaar aandoen.

Het album Vienna, dat veruit de succesvolste plaat van de daarvoor nog vrij obscure band Ultravox zou worden, leverde een van de meest Europese muziekwerken van de jaren tachtig. En zo van het laatste decennium van het oude Europa, dat van voor de val van de Muur. De plaat voelde als een somber verslag van een trans-Europese reis.

Ultravox in 1983.Beeld Getty

In het pompeuze titellied wordt het noodlot aanschouwd en glipt de klassieke cultuur Ultravox door de vingers. We horen een orkest in een Weense muziekzaal. ‘It fades to the distance’, zingt Ure. In het energiek rockende nummer New Europeans wordt het failliet van de moderne westerse cultuur geschetst, in stemmige beelden van jongeren die aan tv-schermen vastgevroren zitten. ‘He’s a European legacy, a culture for today’ – het zou met de smartphone nog nét een tikje erger worden. In het rafelige lied Western Promise wordt de blik verlegd naar het Oosten, als mogelijke uitweg voor de arme mensheid. ‘Oh mystical East, you’ve lost your way. Your rising sun shall rise again’,  belooft Ultravox. ‘This is my Western promise.’

Maar de plaat werd ook een klein popmonument vanwege de toonaarden van de muziek: de synthesizerpracht die het tijdperk van doemdenkerij en de no future-generatie inluidde. De mensheid was reddeloos verloren en Vienna bereidde het poppubliek voor op het nakende einde – met intussen, heel geniepig, toch ook best verwarmende en op de toekomst gerichte muziek.

Want de klankenpracht maakt van Vienna een mijlpaal voor Europa, een overgangsplaat tussen tijdperken. Ultravox stamde uit de jaren zeventig en was onder leiding van zanger en beeldend kunstenaar John Foxx een onderzoekende, quasi-intellectuele newwaveband met een hang naar de deftige glamrock van Roxy Music. Dus had Ultravox een niet al te brede aanhang. 

Dat werd met de nieuwe zanger Midge Ure anders. De vierde plaat was toegankelijker en werd mede dankzij de reusachtige wereldhit Vienna (en de begeleidende ‘clipnoir’) een uithangbord van de ontluikende eighties. Ultravox was ineens een band van goedgeklede heren met knappe kapsels, zo’n toonaangevende stijlband van wie je er in de vroege jaren tachtig wel meer had (denk aan Duran Duran en Japan).

Maar de muziek bleef avontuurlijk. En met de vele extra’s op de herdenkingsbox kunnen we de knoop ontwarren die Ultravox veertig jaar geleden voor ons had gelegd. De band ging voor Vienna in zee met de legendarische Duitse producer Conny Plank, een van de architecten van de Europese popmuziek. Plank had aan de wieg gestaan van de krautrock en meegewerkt aan de platen van avant-gardistische bands als Kraftwerk, Cluster en Neu. En met zijn harde, rauwe productie van Vienna kon Plank de link leggen tussen de recalcitrante elektronische muziek van de jaren zeventig en de wat lossere synthpop van het decennium erna. 

Ultravox in 1984.Beeld Redferns

Hoe briljant hij dat deed, is te horen in het nummer Mr. X – en zeker in de door progrockproducer en songwriter Steven Wilson bewerkte versie. Een ijskoude, kale drumcomputer slaat het trage ritme van een nachtelijke trein en daarover dwarrelen synthesizers die doen denken aan de apparaten van synthpioniers Jean-Michel Jarre en Tangerine Dream. Daarna scheuren de toetsen als vierkante rockgitaren en jammert een elektrische viool. Zo grijpt Ultravox nog verder terug in de muziekgeschiedenis en legt de band nog meer dwarsverbanden, in een zich steeds verder uitbreidend netwerk van Europese muziekcultuur.

Op de luxe-editie van Vienna wordt de mix van progressieve rock, vroege elektronische kunstmuziek en synthpop nog mooier uitgelicht, vooral dankzij de vele leuke rariteiten. Een nóg killere versie van Mr. X in het Duits bijvoorbeeld, in de vertaling van de echtgenote van Conny Plank: Herr X. En een met grimmige machinegeluiden versierde, extra lange opname van de stampende elektronische rocksong All Stood Still

Het album Vienna werd door veel Ultravox-fans van vóór het succesverhaal gezien als ‘te commercieel’, ook vanwege het eindeloos op MTV herhaalde titellied. De heruitgave biedt de kans de grensoverschrijdende plaat nog eens tegen een nieuw – en gelukkig nog steeds heerlijk somber – Europees licht te houden.

Duistere blikken

De videoclip bij de hit Vienna van Ultravox was in 1980 niet van de tv te branden, en werd vooral door MTV eindeloos herhaald. De schimmige video vol duistere en veelbetekenende blikken, geïnspireerd door de klassieker The Third Man (1949), was low budget opgenomen in Londen en Wenen. De bandleden vlogen midden in de winter met één cameraman naar Oostenrijk, en ontdekten in de hoofdstad dat veel trekpleisters waar ze wilden filmen gesloten waren. Ze eindigden ten einde raad op een begraafplaats, liet drummer Warren Cann zich eens ontvallen. ‘Dan nog snel even een shot van een zonsondergang, en hup, terug naar Londen.’

Beeld Warner

De heruitgave van Vienna is verkrijgbaar in verschillende formaten. De voor dit artikel beluisterde en gelezen editie bevat vijf cd’s, inclusief een optreden uit 1980, een dvd, een boekwerk en fotoprints. De boxset is verschenen bij Chrysalis/ Warner, 55 euro.

JEWEL BOX, ELTON JOHN

De waardevolste boxen zijn toch de fraai geboetseerde collecties die gelouterde musici zelf samenstellen uit het eigen werk. Oftewel: de muzikale autobiografieën die je diep laten graven in de psyche van de maker. De Jewel Box die Elton John met zijn oeuvre bouwde, uiteraard met zijn vaste liedschrijver Bernie Taupin, moet volgens het duo worden gezien als ‘een alternatief levensverhaal’ van de artiest Elton John. Het is dus een licht eigenwijze selectie van werk, zónder de grote hits (inderdaad: I’m Still Standing en Rocket Man ontbreken) maar mét heel veel al dan niet curieuze liedjes die iets zeggen over de ware aard van Sir Elton, een van de belangrijkste Britse songwriters.

De glanzend groene Jewel Box voelt werkelijk als een biografie. Allereerst vanwege de verschijningsvorm: een koffietafelboek met achterin, bij wijze van register, acht cd’s. Maar vooral door de samenstelling. Elton John is achter zijn laptop gaan zitten en heeft bij veel geselecteerde liedjes een kleine geschiedenis geschreven, meestal voorzien van een spetterende anekdote. Dat werkt natuurlijk fantastisch: we wandelen samen met de componist door zijn favoriete werken, met de bijbehorende cd in de speler, en komen te weten wat er rond de opname van ieder nummer zoal speelde in het onrustige muziekhoofd van Elton John.

Elton John in 1974.Beeld Getty

De ware liefhebbers duiken natuurlijk direct in de drie cd’s vol uiterst vroeg werk, vanaf midden jaren zestig. In de destijds hippe jarenzestigliedjes hoor je de eerste aanzetten tot grote werken van het illustere liedschrijfduo John en Taupin, bijvoorbeeld in het met schetterend koper versierde Taking the Sun from my Eyes, uit 1969. De zangstem van John moet daar duidelijk nog even warm draaien.

De twee cd’s gevuld met deep cuts (obscure liedjes van overbekende artiesten) zijn ook mooi. Elton John laat ons het rustig rockende Monkey Suit horen. En verklaart zijn liefde voor Leon Russell (1942-2016), met wie hij in 2010 dit nummer opnam. Russell, een van de voornaamste en tegelijkertijd meest ondergewaardeerde Amerikaanse songwriters van de vorige eeuw, is een van de belangrijkste inspiratiebronnen van John. ‘Ik was op vakantie in Zuid-Afrika en luisterde naar Russells lied Back to the Island. Ik besefte toen wat een enorme invloed hij op mijn werk heeft gehad. En hoe erg het is dat deze ongelooflijke musicus in de vergetelheid is geraakt’, schrijft hij. 

John nam met Russell twee albums op, en neemt nu maar liefst drie songs van het koppel op in zijn favorietenlijst. Ja, we leren echt iets over zijn beweegredenen.

Elton John in 1972.Beeld Getty

Bij de pianoballade Mellow uit 1972 veren we opnieuw op. O ja, Mellow, waarom is dat liedje destijds eigenlijk geen hit geworden? Omdat het natuurlijk afkomstig is van de plaat Honky Château, waar al de monsterhit Rocket Man en nog vier andere succestracks op staan. 

‘Hits nemen soms een enorme vlucht, gaan een eigen leven leiden’, legt John uit. Ze overschaduwen soms de andere, meer verfijnde werken op een album. En dat vindt Elton John jammer. ‘God, wat houd ik van mijn liedje Mellow’, schrijft hij in een vlaag van onbescheidenheid. ‘Een van de mooiste songs die ik ooit heb opgenomen, met een van de beste pianosolo’s die ik ooit heb gespeeld.’ Daarna vertelt John nog hoe de elektrische viool in het nummer, gespeeld door de jazzviolist Jean-Luc Ponty, werd opgenomen. ‘We plugden Ponty in een Lesliespeaker, dat ding op een Hammondorgel waar dat draaierige tremolo-effect uit komt. Hij vond het geweldig.’

Verhelderend is het verhaal achter het wonderlijke (en eigenlijk behoorlijk lelijke) Shoot Down the Moon uit 1985, waarin John probeert heel spannend te zingen. Nu blijkt waarom. ‘Ik was geobsedeerd door het idee dat ik een nummer voor een James Bond-film moest maken. Zelfs de titel klinkt als een Bond-film! Ik heb echt overwogen dit lied in te zenden.’ John, met zelfspot: ‘Maar mijn gezond verstand overwon. En ik moet hier eerlijk toegeven dat dat niet heel vaak gebeurde in deze fase van mijn leven.’

De Jewel Box is een fijn autografisch bladerboek mét muziek. Verplicht studiemateriaal dus voor verknochte John-fans.

De Jewel Box (boekwerk, acht cd’s) van Elton John is verschenen bij EMI/Universal, 100 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden