Aard van het beestje

Met de ringmus gaat het slechter en slechter, maar in Friesland gloort hoop

Iedere week schrijft Caspar Janssen over een dier in zijn habitat. Wat typeert het dier en waarom doet het juist nu van zich spreken?

Ringmus  Beeld Margot Holtman
RingmusBeeld Margot Holtman

Het is meteen raak. Vanuit het woonhuis van Arend Timmerman zien we een groepje ringmussen in een sleedoorn. Timmerman: ‘Ze zijn in deze tijd van het jaar altijd op zoek naar zaden, bij voorkeur op een plek waar een bosje of een haag is, zodat ze bij onraad meteen dekking kunnen zoeken.’

Geen toeval dus, maar wel geluk. ‘Het is pas sinds een paar dagen dat we ze daar weer zien’, zegt Germ de Vries, die samen met Timmerman al decennia de ringmussen volgt in het Friese Eastermar. En ringmussen zijn, anders dan huismussen, erg schuw. De Vries: ‘Als we nu naar buiten lopen zijn ze weg.’

Ringmussen en huismussen lijken op elkaar. Maar de ringmus heeft een bruine kruin, witte wangen met een vlek en een witte nekrand die je voor een ring zou kunnen aanzien. En waar huismussen mensen opzoeken in de bebouwde omgeving, is de ringmus juist een plattelandsvogel. Wat ze gemeen hebben is dat ze al decennialang gestaag in aantal teruglopen.

We maken tochtje door de Friese Wouden, langs nestkasten die Timmerman en De Vries in het broedseizoen stelselmatig controleren. Sinds 2015 kleurringen ze de ringmussen ook, voor de individuele herkenning. Van de 280 nestkasten zijn er jaarlijks gemiddeld vijftig door ringmussen in gebruik.

Gek genoeg begonnen Timmerman en De Vries hier – na hun pensioen – met hun onderzoek omdat het in Eastermar wel goed leek te gaan met de ringmussen. Timmerman: ‘Dat was opvallend. En praktisch, want hier was nog een populatie die groot genoeg was om te onderzoeken.’

De ringmus heeft te lijden gehad onder de veranderingen in de landbouw. Timmerman: ‘Ringmussen eten in voorjaar en zomer vooral insecten. Daarna moeten ze met zaden de winter doorkomen. Maar gemengde bedrijven, met veeteelt en akkerbouw, zijn er niet meer. En granen zijn vervangen door snijmaïs, daar valt voor ringmussen niets te halen.’ Door het efficiënter oogsten van wintertarwe bleef er ook minder op de velden liggen. En natuurlijk ging het gebruik van pesticiden en herbiciden ten koste van insecten en akkerkruiden. Al met al ging weer een natuurbeeld verloren: groepjes foeragerende ringmussen op stoppelvelden in de winter.

Maar waarom hielden de ringmussen in Eastermar wel stand? We staan midden in een deel van het antwoord: het coulissenlandschap staat hier nog overeind. Timmerman: ‘Al in de jaren tachtig was hier een regeling om boeren te enthousiasmeren om de houtwallen te onderhouden. Je hebt nu houtwallen in verschillende stadia, er is veel variatie. En er staan hier veel oude eiken, die barstensvol eten zitten.’ De nabijheid van de rietmoerasoevers van beide meren hier speelt ook een rol, vermoedt hij. ‘Daar zitten veel zaden.’

Maar dan resten nog genoeg mysteries. De twee onderzoekers ontdekten dat maar liefst 30 procent van de eieren van de ringmussen niet uitkomt. Ze onderzochten vervolgens monsters op de aanwezigheid van gifstoffen en vonden vijftien soorten. Maar de hoeveelheden zijn laag en verklaren mogelijk niet alles of zelfs weinig. Het zou ook kunnen dat bacteriën en virussen een rol spelen bij de ‘dode’ eieren. Dat onderzoeken ze nu.

Intussen valt op dat de populatie ringmussen in Eastermar min of meer stabiel is. Timmerman: ‘Het gaat eerder beter dan slechter. Een populatie blijft op peil als er van ieder paartje elk jaar minimaal zes jongen uitvliegen. Dat lukt hier ruimschoots.’ Hij ziet nog een mooie ontwikkeling. ‘Er zijn boeren die weer kruidenrijk grasland willen, of bloemrijke akkerranden aanleggen. Meer voedsel voor ringmussen dus.’ Dus ja: misschien valt het tij nog wel te keren.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden