REPORTAGE

Met de camera in de aanslag op zoek naar sporen van D-day

Vondst aan Normandische kust

Zijn opa was een van de geallieerden die op D-day landde op een Normandisch strand. Fotograaf Donald Weber ging er zeventig jaar later met zijn voeten in het zand staan, camera in de aanslag. Hij deed een verbijsterende ontdekking.

Gold Beach bij Arromanches-sur-Mer. Beeld Donald Weber

Wie de man in de branding verderop ziet staan, zou kunnen denken dat hij een zeehengelaar is. Bonkige gestalte. Baard. Rubberlaarzen. Hengel op een statief. Pas als je dichterbij komt, lopend over de zompige zeebodem bij Gold Beach, zie je dat hij een fototoestel op de driepoot heeft bevestigd en vrijwel onafgebroken opnamen maakt. Richt op een wolk: klik. Iets naar rechts: klik. Naar de regen die plots vanuit het westen komt aanzetten en watersluiers over Normandië werpt: klik. Naar de bodem met oesters en mosselen, zeewormen en geulen waarin het tij pijlsnel opkomt: klik. Enzovoort, urenlang. Honderden foto's.

Zo werkt hier de Canadese fotograaf Donald Weber, begin mei, tien dagen aaneen, van 's ochtends vroeg tot de zon ondergaat, aan zijn project War Sand. Het is een zoektocht naar sporen van de dramatische gebeurtenissen die hier op D-Day, 6 juni 1944 - morgen 71 jaar geleden - plaatsvonden. De invasie van de geallieerde troepen op vijf stranden van Normandië, waarvan Gold Beach er een is en Omaha Beach het bekendste. De massaslachting van duizenden soldaten in luttele uren. De doorbraak van de Duitse linies, het in Europa euforisch verwelkomde, zichtbare begin van het einde van het Hitler-regime.

Toeristen schuifelen over Gold Beach. Ogenschijnlijk is er niet veel te vinden. Zand, wind, wolken en de reusachtige, afgebrokkelde cementblokken die na D-Day tezamen een noodhaven vormden, in een halve cirkel voor de kust als gestrande potvissen. Ook bij de andere landingsstranden zijn sporen van de strijd maar spaarzaam zichtbaar.

Maar wie kijkt met de blik van Donald Weber, ziet een andere wereld. 'Geen plek is hier hetzelfde. De zee, de wolken, het licht, de stroming van het water, de bewegingen van toeristen en bewoners - er is voortdurende verandering', zegt hij terwijl hij zijn laarzen uittrekt en ondersteboven houdt om het over de randen gegolfde zeewater te lozen. 'Deze stranden geven me energie, ik voel er verbintenis mee.' En, zegt hij, dat je de oorlog niet meteen ziet, betekent niet dat hij er niet is.

Een herdenking op Gold beach, vorig jaar. Beeld AFP

Geen herdenkingsceremonies

Dit is zijn vierde bezoek aan de oorlogsstranden sinds 2013, en het is vermoedelijk het laatste dat voor War Sand nodig is. Foto's met weidse luchten en grauw oplichtende wolken. Nu en dan een plukje mensen op het strand, of een geparkeerde auto bij een monument. Een stuk asfaltweg. Tekenen dat het gewone leven hier al decennia doorgaat. Geen gegroefde gelaten van zwaar gedecoreerde bejaarde oorlogsveteranen. Getinte luchten, maar niet de Armageddon-achtige clichés die we met oorlog in verband brengen.

Weber richt de camera niet op herdenkingsceremonies met vlaggenvertoon. Heeft geen oog voor de ironie die een cynischer fotograaf dan hijzelf hier met al die toeristentreintjes, touringcars en gefröbeld eerbetoon met bakken tegelijk kan opscheppen.

Wat dan wel? Welke oorlog ziet Weber in de lucht, het water en die glimpen van het hedendaagse leven?

Eerst de voorgeschiedenis.

Microscopische beelden van het zand op de stranden, waaruit de ijzerdeeltjes bleken. Beeld Donald Weber

Architect

Weber (Toronto, 1973) begon zijn project in Normandië toen hij afscheid nam van Oekraïne en Rusland, waar hij tien jaar had gewoond en als fotojournalist van Oost-Siberië tot op de Krim had gereisd. Als jochie was hij gefascineerd geraakt door de Sovjet-Unie, na een opmerking van zijn vader: 'De mensen hebben daar geeneens boter.' Een rare observatie, die Dons geloof in de oppermacht en wijsheid van zijn vader deed wankelen. Maar wel eentje die zijn nieuwsgierigheid - in de jaren van communistenvreter Ronald Reagan - deed ontkiemen.

Naar het rijk van het kwaad en nucleaire dreiging, maar ook van helden als kosmonaut Joeri Gagarin. Als puber volgde hij het nieuws van de atoomramp bij Tsjernobyl. Hij zag het bloedrode beeldmerk van Solidariteit opduiken, de Poolse vakbond die het opnam tegen de dictatuur. Hij raakte nieuwsgierig naar de Muur en de DDR. En zag - op afstand - hoe vanaf 1989 de almacht van Sovjet-Unie verkruimelde en Oost-Europese potentaten vielen. Don Weber raakte in de ban.

Fotograaf wilde hij worden, om te getuigen van wat hij op zijn reizen in dat fascinerende werelddeel zou ontmoeten. Een docent op de middelbare school in Toronto ontraadde hem die carrière, en Don bekwaamde zich als architect. Niet als de minste. Nadat hij was afgestudeerd, solliciteerde hij bij het gerenommeerde bureau OMA, van Rem Koolhaas, waar hij vanaf 1996 drie jaar zou werken. Er volgde een baan als architect in Toronto. 'Toen ontdekte ik dat ik liever gebouwen fotografeer dan ontwerp, en zo ben ik uiteindelijk toch in de fotografie beland.'

Donald Weber. Beeld Arno Haijtema

Noord-Afrika

Donald Weber is lid van het gezaghebbende, in New York gevestigde fotoagentschap VII. Hij ontving talrijke beurzen (onder meer een Guggenheim Fellowship), werd onderscheiden met de (koninklijke Engelse) Duke en Duchess of York Prize en twee prijzen bij de World Press Photo. Voor die organisatie verzorgt hij veelvuldig trainingen voor aankomende fotojournalisten en documentaire fotografen. De Volkskrant volgde hem in 2013, toen hij in Casablanca (Marokko) een workshop storytelling gaf aan jonge fotografen uit de Arabische wereld en Noord-Afrika.

Ondervragingen

Weber volgde zijn passie voor de voormalige Sovjet-Unie en Oekraïne, fotografeerde er dronken, jonge, oude, criminele, rechtschapen, arme en steenrijke Russen, politiemannen, prostituees, rommelaars. Hij bezocht de kampen van de Goelag Archipel en observeerde het schemerleven in de verboden nucleaire zone rond Tsjernobyl. Hij was in Kiev en andere steden en op het Oekraïense platteland, toen geen westerse krant er belangstelling voor had. Jarenlang werkte hij in Kiev aan het project dat hem een eerste prijs bij de World Press Photo opleverde en dat resulteerde in een fenomenaal boek, Interoggations (2011).

Kern van 'Ondervragingen' is een reeks portretten van Oekraïners in de ondervragingsruimte op het politiebureau. 'Ik fotografeerde arrestanten op hun kwetsbaarst tijdens de ondervraging, het moment waarop ze bekenden, als ze ineenkrompen door de intimidatie van de ondervrager, of tot hun doordrong in welke situatie ze zich bevonden. Er was altijd een moment van onttakeling, waarop angst en overlevingsdrift boven kwamen. Seks is een intiem iets, maar wat ik zag, waren mensen op het meest naakte moment in hun bestaan.'

Het project zette hem aan het denken over de manier waarop verdachten door de politie worden gemanipuleerd. Over de fysieke ruimte waarin de verhoren plaatsvinden - de omvang, de inrichting - en de manier waarop die inwerkt op iemands gemoed. Over zijn rol als fotograaf, die daarbij formeel objectief en onpartijdig aanwezig was. Over de invloed die zijn foto's hebben op de kijker.

Universeel

Al dat gefilosofeer bracht hem tot talrijke inzichten, waarvan er eentje is dat hij voorbij de grenzen van de fotojournalistiek wil gaan. 'Interrogations is wel gemaakt in Kiev, maar het gaat niet over de verhoormethoden van de Oekraïense politie. Mij viel op dat bijvoorbeeld de Canadese politie dezelfde trucs gebruikt als die in Kiev om iemand te ontregelen. En in pakweg Eindhoven gaat het denk ik net zo. Ik wil met mijn foto's iets universeels laten zien.'

Na tien jaar in de ex-Sovjet-Unie was zijn haat-liefdeverhouding met het oosten niet bekoeld, maar was Weber aan iets anders toe. 'Altijd onderhandelen over wat ik wel en niet mocht, al dat wodka drinken in nachtclubs om iets voor elkaar te krijgen, afhankelijk zijn van fixers, ritselaars - na het hoogtepunt van Interrogations moest ik me gaan vernieuwen.'

Zo kwam Weber terecht in Normandië.

Tiende commando

'Hier ben ik de hele dag buiten. Vrijwel niemand die doorheeft dat ik foto's maak. Ook al gaat het over oorlog, voor mij fungeert dit project als een grote schoonmaak in mijn hoofd.' Zoals zijn hang naar de voormalige Sovjet-Unie stamt uit zijn jeugdjaren, zo is het ook met zijn interesse voor slagvelden en voor Normandië. 'Mijn grootvader vertelde me dat in 1943 negen geallieerde commando's een geheime missie hadden ondernomen naar deze kust om monsters te nemen van de stranden. Waren ze geschikt om de landing te doorstaan, zouden de voertuigen niet wegzakken? Ik ben er nooit achter gekomen of mijn grootvader een van die commando's was - hij had een rijke fantasie. Ik weet alleen dat hij tankcommandant was tijdens de invasie.

'Hoe dan ook besloot ik de tiende commando te worden en hun bodemonderzoek voort te zetten. Toen ik hier voor het eerst kwam, maakte ik nauwelijks foto's. Ik wilde de stress van jaren uit me krijgen. Ik begon rond te lopen en monsters te verzamelen op de stranden. Vijfhonderd buisjes heb ik gevuld, die ik aan de Queens University in Kingston (Canada ) door bevriende geoloog Kevin Robbie liet analyseren en fotograferen. Zo ontdekte ik dat de oorlog op microscopisch niveau onuitwisbaar aanwezig is.'

Microscopische beelden van het zand op de stranden, waaruit de ijzerdeeltjes bleken. Beeld Donald Weber

Sporen op microscopisch niveau

Uit de bodemanalyses bleek dat het zand microscopische granaatscherven bevat. Dat er botfragmenten in zitten - 'of het van menselijke of dierlijke botten is, weten we niet'. Steeds werden er ijzerdeeltjes aangetroffen, alle van exact dezelfde samenstelling, terwijl het voor de hand ligt te veronderstellen dat ze afkomstig zijn van munitie van beide strijdende partijen. 'Zo kun je zien dat de vijanden dezelfde wapenleverancier hadden: het neutrale Zweden.'

De bodemanalyse leverde nog meer verrassingen op. Zoals de vondst van diatom, een organisme met een alleen onder de microscoop zichtbare structuur - Weber tekent er met zijn vinger een na in het zand van ribben: de vorm van een hoekig boomblad met ingewikkeld nervenpatroon. 'Diatom eet ijzer en wordt voedsel voor algen. Zo voedt de oorlog de natuur. En zo ben ik de oorlog gaan zien in een groter verband. De natuur past zich aan.

'Als alle monumenten hier weg zijn, als wij als mensheid allang zijn verdwenen, zijn de sporen op microscopisch niveau nog zichtbaar.' Het microscopische, het hemelse, het klimatologische als ook het menselijke gescharrel op de stranden maken deel uit van het grote, noem het het kosmische geheel, dat Weber probeert te omvatten.

'De meteorologische omstandigheden hebben een enorme rol gespeeld bij D-Day. De lage bewolking, de mist, de regen, de getijden, het waren allemaal factoren die de landingen hebben bemoeilijkt. Ik heb ook wel meegemaakt dat ik op een zandbank aan het werk was en verrast werd door de snelle opkomst van de vloed. Ik moest tot mijn dijen door het water waden om terug te komen naar het land. Wat voel je je ellendig in de koude nattigheid. Niets vergeleken met wat de soldaten destijds hebben meegemaakt, maar toch voelde ik zo iets van wat ze toen hebben doorstaan.'

Microscopische beelden van het zand op de stranden, waaruit de ijzerdeeltjes bleken. Beeld Donald Weber

Toerisme

De luchten en de zeeën, de natuur hebben geheugen, terwijl wij, de mensheid, in rap tempo vergeten, zegt Weber. 'Als je hier rondloopt zie je dat het toerisme het herdenken heeft overgenomen. In mijn hotel is de dagindeling van de Amerikaanse toeristen elke dag gelijk. Na het ontbijt bij de bus verzamelen. Bezoek aan Omaha Beach. Lunch in restaurant. 's Middags naar Mont Saint-Michel. Iedereen doet dezelfde route, het is de Amerikaanse geschiedenis die hier beschreven wordt, omdat zij destijds op Omaha landden. De belangstelling voor de overige stranden is veel minder. Wie kent nog de stranden Sword of Juno?

'De geschiedenisverhalen brokkelen af, verliezen iets van hun oorsprong, zoals wanneer je een afbeelding kopieert, van die kopie weer een kopie maakt, enzovoorts, tot een vlek overblijft.'

Een herdenking op het strand in Ouistreham in Normandië vorig jaar. Beeld AFP

Richtlijnen

Om zijn zoektocht naar de onvergankelijke oorlog richting te geven stelde Weber voor zichzelf richtlijnen op, 'regels die een fotojournalist een hartaanval zouden bezorgen', zegt Weber glimlachend. Op elke foto moet de zee zichtbaar zijn. De hemel en de wolken erboven fotografeert hij weids, maar niet té weids. 'Vergelijkbaar met wat het menselijk oog waarneemt' - hier verraadt zich de architect.

Het land mag sporen van de tijd tonen, maar anekdotiek moet worden vermeden. Zonsondergangen mijdt Weber doorgaans wegens hun zoete dramatiek, net als regenbogen - al maakt hij dan weer een uitzondering voor de dubbele boog die zich voor onze ogen, tussen twee buien door, kromt van de branding tot de lieflijke boomgaarden landinwaarts, met bloesemende appelbomen en goudenregens.

Menselijke aanwezigheid op zijn foto's is toegestaan, maar niet close, dat trekt te veel aandacht. Liefst in groepjes, op tientallen meters afstand, als mieren of strepen in het beeld mogen personen 'een extra laag' vormen in Webers vertelling. Eigenlijk, zegt hij, probeert hij af te leren wat hij als fotograaf ooit heeft geleerd: mooie foto's te maken, zich te concentreren op kadrering, compositie, emotie. 'Niet mijn foto's moeten indruk op je maken, maar wat erop te zien is.'

Geënsceneerde beelden

Van de duizenden foto's die Weber in Normandië heeft gemaakt, zullen er een honderdtal overblijven voor het boek. Hij heeft de vorm al in gedachten. Een hoofdstuk met wolkenluchten gedrukt op dik, tectyl papier. Een hoofdstuk met microscopische foto's van granaatscherven en diatomen - grillige, abstracte vormen met oorlogsbewijs, gedrukt op het dunne papier waarin medicinale poeders worden verpakt. Achterin stills uit de speelfilm The Longest Day (1962), die D-Day volgens Weber mooi gebalanceerd laat zien door de ogen van alle partijen.

Geen documentairebeelden, maar geënsceneerde - een opmerkelijke keuze voor een fotograaf die wereldwijd geldt als een autoriteit in de documentairefotografie. 'Noem me alsjeblieft geen fotojournalist, want dat ben ik niet', zegt hij met klem. Weber heeft afkeer van de simplificaties waaraan het wereldnieuws onderhevig is. 'Een collega maakte een prachtige serie over het leven onder de separatisten in Oost-Oekraïne. Geweigerd door een vooraanstaand Amerikaans blad, omdat er geen oorlog op te zien was.'

Meer dan aan wát een fotograaf met zijn foto's laat zien, hecht Weber aan intenties en oprechtheid. En dus slentert na ons afscheid de grote man met zijn camera Omaha Beach weer op, waarboven de wolken een nieuw buitje beloven. Niks dramatisch, ze veroorzaken, zoals Weber zegt 'een zacht, diffuus licht, zonder het schelle van de volle zon'. Hij volgt zijn intuïtie, zei hij eerder. 'Dit verhaal vertelt me wat ik moet doen.'

Verhoorcel

Het boek Interrogations (2011) van Donald Weber is vormgegeven door de Nederlander Teun van der Heijden, de ontwerper van talrijke fotoboeken. Een van de opvallende kenmerken is het omslag: het is hetzelfde behangpapier als dat waarmee de verhoorcel op het politiebureau van Kiev was bedekt waar Weber zijn foto's van de verdachten maakte. Het omslag versterkt het ongemakkelijke gevoel van de lezer dat hij zelf toetreedt tot die besloten wereld vol intimidatie, schuldgevoel, woede en angst. Het boek (80 euro, nog beperkt leverbaar) is uitgegeven door Schilt Publishing in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.