Met Beethoven zou ik wel een weekje willen zeilen Lawrence Renes is klaar voor Parsifal

Vanavond dirigeert Lawrence Renes Richard Wagners opera Parsifal. Hij bereidde zich grondig voor, bemoeide zich met alles, praatte met kenners en met de regisseur, las en herlas Wagner....

CORNALD MAAS

OVER ONZE vorstin niets dan goeds. Zegt Lawrence Renes, terwijl zijn ogen veelbetekenend glinsteren. Er was, toen hij 1 december vorig jaar in het Amsterdamse Concertgebouw het Opera Aids Gala dirigeerde, een akkefietje met de hofhouding van Hare Majesteit. Maar daar wil hij nu niets over zeggen. Uit respect. En ook omdat Renes (27) inmiddels donders goed weet hoe je behalve beleefd ook diplomatiek moet zijn. 'Na afloop van het Opera Gala heb ik de koningin ontmoet. Ze complimenteerde me met mijn jeugdigheid en uitstraling. Ik was wel vijftien minuten met haar in dialoog. Ik was zeer onder de indruk. Dat kwam vooral ook door Claus. Hij zit in een star lichaam maar zijn ogen fonkelen. Die vragen naar méér. Heel ontroerend.'

'Dat Beatrix van haar verjaardag geen volksfeest heeft gemaakt is haar goed recht. Ze houdt vast aan wat ze wil. Zo ben ik ook.'

Als je onbevangen bent, en talentvol, kom je nog eens iemand tegen. De acteur Jan Decleir bijvoorbeeld, die hij na de première van Ten Oorlog - Renes had zelf net Rigoletto achter de rug - in een Gents café ontmoette. 'Daar zaten we dan, allebei niet nuchter meer, allebei afgepeigerd, en hij, de maestro, imiteerde zwijgend dat jonge pikkie, de dirigent die net komt kijken - het leek nergens naar, maar het was prachtig om te zien.'

En wat te denken van de eerste ontmoeting met Edo de Waart, zijn latere leermeester, de man die hij, student nog aan het conservatorium, brieven schreef. En brieven. En brieven. Tot hij werd uitgenodigd voor een gesprek. 'Ik wilde hem vragen welke weg ik als jonge dirigent moest gaan. Maar toen ik hem eindelijk zag, was ik zo onder de indruk dat ik niks zinnigs wist te zeggen. Binnen tien minuten stond ik weer buiten.'

Ook ontmoetingen met componisten wier werk hij dirigeerde zouden hem sprakeloos maken. 'Met Beethoven zou ik wel een weekje willen zeilen.' Maar op een confrontatie met Richard Wagner zit Renes niet te wachten. 'Neuh. . ., ik heb hem niets te vragen. Het is heel duidelijk wat hij te zeggen heeft.'

Vanavond gaat in de Utrechtse Stadsschouwburg Henning Brockhaus' regie van Wagners opera Parsifal in première. Renes dirigeert bij de Nationale Reisopera Het Gelders Orkest waarvan hij per 1 augustus chef-dirigent wordt. 'Als je alle karakters uit Parsifal bij elkaar optelt, heb je Wagner. Een heel gecompliceerde man, verbitterd ook, en grenzeloos overtuigd van zijn gelijk. Uit zijn teksten leid ik af dat hij zichzelf een fantastisch poëet vond. Een ontmoeting met hem zou ongetwijfeld overweldigend en intimiderend zijn geweest.'

Renes bereidde zich, als altijd, grondig voor; hij bemoeide zich met de regie, het licht, de kostuums. Het werk van Wagner bestudeerde hij al jaren geleden, lang voordat hij wist dat hij het ooit zou dirigeren. Over Parsifal, Wagners laatste muziekdrama, voerde Renes lange gesprekken met kenners en collega's, en met regisseur Henning Brockhaus. 'Lange tijd werd Parsifal heel christelijk gespeeld, Amfortas werd bijna voorgesteld als Jezus Christus. Compleet onjuist. Christus stierf voor de zonden van de wereld, Amfortas sterft omdat hij het zat is - heel simpel.'

Renes kraakte zijn hersenen op de stem uit de hemel die Erlösung der Erlöser zingt, hij las en herlas Wagners essays - onder andere zijn beschouwing over het jodendom in de muziek. 'Erlösung der Erlöser. . ., de kunst dient volgens Wagner verlost te worden van schadelijke elementen in de kunst - de joden, Mendelssohn en anderen. De kunst dient, in zijn visie, verlost te worden door de Deutsche Kunst.'

Renes huivert bij die gedachte, hij gruwt van Wagners Übermensch-idee, dwingende ideologie die verborgen is achter de legende van de reine dwaas die de heilige graal uit de macht van het kwaad redt. 'Ik ben het grondig oneens met zijn ideeën, maar is dat een reden om Parsifal niet te doen?'

Vanaf het eerste moment was hij diep onder de indruk van de muziek van Wagner. 'Ik kan me voorstellen dat de nazi's voor hun propaganda van bepaalde passages gebruik maakten. Maar die zouden ook onder een filmpje van de Nederlandse Landmacht niet misstaan.' Hij kwam tot een verhelderend inzicht: 'Je kunt de tekst analyseren en verwerpen, maar je kunt nóten niet kritisch dirigeren. Dat besef maakte me vrij om het te doen.' Bovendien maakte hij de orkestleden van zijn twijfels deelachtig. 'Ik heb ze verteld over mijn worsteling met de materie. Het was een keerpunt tijdens het repetitieproces.'

Hij komt, zegt hij met nauwelijks verholen trots, met een nieuw concept: 'De wereld van de graal is een grondig verziekte wereld waarin normen, waarden en respect een aflopende zaak zijn. Onze Parsifal speelt zich af in een sanatorium: een zieke, besloten wereld.

'Die wereld is bovendien uiterst selectief: als er een zwaan wordt doodgeschoten loopt iedereen te jammeren - ach jezus, die arme zwaan was vast op zoek naar zijn vrouwtje, wat zielig nou toch. Maar als Kundry sterft is ze pats! boem! weg, zonder slag of stoot, next please.'

Renes heeft geen last van grote voorbeelden uit het verleden (graag zou hij Simon Rattle's versie van Parsifal hebben gezien), hij heeft geen last van zenuwen, hij jubelt bijkans: 'Ik ben klaar om Parsifal te dirigeren omdat ik vind dat ik er een boel mee te vertellen heb. Ik heb zoveel geleerd'

Als hij straks wordt misbegrepen is dat jammer, maar hij zal er geen seconde van wakker liggen. 'Deze productie is nu al voor driekwart een succes. Ik heb mijn ideeën verteld - aan de regisseur, aan de dramaturg Dieter Holland, een van de grootste Wagner-vorsers. Ik heb positieve feedback gekregen, ze hebben me het gevoel gegeven dat ik op de goede weg zit. Zo'n Parsifal doe je natuurlijk niet alleen voor het publiek, je doet het ook voor jezelf.'

Het publiek was tot nog toe onder de indruk van Renes' verrichtingen, de critici loofden zijn 'glasheldere' slag, zijn 'zintuig voor theater', zijn vitaliteit. Zijn vriend Micha Hamel, collega-dirigent en componist, noemde hem in deze krant 'het klassieke voorbeeld van iemand die een grote dirigentencarrière tegemoet gaat.' Renes studeerde in 1993 cum laude af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, dirigeerde sindsdien vermaarde orkesten in binnen- en buitenland, had de muzikale leiding, bij de Nationale Reisopera, van opera's van Mozart en Verdi, en werd in 1996, voor zes seizoenen, tot vaste gastdirigent van het Radio Filharmonisch Orkest benoemd.

Hoogtepunt was de dag waarop hij, in maart 1995, inviel voor een ingestorte Riccardo Chailly en, overtuigend, het Concertgebouworkest dirigeerde. 'Een dirigent gééft - maar ik heb nog nooit zoveel gekregen.' Hij geeft een denkbeeldige aanwijzing aan een violist, verzaligde blik, opperste verrukking: 'Aaaah. . ., ik ga door de grond, ik kan wel janken.'

Renes ziet alvast uit naar januari 1999, als hij het befaamde orkest opnieuw zal dirigeren. 'Ik woon naast het Concertgebouw. Vaak, als ik moe ben, of ongeïnspireerd, wip ik even binnen en woon ik een repetitie bij. Zit ik zó weer goed in m'n vel.

'Jaaah, klopt, mijn grondhouding is positief. Wat wil je ook. Het Gelders Orkest speelt af en toe zó bloedmooi. Daar krijg ik tranen van in mijn ogen.'

Ze komen haast tevoorschijn. 'Mijn moeder is Maltees, ik ben half mediterraan. Dat voel ik heel duidelijk. Dat zie jij ook wel. Breng het zelf maar onder woorden.' Hij ratelt, gesticuleert, imiteert een Italiaanse kostuumontwerper, neuriet een fragment uit een ouverture. Er is nauwelijks tijd voor een stilte - alleen als hij de betekenis van muziek in woorden moet vatten. Het enthousiasme lijkt onstuitbaar, Lawrence Renes is een zondagskind. 'Vroeger haalden orkestleden nog wel eens trucjes uit om mij uit mijn tent te lokken. Vraag je de trompettist om iets minder sterk te spelen, gaat hij meteen op playback. Wat doe je dan? Nou? Ik zei: ''Nu klinkt het iets te zacht.'' Iedereen lachen natuurlijk, het ijs was meteen gebroken.'

'Dat soort grapjes wordt tegenwoordig niet meer zo snel gemaakt. Ik merk dat ik een plaats verworven heb in het Nederlandse muziekleven. Dat is ook een beetje eng - het jonge talentje van weleer kennen ze zo langzamerhand wel. De druk neemt toe.'

VOORALSNOG gaat hij niet gebukt onder grote verantwoordelijkheden, en raakt hij niet van slag als het even tegenzit. Een dag voor ons gesprek kreeg Renes te horen dat Kerstin Witt, die de rol van Kundry zou vertolken, wegens ziekte verstek moet laten gaan. 'Een groot probleem, we waren al bijna vijf weken bezig. Nee, er is nog geen vervanger, maar ik laat me niet opfokken. Nadat ik het vreselijke nieuws gehoord had, ben ik op bed gaan liggen - ik doe elke dag een middagdutje - en was binnen vijf minuten in slaap.'

Is Lawrence Renes een beetje moe? Geen probleem. 'Als je wilt kun je zelfs staand, in de metro, tijdens de spits, vijf minuten slapen. Heb ik in Japan geleerd.

'Ik máák mezelf in slaap, op elk gewenst moment van de dag. Ik slaap met de gordijnen open, ik heb geen last van zonneschijn.'

Geen wonder dat hij, op zijn zachtst gezegd, een beetje paniekerig werd toen hij tijdens de tweede repetitieweek van Parsifal plotseling last had van slapeloze nachten. 'Het zal Wagner zijn geweest, diens fascinatie voor het onderbewustzijn, en voor het occultisme. Ik was bang, uit het lood geslagen, niet in balans. Ik liep met mijn ziel onder de arm.'

Hij hervond zijn stabiliteit, van de ene op de andere dag. En hij hervond ook het vertrouwen. Straks, na Parsifal, vertrekt Renes naar Houston waar hij in de Houston Opera - een van de belangrijkste operahuizen van Amerika - zijn opwachting zal maken.

'Vijf Mozart-opera's krijg ik er voor m'n kiezen.' Hij heeft het druk. 'Ik krijg vier keer meer aangeboden dan dat ik kan aannemen.' Bij zijn keuzes laat hij zich leiden door zijn intuïtie die hem, zegt hij, nooit in de steek laat. En anders is er nog Edo de Waart die hem, na de mislukte eerste ontmoeting, alsnog benoemde tot assistent-dirigent van het Radio Filharmonisch Orkest. 'Edo is een goeie vriend, we bellen elkaar veel. Hij maakt op het juiste moment altijd wel een opmerking die mijn zorgen wegneemt.'

Zo'n vriend op afstand is van groot belang. Want na een drukke dag slaat de eenzaamheid soms toe. 'Het toppunt van triestheid is dat je na een geslaagde uitvoering alleen op een hotelkamer belandt. Het contact met sommige orkestleden is vriendschappelijk, maar er is toch een natuurlijk soort afstand tussen dirigent en musici.

'Zit je daar, na middernacht, in je eentje naar Oprah Winfrey te kijken. Soms put je troost uit het besef dat de anderen het ook doen. Wij dirigenten kijken met z'n allen naar Oprah.'

Zijn vrienden ziet hij nauwelijks. 'Maar ik ben me ervan bewust hoezeer ik ze soms mis. Ik ruim de laatste maanden meer tijd voor ze in. Afgelopen zomer hebben we met z'n vijven gezeild. Geen gesprekken over muziek, alleen weer en wind. 's Nachts lagen we, in de boot, dicht tegen elkaar aan. Maar goed dat ik niet in m'n slaap dirigeer.'

Zijn vrienden hebben veelal commerciële banen - over Parsifal heeft hij ze, voor het geval ze mochten komen kijken, vast tekst en uitleg gegeven. Zijn broer komt zeker niet - 'Die houdt niet van klassieke muziek, hij zweert bij underground' -, zijn moeder misschien: 'Grote kans dat ze niet kan. Ze heeft nogal een druk leventje.'

Zij was evengoed, tijdens zijn jeugd, de inspirator op de achtergrond, met een uitgesproken oordeel. Toen er sprake van was dat hij Papendal zou bezoeken - Renes was al op negenjarige leeftijd een getalenteerd turner, hij was kampioen van Noord-Holland - greep zijn moeder in. 'Ze wilde me niet onderbrengen in een gastgezin, en verhuizen was te duur.' Wég dromen en illusies, wég vervolg op zilveren en gouden plakken. Renes was ontgoocheld. 'Ik ben altijd in alles heel fanatiek geweest. Niet omdat ik zonodig beter wil zijn dan een ander: hoe beter ik iets kan, hoe leuker het is. Een salto die lukt is leuker dan een salto die niet lukt.'

HIJ BESLOOT het roer om te gooien, en ging viool studeren, omdat een vriendje dat deed. Geheel bij toeval ontdekte hij zijn passie voor muziek, en vervolgens, gestimuleerd door een vioolpedagoog, zijn passie voor partituren en orkestdirectie. 'Als dat vriendje er niet was geweest, zou ik misschien helemaal nooit dirigent zijn geworden. Er zijn vast veel mensen die over onvermoede talenten beschikken en daar, anders dan ik, nooit achter komen.'

Het gymnasium maakte hij, hoewel hij een goede leerling was, niet af. 'Ik was te druk met mijn muziek. Ik kon me niks beters meer voorstellen.' Hij memoreert liefdevol het viooltje dat indertijd gehuurd werd. Een viool kópen was er niet bij - zijn moeder, die er alleen voor stond, kon zich de aanschaf van een instrument niet permitteren. 'Mijn vader, een marinier, is bij haar weggegaan toen ik drie was. Pas veel later heb ik hem weer gezien. Maar dat contact is op een teleurstelling uitgelopen.'

Voor het eerst tijdens het gesprek doet Renes er het zwijgen toe. 'Meer wil ik er niet over zeggen.' Om vervolgens, met gepast enthousiasme, opnieuw los te barsten: 'Kort na die ontmoeting met mijn vader ging ik met vakantie naar Malta. Ik had mijn viool mee, het was bloedjewarm, ik zat voor het open raam te spelen. Komt er een dirigent langs, die me vraagt of ik deel wil uitmaken van zijn orkest - zo gaat dat daar, je hebt er geen beroepsorkesten met CAO enzo.'

'Ik zei natuurlijk ''ja'', ik werd met open armen ontvangen door de orkestleden. We speelden Tosca, het was een imponerende ervaring. Ik denk dat dát het moment was dat ik van opera ben gaan houden.'

Precies tien jaar later, tijdens het Opera Aids Gala, dirigeerde hij het eerste bedrijf uit Tosca. 'En ik was zeer ontroerd.' Koningin Beatrix was er getuige van, misschien heeft ze het gemerkt, Renes weet het niet. Hij kreeg al eerder een vorstelijk onthaal. 'Op Malta heb ik een grote katholieke familie, het barst er van de neven en nichten. Mijn moeder stuurt ze knipsels toe, en videobanden met televisie-opnamen. Toen ik laatst een weekend naar Malta ging stond er op het vliegveld een cameraploeg klaar.'

Lawrence Renes is trots, zijn familie is trots. Gelukkig is hij, anders dan zijn vader, geen grote blonde struise kerel. Op de hoofden van de eilandbewoners staat geschreven: 'Deze Maltese jongen heeft het ver geschopt.'

Richard Wagner: Parsifal. Muzikale leiding: Lawrence Renes, regie: Henning Brockhaus, met het Koor van de Nationale Reisopera en Het Gelders Orkest. Vanavond première in Stadsschouwburg Utrecht, daarna tournee tot en met 1 maart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden