BoekrecensieHet Wolkenpaviljoen

Met aandacht en toewijding schept Jannie Regnerus schoonheid ★★★★☆

Hoe bouw je iets van betekenis? Alles draait om aandacht en toewijding, toont Jannie Regnerus in Het wolkenpaviljoen. Die boodschap heeft iets braafs, het boek is voorbeeldig. 

Jannie RegnerusBeeld Tessa Posthuma de Boer

In 2033 zal Japans heiligste tempel, de Ise Jingu, worden afgebroken en voor de 63ste keer weer helemaal opnieuw worden opgebouwd. De nieuwe tempel wordt gebouwd zoals die al 1.300 jaar lang wordt gebouwd: zonder moderne technieken, zonder spijkers of schroeven. Zo worden eeuwenoude bouwtechnieken van generatie op generatie doorgegeven.

Schrijver en beeldend kunstenaar Jannie Regnerus woonde ooit een jaar in Japan. In Het geluid van vallende sneeuw (2006) beschrijft ze haar ervaringen met bijzondere rituelen en oude ceremonies. Ze drinkt maanwater, bezoekt een vuurvliegjesfestival en ziet de ontluikende kersenbloesem. Wie het werk van Regnerus kent, zal het niet verrassend vinden dat zij zich aangetrokken voelt tot een land waar esthetiek, precisie en ambachtelijkheid zo belangrijk is. Precies die waarden kenmerken haar eigen werk, ook haar vierde roman, Het wolkenpaviljoen.

Architect Luut verbouwt een huis voor zijn vrouw en hun baby, die geboren wordt tussen gipsplaten en glaswol. Al snel verschraalt het gezinsleven ‘tot een estafette met stoffer en blik’. Als het huis af is, blijkt ook zijn huwelijk voorbij. Luut heeft gefaald in datgene waar hij voor opgeleid is: iets bouwen wat mensen thuis kunnen noemen. Zijn werk staat hem steeds meer tegen. Zijn bouwwerken zijn te vaak ‘de tijdelijke opvulling van een kuil, een pleister van steen op een wond in de stad’. Kortom: Luut zit er even helemaal doorheen – al zou Regnerus dat nooit zo zeggen. Zij stuurt Luut terug naar de Ise Jingu, de tempel die hem als jonge architect inspireerde. ‘Niet om daar zijn verleden opnieuw te beleven maar om er zijn toekomst terug te vinden.’

Bouwsels van betekenis

Veel meer dan over Luuts misère gaat Het wolkenpaviljoen over de vraag hoe je iets van betekenis bouwt. Als kind fantaseert Luut dat zijn vader – metselaar – een wolkenpaviljoen bouwt. ‘Een slanke toren met een stenen wenteltrap die hem dag na dag een stukje dichter bij de wolken bracht.’ Later raakt hij onder de indruk van Gaudí’s Sagrada Família, waar al drie generaties ambachtslieden een heel leven aan hebben gewerkt, ‘wetende dat ze de voltooiing niet met eigen ogen zouden zien’. Maar even roerend vindt hij de bouwwerkjes van stenen in het bos rond Ise Jingu, ‘steeds heeft iemand een kiezel, steen of kei opgeraapt en zorgvuldig op de andere gelegd, naar een nieuwe balans gezocht’. Of het duivenpaar, ingesloten in een machinefabriek, dat bij gebrek aan takjes een nest heeft gebouwd van kromgebogen ijzer. ‘Tussen snavel en pootjes forceerden ze ieder stukje metaal en elke ijzerdraad in de oervorm, de rondingen getuigen van een grimmige vastberadenheid om het nest te doen slagen.’

Of een bouwsel nou fantasie is of een kathedraal, een stapel stenen, een heilige tempel of een duivennest – de betekenis zit in de aandacht en toewijding die erin gestoken is. En ja, die boodschap heeft iets braafs. Ook omdat Regnerus’ stijl al zo ontzettend voorbeeldig is. Nooit is iets ronduit lelijk of lomp, er schuurt niks, ze schiet nooit eens uit. Pijnlijke momenten zijn ingetogen, het leermoment is nooit ver weg of anders schuift er wel weer een troostend mooi wolkje aan de blauwe hemel voorbij. In een boek van Regnerus is de lezer veel meer een beheerste beschouwer dan een intieme belever, dus intens sympathiseren met de personages is er ook niet bij. Maar ach, niet elke roman hoeft fel realistisch te zijn. Regnerus biedt schoonheid (niet te verwarren met schoonschrijverij). Haar eigen boodschap indachtig bouwt zij Het wolkenpaviljoen met aandacht en toewijding – alsof zij haar eigen tempeltje opricht. Haar stenen zijn zinnen van een absolute klaarheid die zich toch niet direct prijsgeven; een paradox die blijft intrigeren.

Beeld Van Oorschot

Jannie Regnerus: Het wolkenpaviljoenVan Oorschot; 101 pagina’s; € 20.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden