Achter het boekMerlijn Twaalfhoven

Merlijn Twaalfhoven pleit voor radicale omslag: ‘Haal de kunst van het podium’

Merlijn Twaalfhoven: ‘Laten we het begrip ‘publiek’ afschaffen. We zijn allemaal mensen. Laten we elkaar voeden en prikkelen.’Beeld Els Zweerink

Hoe schrijft de kunstenaar? In Het is aan ons pleit Merlijn Twaalfhoven voor een radicale omslag in de culturele wereld: bevrijd de creativiteit uit musea en concertzalen. Dan pas kan kunst misschien écht iets veranderen. 

Het is aan ons is een vrolijke, maar daarom niet minder radicale oproep om creativiteit en kunstzinnigheid te bevrijden uit de musea en de concertzalen en terug te geven aan gewone mensen. Ja, dat zijn u en ik. Vraag Merlijn Twaalfhoven (44) waarom dat boek er moest komen, en hij begint aan een reis rond de wereld die zich niet meteen in een vraag-antwoordinterview laat samenvatten.

Naar het verdeelde Cyprus gaat het. Waar hij in 2005 Turkse en Griekse koorzangers aan weerszijden van de wapenstilstandslijn bijeenbracht voor zijn openluchtcompositie Long Distance Call.

‘Ze zeiden: ‘Dit moet niet eenmalig zijn. Je moet ons niet alleen laten.’ Ze waren zelf moegestreden en blij dat er mensen van buiten kwamen. Tegelijk was het vluchtig en ook genant. Want ik stond daar als leuke, succesvolle Nederlandse componist in de krant, terwijl het draait om de mensen dáár.’

Naar de labyrintische Oude Stad van Jeruzalem gaat het. Waar hij in 2009 in de schaduw van de Al-Aqsamoskee een Palestijns huiskamerfestival opzette. Het publiek trok in plukjes langs plaatselijke zangers, musici en verhalenvertellers. Ze lieten elkaar een intiemer en complexer Palestijns leven zien dan de stenengooiers van de heilige stad normaal doen.

‘Het was fijn om Palestijnen verhalen te laten uitwisselen zonder dat daar weer het vergrootglas van de media op lag. Ook voor hen was dat een bevrijding. Een jongen vertelde me dat hij niet altijd maar zijn land wilde verdedigen. Hij wilde ook rebels zijn, maar als hij dat liet zien, was hij een landverrader.’

Naar het vooroorlogse Damascus gaat het, de hoofdstad van Syrië. Waar hij in 2010 met de geheime politie op de stoep een ‘concert voor vrijheid’ in elkaar zette met musici en schoolkinderen uit de buurt. Een vlechtwerk van Arabische muziek en populaire rockdeuntjes.

Merlijn Twaalfhoven: ‘Ik vind het gemeen. Je hebt een goed idee en vervolgens zeg je: copyright!’Beeld Els Zweerink

‘Ik was daar zo geraakt door de rijkdom van de cultuur. In een klein museum lag het eerste alfabet der mensheid, naast het eerste genoteerde muziekstuk der mensheid. Allemaal in spijkerschrift. Het contrast was zo groot met hoe Syrië in het Westen toen al werd afgeschilderd: als barbaars en primitief.’

En ten slotte – als we Tokio, Rio de Janeiro en Carnegie Hall in New York (toch het hoofdpodium van de mondiale klassieke muziek) even overslaan – naar de Spiegelzaal van het Concertgebouw in Amsterdam en een trits andere zalen waar hij in 2014 de mini-opera A Postcard from Aleppo uitvoerde. Het stuk was gebaseerd op briefkaarten die Syriërs vanuit de belegerde stad hadden gestuurd, en uitgevoerd door gevluchte musici en Nederlandse collega’s.

‘Twee weken geleden sprak ik nog een muzikant die mee was. Hij zei: het was de indrukwekkendste voorstelling ever. Elke avond waren we in tranen, op het podium en in de zaal.

‘We gingen wel na verloop van tijd met lood in onze schoenen het podium op. In de loop van de voorstelling, die een uur of vijf kwartier duurde, ging je echt voelen hoe het was: de oorlog, afscheid nemen, het verlies van schoonheid. Dat kwam hard aan en ging gepaard met een gevoel van onmacht. Het publiek zei na afloop: wat kunnen we doen om te helpen? Ik heb hun gegevens opgeschreven en verzamelde een lijst met zo’n 600 e-mailadressen. En dat was het dan.’

Het was, zegt Twaalfhoven, het ‘laatste zetje’.

Componeren, concerten geven, happenings op touw zetten. Daar is hij aan het Conservatorium van Amsterdam voor opgeleid. Hij hield er prestigieuze compositieopdrachten aan over en kreeg zelfs een onderscheiding van de Verenigde Naties. Maar toch bereikte hij er niet mee wat hij wilde bereiken: mensen echt in beweging krijgen voor het goede, langdurige verbindingen aanleggen in een gebroken wereld, inspiratie bieden om de vraagstukken van de 21ste eeuw samen op te lossen.

‘Ik zag voor me wat er allemaal zou kunnen, maar ik zag ook dat het steeds niet echt van de grond kwam. Mensen zeiden: ga zo door, het is knap en goed. Maar dat schouderklopje was voor hen ook een soort afscheid nemen. Ik noem dat de ‘isolerende werking’ van het kunstenaarschap. De angst om een project te herhalen, over te nemen of te plagiëren is groot. Dus laten ze een idee bij jou. Terwijl: een goed idee verdient navolging! Mensen denken respectvol te zijn door je los te laten, maar in feite laten ze de kunstenaar in de kou staan. Dat vond ik frustrerend.’

Daarom moest het boek Het is aan ons er komen: om iedereen te kunnen vertellen ‘waarom we de kunstenaar in onszelf nodig hebben om de wereld te redden’, zoals de ondertitel luidt.

Merlijn TwaalfhovenBeeld Els Zweerink

Lang onderweg

De 239 pagina’s zijn ‘lang onderweg geweest’, schrijft de auteur aan het slot. Letterlijk en figuurlijk, want Twaalfhoven is een man van 1.001 enthousiaste ideeën, en het duurde even voor hij zijn volle hoofd had geordend en wist wat hij precies wilde zeggen.

‘Ik had allemaal dagboekaantekeningen en Facebookposts, die ik verbond aan veel te grote dingen. Dan was ik ineens aan het schrijven over de toekomst van Palestina, of over het feit dat Syrië een seculiere staat is. Ik haalde de hele wereld erbij, en dat was echt waanzin.’

Bij het indikken – ‘ik had ook een heel hoofdstuk over de schoonheid van liften’ – verdween er een heleboel naar de leestips achter in het boek. De klimaatcatastrofe, de grenzen van het kapitalisme, de verdorvenheden van de smartphone, burn-outs, algoritmen, nieuwsverslaving. Voor de analyse van de kwalen waaraan de moderne samenleving lijdt, bestaan kasten vol andere titels.

Uiteindelijk is een handvol hoofdstukken overgebleven, waarin Twaalfhoven op basis van eigen ervaringen de ‘kunstenaarsmindset’ uitlegt, in de hoop ieder van ons aan te moedigen daar in eigen leven en werk mee aan de slag te gaan. Om kort te gaan bestaat de mindset uit vier stappen: eerst goed waarnemen, daarbij iets voelen, erover nadenken en er ten slotte iets bij maken.

‘Het is een open houding die ons helpt de wereld onbevangen, speels, onderzoekend én scheppend tegemoet te treden’, schrijft Twaalfhoven in de inleiding. ‘Deze mindset komt niet vanzelf. Het vergt oefening en experiment. Maar er is geen toelatingsexamen, er is geen selectiecommissie of subsidieprocedure die toegang geeft. Het is een daad van opstand tegen de vaste patronen en gewoonten van ons denken en voelen. Het is een kwestie van verzet tegen de voorgekauwde emoties, meningen en bubbels van onze nieuws- en vermaakmachines.

‘Het is hoog tijd dat iedereen zijn of haar waarneming, gevoelens, twijfels en dilemma’s niet langer aan professionals laat outsourcen, maar een eigen kunstenaarsmindset wakker maakt.’

Als een ware reformator ontdoet hij de kunstwereld van zijn wijwater, aflaten en missen in het Latijn. Creativiteit hoort niet thuis binnen de muren van de kunstinstituten, zij hoort thuis in de wijken. Niet om in elk huis een Vincent van Gogh te laten wonen, maar om alternatieven te verzinnen voor de vastgelopen marktsamenleving.

Op de achterflap van Het is aan ons heet Twaalfhoven nog steeds componist, maar componeren doet hij al een paar jaar niet meer. Met de stichting The Turn Club – ‘vreselijk non-profit’ – is hij in 2017 begonnen aan een zoektocht naar hoe je het best creatieve projecten kunt opzetten met mensen die maatschappelijke vragen moeten oplossen. Waar zijn alzheimerpatiënten op hun gemak, hoe verduurzaam je samen de straat, of maak je van democratie in de wijk ook echt iets inspirerends? Hoe laat je meer verbeeldingskracht toe in vergadermarathons over de toekomst, die zich veelal onder systeemplafonds afspelen?

Merlijn TwaalfhovenBeeld Els Zweerink

Nergens in uw boek valt het woord talent. Is dat niet nodig om de kunstenaarsmindset te kunnen toepassen?

‘Dat staat er inderdaad niet in. Ik geloof dat iedereen een talent heeft waarmee je op een zorgvuldig uitgekozen plek het verschil kan maken. We hebben het in de samenleving altijd over wat je goed kunt en vergeten vaak te vragen wáár je iets goeds kunt doen.

‘Zoals je in Stratego spionnen hebt, maarschalken en al die andere rollen, zo hebben we die ook in elke gemeenschap. Voor iedere persoonlijkheid en ieder talent is daar een plek. De industrialisatie heeft met zich meegebracht dat we in een mal moesten passen, dat we moesten functioneren in grote fabrieken en organisaties. Misschien romantiseer ik het, maar ik stel me voor dat het vroeger in kleinere gemeenschappen makkelijker was je kracht te vinden. Omdat je veel meer tot elkaar veroordeeld was: je was gewoon de dorpsgek – en die dorpsgek verliest nu z’n waarderingspunten als hij met een Uber-rugtas maaltijden bezorgt en weer de weg kwijt is.’

U refereert in uw boek vaker aan vroeger. Aan de tijd waarin we elkaar ’s avonds verhalen vertelden en dat soort dingen. Daar is toch ook een eind aan gekomen doordat mensen sterke gemeenschapszin belemmerend vonden?

‘Natuurlijk, de jaren zestig, flower power. We zijn vrij! We gaan niet meer in die zuilen zitten en zijn tegen autoriteit. Maar wie konden dat toen inkoppen? Het was een voorzet voor Reagan en Thatcher en iedereen die zei: jij bent een consument en je hebt recht op goede spullen en veel welvaart en dat gaat de markt voor jou regelen. Voor je het wist, zaten we in een grote competitie van iedereen tegen iedereen.

‘Maar het is zo’n misverstand dat welvaart belangrijker is dan welzijn. Waar worden we blij van? De lockdown van maart en april heeft krachtige principes blootgelegd: het belang van de natuur, de blauwe lucht die te zien was, de ruimte die in het hoofd ontstond. Maar ook het gevoel van kwetsbaarheid en zorg voor elkaar.’

Spannend moment

Het is aan ons verschijnt op een spannend moment voor de kunstwereld. De coronacrisis heeft hard toegeslagen en musea en theaters staan voor de vraag hoe het verder moet zolang het publiek niet in groten getale kan komen. De roep om noodsubsidies ging sinds maart steeds gepaard met argumenten hoe belangrijk de kunsten voor de samenleving zijn. Maatschappelijk engagement is onder theatermakers en beeldend kunstenaars alweer een poos terug als motor voor hun werk: het gaat overal over klimaat, racisme, patriarchaat, ongelijkheid, democratie en technologie. Al blijft dat geluid vaak nog binnen de muren van de eigen instituten.

Het pleidooi van Twaalfhoven om de kunstenaar van zijn voetstuk te trekken doet denken aan Joseph Beuys, de invloedrijke Duitse ontregelaar, die in de jaren zestig geschiedenis schreef met zijn stelling ‘Iedereen is een kunstenaar’. Voor zijn lessen op de kunstacademie van Düsseldorf hoefde niemand toelating te doen. In tentoonstellingsruimten hield hij lange gesprekken met bezoekers en genodigden onder het motto dat ze samen een ‘sociale sculptuur’ maakten. Hij maakte milieu en kapitalisme tot thema’s van zijn werk en om maatschappelijke verandering in gang te zetten, was hij betrokken bij de oprichting van de politieke partij De Groenen.

Beeld Els Zweerink

Voelt u zich verbonden met het werk van Joseph Beuys?

‘Ik heb het niet heel goed bestudeerd. Als je dit vraagt, moet ik denken aan mijn tijd op het conservatorium. Ik maakte toen allerlei stukken waarin toevallige omgevingsgeluiden meededen. Iedereen zei: dat heeft John Cage al bedacht. Bestudeer eerst zijn werk en bedenk dan wat je kunt toevoegen.

‘Dat is dus precies het idee van isoleren: je zet Cage op een voetstuk. Hij draaide zelf in dat systeem mee. Beuys ook. Zijn werk staat nu in een museum, want het is zo knap. Cage zei dat in toeval schoonheid schuilde. Maar als je de partituur die hij met toevalstechnieken heeft geschreven wilt uitvoeren, ben je 800 euro kwijt aan rechten en huur van de bladmuziek. Dus voor veel amateurmusici is het niet weggelegd, en dat vind ik zo gemeen. Je hebt een goed idee en vervolgens zeg je: copyright!

‘Met een mooi idee wil je zelf iets doen. Beuys kan een inspiratiebron zijn voor hoe je in het leven kunt staan, maar zodra zijn kunst extreem wordt, werpt die problemen op. Dat zie je ook bij Marina Abramovic. Het is supermoedig wat zij doet in haar performances met fysieke uitputting en zelfbeschadiging. Maar het is wel veel stappen verder dan wat gezond is voor een gewoon mens.’

Maar met extremen – zoals het verdragen van lichamelijke pijn, urenlange gesprekken voeren of luisteren naar de stilte – laten zij ons op hun goede momenten toch op een nieuwe manier naar de wereld kijken? Is dat niet inspirerend?

‘Ze maken het bijzonder en exclusief. Het past bij het beeld van 20ste-eeuwse kunst: ze moet anders zijn dan het normale leven, zo anders dat we naar het museum moeten om haar te aanschouwen.

‘We vinden het nu genant dat we vroeger in het circus naar dwergmensen gingen kijken. Zo hoop ik dat we het straks ook genant vinden dat we verbeeldingskracht en schoonheid in kooitjes hebben opgesloten en dat we die waarden hebben geoutsourcet aan mensen die het op een extreme manier als een rariteit hebben neergezet. Wees maar vrij! Laat je regels los! Doe iets geks! Zodat een normaal mens dat niet hoeft te doen.

‘Terwijl: waarnemen, je zintuigen scherpen en kennis opnemen via je lichaam – écht gevoelig voor elkaar zijn – is voor iedereen al eeuwen bereikbaar. Daarom verwijs ik aan het slot van mijn boek ook naar Goenka, de boeddhist.’

Het is toch niet ‘gemeen’ dat het uitvoeren van een compositie geld kost? Hoe moeten componisten anders een inkomen vergaren?

‘Ik wil kunstenaars graag de vraag stellen: waar is schaarste en waar is overvloed? En dan niet alleen van geld, maar ook van dat andere goud: aandacht. Het podium is klein, het publiek is schaars, de tijd die je op dat podium mag staan, is schaars. Zelfs als je een liefhebber van klassieke muziek bent, ga je toch maar hooguit een paar keer per maand een uurtje naar een concert.

‘Op welke plaatsen oefenen mensen op andere manieren hun passie of idealisme uit? Waarom is heel cultureel Nederland deze zomer, toen zoveel mensen hier waren, niet helemaal losgegaan? Er waren tijd en aandacht. We hadden moeten zeggen: wat gaan we samen doen, waar gaan we over praten, wat voor muziek kunnen we hier samen maken? Geen vluchtige aandacht van mensen die een kaartje hebben gekocht en denken: nu heb ik recht op een uurtje vermaak.

‘Laten we het begrip ‘publiek’ afschaffen. We zijn allemaal mensen. Laten we plezier hebben van iemand die iets heel goed kan. En iemand anders kan iets anders heel goed. We hebben allemaal dromen en ideeën, laten we elkaar voeden, laten we elkaar prikkelen, laten we elkaar uitdagen.

‘Ik wil maar zeggen: ga niet in de rij staan wachten tot je ook weer een keer op dat podium mag staan. En dan, verdorie, zijn er coronamaatregelen. Wat, er zijn maar dertig man toegestaan in de zaal? Ah, dan is er geen geld. Zo laat je je overrompelen door waar schaarste is, terwijl de kunst is om juist onvermoede plekken van overvloed te ontginnen.’

Wie is Merlijn Twaalfhoven?

Merlijn Twaalfhoven (1976) studeerde in de jaren negentig altviool en compositie aan het Conservatorium van Amsterdam. Al meteen onttrok hij zich aan het stereotype studeerkamercomponist en situeerde zijn afstudeerconcert op een oud haventerrein. Later componeerde hij in opdracht van het Holland Festival, voor het wereldberoemde Kronos Quartet en voor de Verenigde Naties.

Vormend was zijn tournee naar Bosnië in 1996 met het indertijd nieuwe Ricciotti-orkest, dat buiten concertzalen optrad, schrijft hij in Het is aan ons. ‘In de jaren ervoor was de oorlog voor mij een vast onderdeel op het journaal geweest. Rookpluimen, generaals met sigaren, de scherpschutters in Sarajevo, Srebrenica. Nu was ik er zelf. Wat een verrassing dat er overal bloemen stonden.’

In 2009 verscheen Kunst in de wereld, de weerslag van zijn ervaringen als lector popkunst, tussen 2004 en 2008 aan de hogeschool voor de kunsten Artez. merlijntwaalfhoven.com/hetisaanons

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden