'Mensen zitten door internet vast in hun eigen hokken'

Zonder internet was Trump nooit tot president gekozen, zegt Jarett Kobek. En er is nog veel meer mis met de sociale media. Hij verpakte zijn aanklacht in een bijzonder geestige roman.

Jarett Kobek Beeld Aurélie Geurts

Sta er even bij stil: wat was de laatste keer dat een bezoek op Facebook of Twitter tot een nieuw inzicht leidde? Dat het een waardevolle bijdrage aan de dag was? En hoe vaak is die ervaring overstemd geweest door vervelende berichten van mensen die hun eigen gelijk opdrongen of - erger - op je af schreeuwden?

De Turks-Amerikaanse Jarett Kobek (38) wil mensen dwingen die vragen te stellen. Hij schreef een roman over de verwoestende werking van internet: I Hate the Internet, deze week in Nederlandse vertaling verschenen als Ik haat het internet. Over geruïneerde persoonlijke levens, over kwalijk seksisme, over racisme en over een generatie die zich geen raad weet met deze nieuwe technologieën. Het is in feite één grote aanklacht tegen Silicon Valley - Facebook en Twitter in het bijzonder.

Hij schreef het in een opwelling, in het voorjaar van 2014. In twee maanden was het af. Een bijzonder geestig boek, dat Silicon Valley een spiegel voorhoudt en zo geschreven is dat een volgende generatie hoofdschuddend zal lezen hoe dat wonderlijke medium Twitter werkte.

Maar in de Verenigde Staten wilde geen uitgever het op de markt brengen. Wie wil er nu lezen over de verwoestende werking van technologieën die door honderden miljoenen worden gebruikt? Kobek besloot het in eigen beheer uit te geven, in een oplage van 2.500 stuks. Daarna ging het snel. The New York Times schreef in een recensie lovend over 'een beetje Thomas Piketty' en 'een beetje Michel Houellebecq', en inmiddels zijn er meer dan tienduizend exemplaren verkocht in de Verenigde Staten. In Duitsland is het boek een bestseller.

Kobek reist nu door Europa. Zijn roman wordt per land anders beoordeeld, merkt hij. In Amerika beschouwt 60 procent het als non-fictie, in Duitsland zelfs 90 procent. Maar in Groot-Brittannië ziet iedereen het weer als een roman.

Jarett Kobek
Ik haat het internet.
Fictie
Uit het Engels vertaald door Thijs van Nimwegen en Anne Roetman
Xander Uitgevers; euro 19,99.

In de lobby van een Amsterdams hotel vertelt hij over het ontstaan van zijn boek. Hij kwam in 2010 in San Francisco wonen. Een stad in verandering, waar de rijke jongens uit Silicon Valley zich steeds nadrukkelijker vestigden. Het was het begin van wat Kobek de 'tweede golf van technologisering' noemt.

Zijn stad leed aan alzheimer, zegt hij. 'De buitenkant bleef hetzelfde, maar vanbinnen veranderde er van alles.' Artistieke mensen trokken weg, families die er decennia woonden, konden niet langer blijven. Huren schoten omhoog en wie niet kon betalen, werd onder dreiging van rechtszaken zijn huis uitgezet. Het ontwrichtte gezinnen, families, buurten, wijken en de stad.

Op datzelfde moment begon aan de andere kant van de wereld de Arabische Lente. Verzet, vooral van jongeren, tegen autocratische machthebbers. Facebook en Twitter sloegen zichzelf op de borst. De Arabische revolutie was het voorbeeld van de liberaliserende kracht van hun technologieën. Maar Kobek zag iets anders. 'Niks geen idealisme. In San Francisco werden mensen hun huis uit gegooid om plaats te maken voor diezelfde techjongens met hun idealisme. Hun geld vernietigde talloze buurten.' Vier weken na de Egyptische revolutie is hij in dat land. 'Niemand sprak er over Facebook of Twitter. Men sprak over politiek en geld, dingen waarover je spreekt bij een revolutie. Maar in San Francisco deden ze net of zij de wereld veranderd hadden. De Arabische Lente werd een pr-middel voor Silicon Valley.'

Ook Kobek redt het niet in San Francisco. In 2014 moet hij zijn huis uit en verhuist naar Los Angeles. Daar schrijft hij zijn boek over de destructieve invloed van hyperkapitalistische bedrijven.

Wat is precies het probleem met bedrijven als Facebook en Twitter?

'Die bedrijven zijn opgericht met geen ander doel dan geld te verdienen aan ónze bijdragen. Om mensen te lokken en zo vaak mogelijk terug te laten komen. Het gaat ze niet om het bieden van een goed product of goede service.'

Dat is toch de kern van ondernemen?

'Ja, maar je zou willen dat het niet zo lomp zou zijn. Het probleem is dat Facebook en Twitter inhoudsneutraal zijn, wat betekent dat racisme net zo waardevol is als de genuanceerde bijdrage van een professor. Misschien zelfs waardevoller, want het veroorzaakt meer ophef en interactie.

'En nu ineens, nu Trump president is geworden, realiseren die bedrijven zich wat ze hebben gedaan. Nooit hebben Google, Facebook en Twitter bedacht dat hun platforms massaal misbruikt zouden kunnen worden voor het verspreiden van propaganda, racisme en nepnieuws.'

Ik haat het internet gaat over een groep vrienden uit San Francisco die hard in aanraking komen met de digitale realiteit. Adeline is het slachtoffer van een haatcampagne omdat ze, naïef, een mening heeft over Rihanna en Beyoncé. Kobek geeft drie mogelijke verklaringen voor de 'shitstorm' die Adeline vervolgens over zich heen krijgt: 1. Ze is een vrouw in een cultuur waarin vrouwen gehaat worden. 2. Ze is net wat beroemder dan anderen. 3. Ze heeft onpopulaire meningen gegeven.

Het boek gaat ook over Ellen. Haar leven is verwoest doordat haar ex naaktfoto's op internet heeft verspreid. Het zijn geen zure personages, eerder opgewekt en sympathiek. De auteur spreekt via hen de lezer aan. Bestaat er nog zoiets als politiek activisme? Helpen berichten van 140 tekens de maatschappij vooruit?

Het gaat erom hoe Facebook en Twitter hun techniek hebben ontwikkeld, zegt Kobek. Dat er nauwelijks een rangorde wordt aangebracht, dat iedereen ongefilterd kan bijdragen. Het simpele doel: zoveel mogelijk mensen, zoveel mogelijk advertenties.

'Toen het internet werd gemaakt, zaten de slachtoffers van seksime en racisme niet aan de knoppen. Het internet is gemaakt door witte jongens die geld wilden verdienen en die zich nooit hebben afgevraagd wat er zou gebeuren als mensen hun techniek zouden gebruiken voor het beschimpen van anderen. Het is gemaakt door mensen die heilig geloven in de vrijheid van meningsuiting.'

Een ander probleem volgens u is dat mensen - politici, maar ook journalisten - sociale media veel te serieus zijn gaan nemen. Privé en in hun werk.

'Het is moeilijk om Twitter en Facebook niet te gebruiken. Het werkt verslavend, het is uitnodigend omdat het gebaseerd is op uitsluiting: wie niet meedoet, hoort er niet bij. En ja, mensen nemen het veel te serieus. Het is hun blik op de wereld geworden, terwijl de standaard-Twitterconversatie er een is van verontwaardigde 15-jarigen. Er is nauwelijks zinnige interactie meer. Mensen hebben zich teruggetrokken in hun eigen gelijk en schreeuwen alleen nog maar naar elkaar. Zoals 15-jarigen dat doen op het schoolplein. Het geeft de illusie van toegang tot de wereld, maar in werkelijkheid is het eerder toegang tot de leegte.'

Plaats zijn boek niet in de traditie van 1984 en The Circle, grote aanklachten tegen almachtige systemen en bedrijven waarin niets meer privé is. Te serieus, vindt Kobek die boeken van Orwell en Dave Eggers.

Hij ziet zelf liever de vergelijking met Slaughterhouse-Five van Kurt Vonnegut. 'Ook een grappig boek.' Of desnoods Orwells Animal Farm. 'Mijn roman wordt gezien als een dystopie. Dat was niet mijn bedoeling. Het boek gaat over slachtoffers van technologisering en het effect van die bedrijven op de maatschappij. Het gaat over het neoliberalisme. De middenklasse in de VS is geslonken, de armoede is groter geworden. Door internet zijn veel banen verloren gegaan. Er is een generatie mensen die niet fatsoenlijk met de techniek weet om te gaan. Internet is een katalysator in het overbodig maken van mensen.'

Heeft internet Trump aan een overwinning geholpen?

'Absoluut. Kijk naar het Middenwesten van de VS. Daar zijn de verkiezingen gewonnen. Daar wonen niet de mensen die profiteren van het hyperkapitalisme. Ik vind het schokkend om te zien wat daar in tien jaar veranderd is: het was nooit de mooiste plek om te leven, maar het is er leeg, verdorven. De staat van de economie is er hopeloos. Het biedt een depressieve aanblik.

'In Californië kende ik één ander iemand die geloofde dat Trump kon winnen. Dat laat twee dingen zien: mensen zitten door internet vast in hun eigen hokken, en de maatschappij is verdeeld tussen hen die van internet profiteren en hen die slachtoffer zijn.'

Waarom heeft u voor een roman gekozen?

'Omdat ik een romancier ben. Zo kan ik mij beter uiten. En ik wilde de makers van Twitter en Facebook niet de indruk geven dat ik ze al te serieus neem.'

Moest het daarom ook grappig zijn?

'Ja, ik denk het. Ik wilde het juist niet schrijven in de retoriek van Silicon Valley. Dan had het een harde, frontale aanval op de Googles van deze wereld moeten zijn. Maar door het met humor te doen, ga ik niet mee in hun wereld.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden