'Mensen lieten zich graag door kunst bedriegen'

Eigenlijk, zegt kunsthistorica Caroline van Eck, kijken we al twee eeuwen op een heel gekke manier naar kunst. Veel normaler is het om beelden als echte mensen te zien.

Antonio Canova's beeld van Pauline Borghese, hier in de Villa Borghese in Rome bewonderd door de Thaise koning Bhumibol en zijn vrouw in 1960. Beeld Getty Images

In het Louvre in Parijs staat een Romeins marmeren beeld van de liefdesgodin Venus uit de eerste eeuw na Christus. Naakt, met ongetrainde vrouwelijke vormen, smalle taille, putjes in de marmeren dijen en van die zachte rolletjes die ontstaan als een vrouw hurkt. In 1790 bezoekt de bekende toneelschrijver Michel de Cubières de Villa Borghese in Rome en ziet er deze knielende Venus, die toen nog daar stond. Hij wordt verliefd. Uitgebreid schrijft hij in het Franse tijdschrift Tribune de la société nationale de neuf soeurs dat hij het koude steen ziet opwarmen 'met al het vuur van de wellust'. Hij kan zich niet inhouden het marmer aan te raken en 'voelt haar adem onder zijn handen'. Deze Venus, schrijft hij, spreidt gewillig haar armen naar hem uit.

Eén dingetje. Dit klassieke beeld heeft maar één arm. En geen hoofd, trouwens. Het is een halve torso met benen. Een torso die, naar Cubières' overtuiging, even verliefd op hem is als hij op haar.

Cubières was heus niet gek, zegt Caroline van Eck, hoogleraar kunstgeschiedenis in Leiden en binnenkort ook in Cambridge. Cubières prees het werk zoals dat hoorde onder 18de-eeuwse kunstliefhebbers. Zo deden ze dat allemaal toen, beelden bewonderen alsof die levend waren: 'Het klinkt nu misschien raar, maar het bezoek aan een kunstzaal of beeldentuin kon gerust een dag duren, en ook het aanraken van beelden was heel gewoon.'

Caroline van Eck (56) onderzoekt hoe mensen emotionele relaties aangaan met kunst: hoe ze kunstwerken kunnen behandelen als levende wezens. Door verliefd op ze te worden, zoals Cubières en zijn vrienden. Door over ze te spreken alsof het om mensen gaat. Door bang van ze te zijn of kwaad op ze te worden en in extreme gevallen zelfs aan te vallen (denk aan vandalen die de Mona Lisa of Michelangelo's David te lijf gingen).

Heel vreemd, vinden wij nu, gewend als we zijn met droge ogen langs een schilderij van de meest gruwelijke kinderslachting in Betlehem te wandelen in een museum, of plechtig naar een voorstelling vol erotische naakten te staren. Maar eigenlijk is juist hoe wij kijken de uitzondering, zegt Van Eck: 'Wij hebben onszelf, ongeveer sinds 1800, aangeleerd om 'belangeloos' naar kunst te kijken.' Hoe gruwelijk of aantrekkelijk een voorstelling ook is, in de westerse wereld is het gewoonte om toch afstand te houden en kunst te beoordelen op schoonheid en vorm.

Het onderzoek van Van Eck maakt juist duidelijk dat mensen in alle tijden en van alle culturen geneigd zijn leven toe te kennen aan objecten. Het is universeel leven te willen zien in kunst. Van Eck kwam ermee tot een nieuwe theorie: wij zijn de leven-toekennende mens - homo animans - en dat heeft een reden (waarover later meer). Tegelijkertijd maken alle mensen beelden: tekenen, beeldhouwen, schilderen, al sinds de oudste mens. Dat is de andere kant, de homo repraesentans: de mens beeldt uit. Beide volgen een noodzaak, zegt Van Eck, en krijgen vorm in de vroegste levensjaren. Onze neiging beelden te maken en met beelden een emotionele relatie aan te gaan, is verbonden met de meest basale manier waarop we ons verhouden tot de wereld en anderen.

Na de verschijning van haar boek Art, Agency and Living Presence vorig jaar werd Caroline van Eck gevraagd door de universiteit van Cambridge om er een nieuwe leerstoel kunstgeschiedenis te bekleden. In september begint ze. Ook de universiteit van Oxford belde: daar geeft ze vanaf januari acht Slade Lectures - een 147 jaar oude lezingenserie - over dit onderwerp.

Medusa en Pygmalion

Twee verhalen uit de Griekse Oudheid zijn archetypisch voor het toekennen van leven aan kunstwerken: Pygmalion is de beeldhouwer die niets van echte vrouwen moet hebben. Hij maakt een beeld van een prachtige vrouw en begint er een affectieve relatie mee. Bij een Venusaltaar bidt hij 'o, had ik maar een vrouw als mijn mooie beeld', en die avond voelt hij hoe zijn beeld onder zijn handen warm wordt en leven krijgt. Medusa is juist de duistere versie: mensen verstenen als ze haar aankijken. Medusa's haar bestaat uit levende slangen. Perseus hakt Medusa's hoofd af door naar haar te kijken via zijn spiegelende schild; zo voorkomt hij verstening. Uit het bloed van Medusa ontstaat het vliegende paard Pegasus, die de bron doet ontspringen waaraan de Muzen zich laven. Medusa inspireert dus de kunsten, maar is ook de 'antibeeldhouwer', omdat ze leven versteent.

Zo vreemd is het niet dat dit onderzoek nu zo aanslaat. Wij zijn er misschien aan gewend geraakt op een rationele manier naar kunst te kijken, maar de laatste tijd lijkt toch een kentering gaande. Kunst wordt door kenners en liefhebbers steeds vaker in emotionele termen besproken. Dat begon al met de tv-serie Beeldenstorm (1996-2006) van Henk van Os, die vaak sprak over de 'historische sensaties' die kunst oproept, en het werd vooral zichtbaar met de bevlogen en betrokken betogen over kunst die Joost Zwagerman hield in De Wereld Draait Door. De Mark Rothko-tentoonstelling in 2014 in het Haagse Gemeentemuseum had een 'rationele route' en een 'emotionele route', en werd beschreven in woorden die tot hoge emoties leken te dwingen ('extase', 'opgaan in de werken', 'religieuze ervaring', 'huilen').

In zijn DWDD Summerschool verklaarde aankomend Rijksmuseumdirecteur Taco Dibbits twee weken geleden ronduit dat hij 'op slag verliefd' werd op Oopjen Coppit toen hij haar zag - haar portret door Rembrandt, welteverstaan. Kunst wordt weer diep persoonlijk, wij laten het pathos, de emotie, nu veel meer toe dan pakweg vijftig jaar geleden, toen kunstbeleving ging over compositie, kleur en opbouw - de formele kwaliteiten - of over de symboliek van het beeld.

Dat kunst weer zo persoonlijk wordt, leidt ook tot excessen. Zo is de Britse kunstenaar Tracey Emin onlangs getrouwd met een steen (zie kader) en liet de Italiaanse premier Matteo Renzi in april uit voorzorg de marmeren naakten in het Vaticaan bedekken voor de ogen van president Rohani van Iran die op bezoek kwam, er klaarblijkelijk van uitgaand dat Rohani het onderscheid tussen een kunstwerk en een echt naakt mens niet kan maken; twee voorbeelden van uitersten van leven toekennen aan objecten.

Rembrandts portret van Agatha Bas uit 1641 kijkt de kijker net zo indringend aan als Kevin Spacey in House of Cards. Beeld Hollandse Hoogte

Om tot haar opvattingen te komen, gebruikte Caroline van Eck kunsttheorie maar ook methoden uit de antropologie en de psychologie. Dat gebeurt niet vaak; veel wetenschappers, zeker aangaande kunst, blijven netjes binnen de rails van hun vakgebied. De Duitse Aby Warburg (1866 - 1929) was een van de weinige wetenschappers die meerdere velden betrad om de omgang van mensen met beelden te onderzoeken - Van Eck treedt met haar boek in zijn sporen.

Zo bekeek ze oude Griekse teksten waaruit blijkt dat van kunstenaars werd verwacht dat hun werk zo levensecht was dat kijkers dachten dat ze voor echte mensen stonden: 'Uit veel teksten in de Oudheid is bekend dat mensen zich graag door kunst lieten bedriegen. Wat Michel de Cubières deed bij het beschrijven van zijn gevoel voor de verminkte Venus lijkt pathetisch, maar verschilt eigenlijk weinig van de manier waarop de Grieken over kunst schreven. Hij volgde daarin de klassieke auteurs.'

Kevin Spacey in House of Cards.

Een beroemde anekdote is bijvoorbeeld van Plinius de Oude (23-79 na Christus) over een wedstrijd tussen de schilders Zeuxis en Parrhasius. Zeuxis schildert druiven zo levensecht dat de vogels eropaf vliegen om ze te eten: hij heeft de natuur beetgenomen. Parrhasius nodigt Zeuxis daarop in zijn atelier uit om een nóg beter schilderij te laten zien en als Zeuxis arriveert en het gordijn voor het kunstwerk vandaan wil trekken, merkt hij dat ook het gordijn geschilderd is.

Met deze 'wedstrijd in levensechtheid' ontstond Van Ecks interesse. Ze noemt het San Giobbe-altaar in Venetië van Giovanni Bellini, waarin Sint Franciscus als enige van alle figuren de toeschouwer aankijkt. Zijn tenen vallen over een stenen rand (die geschilderd is), waardoor het lijkt alsof hij 'in onze ruimte komt' - een truc die Rembrandt soms ook met zijn geportretteerden toepaste, alsof zij de schilderijlijst met hun handen vastgrijpen. 'Dat zie je nu ook vaak filmmakers doen', zegt Van Eck. 'In House of Cards kijkt Kevin Spacey regelmatig in de camera, waardoor het lijkt alsof hij de kijker thuis recht in de ogen kijkt. In Alfred Hitchcocks Rear Window neemt de camera het gezichtspunt in van de hoofdpersoon die door een gebroken been aan zijn stoel gekluisterd is, maar wel zijn overburen bespiedt - waarmee ook de kijker een voyeur wordt. De grens tussen film of kunstwerk en de wereld van de kijker wordt poreus gemaakt, en daarmee wordt de afgebeelde situatie levensechter.'

Om te kunnen verklaren waarom mensen met objecten omgaan alsof het levende wezens zijn, had Van Eck echter aan de kunsttheorie niet genoeg. In de antropologie is veel onderzoek gedaan naar de uitwerking van voorwerpen op mensen. Alleen: dat betreft niet de westerse mens. Het gaat vooral om kennis over niet-westerse volken en hun omgang en rituelen met objecten. Maar volgens Van Eck is de methode overal toe te passen. Tot in de 19de eeuw zagen ook westerse mensen kunstwerken als dingen waarvan een krachtige invloed uitging. Denk bijvoorbeeld aan iconen die worden aangeroepen (en zelfs aangeraakt en gekust) door gelovigen bij ziekte of onheil.

Goed voorbeeld van zo'n kunstwerk als persoonlijkheid is een beeld van Pauline Borghese, de zus van Napoleon: 'In 1808 werd Pauline door de beroemde kunstenaar Antonio Canova levensgroot uitgebeeld in marmer als Venus Victrix, Venus als mooiste van alle godinnen. Een detail: Pauline Borghese werd niet alleen levensgroot afgebeeld, maar ook half naakt. En ze had ook nog zelf zo geposeerd voor Canova. Het idee erachter was nobel: de Borgheses wilden aansluiten bij het beeldprogramma - de pr - van Napoleon, die zich zo wilde meten met de Romeinse keizer Augustus, dus waarom je zusje dan niet uitbeelden als de mooiste godin?' Trouwens: Pauline wás ook erg mooi.

Een foto ui 1914 legt de schade vast die werd toegebracht door 'Slasher Mary' Richardson aan Vélazquez' schilderij Rokeby Venus. Het schilderij werd aangevallen alsof een echt mens moest worden gedood. Beeld Hollandse Hoogte

Het werkte alleen niet als verwacht, zegt Van Eck. 'Men vond het beeld te heftig, mensen konden hun handen niet thuishouden als ze het kwamen bekijken.' Dus het beeld werd afgeschermd. Alleen borg Paulines echtgenoot het niet op in zijn slaapkamer om er lekker alleen naar te kijken, nee, hij bouwde er een houten kooi omheen. Mensen konden er doorheen kijken, en hij zelf hield de sleutel. Van Eck: 'Het is de ultieme vernedering, want wie sluit je op in een kooi? Dat doe je alleen met dieren, of als je bang bent voor iemand. Het is een afweerreactie, een poging het beeld te temmen.'

Het is bekend dat Pauline er veel minnaars op nahield en zelf nogal luchtig reageerde op het naakt poseren ('het atelier was goed verwarmd', zei ze later tegen vriendinnen). Door het beeld als een dier te kooien en tentoon te stellen, wilde Borghese waarschijnlijk zijn vrouw raken, zegt Van Eck. Hij hoopte ook zijn vrouw te temmen. Het kunstwerk kreeg als het ware zelf een persoonlijkheid toegekend.

Tracey Emin trouwt met steen

De bekende Britse kunstenaar Tracey Emin maakte in maart van dit jaar in Hongkong bekend dat ze vorige zomer is getrouwd met een steen. Een eeuwenoude steen in de achtertuin van haar huis in Frankrijk, om precies te zijn. Bij de bruiloft droeg ze de rouwsluier van de begrafenis van haar vader. 'Hij is een anker, iets waarmee ik mij kan identificeren', vertelde ze aan The Art Newspaper over haar echtgenoot. 'Ik ben niet alleen. Ergens op een heuvel langs de oceaan is een prachtige antieke steen, die nergens heengaat. Die daar blijft en op mij wacht.' Emin staat bekend om haar persoonlijke werk waarin (verschillende vormen van) liefde vrijwel altijd thema zijn, zoals het werk Everyone I Have Ever Slept With 1963-1995, een tent met daarin de namen van iedereen met wie zij het bed heeft gedeeld, seksueel en niet-seksueel, en het werk My Bed (1998), waarin ze haar beslapen bed en slaapkamerobjecten liet zien. Het werd genomineerd voor de Turner Prize in 1999.

Maar wat gebeurt er nu in ons hoofd als we naar een kunstwerk kijken? Welke 'knoppen' worden aangezet waardoor we wel of niet iets voelen? Hier biedt de psychologie uitkomst. In de 20ste eeuw werd steeds meer onderzoek gedaan naar kijkervaring, waaruit bijvoorbeeld blijkt dat mensen als ze naar een portret kijken aanvankelijk precies hetzelfde reageren als wanneer ze een mens zien die hen aankijkt - tot ze zichzelf corrigeren.

Er was in de 17de eeuw al een filosoof die schreef over herinneringen die kunstwerken bij kijkers kunnen oproepen, Sforza Pallavicino. Uitgebreider onderzoek kwam pas de afgelopen eeuw op gang. Caroline van Eck: 'Als je lang genoeg kijkt naar een beeld van een gezicht dat jou aankijkt, ga je bijvoorbeeld denken dat het knippert. Dat is onderzocht. Je kunt het zelf thuis oefenen als je een portret in de buurt hebt. Ik vraag het vaak aan mijn studenten en het werkt altijd.'

Midden vorige eeuw was er een Britse psycholoog, David Winnicott, die het toekennen van leven aan objecten en het maken van beelden in verband bracht met de ontwikkeling van kinderen in de vroegste levensfase. Hij bestudeerde het gedrag van kinderen die in de Tweede Wereldoorlog gescheiden van hun ouders op het platteland opgroeiden.

Zijn theorie geeft ook inzicht in onze omgang met kunst, legt Van Eck uit: 'Baby's tot 6 maanden zien zichzelf en de moeder niet als twee verschillende wezens, zegt Winnicott. In de fase van 6 maanden tot ongeveer drie jaar leert het kind geleidelijk dat de moeder een ander is, en om dat te verwerken heeft het 'transitieobjecten' nodig, zoals knuffels of doekjes, die hem in staat stellen het verlies te verwerken en hierop zijn gevoelens van angst en liefde te projecteren. In deze periode ontwikkelt het kind een zelfbewustzijn. Dit projecteren van gevoel op transitieobjecten is het begin van leven toekennen aan niet-levende dingen. Het hangt samen met latere behoefte om levensechtheid te zien in kunstwerken.'

Waar het onthechten misgaat, zie je op latere leeftijd excessief gedrag, zegt Van Eck. Dat gebeurde ook bij de kinderen van Winnicott: 'Zoals het aan elkaar binden van meubels en andere objecten met touwen, om iets van de verloren verbintenis te herstellen.' Bij vandalen die kunstwerken aanvallen is dat vergelijkbaar, zegt ze: 'Bij deze mensen is iets gebeurd waardoor ze écht leven zien in kunstwerken en dat niet met hun verstand corrigeren. Ze kunnen dus echte mensengevoelens van jaloezie, woede en wraak voelen jegens een geschilderde man of vrouw.'

Knielende Venus uit het Louvre, waarop Cubières verliefd werd. Beeld Getty Images

Zoals bij 'Slasher Mary', de vrouw die in 1914 Diego Vélazquez' Rokeby Venus in de National Gallery in Londen met een mes te lijf ging, als aanklacht tegen de behandeling van mede-suffragette Emmeline Pankhurst. Ook deze Mary Richardson viel de naakte Venus aan alsof het een mens was en stak haar precies in haar vitale delen: hals, hart en nieren.

De fase waarin kinderen geleidelijk afstand tot hun moeder creëren, is ook die waarin een kind taal ontwikkelt en gaat tekenen. Door met tekenen de wereld na te bootsen, leert het kind een filter aanbrengen tussen de overweldigende emoties en zichzelf. Het maken van beelden en taal speelt hierbij een belangrijke rol.

Om onze ongefilterde emoties te beteugelen, hebben we afstand nodig en in die afstand maken we beelden. Dat is de rol van kunst: afstand markeren tussen onszelf en de overweldigende emoties. In de omgang met die beelden hebben we de neiging leven aan ze toe te kennen, al weten we dat het objecten zijn. De beelden zijn vaak wel, net als de transitieobjecten, van grote emotionele waarde.

Zo kwam Caroline van Eck op haar theorie: de mens is geneigd leven toe te kennen aan objecten en de mens maakt beelden van de wereld om zich heen. Beide hebben we nodig: 'Als je in de natuur rondloopt en je ziet een slang en denkt dat het een tak is, kan het slecht met je aflopen. Het is dus noodzakelijk om snel te kunnen inschatten of iets leeft.' Aan de andere kant is het uitbeelden nodig omdat we daardoor leren: 'Het is een effectieve manier om je informatie eigen te maken. Gecombineerd met ons goede geheugen helpt het om in te spelen op nieuwe situaties.'

Maar waarom hebben dieren dit vermogen dan niet nodig? 'Dieren imiteren ook, maar de meeste soorten maken geen afbeeldingen. Waarschijnlijk omdat hun zintuigen veel scherper zijn. De mens ruikt slecht, hoort gebrekkig, en de tastzin is ook niet geweldig. Wij compenseren dat met ons abstractievermogen en geheugen - we geven door beelden te maken informatie door op nieuwe generaties.'

Beeld Hollandse Hoogte

En wat betekent het voor de gewone museumbezoeker dat er nu weer meer emotie terug is in de manier waarop experts over kunst spreken? 'Ik denk dat de kunstkritiek van Zwagerman een welkome afwisseling is op de exclusieve aandacht op stijl en vorm, op de marktwaarde en op de grote genieën zoals Rembrandt. Er was ook wel erg veel nadruk op intellectuele analyse van beeldinhoud.'

Bij Tracey Emin, een van Van Ecks favoriete kunstenaars, is volgens haar altijd sprake van een politiek statement: 'De eerste associatie die ik had toen je me over haar huwelijk vertelde, was met de uitdrukking 'een hart van steen'. Misschien is ze wel zo teleurgesteld in de liefde dat ze denkt beter af te zijn met een steen. Net als het ivoren beeld van Pygmalion praat die tenminste niet terug.'

Caroline van Eck, Art, Agency and Living Presence: From the Animated Image to the Excessive Object, 2015, Leiden. University Press/Walter De Gruyter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden