beschouwing Bomenboeken

Mensen houden van bomen (en dus ook van boeken over bomen)

Wie een band had met bomen, gold lange tijd als zweefkees. Dat is aan het veranderen. Bomen zijn voelende wezens, zeggen de vele boeken over het thema, dus laten we ze ook zo behandelen.

Beeld Floor Rieder

Ik woon aan de rand van een bos. Van achter mijn bureau kijk ik uit op een hoge beuk met donkere, paars-bruine bladeren. Daar heb ik verder nooit veel over nagedacht: gewoon een mooie boom. Maar sinds kort weet ik dat die paarse boombladeren het resultaat zijn van een door mensen geselecteerde genetische mutatie en dat deze boom het daardoor moeilijker heeft dan zijn soortgenoten met groen blad (die nemen meer licht op). Nu heb ik een beetje medelijden met ‘mijn’ beuk.

Die gevoelens beperken zich niet tot deze boom. Als ik tegenwoordig door de stad fiets, voel ik spijt als ik grote bomen zie die in een korset van stoeptegels staan, waardoor er nauwelijks ruimte overblijft voor regenwater om door te dringen tot de wortels. Tegelijkertijd krijg ik ontzag voor bomen die onder deze omstandigheden weten te overleven.

Dat zou je een persoonlijk bewustwordingsproces kunnen noemen. Maar ik heb het idee dat ik deel uitmaak van een grotere beweging. In mei kwamen bewoners van de Achterhoek in opstand tegen de provincie, die 343 gezonde bomen langs de weg wil kappen omdat ze gevaar opleveren voor het verkeer. Eerder dit jaar brak een storm van protest los toen Staatsbosbeheer naar de smaak van wandelaars en omwonenden al te rigoureus kapte in de bossen. Op tal van plekken kwamen burgers in het geweer voor bomen – hún bomen.

Dat kappen gebeurt al jaren, maar ineens pikken we het niet meer. Kennelijk is er de laatste tijd bijna onmerkbaar iets veranderd in onze omgang met bomen. Het klimaat heeft er natuurlijk iets mee te maken – bomen slorpen CO2 op en helpen daardoor tegen de klimaatopwarming.

Maar er lijkt meer aan de hand: mensen hebben emoties bij bomen. Begin mei stond ik met een anti-kapactivist in de bossen bij Groesbeek, waar een perceel bomen was gekapt. Op het omgeploegde terrein stonden alleen nog wat stronken. Hij kreeg er tranen van in zijn ogen.

Liefde voor bomen

De liefde die mensen voelen voor bomen is het leidend thema van Tot in de hemel  (The Overstory), waarmee de Amerikaanse auteur Richard Powers in 2018 een nominatie voor de Man Booker Prize in de wacht sleepte en dit jaar de prestigieuze Pulitzerprijs won. Powers’ groots opgezette roman draait om acht hoofdpersonen wier levens op een of andere manier zijn verbonden met bomen: de een groeit ermee op, de ander valt eruit als kind (en is voor zijn leven verlamd), de volgende wordt opgevangen door een boom als hij uit een vliegtuig valt.

Vijf van hen sluiten zich aan bij een groep radicale activisten die bomen beschermen tegen kappers door zich eraan vast te ketenen. (Wie denkt dat zoiets alleen in romans gebeurt: vorig jaar was ik in het Hambacher Forst, een bos tussen Keulen en Aken, waar gemaskerde actievoerders zich in boomhutten verschansten om de laatste resten van een oeroud bos te beschermen tegen een oprukkende bruinkoolmijn. Een strijd die nog steeds gaande is.)

Het loopt niet goed af. Een van de vijf overlijdt bij een uit de hand gelopen aanslag op een boskapproject, een ander verdwijnt levenslang in de gevangenis. Er speelt nog een tragische liefdesgeschiedenis doorheen – Powers’ pogingen om alle verhaallijnen met elkaar te verknopen zijn af en toe knap ingewikkeld. Maar dat is bijzaak. In hoofdzaak is Tot in de hemel een aanklacht tegen allesvernietigende menselijke hebzucht en een ode aan de ‘schitterendste schepselen op aarde’, zoals een van de hoofdpersonen bomen noemt.

Zo heb ik bomen eerlijk gezegd nooit bekeken. Ik ben opgegroeid in een bosrijke omgeving. Als kind waren bomen speeltoestellen voor mij. Ik klom erin, maakte hutten in de takken. Ik ben er ook weleens uit gevallen – zonder verlamd te raken.

Toen ik groter werd, raakte ik dat kinderlijke contact met bomen kwijt. Als volwassene zag ik bomen vooral als ornamenten in het landschap, fijn om onderdoor te wandelen. Dat bomen onbewust meer voor me betekenden, merkte ik toen ik een tijdje in een kale nieuwbouwwijk in de polder woonde. Ik miste bomen. Kennelijk kun je ook houden van iets waarvan je bijna niets af weet.

Richard Powers: Tot in de hemel.

Net mensen

Dat was nog voordat ik Het verborgen leven van bomen las, van Peter Wohlleben. Hierin getuigt de auteur, een vriendelijke Duitse boswachter, van zijn onvoorwaardelijke liefde voor bomen. Opvallend is dat Wohlleben bomen als mensen behandelt. Hij noemt jonge bomen consequent ‘bomenkinderen’ die naar de ‘bomenschool’ gaan en liefdevol worden opgevoed door hun ouders. Stadsbomen betitelt hij treffend als ‘straatkinderen’. Volgens Wohlleben kunnen bomen pijn lijden, sluiten ze onderlinge vriendschappen, helpen ze elkaar bij aanvallen van insecten of andere dieren en zijn ze verbonden door een ondergronds netwerk van schimmels die samen een ‘wood wide web’ vormen. Zoiets als ons internet, maar dan langzamer.

Bossen, schrijft Wohlleben in kraakheldere jip-en-janneketaal, zijn meer dan een stelletje palen met bladeren. Het zijn sociale gemeenschappen van voelende wezens. Niet iedereen is even ontvankelijk voor die boodschap, heeft hij gemerkt. ‘Ik denk weleens dat we bang zijn dat we bomen en ander groen met meer respect zouden moeten behandelen als onomstotelijk zou worden vastgesteld hoezeer ze in veel opzichten op dieren lijken.’ Het boek van Wohlleben werd een internationale bestseller; in Nederland zijn er tienduizenden exemplaren van verkocht. Ook al zo’n symptoom van een veranderende tijdgeest: toen prinses Irene jaren geleden verkondigde dat ze met bomen praatte, werd ze uitgemaakt voor zweefkees.

Zonder te willen meegaan in Wohllebens vermenselijking van bomen: door zijn boek ga je anders naar bomen kijken. Ik ben ze de laatste tijd meer gaan beschouwen als wezens die op zichzelf de moeite waard zijn om aandacht aan te schenken.

Sinds kort maak ik een spelletje van het herkennen van bomen aan hun stam. Ik kan tegenwoordig de gladde bast van de beuk onderscheiden van de gegroefde schors van de eik. Die weer net even anders is dan de spiraalvormige patronen in de houten omslag van de kastanje. Vergeleken daarmee zijn de krokodilachtige schubben van de den en de gebarsten witte huid van de berk een makkie. Dat komt, weet ik van Wohlleben, doordat de berk een pionier is die sneller groeit dan zijn bast aankan; daardoor barst hij letterlijk uit zijn voegen.

Peter Wohlleben: Het verborgen leven van bomen.

Wereldwijd bomennetwerk

Wohlleben heeft veel gemeen met Patricia Westerford, de tragische heldin in Richard Powers’ bomenepos. ‘Planten Patty’ ontdekt als jonge wetenschapper bij toeval dat bomen onderling met elkaar zijn verbonden, wordt daarvoor – net als onze Irene – aanvankelijk weggehoond, maar later gerehabiliteerd als blijkt dat de wetenschap haar in het gelijk stelt.

Wat inmiddels ook in het echt is gebeurd. In een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Nature brachten onderzoekers van de universiteiten van Zürich en het Amerikaanse Stanford onlangs het ondergrondse schimmelnetwerk in kaart van bossen overal ter wereld. Het is alsof ze een MRI-scan van de bodem hebben gemaakt, aldus Thomas Crowther, een van de onderzoekers.

Van Westerford komen ook de mooiste citaten over bomen. Zoals dit: ‘Niemand ziet bomen. We zien vruchten, we zien noten, we zien hout, we zien schaduw. We zien ornamenten of fraaie herfstbladeren. (...) We zien een vermarktbaar gewas. Maar bomen – bomen zijn onzichtbaar.’

Bomen zijn ouder dan mensen. Toen wij op aarde verschenen, waren zij er allang. Het grote verhaal van mensen en bomen is er een van verdringing. Toen de moderne mens zijn opwachting maakte, telde de aarde zes biljoen bomen. Daarvan is nu nog maar de helft over. De andere helft is verdwenen om plaats te maken voor steden, wegen en vooral landbouw: 40 procent van alle land op aarde is in gebruik als landbouwgrond.

Die afbraak van bossen gaat nog altijd door, schrijft David Haskell in Het geheime leven van bomen (2018). Vorig jaar werd wereldwijd 16 miljoen hectare bos gekapt – een oppervlakte van vier keer Nederland. De houding van mensen tegenover bomen wordt gekenmerkt door tweeslachtigheid. Haskell beschrijft de ‘woede die ontvlamt’ onder bewoners van New York als bomen moeten wijken voor stadsuitbreiding: Nederlandse toestanden. Volgens Haskell komt dat doordat de mens ten diepste verbonden is met bomen. Wat dat betreft verschillen grootstedelijke New Yorkers niet van de Waorani uit het Amazonewoud die denken dat bomen bezield zijn, schrijft Haskell. ‘Hun relatie met bomen is diep en persoonlijk.’

David Haskell: Het geheime leven van bomen.

Wezens van het bos

Die band is gesmeed in onze lange gemeenschappelijke geschiedenis, meent de Britse wetenschapsjournalist Colin Tudge in Het verborgen leven van bomen uit 2005, een vuistdik compendium over bomen op aarde (wat titels betreft is er opmerkelijk weinig variatie in bomenboeken). De eerste mensen klommen uit bomen om op de savanne te gaan leven. ‘We hebben onze eerste voorouders ver achter ons gelaten, maar we zijn nog altijd wezens van het bos.’ Dat we zulke handige armen en handen hebben, is een rechtstreeks overblijfsel uit de tijd dat we die nodig hadden om te klimmen.

Dat mensen zich verbonden voelen met bomen, is overduidelijk. Oude vertellingen en mythen zijn doorspekt met verhalen over ‘heilige’ bomen en mensen die in bomen veranderen. Philemon en Baucis ontvingen de Griekse oppergod gastvrij in hun armoedige hutje. Als dank werden ze na hun dood veranderd in een eik en een linde, zodat ze eeuwig samen konden blijven.

Tegelijkertijd laten we toe dat jaarlijks miljoenen hectare regenwoud wordt gekapt om palmolie te telen voor margarine en om soja te planten voor varkenskarbonades. Een verklaring hiervoor geven Tudge en Haskell niet, maar het moet met nabijheid te maken hebben. Het is nu eenmaal gemakkelijker een relatie te hebben met een boom in je achtertuin, dan met een kapokboom in de Amazone, die volgens Tudge zo hoog kan worden als een gebouw van tien verdiepingen en die een microkosmos op zich is.

Colin Tudge: The Secret Life of Trees.

Op dit dualisme wijst ook boswachter Wohlleben als hij de parallel trekt tussen schnitzels en hout. Als we vinden dat varkens recht hebben op een fatsoenlijk leven, dan zouden we volgens Wohlleben ook bomen ‘onnodig leed’ kunnen besparen door alleen te oogsten wat we echt nodig hebben en bossen met respect te behandelen. Dat wil zeggen: selectief kappen, zonder inzet van zware machines, zodat de structuur van het natuurlijk bos intact blijft.

Dat het voor mensen moeilijk is zich echt te verplaatsen in het leven van bomen ligt wellicht aan ons volstrekt andere besef van tijd, schrijft Wohlleben. De gemiddelde mens wordt zo’n 80 jaar oud; een boom is dan pas net in de puberteit. Bomen zijn ‘onze langzaamste tijdgenoten’, aldus Wohlleben.

Daardoor zien wij bijvoorbeeld niet dat bossen bewegen. Bij het oprukken van de gletsjers in de ijstijd trokken bossen weg naar het zuiden. Toen de gletsjers terugweken, wandelden ze weer langzaam richting noorden, een beweging die nog steeds aan de gang is, mede door de klimaatopwarming. De gemiddelde snelheid van een beukenbos, schrijft Wohlleben, is 400 meter – per jaar. 

Dat bomen nut hebben, kan niemand ontkennen. Bomen slaan koolstof op, zuiveren de lucht, leveren brandstof, bouwmateriaal en voedsel. ‘Als we de groene wereld konden begrijpen, zouden we al het voedsel dat we nodig hebben in drie lagen leren verbouwen, op eenderde van de grond die we nu nodig hebben’, zegt Patty Westerford in Tot in de hemel.  Een regelrecht pleidooi voor voedselbossen.

Heilzaam voor de geest

Maar bossen hebben nog een ander praktisch nut: ze zijn heilzaam voor de geest. Sinds ik weer bij het bos woon, maak ik een paar keer per dag een wandeling. Ik ervaar de aanwezigheid van bomen als rustgevend: ze zijn er gewoon en hoeven niets van mij. Bomen zijn voor mij het decor waartegen ik mijn gedachten de vrije loop kan laten. Als ze al met elkaar communiceren, dan stoort mij dat niet.

Volkomen onbewust blijk ik hiermee deel uit te maken van een trend die uit Japan is komen overwaaien: die van de shinrin-yoku, oftewel bosbaden. De Japanse arts en hoogleraar Qing Li heeft er een boek over geschreven met als ondertitel: ‘Hoe bomen je kunnen helpen gezond en gelukkig te worden.’ In de godsdiensten van Japan – het shintoïsme en het boeddhisme – is het bos het terrein van het goddelijke, aldus Qing Li. ‘Het is in Japan niet ongebruikelijk om mensen in het bos te zien bidden.’

Qing Li schrijft medicinale waarde toe aan bosbaden, waarvoor in Japan speciale therapiecentra bestaan. Ze verlagen de bloeddruk, verminderen stress, verhelpen depressies en geven energie. Proeven met kantoorwerkers uit Tokio hebben volgens hem aangetoond dat mensen beter en 15 procent langer slapen na een flinke boswandeling – iets wat iedereen die weleens in het bos wandelt kan beamen.

Volgens de Japanse dokter komt dat onder meer doordat bomen fytonciden afscheiden, stoffen die deel uitmaken van het afweersysteem van bomen en een heilzaam effect zouden hebben op het menselijk immuunsysteem. Ten bewijze haalt hij Amerikaans onderzoek aan waaruit zou blijken dat in staten met een hoge boomsterfte ook het sterftecijfer onder mensen hoger ligt. ‘Geen ander medicijn heeft zo’n directe invloed op je gezondheid als een wandeling in een schitterend bos’, schrijft Qing Li. ‘Is het dan gek dat Boeddha verlichting vond toen hij onder een boom zat?’

Qing Li: Shinrin-yoku – De kunst en wetenschap van het bosbaden.

Verlichting is niet waaraan ik denk als ik mijn boswandelingen maak. Waar ik weleens over pieker, is hoe bomen naar ons kijken. Zouden bomen ons zien zoals wij naar mieren kijken: druk in de weer, ogenschijnlijk zonder doel en richting? Met het verschil dat mieren voor mensen geen bedreiging zijn, maar mensen voor bomen wel? Het moet een angstaanjagend gevoel zijn om je niet te kunnen verweren tegen een man met een kettingzaag.

Daarbij schiet me een scène te binnen uit Tot in de hemel, waarin Adam, een van de hoofdpersonen, ’s nachts dronken door het park zwalkt en een dennenappel op zijn hoofd krijgt. ‘Hij kijkt omhoog, recht in de takken van een elegante eucalyptus waaruit het mysterie is neergedaald. (...) ‘Wat?’, vraagt hij aan de boom. ‘Wat?’ De boom voelt zich niet geroepen antwoord te geven.’

Misschien, suggereert Wohlleben, zeggen bomen wel iets, maar verstaan wij ze niet. Ik denk dat ik maar eens een bosbad ga nemen. En beter ga luisteren.

David Haskell: Het geheime leven van bomen (2018). Uit het Engels vertaald door Bonella van Beusekom. Meulenhoff; 320 pagina’s; € 24,99.

Qing Li: Shinrin-yoku – De kunst en wetenschap van het bosbaden (2018). Uit het Engels vertaald door Sander Brink en Marike Groot. Bruna; 303 pagina’s; 20,99 euro.

Richard Powers: Tot in de hemel (2018). Uit het Engels vertaald door Jelle Noorman. Atlas Contact; 603 pagina’s; € 29,99.

Colin Tudge: The Secret Life of Trees (2005). Penguin; 520 pagina’s; € 45,- (Nederlandse vertaling is alleen nog tweedehands te krijgen).

Peter Wohlleben: Het verborgen leven van bomen (2016). Uit het Duits vertaald door Bonella van Beusekom. Lev.; 222 pagina’s; € 20,99.

Meer over het wood wide web:

Klimatologische controles van ontbinding drijven de wereldwijde biogeografie van bos-boomsymbiosen aan.

Onderzoek heeft aangetoond dat onder elk bos en hout een complex ondergronds web van wortels, schimmels en bacteriën zit die helpen bomen en planten met elkaar te verbinden.

Meer over het Hambacher Forst:

Boomridders versus graafmachines: de strijd tegen bruinkoolwinning in het Duitse Hambacher Bos

Massale inzet Duitse politie in Hambacher Bos: boomhutten, actievoerders en molotovcocktails.

Tienduizenden Duitsers demonstreren tegen massale kap Hambacher Forst

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden