Meneer Beerta boog wat mee

Was volkskundige Piet Meertens fout in de oorlog of liep hij maar een beetje mee? Het laatste, zegt een onderzoekscommissie....

‘Ik heb Meertens altijd als een fatsoenlijk man beschouwd. In zijn oorlogsverleden heb ik mij nooit verdiept’, zegt de schrijver J. J. Voskuil. Van 1957 tot 1987 werkte hij als wetenschapper voor de Centrale Commissie voor Onderzoek naar het Nederlandse Volkseigen, later omgedoopt tot Meertens Instituut. Hij schreef er zijn romancyclus Het Bureau over, waarin directeur Meertens wordt geportretteerd als meneer Beerta.

Was ‘meneer Beerta’ fout in de oorlog? Vorig jaar stelde de Amsterdamse historicus en socioloog Hans Derks dat Meertens onder meer zijn diensten aan de SS had aangeboden. Derks vond dan ook dat de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW, waaronder het Meertens Instituut valt) de naam van het instituut moest wijzigen.

Deze week kwam een commissie onder leiding van Hermann von der Dunk, emeritus hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit Utrecht, tot de conclusie dat Meertens niet fout is geweest in de gangbare zin des woords. Hij was geen lid van de NSB of een andere nazi-organisatie. Hij heeft nooit iemand verraden. Wel heeft Meertens zich in vergaande mate aangepast en meegewerkt aan ondernemingen die de Duitse bezetter ten goede kwamen. Maar zo’n vorm van ‘accommodatie’ kwam tijdens de bezetting heel veel voor, aldus de commissie. Zij ziet derhalve geen reden de naam van het Meertens Instituut te veranderen.

Meertens’ voormalige medewerker Voskuil is het hier van harte mee eens. ‘Ik was destijds een grote voorstander van die naam, omdat het instituut echt de schepping van Piet Meertens was. Ik vind het idioot om, zestig jaar na dato, in heel andere omstandigheden, een moreel oordeel over zijn gedrag in de oorlog te vellen. De oorlog was een ongelooflijk gecompliceerde tijd, waarin heel veel mensen dingen deden die net fout waren. Ik vind het veel te fundamentalistisch om daar de staf over te breken.’

Hans Derks, de aanstichter van de controverse, begrijpt het milde oordeel van Von der Dunk niet. ‘De commissie schrijft letterlijk dat Meertens zich in vergaande mate aanpaste en meewerkte aan ondernemingen die de bezetter ten goede kwamen. Moet je naar zo iemand een KNAW-instituut noemen? Dat lijkt me niet.’

Zuiveringsgolf

De bezetting blijft de gemoederen nog altijd bezighouden. Het nationaal-socialisme blijft het symbool van het ultieme kwaad. Beschuldigingen van ‘fout’ gedrag leveren daarom steevast publiciteit en discussie op. De commissie-Von der Dunk, die vóór de officiële presentatie van het rapport geen commentaar wilde leveren, spreekt zelfs van een ‘morele zuiveringsgolf’: behalve Meertens raakten onlangs ook de dichter Jan Campert en de fysicus Peter Debye postuum in opspraak.

Anderzijds heeft de historische wetenschap het onderscheid tussen goed en fout danig gerelativeerd. Naar schatting zaten 25 duizend Nederlanders, ruim een kwart procent van de bevolking, in het georganiseerde verzet, becijferde historicus Loe de Jong. Ook het aantal echt foute Nederlanders was relatief gering: 25 duizend soldaten vochten aan het Oostfront, de NSB telde op haar hoogtepunt in 1941 85 duizend leden.

Het is inmiddels een cliché dat het gros van de negen miljoen Nederlanders zich ‘grijs’ gedroeg, stelt de commissie-Von der Dunk. Ze kwamen niet in verzet, maar ze collaboreerden ook niet echt. Ze ploeterden voort in moeilijke omstandigheden. Ze waren anti-Duits, maar voelden zich vaak gedwongen de bezetter tegemoet te komen, zeker als zij ambtenaar waren. Bovenal waren ze bang.

‘Ook wetenschappers werden voortdurend voor morele dilemma’s geplaatst’, zegt historicus P.J. Knegtmans van de Universiteit van Amsterdam. Al in november 1940 werden aan de universiteiten alle Joodse medewerkers ontslagen. Na de beroemde protestrede van de jurist Cleveringa brak in Leiden een staking uit, waarop de Duitsers de universiteit sloten.

In andere universiteitssteden maanden de rectores-magnifici de academische gemeenschap tot rust. In geen geval mocht het Leidse voorbeeld gevolgd worden. De universiteit moest open blijven. ‘Al is men nog zo gewond, men slaat de hand niet aan zichzelf’, schreef de Utrechtse rector Kruyt, een overtuigd socialist.

‘Men was ervan overtuigd dat de universiteiten belangrijk waren voor de volkskracht. Na de oorlog waren er hoger opgeleiden nodig voor de wederopbouw’, zegt Knegtmans. Zo accepteerden docenten tandenknarsend dat ook Joodse studenten voortaan geweerd moesten worden.

In 1943 kwam het onderwijs stil te liggen, toen de bezetter razzia’s hield waarbij studenten werden opgepakt voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Vervolgens eisten de autoriteiten dat studenten een verklaring tekenden waarin zij hun loyaliteit aan het Duitse Rijk betuigden. Slechts 14 procent tekende, de rest van de studenten dook onder. Aanvankelijk weigerden veel docenten college te geven aan de ‘loyale’ studenten, maar een gesprekje met de Sicherheitspolizei deed dan doorgaans wonderen.

Toch kwamen de meeste wetenschappers betrekkelijk ongeschonden door de oorlog, zegt Klaas van Berkel, hoogleraar wetenschapsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘De Duitsers zaten er niet heel erg achter heen. Een beetje meebewegen was vaak al genoeg’, aldus Van Berkel.

Dat lag iets anders in het geval-Meertens. Voor de oorlog bevond hij zich in de marge van de academische wereld. Als gevorderde dertiger had hij nog altijd geen vaste aanstellingen. Maar de kansen voor de volkskunde keerden in 1940. De Duitsers hadden grote belangstelling voor het ‘volkseigen’, de tradities en gebruiken die kern van de Germaans-Nederlandse volksaard vormden. Zij waren ook bereid flink te investeren in een nieuw Rijksinstituut voor Nederlandsche Taal en Volkskultuur. Meertens zou hierin een prominente rol gaan vervullen, met bijbehorend salaris.

Ahnenerbe

Als ‘opportunistisch’ pleitbezorger van de volkskunde schaarde Meertens zich achter de plannen voor het Rijksinstituut, aldus de commissie-Von der Dunk. In dat kader praatte hij ook met hoge officieren van de SS en met de Volksche Werkgemeenschap, de Nederlandse vertakking van de Ahnenerbe, het ‘wetenschappelijk bureau’ van SS-leider Himmler.

Derks trok hieruit de conclusie dat Meertens zijn diensten aan de SS aanbood. De commissie-Von der Dunk geeft een andere interpretatie. Meertens wees het aanbod tot financiële steun van de SS af. Zijn toenadering tot de Volksche Werkgemeenschap zou slechts een tactische zet zijn, om te verhinderen dat de Werkgemeenschap zich tegen de plannen voor het Rijksinstituut zou keren.

‘Meertens was een man die zich indekte. Hij hield altijd meerdere ijzers in het vuur’, zegt Voskuil. Daarnaast was hij persoonlijk kwetsbaar. Hij was biseksueel of, zoals hij zelf schreef, hij voelde zich thuis in ‘beide hemisferen der liefde’. In 1941 zat hij een gevangenisstraf uit wegens ontucht met een minderjarige. Bij de KNAW bestond grote oppositie tegen zijn terugkeer, waardoor hij sterk afhankelijk werd van de patronage van zijn chef, de nationaal-socialist Jan de Vries.

De commissie-Von der Dunk komt uiteindelijk tot een conclusie die zich het beste als ‘tja’ laat omschrijven. Fraai was het allemaal niet, maar Meertens was een meeloper zoals zo velen.

Daarom hoeft de naam van het instituut ook niet veranderd te worden, stelt de commissie. Juist totalitaire stelsels proberen het verleden voortdurend te herschrijven. Een democratische samenleving kan best leven met een geschiedenis waar een paar vlekjes aanzitten.

‘Meertens was niet uitzonderlijk fout. Hij maakte er, zoals zo velen, gewoon het beste van. Die conclusie kan ik wel volgen’, zegt wetenschapshistoricus Van Berkel. Toch vindt hij het handhaven van de naam Meertens Instituut minder gelukkig. Net als andere historici heeft hij begrip voor het kleinmenselijke en het feit dat helden nu eenmaal dun gezaaid zijn. Maar moet je instituten gaan vernoemen naar meelopers?

‘Het is punt is dat je met zo’n naam goede sier maakt met de betreffende persoon. Dan is Meertens niet ideaal. Dat gold voor Debye nog sterker. Iemand die tot 1940 in Duitsland blijft en er op hoog niveau functioneert, heeft flink meegegeven. De universiteit kon op haar vingers natellen dat ze een risico nam toen ze een instituut naar hem vernoemde.’

Hans Derks, die de kwestie aanzwengelde, vindt de argumentatie van de commissie ‘van laag niveau’. ‘Ook in democratische landen worden namen aangepast als voortschrijdend inzicht daartoe aanleiding geeft. Anders zou de Vrijheidslaan in Amsterdam nog altijd Stalinlaan heten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden