Memoires van een goddeloze

Religiebasher Richard Dawkins haalt nog eens uit naar iedereen die het met hem oneens is. Tikje teleurstellend, maar zijn anekdotes lezen lekker weg.

Martijn van Calmthout
null Beeld ©Carl De Keyzer / Magnum Photos
Beeld ©Carl De Keyzer / Magnum Photos

Bijna op de dag af twee jaar geleden publiceerde de Britse bestsellerauteur, sterbioloog en prominente religiebasher Richard Dawkins het eerste deel van zijn memoires, over zijn jeugd in Kenia, zijn beginjaren als bioloog in Oxford, zijn familie, zijn mentor Niko Tinbergen, en over zijn eerste baanbrekende boek, The Selfish Gene, dat subiet een wereldhit werd.

Dat eerste deel uit 2013, An Appetite for Wonder, was een onderhoudend boek; de innemende en welbespraakte Dawkins kan schrijven als de beste, iets waarvan een fikse stapel eerdere prachtboeken moeiteloos getuigt. Titels als het magistrale The Ancestors Tale, The Blind Watchmaker, Unweaving the Rainbow en zelfs The God Delusion zijn nog steeds verplichte kost voor wie wil weten en nadenken.

Teleurstelling

Maar een teleurstelling was An Appetite ook, omdat de sterbioloog die bekend staat als vlijmscherp en strijdbaar een haast té gewone aanloop naar het sterrendom bleek te hebben. Geen wonderkind, geen verpletterende inzichten, gewoon fijne ouders, een jeugdige bevlieging met Jezus, en verder een harde werker met stevige interesses, sterke leermeesters en een goed idee. Het lijkt welhaast andermans leven en niet dat van de latere wetenschapsvlegel Richard Dawkins, bekend van radio en televisie, die overigens best wil toegeven dat hij een enorme geluksvogel is geweest.

In de pers ging het destijds eigenlijk vooral over een scène waarin de 8-jarige schooljongen Dawkins onzedelijk wordt betast door een geile gymleraar. Richard bleek niet de enige, en de leraar in kwestie raakte in opspraak en pleegde later zelfmoord.

Biologentwist

Die tamelijke desillusie legt een zware hypotheek op het tweede deel van Dawkins herinneringen, Brief Candle in the Dark, en om maar met de deur in huis te vallen: het valt opnieuw niet mee. Een echte autobiografie is Candle zeker niet, eerder een verzameling anekdotes die lekker weglezen maar nauwelijks samenhangende memoires kunnen heten. Pas in de tweede helft komt Dawkins tot zelfreflectie en haalt hij nog een keer fiks uit naar oude opponenten als Stephen Jay Gould, wiens talent om dingen verkeerd te begrijpen, aldus een vileine Dawkins, alleen werd geëvenaard door zijn vermogen om onvoorstelbaar prachtig te formuleren.

Dat laatste gaat over Dawkins' strijd ten tijde van The Selfish Gene (1973) met andere biologen over de vraag op welk niveau de evolutie eigenlijk plaatsvindt: individuele organismen, zoals Darwin leek te denken, of de genen, zoals Dawkins het voorstelde. Organismen zijn daarvan de wandelende, zwemmende of kruipende verpakking, maar de genen zijn waar het om draait. Die willen overleven en zich vermenigvuldigen.

In een apart hoofdstuk komt Dawkins nog eenmaal terug op de biologentwist en legt uit waarom hij toch echt gelijk had en niet de 'marxisten' als Gould of Richard Lewontin. Ook dat heeft anno 2015 iets licht potsierlijks, want er zijn weinig biologen meer die overtuigd moeten worden van het belang van de genen in de evolutie. Dawkins uiteindelijke handreiking, die erop neerkomt dat de genen weliswaar de essentie zijn maar dat ze natuurlijk wel de bouw van een individueel organisme bevelen als voertuig, blijft vermoedelijk gewoon in de lucht hangen.

Strijdbaar atheïst

Op zichzelf is de opzet van het boek - met thematische hoofdstukken over zijn bijna allemaal beroemd geworden boeken, zijn malle televisie-ervaringen, de debatten, zijn expedities, zijn briljante collega's en vrienden als Douglas 'Hitchhiker's Guide' Adams en medeatheïst Lawrence Krauss, de befaamde Christmas Lectures bij de BBC, de uitgevers, zijn geldschieters, aanvaringen met religieuze leiders, de universitaire wereld, wetenschappelijke conferenties - een prima idee. Tegelijk is de toon vaak zo matter-of-factly en horen we zo weinig over zijn persoonlijke leven, dat de lezer onwillekeurig de aandacht voelt wegglippen. De setting is goed: een diner met honderd vrienden, ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag, in 2011. Maar als Dawkins zijn ogenschijnlijke spektakelleven zelf zo gewoon vindt, kan het dan voor een ander wel opwindend genoeg zijn?

Verreweg de interessantste passages vinden we toch waar het gaat over de bekendste rol die Dawkins uiteindelijk speelde: die van uitgesproken en strijdbaar atheïst, culminerend in een cult-film over hem en Lawrence Krauss, The Unbelievers. Godsdiensten, van het christendom tot de islam, ontnemen volgens Dawkins hun gelovigen het recht om zelf te denken. Volgens hem is dat de wortel van haast alle kwaad in de wereld, nu en vroeger, leidend tot oorlogen, onderdrukking, terreur, moord en doodslag. Omdat religie onvoorwaardelijk geloof eist en eigen inzichten of twijfels resoluut wegdrukt of desnoods over de kling jaagt. Dat de Bijbel hier en daar bemoedigend wijze en menslievende passages bevat, wil hij overigens best onderkennen, schrijft hij.

Veroordelende toon

Dawkins spraakmakende boek The God Delusion verscheen in 2003 en bepaalde sindsdien zijn leven, dat daarna vooral uit polemieken, venijnige commentaren en felle discussies bestond. En niet alleen met beledigde christenen of moslims, maar ook met biologen en andere wetenschappers, die meenden dat de Britse superbioloog een veel te grote broek aantrok. Scepsis of zelfs het verwerpen van religie is één ding, maar de veroordelende toon waarop Dawkins dat deed, is iets anders. Zo hard hoefde het toch niet, was gaandeweg het gevoel, en Dawkins werd verweten dat hij de wetenschap veel dogmatischer voorstelde dan ze is.

Interessant is dat Dawkins al in de jaren negentig leurde met het plan van een kritisch boek over God en zijn discipelen, maar dat uitgevers als de befaamde New Yorker John Brockman er totaal geen brood in zagen. Dat veranderde pas toen in de Verenigde Staten de fundamentele christenen greep op de maatschappij kregen in de persoon van George W. Bush, de man die zei Irak binnen te vallen in opdracht van God zelf.

Dawkins blijft erbij dat zijn atheïstische toon helemaal niet zo schril of hooghartig is als hem vaak voor de voeten wordt geworpen. Hij zegt, vindt hij, gewoon waar het op staat, maar probeert wel degelijk lichtvoetigheid en compassie in het oog te houden. Dat dat soms pijn doet, is logisch. De ziel is immers een tere illusie.

In november verschijnt bij Nieuw Amsterdam de Nederlandse vertaling (van de hand van Bart Voorzanger) van Brief Candle in the Dark als Een kaars in het donker.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden