BoekrecensieMelancholie II

Melancholie II van Jon Fosse is een vervreemdende appendix bij het manische eerste deel ★★★★☆

Na het manische eerste deel leest Melancholie II van Jon Fosse als een prachtige, vervreemdende appendix.

Jon Fosse.Beeld AFP

Een onbegrepen schilder, schizofreen, die voor mensen in de buurt in Stavanger brandhout zaagde en hakte, en dan hardop kon roepen dat hij bijna alle schilders zou gaan vermoorden (‘niet allemaal, maar bijna allemaal’): tijdens zijn leven, dat op 6 januari 1902 eindigde in het armenhuis, leek het er niet op dat Lars Hertervig ooit een schilder van naam zou worden. Dat is niettemin postuum gebeurd: zijn deels fantastische landschappen en luchten worden nog dagelijks bewonderd in de musea van Stavanger en Oslo.

In zijn bedwelmende roman Melancholie I (1995) probeerde de Noorse auteur Jon Fosse te achterhalen waar het is misgegaan in Hertervigs leven, die immers als jongeling een grootse carrière tegemoet leek te gaan, toen hij in zijn Düsseldorfse leerjaren mentaal instortte en terugkeerde naar zijn geboortegrond. Anderhalf jaar geleden verscheen de Nederlandse vertaling van Fosses buitengewone prestatie, die de tragische zenuwlijder zelf het woord gaf, waardoor de lezer aan den lijve voelt hoe reddeloos sensitief deze eenling geweest moet zijn.

Nu is ook Melancholie II (1996) vertaald, te lezen als een beperkte appendix bij dat manische eerste deel, want hierin laat Fosse een zus van de gekwelde schilder terugblikken op zijn leven, in 1902, kort nadat Lars het leven heeft gelaten. Met deze zus, Oline, is ook van alles aan de hand: ze heeft pijn aan haar voeten, is incontinent, vergeetachtig, en als ze bij een andere broer op ziekenbezoek gaat, heeft ze niet eens in de gaten dat de roerloze figuur in het bed tot wie ze een monoloog richt, al niet meer in leven is.

Bij flitsen komen er herinneringen boven aan haar wonderlijke broer, die kon weghollen naar het strand als hij niet in een driftbui ontstak, en daar dan op drijfhout en papier de prachtigste natuurtaferelen kon schilderen: ‘Ik kijk naar de tekening van onze bergen en onze boot en ik zie dat de tekening erg lijkt op Lars als hij zich zo voelt, natuurlijk lijkt de tekening op onze bergen en onze boot maar verder lijkt die vooral op Lars zoals hij af en toe is. Ik vind het wonderlijk om te zien hoe de tekeningen aan Lars doen denken wanneer hij zich zo voelt. Ze zijn zwart op dezelfde manier waarop Lars zwart is. De duisternis is dezelfde. Het is een duisternis die niet dood is, maar die straalt, een stralend duister, als het ware.’

Op zijn bekende, vertragende wijze, vol hernemingen en modulaties, waarmee Fosse is uitgegroeid tot wereldvermaard toneelschrijver en romancier, laat hij de zus van Lars Hertervig achteromkijken. Ook Oline heeft ze duidelijk niet meer allemaal op een rijtje. Maar de vervreemding die de lezer bekruipt – herinnert Oline zich dit, of is ze aan het ijlen? –, past wonderwel bij het grensgebied tussen waan en werkelijkheid dat Fosse verkent, en waaruit zowel onwaarschijnlijke tragiek als grote kunst kan voortkomen.

Jon Fosse: Melancholie II. Uit het Noors vertaald door Edith Koenders en Adriaan van der Hoeven. Oevers; 136 pagina’s; € 18,95.

Beeld Uitgeverij Oevers
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden