Column Floortje Smit

Mel Gibson die in een film het hoofd speelt van een Joodse bankiersfamilie genaamd Rothchild. Meent hij dat nou?

Mel Gibson. Beeld Andy Kropa/Invision/AP

Een paar jaar geleden was dit alleen denkbaar als foute grap: Mel Gibson probeert op de filmmarkt van Cannes geld te vinden voor een film getiteld Rothchild, een satire waarin hij de pater familias zal gaan spelen van een schathemeltjerijke bankiersfamilie.

Rothchild? Is dat een verwijzing naar de rijke, Joods-Amerikaanse bankiersfamilie Rothschild, bekend mikpunt van bizarre anti-semitische samenzweringstheorieën? En is de combinatie ‘satire’ en ‘rijke Joodse bankiersfamilie’ niet al één grote politiek mijnenveld zonder de casting van een man die tot voor kort nog persona non grata was in Hollywood vanwege – onder meer – antisemitische scheldpartijen?

En het ging net zo goed met de comeback van Mel Gibson. Zo’n tien jaar geleden raakte hij uit de gratie na een lange geschiedenis van racistische, seksistische en homofobe opmerkingen. Definitief, werd toen stellig beweerd. Maar Gibson werkte zich voorzichtig weer omhoog, langzaam maar zeker, als regisseur en acteur, in komedies waarin hij de spot dreef met zichzelf en films die zich wat rechts van het spectrum bevinden. Zo is hij inmiddels waarschijnlijk een baken van hoop voor de Woody Allens en Kevin Spaceys van deze wereld. En volgens sommigen hét bewijs dat er niets is in Hollywood dat niet kan worden opgelost met een anger management cursus.

Maar een film onder de titel Rothchild vestigt precies de aandacht op hetgeen Gibson het moeilijkst kan afschudden: zijn reputatie van antisemiet. Zijn The Passion of the Christ was een parade van pijnlijke Joodse stereotyperingen. Toen hij in 2006 werd gearresteerd voor rijden onder invloed riep hij dat ‘Joden de schuld zijn van álle oorlogen’. Tijdens een feestje noemde hij Winona Ryder ‘oven dodger’, iemand die aan de verbrandingsoven is ontkomen. Scenarist Joe Eszterhas somde Gibsons ‘Jodenhaat’ ooit op in een negen pagina’s lange brief. Enzovoorts. Zelf beriep Gibson, zoon van een rabiate Holocaustontkenner, zich later op een kort lontje en een alcoholprobleem, maar dat is verklaring noch excuus natuurlijk: in woede en dronkenschap floept iedereen er wel eens wat uit, maar niet dat de Holocaust ‘een spelletje met getallen is’.

Een zaakwaarnemer van Gibson probeert nu de boel te sussen. Met de familie Rothschild heeft de film helemaal níéts van doen. Nee, joh, echt niet. Alleen al de suggestie is gênant

De vraag is: zien we hier een pr-clusterfuck die zowel de film als Gibsons voorzichtige comeback-pogingen ondermijnt? Zijn de titel en Gibson misschien bewust gekozen, om een bepaalde doelgroep alvast warm te maken? Of is dit alles gewoon een ordinaire stunt om de aandacht te trekken op de drukke filmmarkt van Cannes? Het zal inmiddels het meest gelezen script zijn, en het zou me niet verbazen als de film precies hierdoor de bioscoop gaat halen. Mogelijk met een andere hoofdrolspeler en onder een andere titel, dat wel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden