’MEISJE, JIJ MOETOPERA ZINGEN’

Als Dutch diva werd de sopraan Eva-Maria Westbroek ontdekt op het Holland Festival. In Duitsland heeft ze al langer succes....

Zij die erbij waren, zullen het niet snel vergeten: de onthutste blik en daarna de tranen van sopraan Eva-Maria Westbroek, in haar eentje op het podium van het Muziektheater in Amsterdam, tegenover een uitzinnige zaal.

Als de blonde Katerina Ismajlova had ze – in jurk en later alleen in onderjurk – eerst teder, daarna woedend, soms volumineus, dan weer ingetogen, stem gegeven aan haar lendenen, aan haar verlangen naar de knecht Sergej, die haar ondergang wordt. Het was nog maar de generale repetitie van Lady Macbeth van Mtsensk, die woensdagavond de 31ste mei. Maar het applaus hield niet op, net zomin als het bravo-geroep. Hier werd een diva geboren, een Dutch diva.

Het was een veronderstelling die een paar dagen later bewaarheid werd, bij de première van Dmitri Sjostakovitsj’ opera over de koopmansvrouw die in een moordenares verandert. De Financial Times: ‘A Katerina of Jean Harlow-like allure’. De Weense Kurier: ‘Diese Lady hatte es in sich’. De Telegraph: ‘A heroine of towering vocal presence’. Lovende woorden voor een sopraan die bijna tien jaar geleden had geconcludeerd dat Nederland haar blijkbaar niet moest en die daarom de wijk nam naar Duitsland.

‘Ik wist helemaal niet dat ik een solo bow kreeg’, vertelt Westbroek over de generale repetitie. ‘Ik dacht dat ik pas als laatste zou opgaan. Ik was al in tranen vanwege het slotkoor, dat is zo schitterend. Toen kwam er een inspeciënt en die sleurde me mee naar boven. Stond ik opeens helemaal alleen op het toneel. Het doek ging op en daar kwam dat applaus. Ik kreeg echt een nervous breakdown. Maar goed, ik barst bij het minste of geringste in tranen uit.’ Ze schatert als ze erover vertelt, maar ze is ook nog steeds onder de indruk als ze eraan terugdenkt. ‘Na afloop hadden mensen het steeds over het applaus, nog meer dan over mijn zingen.’

Leg Westbroek (36) echter de lovende recensies voor en ze trekt haar wenkbrauwen op. ‘O ja’, zal ze zeggen. ‘Leuk.’ Ze heeft ze lang niet allemaal gelezen. Recensies zijn en blijven een gevoelig punt. Die tien goeie, dat zal wel, maar die ene slechte, zit daar misschien toch niet een kern van waarheid in?

En bovendien, wat is nou sterstatus. ‘Het is een samenloop van omstandigheden. De combinatie van Mariss Jansons en het Concertgebouworkest, in het Holland Festival, is interessant voor de internationale pers. Wat dat betreft had ik geluk. Maar bovenal, het was een productie waarin alles, maar dan ook alles klopte. Ik heb er heimwee naar.’

Westbroek is terug in Stuttgart, bij de Staatsoper. Nog een paar avonden is ze er Desdemona, die wordt vermoord door haar tot razernij gebrachte geliefde, in de herneming van Verdi’s opera Otello. Het is haar laatste rol in vaste dienst. De intendant, Klaus Zehelein, vertrekt. Hij was de man die regisseurs aan zich wist te binden als Peter Konwitschny, Jossi Wieler en Martin Kusej, de regisseur van zowel Lady Macbeth als Otello. Albrecht Puhlmann, de opvolger van Zehelein, wil met een schone lei beginnen.

In zomerjurk, op slippers, loopt Eva Westbroek door de gangen van het Staatstheater, het rode haar losjes met een elastiekje bijeen gebonden. Ze doet in niets denken aan de volrijpe Katerina, die alleen maar met haar onderbuik kan denken. Westbroek heeft nog iets meisjesachtigs. ‘Dit theater is waar je van droomt als je ergens gaat werken. Maar nu hangt er een beetje een trieste sfeer. Iedereen is aan het inpakken.’

Westbroek werkt sinds 2001 bij de Staatsoper. Lady Macbeth mag dan haar debuut in Nederland zijn geweest, in Stuttgart heeft ze al vele hoofdrollen gehad. Ze zong er Chrysothemis in Strauss’ Elektra en de hertogin van Parma in Busoni’s Doktor Faustus. De recensenten van de Duitse kranten wisten allang dat ze kan zingen. ‘Deze Otello had beter ‘‘Desdemona’’ kunnen heten’, schreef de Süddeutsche Zeitung in januari 2005, bij de première. Onder directie van Simon Rattle zong ze vorig jaar in Berlijn een concertante uitvoering van de eerste akte van Die Walküre, met Plácido Domingo naast zich als Siegmund.

Haar warme stem is vaak geroemd. ‘Mijn stem is jugendlich dramatisch, ook wel spinto genaamd. Tussen een volle dramatische sopraan en een lyrische in. Ik kan de lichtere rollen aan, de wat zachtere kleuren, maar ook rollen met power. Niet alles lukt hoor. Ik zou graag La Traviata zingen, maar daar is mijn stem niet flexibel en licht genoeg voor.’

Westbroek zong als kind al zoveel dat haar vader haar voorstelde om het vioolspelen – waar ze niet erg dol op was – in te ruilen voor zang. De Bulgaarse zangpedagoge Dany Zonewa wist het meteen: ‘Meisje, jij hebt een fantastische stem, jij moet opera gaan zingen’.

‘Mijn moeder kocht een box met elpees van Maria Callas. Op de laatste kant stond Renata Tebaldi, zogenaamd de grote concurrente van Callas. Toen wist ik het: ik moest inderdaad opera gaan zingen.’

Op haar achttiende ging ze studeren aan het conservatorium. Het zou uitlopen op een flinke botsing. ‘Het ging steeds moeizamer. Ze wilden dat ik mijn stem beheerste, maar daardoor zette ik hem op slot. Tot ik lessen nam, buiten school om, bij de tenor James McGray. Op het conservatorium zagen ze mijn stem als een wild paard dat getemd moest worden, terwijl hij er juist op hamerde dat ik eerst voluit moest gaan.’

Hij was ook de man die haar, vlak voor het examen, aanraadde om mee te doen aan een wedstrijd in Rome. Ze zong er Tosca, en won. ‘Op het conservatorium had ik niets verteld, want ze zouden me voor gek hebben verklaard. Ze wilden me beschermen, ze vonden oprecht dat McGray een gevaar was.’

Ze kreeg een 7 voor haar eindexamen, onvoldoende om de laatste twee jaar voor ‘uitvoerend musicus’ te mogen volgen. Iemand had zijn mond voorbijgepraat over Rome en de commissie was woedend. ‘Jij zal het nooit maken’, beet de directeur haar toe. ‘Ik liep snikkend naar buiten. Mijn vader had daar nog een borrel geregeld. We gaan weg, riep hij boos. Heel dramatisch.’ Maar ook: een clean break. ‘Ik had werk te doen. Ik had de hoofdrol gewonnen in Rome.’

Maar daarna ging het minder en minder. Een Tosca die ze in 1996 zong met de Nationale Opera van Letland kreeg in Nederland matige kritieken. ‘Vlammen kan ze, maar van de lyrische, ingekeerde passages brengt ze bitter weinig terecht’, schreef de Volkskrant.

‘In Italië hielden recensenten er rekening mee dat ik pas 25 was, in Nederland niet. Toen heb ik wel geconcludeerd dat Nederland niet op mij zat te wachten.’ De onzekerheid werd groter en groter. Ook het voorzingen in Duitsland ging slecht. ‘Een paar jaar lang had ik zelfs helemaal geen werk. Dat is nog steeds een zwart gat voor me, ook omdat in die periode mijn moeder overleed.’

Haar zussen en haar vader hielden haar op de been. ‘Kom op Eef, keep on trucking’, zei mijn vader als ik weer eens huilend aan de telefoon hing.’ Maar Westbroek was ook hard voor zichzelf. ‘Ik keek in de spiegel en ik zei: wat je nog niet kunt, daar ga je aan werken.’ In het boek The Last Prima Donna’s las ze over Iris Adama Corradetti, toen 94 jaar. Ze nam in Padua les bij de sopraan, die nog met Puccini en Strauss zelf had gewerkt.

‘Mijn stem moest meer flow krijgen, gewichtsloos worden, soepeler. Ik heb wekenlang coloraturen gezongen.’ Om wat bij te verdienen zong ze een paar maanden bij Pasta e Basta in Amsterdam, de Italiaan met de zingende obers en serveersters. ‘Daar kreeg ik er weer lol in.’

De ommekeer kwam in 1999. ‘Een van mijn zussen had hulp gezocht bij een hypnotherapeute, omdat ze er maar steeds niet in slaagde haar rijbewijs te halen. Het hielp. Ook mijn problemen, een hele waslijst, vielen wel op te lossen volgens die mevrouw. Ik moest me verbeelden dat al mijn sores als een waterval van me af klaterden. Al na de eerste sessie had ik veel meer zelfvertrouwen.’

Tot dan toe weigerde agent na agent haar in zijn of haar stal op te nemen. Maar de eerste de beste bij wie ze na de hypnose proefzong, lijfde haar in. Ze mocht voorzingen voor de rol van Elisabeth in Don Carlos in Berlijn. ‘Voor alles waarvoor ik auditeerde, werd ik vanaf dat moment aangenomen.’ De vaste aanstelling in Stuttgart volgde na opvallende rollen in Die Walküre en Götterdämmerung.

Ze denkt niet zie-je-wel, jullie hadden ongelijk, na haar successen in Duitsland en haar triomfantelijke debuut in Amsterdam. ‘Ik kijk zonder rancune terug. Het is nu eenmaal moeilijk om werk te vinden in Nederland, zeker als je nog maar weinig ervaring hebt. Bovendien is de markt in Duitsland veel en veel groter, dus het is logisch dat ik het daar probeerde.’

Over haar stem heeft ze in de loop der jaren meer en meer controle gekregen. ‘Maar elke partij heeft zijn moeilijke momenten. Die moet je oefenen en blijven oefenen. En veel luisteren naar opnamen, naar hoe anderen het hebben gedaan.’ Haar man, de tenor Frank van Aken, is haar raadgever. ‘Hij kent mijn stem ontzettend goed. Hij hoort het als ik de verkeerde kant op ga. De eerste vijf minuten ben ik dan woedend, want ik hoor liever dat het práchtig is, maar ik steun heel erg op hem.’

Hoe verschillend de karakters ook zijn – de extraverte Katerina Ismajlova en de zachtaardige, bijna onaardse Desdemona – voor beide rollen moest Westbroek weer oefenen op het piano zingen. ‘Als je heel hoog en heel zacht moet zingen, moet je voorkomen dat je gaat knijpen. Als je geen ruimte houdt, kom je later in de partij in de problemen.’

Acteren leerde ze vooral in de praktijk, onder anderen van Martin Kusej. ‘Hij is geen gemakkelijke regisseur. Je krijgt een kader, maar verder moet je zelf aan de slag gaan. Dan moet je wel een grens over. Hij kauwt je niets voor. Wat hij doet is zeggen wat wel werkt en wat niet.’ Ook de herinnering aan haar depressies heeft haar geholpen bij het onder de knie krijgen van de rol van Lady Macbeth. ‘Ik weet hoe totaal alleen ze zich voelt. Ik ken die eenzaamheid.’

Zondag vindt het afscheidsconcert plaats van Zehelein en zijn ensemble. Westbroek wordt die middag benoemd tot Kammersängerin, een belangrijke eretitel. Maandagavond de allerlaatste Otello. Dan is het voorbij.

Ze had wel in Stuttgart willen blijven. Ze heeft er volgend seizoen een grote productie, dus het zou niet onlogisch zijn. ‘Het leven als freelancer is zwaar. Je reist, je bent veel alleen, je hebt geen vaste basis. Daar zag ik tegenop.’ Maar haar agenda is ondertussen te vol geraakt. ‘Bovendien willen de mensen hier ook wel eens iemand anders horen. En met Frank ben ik nu een huis aan het zoeken in Frankfurt, waar hij een vaste aanstelling krijgt bij de opera.’

In september is ze weer de Lady, dan onder regie van Richard Jones, met Antonio Pappano als dirigent. Het wordt haar debuut in Covent Garden in Londen. ‘Dat vind ik zo gaaf. Covent Garden, dat is ongelooflijk als je daar mag staan.’

Het is het mooiste wat er is, zingen, en het moeilijkste. ‘In 2008 ben ik Minnie in La Fanciulla del West van Puccini, mijn lievelingsopera. Ook in Covent Garden. Nu al lig ik wakker: kan ik het wel? Maar als alles loopt, als je er helemaal in opgaat, dan is het iets hemels, dan stijg je boven jezelf uit. In Lady Macbeth zit een duet, en daarna een solo viool en een solo cello. En élke keer, élke keer was ik tot in mijn hart geraakt. Dat is zo mooi, dat muziek dat kan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden