Meidenkift en mannenmalheur

Geen vlekkeloos debuut, maar met sterke observaties en een collageachtige verhandeling over vrouwen maakt Sarah Meuleman toch een fraaie entree in de literaire arena.

Beeld Teska Overbeeke

Journaliste Sarah Meuleman (1977) debuteert met een roman over het ontluikende schrijverschap van een jonge vrouw. In De zes levens van Sophie lezen we over offers, meidenkift en ambitie.

Twee verhaallijnen worden uitgerold. Eén over een vriendschap tussen de meisjes Hannah en Sophie. Een andere over Hannah in haar volwassen jaren in New York. Lange tijd laat Meuleman haar lezers in de veronderstelling dat het inderdaad om Hannah gaat. Maar dat het allemaal heel anders zit, hoort bij de goocheltruc van het misdaadgenre waar deze geschiedenis in een enkel opzicht van weg heeft. Het is de minst interessante manoeuvre. Boeiender is wat Meuleman te vertellen heeft over (gefnuikte) vrouwelijke ambitie, over meisjesvriendschappen en over het keurslijf waarin vrouwen zichzelf persen.

In het verleden lezen we over de kinderjaren van de gezworen vriendinnen Hannah en Sophie. Maar zodra de puberteit zich manifesteert komt aan de vriendschap een eind. Hannah krijgt belangstelling voor jongens. De impopulaire Sophie, die thuis gemangeld wordt en misbruikt, is zij daarbij liever kwijt dan rijk.

Sophie ondertussen doet krampachtig haar best om Hannah te heroveren, maar zonder veel geluk. Wanneer haar grootste concurrent, Damiaan, bloederig aan zijn eind komt, besluit Sophie zelf stilletjes te verdwijnen.

Dit deel van de geschiedenis speelt zich af in het België van 1996, het jaar waarin Marc Dutroux onrust stookt. Heel gek is het dus niet dat er een meisje verdwijnt, lijkt de suggestie te zijn. Er verdwenen er meer in die dagen.

Na Sophie's vertrek verstrijken er achttien jaar en belanden we in het andere verhaaldeel. Hannah bevindt zich in New York. Daar is zij gestopt met een succesvolle glamourcolumn om zich over te geven aan het schrijven van de biografieën van een drietal beroemde auteurs, Agatha Christie, Barbara Follett en Virginia Woolf. Dat is nogal ambitieus op basis van een cursiefje over sterren, en wellicht is dat de reden dat het maar moeizaam van de grond komt. Drugs helpen niet en de mannen met wie Hannah afspreekt, zijn al even weinig motiverend. Zodra het besef indaalt dat ze aan het werk moet, in plaats van faalangstig de schrijver uit te hangen, komen de eerste hoofdstukken. Een aantal daarvan is opgenomen in de roman. Niet toevallig lezen we over de persoonlijke kwellingen die de schrijfsters moesten doorstaan. Veel van hun malheur werd veroorzaakt door mannen; vaders die teleurstellen, echtgenoten die niet deugen. Ook lezen we hoe Woolf, Follett en Christie daartegen uiteindelijk niet waren opgewassen en 'verdwenen', net als Sophie.

Kleine kanttekening is hier op zijn plaats: Christie dook elf dagen na haar verdwijning weer op en leefde daarna nog exact vijf decennia. Niettemin trekt Meuleman met deze steek het hele verhaal in vorm, met een collageachtige verhandeling over vrouwen die elkaar eerst het leven zuur maken om de gunsten van een man, en zich daarna laten dwarsbomen door vaders, echtgenoten of vriendjes.

De observaties zijn sterk. 'Want vaders en moeders verwachten altijd wisselgeld. Ze willen dingen terug van wat ze op de wereld zetten. Hun verlangen tiert...' Om de andere pagina tref je iets dergelijks, iets ongemakkelijks, iets dat schuurt. Al met al geen vlekkeloos debuut, maar met die alles aaneenrijgende techniek maakt Meuleman toch een fraaie entree.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden