Kunst de Hermitage

Meesterwerken uit de Hermitage in St.-Petersburg komen naar Amsterdam

museum de Hermitage in St.-Petersburg. Beeld State Hermitage Museum, St Petersburg

Met de stappenteller in de hand liep kunstredacteur Rutger Pontzen door de lege zalen van de Hermitage in St.-Petersburg. Op zoek naar de meesterwerken die vanaf volgende week in de Amsterdamse dependance van het Russische museum te zien zullen zijn. Vanwege het 10-jarige jubileum aldaar.

0 stappen 

Een rondleiding door museum de Hermitage kun je op twee manieren beginnen: bij het oudste beeldje uit de collectie of bij de langstzittende directeur tot nu toe. Nu loopt een beeldje niet snel weg, terwijl Michail Piotrovski iets minder tijd heeft. De keuze is dus snel gemaakt. Piotrovski ontvangt ons – een delegatie Nederlandse kunstjournalisten onder leiding van Paul Mosterd, adjunct-directeur van Hermitage Amsterdam – zoals het imago van Hermitage-directeur hem voorschrijft: met zijn eeuwige sjaal losjes om de hals, staand in een imposante werkkamer, te midden van stapels boeken en een collectie ingelijste portretfoto’s – met die van Willem-Alexander en Máxima prominent op de voorste rij. 

Door de vensters en tussen de boeken door is te zien hoe de Neva, waaraan het museum ligt, door de langdurige vorst geheel is bevroren.

We bevinden ons in het winterse St.-Petersburg, om precies te zijn: in het  voormalige Winterpaleis van de tsaren, dat elke maandag is gesloten voor publiek, maar waarin het personeel paraat is: een peloton van veelal dames op leeftijd, die vanachter hun lege bureaus in de smiezen houden of alles ordelijk verloopt, of de lichten op tijd worden gedoofd, de temperatuur niet te veel daalt, de deuren op slot gaan en de Nederlandse delegatie met haar tengels van de kunstwerken blijft.

Met het Louvre in Parijs en het Metropolitan in New York behoort de Hermitage tot het selecte gezelschap musea van de buitencategorie. Ze zijn eigenlijk te groot, op het ontmoedigende af. ‘Encyclopedisch’ en ‘universeel’, noemt directeur Piotrovski dat. Andere steekwoorden: de Hermitage is ‘multinationaal’ is, propageert een ‘dialoog van culturen’ , met een collectie van meer dan drie miljoen voorwerpen die ‘herinneringen vasthoudt’ en toebehoort aan de ‘wereldgemeenschap’. Maar die verzameling is ook onderdeel van de Russische cultuur. Zelfs de twintig Rembrandts. Voor alle duidelijkheid: ‘Het zijn Russische Rembrandts.’

Sinds de verzamelwoede van tsarina Catharina de Grote, die in 1764 de basis legde voor het museum, is de collectie gestaag uitgegroeid tot de huidige omvang. Die is ondergebracht in bovenmenselijk grote, aan elkaar gekoppelde gebouwen; een kilometerslang parcours van zalen en gangen, kamertjes en trappenhuizen waar je dagenlang in kunt ronddwalen. En alsof het niet genoeg is, is het museumcomplex sinds een paar jaar uitgebreid met een openbaar toegankelijk depot, en een afdeling moderne en hedendaagse kunst in het tegenoverliggende gebouw, de oostvleugel van de Generale Staf, aan het imposante Dvortsovaya-plein met zijn even imposante Alexanderzuil. 

1.230 stappen

De eerste halte, na 1.230 stappen over de volle lengte van het gebouw, betreft dan toch het oudste beeldje uit de collectie, de Venus van Kostjonki. In 1983 gevonden, zo’n slordige 23 duizend jaar oud en verrassend klein. Zo klein dat de zichtbaar trotse conservator Svetlana Demesjenko voor de duidelijkheid twee uitvergrote foto’s ophoudt. Onnodig, want ook met het blote oog is te zien dat vruchtbaarheid in de oudheid hetzelfde silhouet kende als nu: een stel big boobies en big buttocks die niets aan de fantasie overlaten. 

Venus van Kostjonki. Rusland, oblast Voronezj, Kostjonki, 23.000 jaar v.Chr. Beeld State Hermitage Museum, St Petersburg

Volgende week markeert het beeldje het vertrekpunt in de Hermitage Amsterdam van de overzichtstentoonstelling waarmee het 10-jarig bestaan van de Nederlandse dependance van het Russische moedermuseum wordt gevierd. Een expositie die een dwarsdoorsnede van de Hermitage-collectie zal tonen. In 17 duopresentaties, met een vilten zwaan uit de 5de eeuw voor Christus naast een hedendaagse zwaan van Jan Fabre, een portrettenservies van de Romanovs naast de kopjes en schotels naar suprematistisch ontwerp en een Egyptisch beeld van farao Amenemhat III naast een buste van Catharina de Grote.  Aangevuld met schalen, kannen, boeken, schilderijen, sieraden, munten, tekeningen, wapens, stillevens, landschapsschilderijen, meubilaire, cameeën, borstbeelden, jurken en gegraveerd ivoor, om maar wat te noemen. Alles bij elkaar tweehonderd stuks.

Vilten zwaan uit de Pazyryk-cultuur (derde eeuw v.Chr.). Beeld State Hermitage Museum, St Petersburg
Suprematistisch koffie- en theeservies. Sovjet-Unie. Petrograd, Staatsporseleinfabriek, 1923. Beeld State Hermitage Museum, St Petersburg

2.385 stappen

De wandeling gaat voort. Waar we ons inmiddels bevinden? Geen idee. Deuren worden geopend en achter ons gesloten door personeel dat onverwacht voor je staat en even geruisloos verdwijnt. Ondertussen kijk je je ogen uit naar alle pracht en praal: de hoge plafonds, luisterrijke wanddecoraties, marmeren bustes, wanden vol geschilderde grootvorsten,  brede trappen die je beklimt als een geüniformeerde huzaar (of nederige bediende) in de tsarentijd. 

We lopen van het ene hoogtepunt naar het andere. Langs aanwinsten waarvan je het bestaan niet kon bevroeden, zoals het uit de bevroren grond opgegraven Pazyryk-paard, uit de 4de eeuw voor Christus, uitgerust met een leren harnas en getooid met hertengewei, alsof het dier zich wilde voordoen als een eland. Een ander paard staat een paar honderd stappen verderop, gehuld in een Ottomaans harnas van honderden aan elkaar gehechte stukjes metaal, die het dier niet al te veel hinderde. Een noviteit uit de 17de eeuw, volgens conservator Vsevolod Obraztsov, tekenend voor een dynamischer manier van oorlogsvoering, met korte charges en manoeuvres. 

Mythische grafuitrusting voor een paard. Rusland, Altaj, Pazyryk, 3de eeuw v.Chr. Beeld State Hermitage Museum, St Petersburg

De paarden zijn twee verrassingen in een collectie die toch al zijn weerga  niet kent, met hoge kunst naast kleine snuisterijen, artistieke hoogstandjes en pragmatisch design, afkomstig uit gebieden op de grens van Oost en West, van christendom en islam. Veelal door de tsarenfamilie aangekocht,  na 1917 door de communistische staat geconfisqueerd en daarna lange tijd over het land verspreid, maar nu weer grotendeels geconcentreerd aan het Dvortsovaya-plein. 

3.450 stappen

Verdomd, nu zijn we toch echt verdwaald, adjunct-directeur Paul Mosterd en ik. Terwijl de rest van het gezelschap ergens rechtsaf sloeg, namen wij een deur links. Onverwacht staan we in de Troonzaal van Nicolaas II, de onfortuinlijke tsaar die de revolutie van 1917 deels over zichzelf afriep, door wanbeleid, corruptie en pompeuze rijkdom. En dankzij zijn beslissing het bevel over de Russische troepen in de Eerste Wereldoorlog naar zich toe te trekken, met desastreuze gevolgen. 

De gigantische zaal, een half voetbalveld groot, is doorgaans een van de best bezochte ruimten in het museum, maar is op deze maandag volkomen leeg. En koud. En donker. Plotseling realiseer je je dat het museum vroeger werkelijk een paleis is geweest, dat meestentijds leeg was en onverwarmd. Het werd voornamelijk door schoonmakers en bewakers bewoond – net als nu.

St George's Hall. Beeld State Hermitage Museum, St Petersburg

Veel van de historische vertrekken zijn nu gewoon te bezichtigen. Al eerder stonden we in de Malachietkamer, waar vroeger de tsaar zijn bezoek eindeloos lang liet wachten, te midden van de tafels, vazen en tegeltableaus van deze groene kitschsteen, waar je een beetje van moet houden om het te waarderen. De kamer benadrukt nog eens dat het museum ooit de keizerlijke verblijfplaats was én een plaats delict van de geschiedenis. Zoals blijkt in de ‘kleine eetkamer’  – smakeloos ingericht door de vrouw van Nicolaas II, de Duitse reli-fanaat Alix van Hessen-Darmstadt – die op 25 oktober 1917 de schuilplaats was van de keizergezinde bewoners, terwijl de revolutionairen het paleis doorzochten. 

Gelukkig maar dat onderdirecteur Mosterd, anders dan in de tijd van tsaar Nicky, kan beschikken over een mobiel. Al bellend weet hij ons weer en route te krijgen, via een tweede troonzaal (van Peter de Grote) en andere uitgestorven residentiële vertrekken, naar het beroemde Madonna-schilderij van Lucas Cranach de Oudere, waarnaar we op zoek waren. 

Onderweg doemen in het donker de twintig ‘Russische Rembrandts’ op. We zijn wel wat gewend, dankzij ons eigen het Rijksmuseum, maar deze hoeveelheid schilderijen bij elkaar maakt je toch even stil. Het aandeel Nederlandse schilderkunst vormt het grootste deel van de afdeling Beeldende Kunst, legt conservatrice Maria Garlova uit. Met vijftig wetenschappelijke medewerkers, 2.300 beelden en achtduizend schilderijen is de afdeling de oudste en belangrijkste van het museum. 

5.610 stappen

‘De schatkamer!’, heet de verjaardagstentoonstelling in Amsterdam. Een clichématige titel, maar het klopt wel. Je kunt de Hermitage ook een groot formaat bonbondoos noemen, gevuld met de heerlijkste fondantjes, truffels en pralines. Nu, halverwege de middag, lopen we een echte schatkamer binnen: een kluis met geüniformeerde, bewapende beveiligers, alsof we de goudvoorraad van de Nederlandsche Bank bezoeken. Niet voor niets: achter de gepantserde deur schitteren de munten, gouden serviezen en met diamanten ingelegde zwaarden en pistolen je tegemoet. 

Ook dit is de Hermitage: kilo’s blingbling die etaleren dat rijkdom en goede smaak niet altijd samengaan. Denk aan de tientallen geëtaleerde chatelaines (gordels) met horloges, edelkitsch van de bovenste plank. Afkomstig uit het bezit van de verwende dochter van Peter de Grote, Elisabeth, die naar het schijnt ook 30 duizend jurken bezat. En toch. Niet alles hier mag artistiek verantwoord zijn, maar het hier getoonde gouden Processiekruis van Freiburg is een staaltje edelsmeedkunst om je vingers bij af te likken. 

Processiekruis van Sint Trudpert of 'Kruis van Freiburg'. Boven-Rijn, Straatsburg, 1275-1300. Beeld State Hermitage Museum, St Petersburg

Als we verder lopen en de afdeling Oosterse kunst bezoeken gaat het alarm af. Het blijkt vals alarm of een oefening. Wat niet wegneemt dat we het gebouw volgens conservatrice Olga Kostyuk eigenlijk binnen zes minuten dienen te verlaten. Alle uitgangen worden geblokkeerd en dan moet je maar hopen dat het museum niet echt in lichterlaaie staat.

6.885 stappen

De vermoeidheid begint toe te slaan, na ruim vier kilometer wandelen, kriskras door dit museale labyrint. Maar de stemming blijft opgetogen, wellicht vanwege de nieuw ingerichte afdeling Griekse vazen, de grootste verzameling buiten Griekenland, waarvan één exemplaar naar Amsterdam zal reizen. Een knots van een ‘roodfigurig keramisch mengvat’ zoals het officieel heet,  dat vooral doet denken aan de Cup met de Grote Oren die bij de Champions League wordt uitgereikt.

8.361 stappen

‘Dit mag je niemand aandoen’, is mijn eerste reactie. In de afdeling hedendaagse en moderne kunst in het voormalige ministeriegebouw tegenover de Hermitage, dat mede op advies van architect Rem Koolhaas is gerenoveerd, worden we rondgeleid op de bovenste verdieping. In het strakke schema krijgen we twintig minuten om een schilderij van Matisse en een vrouwenbeeldje van Maillol te bekijken. Twintig minuten! Terwijl de zalen gevuld zijn met de meest weergaloze impressionisten en post-impressionisten. Tuinen en mistige vergezichten van Monet, danseresjes van Degas, bloemen van Fantin-Latour, mierzoete meisjes van Renoir, bergen en portretten van Cézanne, kubistische maskerschilderijen van Picasso en dan, haast achteloos, nog eens vijfentwintig Matisses.  

Henri Matisse, Vrouwelijk naakt, 1908. Beeld State Hermitage Museum, St Petersburg

En dan vergeet ik haast de vertrekken te noemen met pasteltekeningen, twee zalen Gauguin, acht schilderijen van Van Gogh, werk van Hodler en Von Stuck, een van de beroemde Toteninsel-schilderijen van Böcklin. Je krijgt er opvliegers van, alsof je bevangen wordt door het stendhalsyndroom. Zeker als je weet dat alles grotendeels afkomstig is uit slechts  twee privéverzamelingen, die van Sergej Ivanovitsj Sjtsjoekin en Ivan Morozov, die beide kort na de Russische Revolutie in beslag werden genomen – wellicht de enige goede beslissing die het Russische communisme genomen heeft.

Nee, ze hebben in St.-Petersburg eigenlijk veel te veel. En meer dan genoeg voor de dependance in Amsterdam. Dat de afgelopen tien jaar Hermitage aan de Amstel wellicht niet altijd het beste uit St.-Petersburg liet zien, kan zijn. De conclusie na meer dan vijf kilometer dwalen: aan de Russische collectie zelf ligt het niet. 

Toegift, 15 kilometer verderop

De Hermitage kent, naast de dependance aan De Amstel, vele buitenplaatsen. Een ervan ligt op 15 kilometer van het hoofdgebouw, ook aan de Neva, en herbergt de Keizerlijke Porseleinfabriek. Een behoorlijk lelijk gebouw, waar achter de voordeur niet alleen een gevarieerd museum is ingericht, maar ook een bedrijf waar nog dagelijks keramiek wordt geproduceerd. Het werd in 1741 opgericht op initiatief van de al genoemde, verveeld  van jurk wisselende prinses Elisabeth. 

Uit de rijke productiegeschiedenis is van elk servies en beeldje één exemplaar bewaard. Het geeft een overzicht van wat tsaren, communistische leiders en rijke burgers aan schoonheidsideaal voor ogen stonden. Van verduiveld smakeloos tot avant-gardistisch, van elitair tot socialistisch verantwoord. Van geglazuurde poppetjes en constructivistische decoratiepatronen tot kleurige paaseieren en matwitte Stalin-bustes. In cultuurhistorische zin is het niet minder gevarieerd dan hetgeen in 8.361 stappen in de Hermitage valt te bewonderen.  

De schatkamer! Meesterwerken uit de Hermitage. Jubileumtentoonstelling #1. Hermitage Amsterdam, 2/2 t/m 25/8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.