Meesterwerk met doorhalingen

Jacob van Lennep bewerkte Multatuli’s manuscript van de Max Havelaar vrij grondig. Het werk in oorspronkelijk handschrift, inclusief doorhalingen, is nu in facsimile verschenen en gisteren gepresenteerd....

Kees Fens

Al voor de oorlog maakte de toen 30-jarige Garmt Stuiveling samen met E. du Perron (die in 1937 De man van Lebak had gepubliceerd, nog altijd een uitstekend boek, alleen al om de stijl) plannen voor de uitgave van het verzameld werk van Multatuli. De oorlog brak uit, Du Perron ging dood, pas in 1950 zou Stuiveling, tien jaar geleerder geworden, het eerste deel van de Volledige werken publiceren. G.A. van Oorschot was de uitgever. Het werden 25 delen, het laatste verscheen in 1995. Stuiveling en Van Oorschot waren toen beiden al dood. Ik heb ze alle 25 gelezen en ben me blijven verbazen over zo’n groot schrijfvermogen. Multatuli is gewoon onze grootste schrijver, die wat literatuur heet, definitief aan de deftigheid onttrok.

Het eerste deel werd in 1949 voorafgegaan door een bijzondere uitgave. Stuiveling raadpleegde voor dat deel het bewaard gebleven nethandschrift van Max Havelaar, in drie weken door Multatuli in het armoedige kamertje van het logement Au Prince Belge in Brussel geschreven, naar het kladhandschrift, dat verloren is gegaan. (Iedereen hoort de tekening van de schrijvende Multatuli – in armzalige kleding, duidelijk kou lijdend in een kamertje van niks – van Johan Braakensiek te kennen.)

Stuiveling gaf het handschrift in gedrukte vorm uit, het manuscript zo dicht mogelijk benaderend. Hij schreef er een briljante inleiding bij. De editie heet de ‘nulde druk’. Voor de Volledige werken maakte Stuiveling als het ware zijn eigen Max Havelaar, uit het handschrift en latere door Multatuli zelf herziene herdrukken.

Nu is het nethandschrift in facsimile uitgegeven. Het gaat om een manuscript met een geschiedenis. Na voltooiing liet Multatuli de gelinieerde bladen, in zijn mooiste ambtelijke handschrift beschreven, in gemarmerd papier binden. Op 5 november 1859 verstuurde hij het met Van Gend & Loos naar zijn broer in Brummen. Later koos hij zelf voor de schrijver Jacob van Lennep als eerste lezer. Die was met alle gezag van stand en literatuur bekleed. Multatuli heeft het geweten.

Van Lennep zag meteen een meesterwerk in handen te hebben. Maar de gevestigde en voorname burger die hij was, zag ook onmiddellijk de politieke explosieven in het boek. Hij ging het handschrift zuiveren van alle herkenbare verwijzingen. En dat nog meer toen hij voor vijfhonderd gulden de rechten van het boek van Multatuli had gekocht. Hij wilde zelfs de slotregels verwijderen waarin Multatuli zich in schitterende pathetiek tot de koning richt – hij schreef ze ten dele in grote letters (de grootte duidt misschien ook de triomf van de voltooiing aan).

Maar dat nam Multatuli niet. Hij schreef aan Van Lennep de beroemde zin: ‘Moet Max H. zijn staart missen? ’t Is ermee als de paradysvogel. Het heele dier is om dien staart geschapen.’

Multatuli heeft het handschrift nooit meer teruggezien. Het kladschrift was weg. Hij was een auteur zonder zijn eigen boek. Tijdens het schrijven correspondeerde Multatuli met Tine, zijn vrouw. Hij hield haar op de hoogte van de vorderingen. Soms citeert hij iets uit het boek in wording. De brieven zijn bewaard en daarmee de snippers uit het kladhandschrift.

Het handschrift is verkleurd door de tijd. De wijzigingen in rood-paarse inkt door van Lennep aangebracht, zijn het scherpst gebleven. Het manuscript vraagt nu van de lezer geduld en een scherpe blik. (Men kan bij lezing het best de nulde editie van Stuiveling ernaast leggen.) Ik had het handschrift nooit eerder gezien. De uitgave ervan nu gaf mij niet direct een schok, zoals ik mij die herinner van handschriften van gedichten van bijvoorbeeld Leopold (in de British Library van Ulysses van Joyce, in de Vaticaanse Bibliotheek van de Summa Theologica van Thomas van Aquino).

In de facsimile is de materiële gedaante opgelost, de tastbaarheid is verdwenen, de vingerafdrukken van de grote schrijver laten zich niet vermoeden. Het handschrift is aan de geschiedenis onttrokken. En toch zal ieder die Multatuli bewondert, de reproductie willen hebben. Als het zichtbaar verslag van de ontstaansgeschiedenis van een meesterwerk. (In de binding in het gemarmerde papier, met het groen-linnen ruggetje – die oude kantoorkleur–- ziet het handschrift eruit als een kasboek van de Nederlandsche Handelsmaatschappij!)

De uitgave kreeg een begeleidend boek mee, een aantal toelichtende testen, door Multatuli-experts geschreven. Tegenover de titelpagina staat het beroemde portret van August Allebé uit 1874, het portret met de zachtste trekken (het staat ook op de achterzijde van de cassette waarin handschrift en boek geborgen zijn). Schrijver, handschrift, uitgaven krijgen alle een zeer gedegen behandeling. De biograaf van Multatuli, Dik van der Meulen, schreef samen met Tom Böhm, vice-voorzitter van het Multatuli Genootschap, een uitstekende biografische inleiding (daarin staat de wordingsgeschiedenis van Max Havelaar uiteraard centraal), met een afsluitend deel over de invloed van het boek (Multatuli beschouwde zelf zijn zeven delen Ideën als zijn beste werk).

Jos Biemans, conservator handschriften aan de Universiteit van Amsterdam, beschrijft werkelijk uitputtend het handschrift. Ik was vergeten dat Multatuli zelf in het nethandschrift nog correcties en wijzigingen heeft aangebracht. De ingrepen van Van Lennep worden zorgvuldig behandeld. Hij ‘censureerde’ niet alleen, hij bracht de namen van plaatsen en personen tot een enkele letter of twee letters terug – maar corrigeerde ook, bracht typografische aanwijzingen aan, hij was ook eindredacteur.

Chantal Keijsper, sectiehoofd bijzondere collecties bij de Universiteitsbibliotheek van Leiden – zij heeft ook een vrij groot Multatuli-verleden – schrijft over de tijdens Multatuli’s leven gedrukte edities van de Havelaar en dus ook over zijn uitgevers, van wie Funke de grootste en edelmoedigste is. Het uit 1949 daterende stuk van Stuiveling sluit het toelichtende boek af.

Ik beschouw deze uitgave als een hommage aan Garmt Stuiveling en Geert van Oorschot, de misschien wel grootste gelovigen uit de Multatuli-parochie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden