Recensie Hans Minnaar

Meesterpianist is een gewichtig woord, maar Hannes Minnaar toont zich die titel meer dan waardig ★★★★☆

Pauline Niks Beeld Hans Minnaar na zijn debuut in de serie Meesterpianisten.

Serie

Meesterpianisten 7/4

Concertgebouw, Amsterdam

Pa-dunk, pa-dunk, pa-dunk. Daar komt Hannes Minnaar (34) van de Concertgebouwtrap afgelopen. Heeft-ie vaker gedaan, daar niet van. Maar de afdaling van zondagavond is anders. Deze keer zit er geen groot orkest op het podium. Het zaallicht is gedimd, zodat alleen de zwarte vleugel nog de aandacht trekt. Op de voorlaatste trede houdt hij even halt. Je ziet hem denken, nee, dénkt hem te zien denken: dit is aardig. Of, meer des Hannes, iets met een dubbele ontkenning: niet onaangenaam om hier eens te staan.

Minnaar – born in Zeeland, raised in Emmeloord – maakt zijn opwachting in Meesterpianisten, de exclusieve pianoserie waar bij zeker de helft van het nog niet gepensioneerde deel van het publiek de Arts en Auto op de mat valt, waar de voeringen van de jasjes van exclusieve stoffen zijn. Als Meesterpianisten een avond organiseert, verandert de Grote Zaal in een tempel waarin de uitvoerend kunstenaar wordt aanbeden.

Er kwámen ook wat halfgoden langs, sinds de oprichting in 1987. Martha Argerich, Alfred Brendel, Maria João Pires, András Schiff, Grigori Sokolov, Krystian Zimerman. Vrijwel alle grote pianisten traden er op. Maar Nederlanders zaten er, op Ronald Brautigam en de broers Lucas en Arthur Jussen na, niet bij.

Vanavond treedt Minnaar toe tot dat selecte gezelschap, wordt zijn naam bijgeschreven in dat rijtje dat in elk programmaboekje wordt afgedrukt. En volgend seizoen mag er nog een Nederlandse naam bij, want dan krijgt Thomas Beijer de kans zich te bewijzen. Het gaat goed met pianospelend Nederland. Of: Nederlandse pianisten worden in eigen land eindelijk voor vol aangezien.

Meesterpianist, het is een gewichtig woord. Maar grote talenten zijn er zeker. Opvallend genoeg zijn het vrijwel uitsluitend mannen – ze luisteren naar namen als Camiel Boomsma, Nicolas van Poucke, Caspar Vos, en Thomas Beijer dus. Maar waar Nederland een hele batterij internationaal succesvolle vioolsolisten (vrijwel uitsluitend vrouwen) heeft voortgebracht, zie je in de agenda’s van de pianisten vooral plaatsnamen als Linschoten en Geldrop. De Jussen-broers (lievelingen van de camera) en Minnaar (lieveling van de kwaliteitskrant) zijn de uitzonderingen.

Minnaar, halflang blond krullend haar, zit klaar. Hij zet Bachs Partita in bes-groot in. Praeludium. Niet al te snel, gracieus. De tempofluctuaties spiegelen de tred waarmee hij de trap afkwam. Als het deeltje erop zit, laat hij de piano lekker uitklinken – het ís geen klavecimbel, waarom zou je doen alsof? De Allemande dan. Je voelt hoe goed hij die dansritmes heeft geïnternaliseerd, hij speelt met een bedwelmende zwier.

De Corrente: je hoort een analytisch pianist die uitvergroot wat van belang is, maar ook altijd wel een leuk tegenstemmetje uitlicht. Na de Gigue schuift hij zijn kruk iets naar achteren, maakt het knoopje van zijn jasje dicht. Buiginkje naar de zaal. Ziet hij wel dat die nagenoeg vol is? Buiginkje naar de mensen achter het podium links van het orgel, buiginkje naar de mensen rechts. En door.

Hij speelt Beethovens Eroica-variaties. Zijn klankideaal is iets aan de zoetige kant. De Prélude, Aria et Final van César Franck, na de pauze, is goed gekozen. Zou hij eigenlijk niet veel liever organist zijn, die Hannes? Veel mooier instrument. Alleen verdien je er wat minder mee.

En dan komen drie delen (4, 15 en 10) uit de Vingt Regards sur l’Enfant-Jésus van Olivier Messiaen. Geen standaardrepertoire voor Meesterpianisten, maar dit is reclame voor de 20ste eeuw. Nu blijkt zijn meesterschap pas echt. Zijn handonafhankelijkheid, het vogelgefladder in het hoge register, de intensiteit. In de toegift verrast Minnaar met een jazzy I got rhythm. Ja, dat heeft hij ook.

Meer Minnaar

Hannes Minnaar werd bekend als pianist van het Van Baerle Trio, met violist Maria Milstein en cellist Gideon den Herder. Hij studeerde bij Jan Wijn, de Nederlandse pianistenkweker, aan het Conservatorium van Amsterdam. In 2010 behaalde hij de derde prijs bij de Koningin Elisabethwedstrijd in Brussel, waarmee hij zich van internationale aandacht verzekerde. Hij soleerde bij het Concertgebouworkest en is geregeld in het buitenland te vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden