Recensie Boeken

Meesterlijk hoe Ball zijn personage in Census haast ongemerkt steeds scherpere observaties laat doen (vier sterren)

Een weduwnaar gaat aan de slag als volksteller en neemt zijn zoon met down mee. Een kafkaëske roman van Jesse Ball.

Jesse Ball Beeld RV

Een van de belangrijkste dogma’s in de literatuur luidt show, don’t tell; oftewel, een schrijver moet (een gevoel, een inzicht, zijn bedoelingen) laten zien, niet uitleggen. Anders hoeft de lezer niets meer te doen.

Maar dogma’s zijn er om verworpen te worden, zoals Jesse Ball doet aan het begin van zijn nieuwe roman Census. In het voorwoord schrijft hij dat hij eigenlijk een boek wilde schrijven over zijn in 1998 overleden broer Andrew, die het syndroom van Down had, om ‘andere mensen duidelijk [te maken] hoe het is om een jongen of meisje met Down te kennen en lief te hebben’. Maar een autobiografisch portret lukte niet, en uiteindelijk kwam Ball op het idee ‘een boek te maken dat hol was’, hij zou ‘om [mijn broer] heen schrijven’.

Wat een gewaagd begin voor een boek, zo’n verklaring van de auteur! Een beetje populistisch misschien, maar ja, waarom zou hij ook niet? De strikte scheiding tussen een auteur en zijn kunstwerk valt in dit informatietijdperk toch al niet meer vol te houden; wie googlet (en wie doet dat niet), komt dezelfde informatie direct te weten. De roman die volgt is bovendien zo enigmatisch en vol witregels, dat de lezer gerustgesteld mag zijn: Ball, in het dagelijks leven nota bene docent creative writing, kent dat ‘show’-regeltje goed genoeg.

Census is een fabel over een weduwnaar die een zoon met Down heeft. De vader krijgt te horen dat ook hij stervende is. Hij meldt zich vervolgens aan als volksteller en neemt zijn zoon mee op reis langs alle stadjes en dorpen van het land, die A tot en met Z heten. Bij Z stuurt hij zijn zoon terug naar huis, waar een buurvrouw voor hem zal zorgen, zodat de vader kan sterven.

De ‘census’ die de verteller moet uitvoeren, is van het kafkaëske soort. De inwoners worden niet zozeer geteld, als wel getypeerd. De verteller moet erachter komen wat de inwoners van een plaatsje kenmerkt, en dat doet hij door ze te interviewen en te observeren, meer als een archeoloog. Aan het slot markeert hij de burger met een tatoeage op de rib.

Eigenlijk weet hij zelf niet eens precies wat het doel is van de census. Volgens zijn baas geeft hij de burger ‘toestemming om een onderzocht leven te leiden’ en schenkt de volkstelling ‘genade’.

Meesterlijk hoe Ball zijn personage door het boek heen haast ongemerkt steeds scherpere observaties laat doen, waardoor hij de mensen die hij ontmoet steeds beter beschrijft. Ball dwingt de lezer zo ook tot beter lezen, tot meer zien. De zoon met Down (bijna niemand heeft een naam in het boek) is weliswaar de bijrijder in het avontuur van de vader, een holte in het boek, maar Ball wil dat de lezer zelf de witregels invult om erachter te komen hoe het is om iemand met Down in je leven te hebben. De opzet van Census leek zo simpel, maar dat was maar schijn.

Beeld rv

Jesse Ball: Census

Vier sterren

Uit het Engels vertaald door Jan Willem Reitsma.

Querido; 262 pagina’s; € 21,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.