Meester van de geïmproviseerde ensemblefilm

Robert Altman maakte het liefst ensemblefilms waarin meerdere verhaallijnen door elkaar liepen. De risico’s die hij nam door acteurs veel vrijheid te geven op de set, waren de reden van mislukkingen en van zijn grootste successen....

‘Deze onderscheiding zou wel eens te vroeg kunnen komen.’ Dat zei de Amerikaanse regisseur Robert Altman in maart van dit jaar, toen hij een ere-Oscar voor zijn oeuvre ontving. Bij die gelegenheid onthulde de 81-jarige regisseur dat hij elf jaar eerder een transplantatiehart had gekregen, afkomstig van een vrouw van in de dertig. Het hart kon dus nog zeker veertig jaar mee, en Altman ging die tijd volop benutten.

De extra tijd kreeg hij niet: maandag overleed Altman in een ziekenhuis in Los Angeles. Toch typeerde zijn optimistische blik op de toekomst tijdens de Oscar-uitreiking hem. Altman was een regisseur die laat op gang kwam, en naarmate hij ouder werd, voortdurend productiever leek te worden. Zijn loopbaan als filmmaker ging eigenlijk pas echt van start op 45-jarige leeftijd, met zijn doorbraak, de oorlogskomedie M.A.S.H uit 1970. Zijn meest succesvolle periode begon in de jaren negentig, toen hij kort op elkaar The Player (1992) en Short Cuts (1993) maakte.

Robert Altman werd in 1925 geboren in Kansas City, Missouri, waar zijn vader zijn geld verdiende als gokker en verzekeringsagent. Na in de oorlog als luchtmachtpiloot te hebben gediend, probeerde hij eerst in Hollywood acteur te worden, om vervolgens in New York een leven als schrijver te beginnen. Beide pogingen mislukten, en in 1950 was Altman weer terug in zijn geboortestad, waar hij korte bedrijfsfilms regisseerde. Het was zijn doel genoeg ervaring op te doen om de speelfilm te kunnen maken die hem de mogelijkheid zou geven ‘te ontsnappen uit Kansas City’.

Dat lukte hem met de lowbudget misdaadfilm The Delinquents uit 1955, die hem opnieuw naar Hollywood bracht waar hij op voorspraak van Alfred Hitchcock werk vond, vooral als televisieregisseur. Toch bleven zijn ervaringen in Kansas City een inspiratie. Met Kansas City uit 1996 keerde hij terug naar de stad in een film die, zoals hij zelf zei, gestructureerd was als de jazzmuziek die hij er in zijn jeugd hoorde. Het zwakke misdaadverhaal dat het basismotief van de film vormde, was slechts een aanleiding voor een losse sfeertekening en veelal geïmproviseerde scènes.

Altman was de bandleider, de acteurs waren zijn solisten. Dat was de manier waarop vrijwel al zijn films in elkaar zaten. Hij maakte het liefst ensemblefilms, waarin meerdere verhaallijnen door elkaar liepen en een grote groep acteurs als een familie samenspeelde. M.A.S.H., de komedie over de Korea-oorlog die bedoeld was als commentaar op de Vietnam-oorlog, was daar het eerste voorbeeld van. De countryfilm Nashville uit 1975 vervolmaakte de methode: drama, muziek en politiek werden in het mozaïek op fraaie wijze gecombineerd.

Nadat hij voor zowel M.A.S.H. als Nashville Oscarnominaties had gekregen, volgde een periode waarin Altmans relatie met filmstudio’s en producenten steeds moeizamer werd, onder meer door de mislukking Popeye uit 1980. Zijn carrière leek een aflopende zaak, tot hij in 1992 met The Player aan een sterke comeback begon.

Het was een film die Altmans relatie met Hollywood samenvatte. Zoals Altman altijd overhoop lag met producenten en vakbonden, maar er toch in slaagde er voortdurend te blijven werken, zo heeft ook zijn satire een ambivalente houding. Sterren, schrijvers en studio’s krijgen het stuk voor stuk te verduren in het verhaal over een filmproducent die door een scenarist wordt gechanteerd. Maar tegelijk was Altman populair genoeg om voor die aanval op Hollywood een cast van louter sterren, met naast hoofdrolspeler Tim Robbins onder meer Bruce Willis en Julia Roberts, te strikken.

Want acteurs stonden voor Altman in de rij. Hij haalde iedereen liefdevol binnen in de films die hij in zijn late periode maakte. Het schitterende Short Cuts, een bewerking van meerdere korte verhalen van auteur Raymond Carver bracht opnieuw een groot ensemble op de been, net als de flop die direct daarop volgde, het portret van de modewereld Prêt-à-porter. Na het bijzonder zwakke Dr. T & the Women uit 2000 kwam in 2001 het meesterwerk Gosford Park, een drama in een Engels landhuis waarvoor de gehele cast met verschillende filmprijzen werd beloond. De wisselvalligheid was inherent aan zijn manier van werken: de risico’s die hij nam door zijn acteurs zoveel vrijheid te geven op de set, waren de oorzaak van verschillende mislukkingen, maar vormden ook de basis van zijn beste films.

Robert Altman tijdens de Oscar-uitreiking in mei van dit jaar (AFP) Beeld null
Robert Altman tijdens de Oscar-uitreiking in mei van dit jaar (AFP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden