Meester in het oppoken van de vaste kaders

Jos Houweling, de directeur van het Sandberg Instituut heeft vele jonge kunstenaars gestimuleerd. Hij gaat in juli met pensioen. Door Marina de Vries..

Hij is net terug uit China waar de door hem geïnitieerde City One Minutes zijn te zien in het Shanghai paviljoen op de Wereldtentoonstelling. Drieduizend video’s, honderd steden, elk in 24 minuten geportretteerd door voornamelijk Nederlandse kunstenaars. ‘Tegen de afspraak in verhuisde de tentoonstelling opeens naar de eerste verdieping’, grijnst Houweling. ‘Omdat de kunstenaars ook de donkere kant van steden laten zien.’

De gebeurtenis typeert Jos Houweling (1943): altijd bezig een manifestatie of podium te creëren voor jonge kunstenaars, in of vaker buiten het museum, en zelfs in het censuurrijke China op zoek naar de grenzen.

Na ruim vijfendertig jaar verbonden te zijn geweest aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam, neemt Houweling per 3 juli afscheid. De oud-tekenleraar gaf er in de jaren zeventig en tachtig leiding aan de toen nieuwe afdeling audiovisueel, later voorheen audiovisueel (v.a.v.). Vanaf 1998 was hij directeur van de tweede faseopleiding van Het Sandberg Instituut, onderdeel van de Rietveld.

Zowel van v.a.v. als van het Sandberg Instituut maakte Houweling vrijplaatsen voor talenten die binnen de traditionele kaders moeilijk tot hun recht komen. Hij leidde ze op tot kunstenaars met een soms speels, soms schurend, breed werkterrein en een sterke do-it-yourself-mentaliteit.

Houweling is een gepassioneerde lobbes met soms provocerende trekken, die zijn studenten niet alleen stimuleert, maar ook uitdaagt. Hij is de vereenzelviging van het Sandberg Instituut, net als de onlangs gepensioneerde directeur van de Rijksakademie, Janwillem Schofer, dat was van diens instituut. ‘De zwakte van het Sandberg is dat het te veel leunt op de persoonlijkheid van de directeur, zeiden ze bij een visitatie. Wat wil je dan: een directeur zonder persoonlijkheid? Nederland heeft mensen nodig die zich ergens met hart en ziel voor inzetten.’

Dat heeft Houweling gedaan. Een van zijn belangrijkste vernieuwingen is de nadruk op tentoonstellen tijdens de opleiding. ‘Tegenwoordig hebben mensen al een tentoonstelling voordat ze naar de kunstacademie gaan, destijds was dat ongewoon en uitdagend. Docenten wilden hun techniek overbrengen, maar studenten wilden video maken, optreden met bandjes, naar buiten treden. Ik begreep dat – ik ben van de Wim T. Schippers-generatie – en stimuleerde dat.’

Omdat echte uitdagingen voor jonge kunstenaars schaars zijn, heeft Houweling ze voortdurend gecreëerd: aanvankelijk door zijn contacten bij kunstenaarsinitiatieven als W139 en Aorta aan te spreken en tal van kortdurende manifestaties te organiseren, uiteindelijk met de Een Minuten. Dat begon als een wedstrijd voor video’s van een minuut, en groeide uit tot een wereldwijd netwerk en tentoonstellingspodium. De groots opgezette, alternatieve kunstbeurs de Kunstvlaai is ook zo’n initiatief.

Een ander, door Houweling geïntroduceerd speerpunt komt voort uit de praktijk: je moet als kunstenaar aandacht trekken, reuring maken. ‘Dat hoort bij kunstenaars. Wij zijn geen dode vogeltjes. Bovendien: wat niet wordt gezien, bestaat niet.’

Als voorbeeld noemt Houweling de tentoonstellingskapel van de Gerrit Rietveld Academie in Hoorn, waar jaarlijks zes tentoonstellingen werden georganiseerd, maar nauwelijks publiek kwam. ‘Het levert meer op om tachtig tentoonstellingen tegelijkertijd te programmeren. Dan ontstaan spanning en druk voor kunstenaars om hun beste werk te creëren. Er ontstaan contacten, die uitmonden in tentoonstellingen, er komen mensen om talenten te scouten. Zo is de KunstVlaai ontstaan.’

Maar Houweling heeft de Kunstvlaai ook nadrukkelijk in de markt gezet als anti-KunstRai. ‘Ik heb die tegenstelling wat aangedikt’, zegt hij nu. ‘Een beetje conflict is nooit weg.’ De vriendelijke reus kan venijnig uit de hoek komen. Zo gaf hij publiekelijk af op de Ateliers en de Rijksakademie, toen die vanwege bezuinigingen in het nauw kwamen. ‘Ik ben absoluut niet tegen de werkplaatsen, maar het stoorde me dat wij met veel minder geld en middelen soortgelijke resultaten behalen als de Rijksakademie. Onze kunstenaars zijn op tal van internationale tentoonstellingen en biënnales vertegenwoordigd. Bovendien presenteert de Rijksakademie kunstenaars als eigen talent, terwijl ze ook aan het Sandberg zijn opgeleid. Het zou beter zijn om alle opleidingslagen te vermelden.’

Ook vindt hij het storend dat er zo weinig startstipendia zijn voor net afgestudeerde kunstenaars. ‘Dat is een vorm van talentvernietiging. Breidt het aantal startstipendium uit van tachtig naar driehonderd voor twee jaar en geef net afgestudeerden de kans om zich als kleine zelfstandige te handhaven. Aernout Mik heeft ook jaren nodig gehad om op eigen benen te staan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.