Albumrecensie Pop

Meeste liedjes op When I Get Home van Solange wekken de indruk alleen nog schetsen te zijn ★★☆☆☆

Muziek maakte ze al veel langer, maar in 2016 meldde Solange Knowles zich in de schijnwerper naast haar grote zus Beyoncé: A Seat At The Table was een belangrijke plaat, een prachtige bovendien, over wat het betekent om in de VS een zwarte vrouw te zijn.

Solange: When I Get Home.

Opvolger When I Get Home is een ode aan haar thuis (Houston, Texas) die bij verschijning haastig met sterren en loftuitingen werd overladen, maar wie langer de tijd neemt, kan haast niet anders dan teleurgesteld zijn.

Solange is excentrieker en kunstzinniger dan haar zus. Ze schildert in stemmiger tinten en verkiest het understatement boven het streven naar hits. When I Get Home is een soort collage: weinig liedjes nemen vaste vorm aan, de meeste wekken de indruk schetsen te zijn.

Dat kan werken, maar op When I Get Home is dat helaas niet het geval. De imposante gastenlijst (Pharrell, Tyler The Creator) kan niet verbloemen dat het raamwerk waarin al die intermezzo’s op hun plek hadden moeten vallen eigenlijk óók amorf is, getuige langere stukken als My Skin My Logo en Jerrod.

Solange pretendeert ons op When I Get Home bij haar thuis uit te nodigen, maar na het warmbloedige A Seat At The Table voelt het eerder alsof ze je na een vlugge kop thee aan de keukentafel weer richting de bushalte bonjourt.

Pop

Solange: When I Get Home

Columbia/Sony. 

(2 sterren)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.