Meeste applaus voor Van Keulen

Muziek..

AMSTERDAM Spannend: vier personen die strijden om de eer. De debuterende Duitse dirigent Lothar Zagrosek, de componisten Colin Matthews en Geert van Keulen en de schrijfster Anna Enquist bevolkten donderdag het concert ‘nieuwe muziek’ van het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO). Dat de A-serie niet automatisch avontuur garandeert, blijkt uit de programmering van drie 19de-eeuwse werken en slechts één vers stuk.

De Amsterdamse Concertgebouwbezoekers bedeelden eensgezind de première van Fünf tragische Lieder (2007) van Van Keulen, de voormalige basklarinettist van het KCO, op tekst van Enquist, het meeste applaus toe. Het onderwerp, een moeder die haar volwassen kind verliest, was voor Enquist in 2001 de harde realiteit.

Van Keulen, bevriend met de dichteres, koos voor een Duitse vertaling van vijf gedichten uit Enquists De tussentijd om meer afstand van de tragische gebeurtenis te nemen. Een pakkende tekst, het blijkt te werken. Niet geheel ongevaarlijk: de muziek is minder dwingend en steekt bleekjes af.

Met de instrumentatiekunst van Van Keulen zit het wel snor. Vlammende strijkers wisselen af met een robuuste bariton en schichtige prikjes van een celesta in Bitte an den Maler. Wanderung laat hobo’s flink tegen slagwerk schuren. Blazers schieten in het slotlied als bliksemflitsen door furieuze strijkerssolo’s.

Als orkestrator is de Brit Colin Matthews wereldberoemd, mede door de Tiende symfonie van Mahler die hij samen met Deryck Cooke voltooide. De musicoloog en componist kreeg van het KCO de opdracht om van het eerste deel van Mahlers onvoltooide Pianokwartet een orkestversie te maken.

De pianopartij zette hij handig om in grommende lage strijkers en beweeglijke, vileine blazerslijntjes. In vergelijking met het origineel doemen meer typisch Mahleriaanse, dramatische knooppunten op met dreunend slagwerk, gierende hoorns, knorrende contrabassen en knetterende trombones die lieflijke violen verdrijven.

Knap dat Matthews een onschuldig jeugdwerk omtovert tot een serieus stuk dat vooruitwijst naar Mahlers latere symfonieën. De orkesten hebben er een pareltje bij. Het KCO leek zich thuis te voelen in het Kwartet van Mahler/Matthews en liet de vernieuwde noten voortreffelijk sidderen en stralen – op een piepende klarinet na.

In het frivole symfonische gedicht Penthesilea van Hugo Wolf sloeg de stemming om. De dirigent Zagrosek porde de musici onvoldoende op om luchtige scherts met somberheid te combineren, die elkaar afwisselen in het werk over de in de Trojaanse oorlog meevechtende Amazonekoningin.

Of Zagrosek met Don Juan van Richard Strauss de harten van het KCO heeft veroverd, valt te betwijfelen. Ondanks zijn gedecideerde optreden ontbrak flair. Maar de hartverwarmende, indringende hobosolo (Aleksej Ogrintsjoek) doorbrak de braafheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden