'Meest volmaakte' Monteverdi raakte uit de mode

Je zou ze zo graag willen zien, de schilderijen die verloren gingen in een brand, je zou de manuscripten willen lezen die de schrijver voor zijn dood vernietigde, de muziek horen waarvan de partituur verloren is gegaan....

Door Bob Witman

Geen van de dames hield het droog op 28 mei 1608, volgens een ooggetuige in het paleis van Mantova: ‘Er was er niet een die geen tranen plengde’. Koningsdochter Ariadne, verlaten door de knappe Theseus, die ze eerder listig had gered uit het doolhof waar hij de Minotaurus had gedood, was voorbij de wanhoop. Voorbij alle zakdoekjes. Ze wilde nog maar een ding:

Laat me sterven

laat me sterven

wat denk je dat mij nog kan troosten

in zo’n hard lot

in zulk hard lijden?

laat me sterven

De muziek bij deze klaagzang is zo verpletterend raak. De melodie is simpel, laag ingezet, traag – slepend bijna. Dissonanten zitten op de juiste plek, bij de juiste pijnlijke woorden. Geen holle vervoering, geen ijzingwekkend hoge registers, die je er in latere opera’s gratis bij krijgt. Maar een diepbezonken rouw om een onaanraakbare liefde.

De man die het schreef had zelf zijn portie net gehad – vrouw dood, lievelingssopraan dood – en misschien is het daardoor dat het Lamento d’Arianna zo diepgemeend overkomt. Componist Claudio Monteverdi (1567-1643) zou in elk geval later schrijven dat deze opera ‘mij bijna het leven kostte’.

Het meesterstuk zelf, de opera L’Arianna, is al eeuwen zoek. Vernietigd, gebrandschat hoogstwaarschijnlijk. Het is misschien wel het grootste gemis in de klassieke-muziekcanon. Het stuk werd geschreven door Monteverdi op de toppen van zijn kunnen. Een jaar nadat de veelgeprezen en altijd nog veelgespeelde opera L’Orfeo in première ging. Volgens degenen die L’Arianna hoorden op die 28ste mei 1608 in het noord-Italiaanse Mantova was het werk van grote schoonheid, waarmee Monteverdi zijn meesterschap bevestigde.

Alles wat resteert, is dat ene aangrijpende stuk, het lamento, ook wel bekend als Lasciatemi morire: de klaagzang van Ariadne, nadat ze in de steek is gelaten door de jonge Athener Theseus. Alleen al dat fragment van tien minuten heeft een status in de klassieke muziek die lastig is te evenaren. ‘Wauw’, is wat Jan Nuchelmans (60) zich herinnert van wat in zijn hoofd schoot toen hij het lamento voor het eerst hoorde. Hij is een van de oprichters van het Festival Oude Muziek in Utrecht en zwaait nu de scepter over het Dordtse Bachfestival. ‘Monteverdi weet in dat lamento met zo weinig middelen zo direct je hart in te gaan, dat je hevig verlangt naar de hele opera.’

De opera was een nieuwe muziekvorm in Monteverdi’s tijd. Tot eind 16de eeuw heerste de polyfone muziek: knap geconstrueerde maar door elkaar lopende melodielijnen en onverstaanbare zangpartijen. De moderne componisten verkenden het pad naar een veel simpeler zangpartij en enkelvoudige melodielijn, zo kaal dat het bijna spreekzingen werd. De tekst werd verstaanbaar, waardoor het libretto sterk aan betekenis won. In de loop van de 17de eeuw zou de opera zich tot een megahit ontwikkelen.

Monteverdi stond aan het begin van die ontwikkeling. Zijn L’Orfeo uit 1607 was niet de allereerste opera, maar wel het eerste meesterstuk in het genre. Des te treuriger dat niet alleen L’Arianna maar ook latere opera’s van hem verloren zijn gegaan. ‘De schatting is dat vijf tot tien muziektheaterwerken zijn verdwenen’, zegt Nuchelmans. Dat is veel. Zelfs in de klassieke muziek, waar wel vaker wat kwijt is geraakt, geldt dit als een zeer gehavend oeuvre. Als Nuchelmans een top 5 moet maken van verdwenen composities, dan staat deze Monteverdi onbedreigd bovenaan: ‘Zowel musicologisch, maar ook wat betekenis betreft voor de popularisering van het operagenre is de Arianna heel belangrijk.’

Monteverdi schreef L’Arianna terwijl hij hofkapelmeester was van de hertog van Mantova. Hij had net met succes L’Orfeo in het stadspaleis opgevoerd toen in september 1607 zijn jonge echtgenote plots overleed en hem achterliet met twee zoontjes. De condoleances van zijn baas werden tegelijk verstuurd met de spoedopdracht voor een nieuwe opera: ter gelegenheid van het aanstaande huwelijk van de zoon van de hertog. Het thema was ook al gekozen, de Griekse mythe over Ariadne en Theseus, met een libretto van Ottavio Rinuccini.

Hij schreef l’Arianna binnen enkele maanden, tot hij de uitputting nabij was. De hoofdrol schreef hij voor zijn favoriete pupil, de sopraan Caterina Martinelli, maar zij stierf vlak voor de première aan de pokken, 17 jaar oud. Tot verdriet van Monteverdi. Uiteindelijk werd de rol van Arianna gezongen door een actrice met een buitengewone stem: Virginia Andreini, bijgenaamd La Florinda. Geen slechte keus, bleek. Haar dramatische kwaliteiten in combinatie met de indringende tekst en muziek, gaf het lamento vanaf dag 1 een grote status bij de liefhebbers.

Maar de hele partituur van de opera is nooit overgeleverd, alleen het libretto van Rinuccini is bewaard. ‘Een van de redenen waarom we weinig van Monteverdi’s theaterwerk hebben, zegt Nuchelmans, ‘is dat de ontwikkelingen in de muziek in de 17de eeuw elkaar zo snel opvolgden. Het was een grote experimentenpot.’ Zozeer, dat Monteverdi al snel ouderwets werd. Zijn werk werd na zijn dood nauwelijks nog uitgevoerd. Pas in de vroege 20ste eeuw is zijn genie opnieuw herkend en sindsdien heeft hij een belangrijke plaats in de canon van de muziek.

Wel gek dat hij zo snel uit de mode raakte, want zijn tijdgenoten waren overtuigd van zijn genie. Onze eigen Constantijn Huygens, wereldburger, secretaris van de Oranjes en dichter, hoorde ‘vol verrukking’ een uitvoering tijdens een reis naar Venetië. ‘De 24ste juni () bracht men mij naar de vespers in de kerk San Giovanni e Luzia, waar ik de meest volmaakte muziek hoorde die ik ooit van mijn leven te horen denk te krijgen’, schreef hij in 1620. Het was een stuk van Monteverdi, die in Venetië vanaf 1613 tot aan zijn dood kapelmeester van de San Marco was.

De kans dat L ‘Arianna ooit opduikt, is niet nul, maar waarschijnlijk is het niet, denkt Nuchelmans. ‘Mantova is in de eerste helft van de 17de eeuw grondig gebrandschat. Grote kans dat de partituur verloren is gegaan.’ Er is serieus gezocht naar het werk, maar nooit is een spoor gevonden. Om de zoveel tijd duikt een gerucht op dat een platenmaatschappij het manuscript heeft en wacht op een Monteverdi-jubileum: ‘Als je L’Arianna op cd uit kunt brengen, valt er heel veel geld te verdienen.’

In 1995 heeft de Engelse componist Alexander Goehr de hele opera gecomponeerd in de geest van Monteverdi. ‘Ik was toevallig in Londen en heb de generale bijgewoond. Dat was geen onverdeeld genoegen’, zegt Nuchelmans. ‘Als experiment was het interessant, maar het genie van Monteverdi duldt geen concurrentie. Ik vrees dat we zullen moeten leven met de afwezigheid van de échte Arianna.’

Top 5 van verdwenen composities:
1 L’Arianna, Claudio Monteverdi, opera, 1608, partituur vermoedelijk vernietigd of zoekgeraakt midden 17de eeuw, libretto bewaard.

2 Dafne, Heinrich Schütz, eerste Duitse opera, 1627, muziek is verloren gegaan, libretto is bewaard.

3 Twee jaargangen geestelijke cantates van Johann Sebastian Bach. Volgens een vroege Bachbiografie zouden er vijf jaargangen cantates zijn. Slechts drie zijn bekend. Als het klopt, zouden er nog ruim 120 Bachcantates zijn.

4 Hoboconcert, Ludwig van Beethoven. Een vroeg werk. De Heilige Graal voor hoboïsten die over de hele wereld eigen onderzoek naar dit stuk verrichten. Heeft zeker bestaan, enkele schetsen zijn overgeleverd.

5 Opera en ander werk van Henri Duparc (1848-1933). Van deze componist resteren minder dan twintig liederen. Die worden gezien als het beste van de Franse liedkunst. Duparc heeft zelf zijn oeuvre vernietigd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden