Meeslepend Nederlands-Indisch familiedrama

Hoewel hij geen Indische achtergrond heeft, roept Jeroen Thijssen in een episodische familiegeschiedenis prachtig de sfeer van Nederlands-Indië op.

null Beeld Boekcover
Beeld Boekcover

Haarlem, 1979. De broers Frank en Robert Bramme halen het huis leeg van hun dementerende grootvader, die hen heeft opgevoed. Meer dan een paar bonsaiboompjes en dozen met archiefmateriaal blijft er niet over. De twee zijn krakers, aan materiële zaken mag geen waarde worden gehecht.

Frank, schrijver, neemt de taak op zich de dozen uit te pluizen en de familiegeschiedenis te reconstrueren. Hun grootvader heeft altijd gezwegen over zijn Indische verleden, als planter op Java, en over zijn zoon, hun jonggestorven vader.

Gaandeweg ontdekt Frank waarom. In een raamvertelling beschrijft hij hoe in 1894 de broers Theo en Hendrik met de Kompenie (het leger) naar Nederlands-Indië vertrekken, waar ze vechten tegen opstandige inlanders op Lombok. Met de buit (van een plundering, waarschijnlijk, maar het wordt niet beschreven) vestigen ze zich op Java.

Theo koopt een linkse noodlijdende krant op, Hendrik een plantage, Solitude genaamd. Beiden krijgen slechts één zoon, die als broers met elkaar omgaan, Diederik en Simon. Simon neemt later de plantage van zijn vader over, die aan een spierziekte lijdt. Simon is de grootvader van Frank en Robert.

Solitude, de nieuwe roman van Jeroen Thijssen, is geen meeslepende roman. Dat wordt verhinderd door de episodische structuur, zoals ook bij Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel Garçía Márquez, waar het boek vaak aan doet denken (maar dan ontdaan van surrealisme). In plaats van een plot vormen erfelijke eigenschappen de rode draad. Een mysterieuze ziekte die iedere generatie treft, de zwakte voor prostituées, een zekere lafheid als het op vechten aankomt.

Maar er zijn ook andere thema's die deze roman bijeenhouden: afwezige moederfiguren, de broederband die in iedere generatie de spil van het verhaal vormt, het gevoel van ontheemding. Frank en Robert wonen in een kraakpand, maar kiezen zelf niet duidelijk voor de bijbehorende ideologie. Dat maakt hen tot vreemdelingen. Theo, de journalist, heeft een linkse pen, maar hij heeft vuile koloniale handen gemaakt. En zijn aanklachten tegen uitbuiting en racisme isoleren hem van de gemeenschap.

Dat Solitude geen pageturner is, is allerminst een tekortkoming. Thijssen (geen Indische achtergrond) schreef een rijk, soms ongrijpbaar boek met vele bodemschatten. Haarscherp roept hij de koloniale wereld op, in een stijl die overloopt van zinnelijkheid. De geluiden ('het boenk waarmee de bajonet de paal raakte'), de zware geuren, de nooit aflatende hitte; het dringt zich aan je zintuigen op.

Thijssen schrijft een tikje archaïsch, met woorden als 'spleen', 'souteneur' en 'branieschoppende grootwaffel', die de Indische vertelling meer historische geloofwaardigheid te geven. Wanneer het perspectief bij verteller Frank ligt, gebruikt hij spreektaal. Frank verwondert zich als een oude vriend van zijn grootvader het woord 'onverdroten' gebruikt.

De raamvertelling werpt bovendien de vraag op naar de objectiviteit van verteller Frank, een halfslachtige idealist, voor wie het moeilijk is de fouten van zijn voorouders onder ogen te komen. Bovendien zal Frank (en daarmee Thijssen) zijn klassiekers kennen.

Met deze vertelling plaatst hij zich in de literaire traditie van de verwerking van ons koloniale verleden met Hella Haasse, Couperus, Multatuli, en met name Het land van herkomst (1935) van E. Du Perron, waarin engagement ook van verschillende kanten wordt beschouwd. Aan dat mooie rijtje kunnen we een intrigerende roman toevoegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden