Meeslepend jeugdportret van Hitler door de ogen van een vriend

 

Mag je Hitler als mens laten zien? Dat moet zelfs, betoogt diens biograaf Volker Ullrich. In Mijn vriend Hitler schetst de Vlaamse jeugdboekenauteur Piet De Loof een meeslepend, licht beklemmend jeugdportret van de grootste misdadiger van de vorige eeuw door de ogen van diens beste en misschien wel enige vriend.

August Kubizek is 17 en helpt zijn vader met behangen en stofferen, als hij op zijn vaste staanplaats in het Landestheater van Linz een leeftijdgenoot aantreft die minstens evenveel van opera houdt als hij. Adolf Hitler kent Wagners Lohengrin volledig uit zijn hoofd, maar heeft van maatsoorten niets begrepen. Kubizek maakt er een opmerking over en de toekomstige Rijkskanselier loopt rood aan van woede.

Kunstacademie

Toch wacht 'Adi' hem vanaf die dag elke avond op om samen een wandeling te maken en over muziek te praten. Zijn kamer staat vol met cowboyboeken van Karl May en hij maakt stedenbouwkundige schetsen waarin hij panden sloopt voor een beter uitzicht op de Donau. Ook overtuigt hij Kubizeks vader ervan dat ze samen naar Wenen moeten gaan om kunst te studeren.

Daar loopt in hun krappe studentenkamer de spanning snel op. Adolf kan niet lezen als August studeert. Pas na een half jaar komt tijdens een ruzie over wie er wanneer op de kamer mag de aap uit de mouw: Adolf is tot twee keer toe geweigerd voor de kunstacademie. August keert met uitstekende cijfers naar zijn ouders terug, Hitler verbreekt het contact. Op een enkele keer bijpraten na, in 1938.

Dweepzucht

Voor een propagandaboekje van de nazi's heeft Kubizek zijn ervaringen opgeschreven. In de jaren vijftig is er ook een ongecensureerde versie uitgebracht. De Loof laat zich in zijn enigszins oubollige, gefictionaliseerde hervertelling hier en daar meeslepen door diens dweepzucht en anekdotiek. Maar juist daardoor ontstaat er een geloofwaardige vooroorlogse sfeer: de intense en exclusieve vriendschap, het steelse gedoe met onbereikbare meisjes, de romantiek van het onbegrepen zijn.

Kubizek is zich zijn hele leven blijven verbazen over de man die hem zijn droom hielp realiseren en aan die van 75 miljoen anderen een einde maakte. De afwezigheid van een moreel oordeel daarover maakt deze jeugdroman overtuigend. 'Waarom heb je hem niet gedood toen je de kans had?', vragen de Amerikanen hem tijdens een verhoor na de oorlog. 'Dat had ik kunnen doen', antwoordt Kubizek naar eigen zeggen, 'maar hij was mijn vriend.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden