Meereizen met de revolutie

Een aantal hemelbestormers uit de jaren zestig onderwierp zich na de val van de Muur uit eigen beweging aan een zelfonderzoek....

DRIE beulenregimes heb ik in de jaren zeventig verdedigd: die van Stalin, Mao en Pol Pot. Ik wist precies wat er onder Stalin in de Sovjet-Unie was gebeurd. Toch vond ik als maoïst dat Stalins opvattingen juist waren, maar zijn terreurdaden keurde ik af. Eigenlijk een bizarre gedachte: Stalins handelen vond ik verkeerd, maar hij was voor mij een goede vogel.'

Socioloog Erik van Ree, universitair docent aan het Oost Europa Instituut in Amsterdam, schrijft een boek over Stalins terreurdaden. Van 1974 tot 1977 was Van Ree lid van de Kommunistische Eenheidsbeweging Nederland, vervolgens tot 1981 van de Groep Marxisten-Leninisten/Rode Morgen. Hij denkt hardop na over zijn verleden.

'Van de wandaden van Mao, mijn grootste held en lichtend voorbeeld, wist ik niets. Ik had ervan kunnen weten, als ik er meer over had gelezen. Het was 1973 toen ik me politiek engageerde, dus de miljoenen doden door de Grote Sprong Voorwaarts waren bekend. Ik was oprecht verbaasd en geschokt toen ik in de jaren tachtig hoorde wat er in China was voorgevallen. Ik ben er vorig jaar pas voor het eerst geweest. In de vakantie lag ik destijds liever op het strand van Corsica.

'Van de misdaden van Pol Pot wist ik wel alles, die stonden uitgebreid in de kranten. Maar ik geloofde er niks van, dacht dat het desinformatie was. Nee, de nazi's, díe waren het kwaad van deze eeuw.'

Waarom zijn degenen die jarenlang 'genuanceerd' tegenover het communisme stonden, zo gemakkelijk met hun 'foute' verleden weggekomen, terwijl iemand met ook maar een vleugje sympathie voor de nazi's of de NSB levenslang met de nek wordt aangekeken? Heeft het communisme dan geen 100 miljoen doden op zijn geweten tegenover 25 miljoen slachtoffers van het nazisme?

Twee weken geleden zette VVD-leider Frits Bolkestein de aanval in op dit Nederlandse 'selectieve gevoel voor rechtvaardigheid'. De liberale voorman deed dat onder meer door D66-staatssecretaris Dick Tommel voor 'politiek onbenul' uit te maken. Tommel was vice-voorzitter van de Vereniging Nederland-DDR en bleef dat zelfs nog na de val van de Berlijnse Muur. Bolkestein wil een 'volwassen debat' over het communisme, geen afrekening, zegt hij. Zijn nieuwe boek dat in januari verschijnt, Onverwerkt verleden, moet een aanzet geven tot zo'n discussie, die bijvoorbeeld in Frankrijk uitgebreid is gevoerd.

Erik van Ree vindt zo'n debat prima. 'Het communisme heeft heel wat verschrikkingen op zijn conto staan. Wij hadden daar een grote mond over, dus je mag best wel eens babbelen over ons verleden. Zo'n debat mag zelfs een paar jaar duren. Bolkesteins toon is scherp, ik vraag me wel af wat hij nou precies wil bereiken.'

De vraag is of het debat het niveau van verwijten over en weer zal overstijgen. Politiek onbenul of niet, Dick Tommel was zeker niet de enige idealist die met oprechte bedoelingen op bezoek ging bij communistische modelstaten. Een aantal van hen voelt zich door de uitspraken van Bolkestein tekortgedaan.

Neem Jan Nagel, hoofd informatieve programma's bij de VARA. In het najaar van 1975 bracht hij als lid van een PvdA-delegatie een bezoek aan de DDR. Bij terugkomst zei hij op een persconferentie dat de bouw van de Berlijnse Muur 'historisch juist' was. 'De uitspraak was niet gelukkig', erkent Nagel. 'Maar daar gaat het nu niet om. Wat Bolkestein vergeet, is dat wij oprecht geloofden in een dialoog tussen Oost en West.'

Bovendien, merkt hij op: 'Laten we de rollen eens omdraaien. Bolkestein verhult dat hij eind jaren zeventig zelf met een Kamer-delegatie op bezoek is geweest bij Ceausescu, een van de grootste dictators van deze eeuw. Bolkestein heeft in Roemenië waarschijnlijk exact hetzelfde gedaan als ik in de DDR: een kritische discussie aangaan met overheidsfunctionarissen. Al betwijfel ik of hij zich in Roemenië net zo kritisch kon uiten als wij in de DDR. Ik zou wel eens willen weten waar hij met Ceausescu over gesproken heeft. In de DDR voerden wij heftige discussies. Wij waren geen naïeve toeristen, maar zochten een politieke dialoog.'

Niet alleen officiële delegaties van idealistische Kamerleden of radicale communisten bezochten socialistische heilstaten. Ook honderden progressieve kunstenaars, schrijvers en denkers gingen er op bezoek. Voor hen waren de Sovjet-Unie, Cuba en China verre paradijzen, filialen van de hemel. Moeten zij zich ook in het debat mengen dat Bolkestein wil uitlokken?

De meeste linkse intellectuelen koesterden slechts een vaag communistisch ideaal en reisden met de revolutie mee, zonder zich expliciet tot het marxisme te bekeren, of zich te onderwerpen aan de vaak harde en dogmatische lijn van een communistische partij. Tot welk station ze zouden meereizen, was nog maar de vraag, aldus de Russische volkscommissaris Trotski, die de term popoettsjik (medereiziger, fellow traveller) al in 1924 bezigde.

Veel fellow travellers bleken ver met de revolutie mee te reizen, zolang ze maar een retourtje op zak hadden. Zelfs toen stukje bij beetje de barbaarse praktijken van Stalin bekend werden, bleven velen hem trouw, genietend van Stalins gastvrijheid en promotiereizen langs zorgvuldig geselecteerde fabrieken, modelsteden en heropvoedingskampen.

Nadat het communistische model in de Sovjet-Unie leek te zijn verstard, oefende in de jaren zestig en zeventig Cuba een enorme aantrekkingskracht uit op de babyboomers en hun oudere geestverwanten. Cuba, dat was samba-communisme, volledig anders dan de spruitjeslucht van Nederland en de grijsheid van het Oostblok.

Maar ook Fidel Castro kende de 'technieken van gastvrijheid' waarmee Stalin duizenden bezoekers voor zich had gewonnen. Op de oudejaarsnacht van 31 december 1967 was el líder maximo in Havana gastheer voor ruim vierhonderd kunstenaars, schrijvers en wetenschappers uit zeventig landen. Ze kwamen voor het Culturele Congres, een negendaagse bijeenkomst over 'intellectuelen en de bevrijdingsstrijd van de Derde Wereld'. Uit Nederland waren schrijver Harry Mulisch, Nieuw-Linkser Han Lammers, journalist en ex-CPN'er Wouter Gortzak, componist Peter Schat en ontwikkelingseconoom prof. Louis Zimmerman present. Uit België voegde Hugo Claus zich bij hen.

'De imperialisten zullen zeggen dat de guerrillastrijders onder de intellectuelen zijn verschenen', zei Castro tijdens het Culturele Congres. Mulisch, die zich opstelde als hoofd van de Nederlandse delegatie, moet zich een schrijvende guerrillero hebben gewaand. Terug in Nederland kwam hij met een vlammend boek over de Cubaanse Revolutie, Het woord bij de daad (1968).

De schrijver genoot van alle aandacht en van het prachtige tropische eiland waar volgens Mulisch de slangen niet giftig waren, de krokodillen klein en de bomen altijd groen. Zelfs floten de Cubaanse vogels er mooiere deuntjes dan de vogels in de rest van Latijns Amerika.

Niets kwamen ze tekort, de gasten van het Culturele Congres in Havana. In Het woord bij de daad beschrijft Mulisch in geuren en kleuren 'de reusachtige feesten, waarvan Cuba het geheim bezit': een Mexicaans diner van vijf gangen voor 2500 genodigden, terwijl afwisselend vier orkesten speelden en kleurenfilms werden gedraaid; de oudejaarsviering in nachtclub La Tropicana met honderden showgirls met twee meter lange veren op hun hoofden, champagne en knetterend vuurwerk. Dit was communisme van het betere soort.

Tot bij de 'hoogste instanties' had Mulisch aangedrongen op 'matiging van deze overdaad in het noodlijdende land', maar steeds was het antwoord dat voor gasten niets goed genoeg was. 'Het was geen kwestie van propaganda, die haar doel dan trouwens ver voorbij zou zijn geschoten, maar een kwestie van dignidad, van eer', schreef hij in Het woord bij de daad.

Wouter Gortzak, destijds lid van de Nederlandse Werkgroep Cuba Informatie, herinnert zich de feestelijke tijd in Cuba als de dag van gisteren. Na de Sovjet-inval in Hongarije stapte hij, zoon van CPN-Kamerlid Henk Gortzak, teleurgesteld uit de communistische partij. 'Maar ik bleef een echte socialist. Radicale verandering bleef voor mij voorwaarde om allerlei hooggestelde doelen te bereiken.' De Cubaanse Revolutie gaf hem nieuwe hoop. 'Tot 1959 was Cuba de hoerenkast van de Verenigde Staten en een verrukkelijk oord voor de maffia. Ik vond het geweldig hoe Castro zijn land bevrijdde.'

Die Cubaanse vrijheid ondervonden de Nederlandse gasten aan den lijve, zegt Gortzak. 'Niemand die je in de gaten hield. Je kon in het zwembad liggen, je kon neuken. ''Ik ga even een pannenkoek bakken'', zei Harry Mulisch dan, en dan greep ie weer een dame. Maar goed. Zelf ben ik minder actief in dat opzicht, ik weet nooit hoe je dat zo snel moet aanpakken.'

Of een tocht over het eiland die verder voerde dan het zwembad ook zou zijn toegestaan, is nog maar de vraag. Jaap van Ginneken, in 1968 in Cuba deelnemer aan een zomerkamp voor radicale studenten uit West-Europa, betwijfelt dat. 'We zaten zestig kilometer van Havana af, er was geen vervoer. Het was niet aan de orde dat we vrij over het eiland konden reizen', zegt Van Ginneken, tegenwoordig publicist en docent massapsychologie aan de Universiteit van Amsterdam.

'Nog duidelijker was het in 1971, toen ik met Ruud van Hemert een film wilde maken over een willekeurig dorp in Cuba. Daar kwam niks van terecht. We mochten van de Cubanen naar allerlei locaties, maar niet naar dat ene dorp.' Bezoeken aan Cuba werden strak geregisseerd door het Instituto Cubano de la Amistad con los Pueblos (ICAP), het Vriendschapsinstituut met de Volkeren. Tijdens de eerste vijftien jaar van de revolutie ontving en begeleidde het ICAP zo'n 40 duizend gasten.

'Natuurlijk lieten ze ons allerlei mooie projecten zien', zei Harry Mulisch onlangs over zijn drie Cuba-reizen. 'Als ze in Den Haag een buitenlandse delegatie ontvangen, dan gaan ze toch ook naar de Deltawerken en niet naar Perron Nul?' Verrukt van de Cubaanse Revolutie schreef Mulisch met onder anderen Peter Schat voor het Holland Festival in 1969 de 'collectieve opera' Reconstructie, opgedragen aan Che Guevara. Uit solidariteit richtte de schrijver het Cuba Comité op. Ook Gortzak draaide een tijdje mee, samen met Cuba-gangers als schaakgrootmeester Jan Hein Donner, Han Lammers en Peter Schat.

'Het Comité heeft niks voor de Revolutie betekend', vreest Gortzak. 'Harry zat een beetje die vergaderingen te overschreeuwen. Het organisatorische werk, daar had hij een peilloze minachting voor.'

Toen de Cubaanse Revolutie na de dood van Che Guevara en Castro's toenadering tot de Sovjet-Unie aan glans verloor, vonden veel fellow travellers een nieuwe reisbestemming: China. Ook Jaap van Ginneken toog naar het land van de Grote Roerganger.

'Dat is een misser waar ik veel meer spijt van heb dan van die Cuba-geschiedenis. Wat er met Cuba mis was en is, staat in geen verhouding tot de regimes waar ik in de jaren zeventig vriendelijke dingen over heb gezegd. Ik raakte in de valstrik waar veel kinderen van de jaren zestig in trapten, namelijk dat we naar steeds links-radicalere en links-extremistischer alternatieven voor de bestaande wereldorde gingen zoeken.'

Voor de fellow travellers was de wereld eenvoudig: iedere zegening van de Russische, Cubaanse of Culturele Revolutie viel toe te schrijven aan Stalin, Castro of Mao, terwijl alles wat tegenviel zonder pardon op het conto van de Verenigde Staten of een andere imperialistische staat werd geschreven. En tegenover elke fout van het bewierookte socialistische bewind stelden zij een tekortkoming van de westerse parlementaire democratie.

Frits Bolkestein is niet de eerste die Nederlandse ex-communisten en fellow travellers tot een pittige discussie wil verleiden. Al in de jaren zeventig had Renate Rubinstein, columniste Tamar in Vrij Nederland, weinig op met de politieke pelgrims die naar vermeende modelstaten als de Sovjet-Unie, Cuba en China togen. In linkse kring heeft men, zo schreef ze in 1975, de 'eigenaardige neiging zich in een ''links land'' onmiddellijk en totaal te identificeren met de plaatselijke regering, en haar propaganda te beschouwen als de waarheid en niets dan de waarheid.' Rubinstein noteerde dit na een bezoek aan China van vijf dagen, waarvan er, sneerde De Groene Amsterdammer, 'minstens één is doorgebracht met het afdingen op een bontmantel'.

Haar Klein Chinees Woordenboek kwam voor de fellow travellers naar China als een klap in het gezicht. Rubinstein beschreef de applausmachines die groepen buitenlanders in China welkom heetten, de Friendship Stores waar alleen buitenlanders terecht konden, en de ideologische slogans vol retoriek en heldenverering. 'Het moet stomvervelend zijn als je dit voortdurend om je heen leest in alle hoeken en gaten van het Chinese rijk', stelde Rubinstein.

'Maar voor de totale nitwit die, zoals schrijver dezes, geen woord Chinees kan lezen, hebben deze leuzen het grote voordeel van de sierlijke Chinese letters; horizontaal of verticaal, ze zien er altijd decoratief uit en je kunt ze gelukkig niet lezen.'

Het lukte Rubinstein een heftige pennenstrijd tussen voor- en tegenstanders van het maoïsme uit te lokken. Nederland was een van de eerste landen waar de China-verering ten onderging. Het China-debat was een ongelijke strijd tussen de naïeve fellow travellers en de nuchtere scepsis van opponenten als Rubinstein.

In 1988 probeerde NRC Handelsblad-columnist J.A.A. van Doorn een dergelijke discussie van de grond te krijgen. De onttakeling van het communisme in het Oostblok betekende volgens hem 'de ontkleding tot op het hemd van hele generaties Nederlandse communisten, fellow travellers, pacifisten, IKV-ers en andere goedwillende naïevelingen'.

Vijftien jaar na het China-debat, in 1990, probeerde Rubinstein de fellow travellers opnieuw uit hun tent te lokken. Ze vond dat de 'heren fellow travellers' zich verplicht zouden moeten voelen 'in het openbaar excuses aan te bieden'. Hetgeen mondjesmaat gebeurde. Aan een polemiek met Rubinstein, door Han Lammers ooit 'Onze Lieve Vrouwe van de Eeuwige Tegenstand' genoemd, viel weinig eer te behalen.

Toch viel er ook zelfkritiek te beluisteren. Componist Peter Schat, in de jaren zestig het meest rabiaat in zijn Cuba-verering, was ook ditmaal het meest uitgesproken. Zijn solidariteit met Cuba en zijn afkeer van de Verenigde Staten waren weliswaar een bewuste keuze geweest, maar 'in het kielzog van de ''juiste keuze'' schuilt ook altijd één groot gevaar: het gevaar van de zelfverheffing, de verabsolutering van het gelijk, de verstening. Dat hebben we niet gezien', schreef Schat in 1990 in NRC Handelsblad. 'Waarom biedt nooit eens iemand zijn excuses aan? Al was het maar uit hoffelijkheid, bijvoorbeeld tegenover een ster als Renate Rubinstein.'

De linkse progressiviteit was volgens de componist slechts 'een lift naar de macht' geweest. Voor hem hoefden er op een intellectuele bijltjesdag geen koppen te rollen, alleen reputaties. De schuldbekentenis werd hem niet in dank afgenomen. 'Ook ik kreeg mijn portie broederlijke hulp van de kameraden te verwerken.' Mulisch noemde hem een eerloze verrader, rechtser dan een VVD-generaal, componist Reinbert de Leeuw gunde hem de isoleercel: 'Je hebt geen vrienden meer in het Nederlandse muziekleven'

In 1991, na de val van de Muur, onderwierpen vijftien hemelbestormers uit de jaren zestig en zeventig - orthodoxe communisten, feministische socialisten, Cuba-gangers en Mao-adepten - zich aan een kritisch zelfonderzoek. In Alles moest anders beschreven onder anderen Erik van Ree, PSP'er Andrée van Es, feministe en Mao-bewonderaar Anja Meulenbelt, de tragiek van hun idealisme. Het meest openhartig was oud-CPN-Kamerlid en ex-hoofdredacteur van De Waarheid Gijs Schreuders, met zijn boek De man die faalde (1991) waarin hij afrekent met zijn CPN-verleden.

'Ik herken veel uit Alles moest anders', zegt Jaap van Ginneken. 'In de jaren zestig en zeventig was ik echt aan het flippen, politiek gezien draafde ik vreselijk door. Dat is iets waar ik mij achteraf een beetje voor geneer. In die jaren wist ik heel stellig hoe alles in elkaar zat. Nu ben ik niet meer zo snel geneigd een definitief standpunt in te nemen.

'Voor een intellectueel is fellow travelling een perverse verleiding. Ik denk dat ik zelf uitzonderlijk handig was in het beredeneren van wat dan ook. Als het moet, kan ik de duivel de hemel in praten. Je kunt als intellectueel je hersenspinsels zo geëlaboreerd maken dat alles goed valt te praten, ook de donkere zijde van een revolutie.'

Andere fellow travellers en oud-communisten hebben absoluut geen behoefte met Bolkestein te gaan graven in het verleden. Zoals de negentigjarige sinoloog prof. dr. W.F. Wertheim - volgens Rubinstein 'Voorzitter Mao's trouwste adept in de Lage Landen': 'Het spijt me, maar ik zie geen enkele reden het verleden anders te bekijken. Als het over China gaat, schrijft iedereen elkaar voortdurend over. Zeventien tot dertig miljoen mensen doodgehongerd tijdens de Grote Sprong Voorwaarts van Mao? Nonsens, dat is nergens op gebaseerd, napraterij in de pers. De zogenaamde bewijzen daarvoor ontbreken.'

Harry Mulisch blijft Fidel Castro trouw. Anderhalf jaar geleden zei hij: 'Kijk, je bent solidair of niet. Ik ben geen spijtoptant. Renegaat zijn laat ik graag aan anderen over, daar leen ik mij niet voor.'

Wouter Gortzak, die bij de komende Tweede-Kamerverkiezingen op de PvdA-lijst staat, ziet evenmin iets in Bolkesteins oproep. 'Ik heb geen behoefte aan het onzindebat van die opgeblazen lullepot. Mensen vergissen zich wel eens, dat gebeurt. Het gaat om de vraag: waren ze oprecht of niet? Achteraf kan blijken dat je er naast zat. Maar ik word helemaal iebel van al die lui die in de jaren zeventig rabiaat links waren en daar nu boeken vol excuses over schrijven.

'En aan de oude communisten heb ik sowieso een bloedhekel. Die zijn nu allemaal 80 jaar of ouder. Als ze al geen hartaanval hebben gehad, lijden ze aan Parkinson. Wil Bolkestein met hen in debat? Sodemieter op, zeg.'

Bart Dirks

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden