Meer voorstudie dan volwaardig project

De fotograaf zit in de problemen. Een van de vetkuiven die hij daarnet nog observeerde, zoekt ruzie. Het beweeglijke lichaam van de jongen bevindt zich op spuugafstand, zijn kegel is haast te ruiken. De fotograaf zou zich kunnen omdraaien, naar elders verkassen, maar dat doet hij niet: hij is immuun voor vijandige blikken en vervelend gedrag en dus reikt-ie naar zijn camera, kadert en drukt af. Het is 1959. Eddy Posthuma de Boers foto Saturday night is genomen.

Michael Wolf, Night Tree #8, Paris, 2014, Gemeentemuseum Den Haag.

Een beeld dat beklijft. Wat je ziet, is een vage gestalte in close-up waarachter een groepje minder vage gestalten in de lens loeren. Hun gezichten zijn spookachtig wit, hun oogkassen donker als bij een doodshoofd. Kijk wat langer en merk dan dat de jongens minder bedreigend zijn dan ze aanvankelijk leken. De grijnzende koppen, de ontspannen houdingen - een beetje dollen met de fotograaf: meer behelst het niet. Het is de nachtelijke setting die de foto onheilspellend maakt. In Nacht ontwaakt, een tentoonstelling over nachtfotografie in het FotoMuseum in Den Haag, gebeurt het vaker.

De nacht dus. Het gevoeligste deel van de dag. De nacht ontdoet de dingen van hun functionaliteit, verandert straten in decors en is contrastrijk op een manier zoals de dag nooit kan zijn. Expressief ook. En arm aan licht. Een gegeven dat (ouderwetse) fotografen voor een keuze stelde: óf werken met flits óf geduld hebben (of accepteren dat de mensen op je foto's eruitzien als spoken). Het zijn beperkingen waarmee sommigen goed uit de voeten konden. De Hongaar Brassaï en de Amerikaan Stieglitz, bijvoorbeeld, maakten hun beste foto's tijdens nachtelijke uren.

Nacht Ontwaakt

Fotografie, Fotomuseum Den Haag, t/m 26/2.

Op de Haagse tentoonstelling ontbreken zulke pioniers en dat is lichtelijk teleurstellend. Wat ook tegenvalt: de obligate witte wanden en de op sommige plekken bijeengeraapt ogende selectie. Nog teleurstellender (en dan hou ik op): de slechts drie zaaltjes die de expositie beslaat. Ik weet het, het is een doodzonde voor een recensent om te zeggen hoe het had moeten zijn in plaats van te beschrijven hoe het ís, maar deze grotendeels uit de collectie van het Haags Gemeentemuseum samen-gestelde en in drie thema's (landschap, stadsgezicht, nachtleven) opgedeelde tentoonstelling voelt meer als een voorstudie dan als een volwaardig project.

Het beste zaaltje is dat met stedelijke nocturnes. Daar treft men een oplichtend winkelcentrum aan, ge-fotografeerd door Hugo Schmölz ,en een rijtje Haagse herenhuizen door de clochard Gerard Fieret - beelden die op een grafische manier aantrekkelijk zijn. Dat geldt in de overtreffende trap voor Michael Wolfs foto van Hongkong: een woud van flatgebouwen, gekaderd op een manier dat het moeilijk is te zien welke voor welke staat, en elk uitzicht biedend op tientallen perfect geïsoleerde toneeltjes, als het testbeeld op televisie. Geen stukje lucht valt in deze stad te ontwaren. Dat het een nachtfoto is, ziet men enkel aan de verlichting.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden