Meer Einstein is er dus niet

Over publiciteit kan de nieuwe Einstein-biograaf Walter Isaacson onmogelijk te klagen hebben. Kort na verschijnen van zijn Einstein. His Life and Universe schreef de befaamde New York Times-columnist Thomas Friedman er al over, ook in deze krant....

De vraag stellen, was hem beantwoorden. Nee. Maar op één punt had Friedman, zoals vaak, de juiste intuïtie: Isaacsons Einstein is, meer nog dan de opsteller van de relativiteitstheorie en grondlegger van de quantumtheorie, toonbeeld van wat de vrije menselijke geest vermag.

Deels is dat terecht. Einstein ging van jongs af aan zijn eigen weg, in leven en werk. Hij volgde zelden college, verrommelde bijna zijn promotie, moest bedelen om een mager baantje bij het Zwitserse patentbureau in Bern, maar had in zijn vrije tijd wel de moed tegen alle gevestigde opvattingen in de natuurkunde in te gaan. In 1905 publiceerde hij in één wonderjaar vier artikelen die de fysica op zijn grondvesten deden schudden.

De laatste dertig jaar van zijn leven bestreed dezelfde Einstein de nieuwlichterij die in zijn ogen via de quantummechanica de natuurkunde binnensloop. Alweer tegen de heersende opvattingen in. Hij kon niet anders. Net zoals zijn haar nu eenmaal in de war zat, hij geen sokken droeg, hertrouwde met een nicht, en de moeder van zijn kinderen een halve Nobelprijs beloofde als ze wilde te scheiden.

Het eeuwfeest van de relativiteitstheorie in 2005 was een plausibele aanleiding voor het verschijnen van alweer een lading boeken over Einstein. Twee jaar na dato is de vraag gerechtvaardigd wat Isaacson eigenlijk nog toevoegt.

Dat blijkt, alle pretenties ten spijt, niet veel. Isaacson, die eerder geroemde boeken schreef over Benjamin Franklin en Henry Kissinger, gaat hier schools, chronologisch en afstandelijk te werk. Het is allemaal keurig verantwoord en gecheckt. De uitleg van de fysica deugt. Een brave Einstein-biografie, dus. Maar tot leven komt Albert niet. Hij blijft het cliché van eigenwijs, zachtmoedig genie.

Zelfs Isaacsons laatste troef, dat hij als eerste biograaf de nieuwste documenten uit de onafzienbare Einstein-archieven heeft kunnen gebruiken, heeft weinig om het lijf. Toen vorig jaar dat tiende deel verscheen van de Collected Papers of Albert Einstein, over zijn Berlijnse jaren 1909-1920, konden kenners er al geen wezenlijk nieuws meer in aanwijzen. Zelfs voor een Einstein geldt dat alles al eens gezegd kan zijn. En wel vaker dan dat.

Martijn van Calmthout

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden