Meer archief, minder geschiedenis

Bij de presentatie van alweer een boek over het kabinet-Den Uyl werd bekend dat de toenmalige staatssecretaris Marcel van Dam een manmoedige poging had gedaan ontslag te nemen, omdat hij het niet eens was met het kabinetsbesluit geen strafrechtelijk onderzoek in te stellen naar de handelwijze van prins Bernhard inzake...

In zijn column meldde hij vervolgens dat hij zich 'kleurenblind' had gezocht in zijn eigen archief, maar tevergeefs. Daarna had hij zich gewend tot het ministerie van Algemene Zaken, maar ook daar kon men hem niet vinden. De opluchting was groot toen de brief opdook in het Den Uyl-archief in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. Het is natuurlijk ook niet niks: bijna een kwarteeuw lang een belangrijke brief bewaren. Dat het ministerie van Algemene Zaken daar kennelijk niet toe in staat is, stemt zorgelijk.

De paradox achter deze anekdote is natuurlijk dat de brief even zoek was omdat er veel te veel bewaard is gebleven. De overheidsarchieven worden dag aan dag voller en zakken langzaam maar zeker naar de volgende dragende zandplaat. Daarbij schijnt echter een wetmatigheid in volle omvang over onze samenleving te zijn neergedaald, die ongeveer als volgt is samen te vatten: naarmate de bewaarzucht toeneemt, vermindert het belang van het bewaarde. Dat blijkt ook wel uit het feit dat er geen beslissing meer te nemen valt op grond van dossiers, maar dat iedereen over de echte betekenis van de stukken moet worden 'bijgepraat'. En hiermee ligt de bijl aan de wortel van het traditionele historische ambacht.

Het handboek van Charles-Victor Langlois, Introduction aux études historiques, uit 1898 - een klassieker, misschien zelfs de klassieker van ons ambacht - opende met de beroemde zin: 'De geschiedenis wordt gemaakt met documenten.' Het omgekeerde was dus ook waar: geen documenten, geen geschiedenis. Aanvankelijk hebben historici en archivarissen de overheid dan ook geprobeerd te disciplineren: alles moet bewaard worden, alles moet bijeengebracht worden en alles moet zo helder mogelijk toegankelijk worden gemaakt met behulp van inventarissen, kruisverwijzingen en registers op namen en onderwerpen.

In een fraai artikel in Feit en Fictie schetste Jo Tollebeek onlangs weer eens deze utopische verleiding, die natuurlijk nooit geheel bevredigd kan worden. Er zijn immers altijd wel stukken verloren gegaan door brand, vocht, duivenpoep, insecten en wat dies meer zij, of stomweg kwijtgeraakt door moedwil en onverstand. Maar inmiddels zitten we met het probleem dat de overheid alles zorgvuldig bewaart (op het ministerie van Algemene Zaken na dan), de toegankelijkheid van de stukken met behulp van computers binnenkort maximaal is, maar dat de papierberg vooral ontmoediging en teleurstelling wekt.

Over het kabinet-Den Uyl bijvoorbeeld zijn al ettelijke boeken verschenen, maar allemaal gebaseerd op interviews. Volgens de strenge voorschriften van Langlois weten we over dat kabinet dan ook nog steeds niks, behalve dan dat het een levendige bende moet zijn geweest. Het kabinet is nooit zakelijk onderzocht en alleen daarom al een fraaie lieu de mémoire: een handvol anekdotes, onder te brengen in twee of drie onderling strijdige mythes.

De Franse historica Arlette Farge - die vooral in achttiende-eeuwse archieven heeft gewerkt - publiceerde tien jaar geleden een fraai stuk over Le goût de l'archive. Daarin schetste zij als de verleidingskracht van het archief het kunnen tegenkomen van 'de brute sporen van levens die er op geen enkele manier om hebben gevraagd zo te worden verteld'. De archieven bieden het voorrecht de werkelijkheid te raken, omdat zij geen geschiedenis schrijven. Tollebeek verbindt dit aan een omgang met het verleden die de gedachte verwerpt dat er één waarheid zou zijn die uit de archieven is te destilleren. Als dat zo is, dan zitten we nu met een probleem, want de meer recente overheidsarchieven doen weinig anders dan suggereren dat dat nu juist wél het geval is.

Langzaam maar zeker hebben zij aan omvang gewonnen maar aan kwaliteit verloren, voor een deel als gevolg van de democratisering, voor een ander deel als gevolg van de juridisering van de samenleving. Dit komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in de archiefwet, waarin een belangrijk criterium is dat er bewaard moet worden vanwege de 'rechtzoekende burger'. Het zou onjuist zijn voor te stellen dit criterium te schrappen, al is de verleiding groot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden