Recensie Karl Ove Knausgård

Meekijken naar Munch, en naar jezelf (vier sterren)

Karl Ove Knausgård toont zich in zijn nieuwste werk een zorgvuldig en poëtisch waarnemer van de schilderijen van Edvard Munch. Sterker, de Noorse schrijver weet wat de Noorse schilder bezielde.

Beeld Floor Rieder

Karl Ove Knausgård;  Zoveel verlangen op zo’n klein oppervlak

Uit het Noors vertaald door Sofie Maertens en Michiel Vanhee.

Athenaeum; 256 pagina’s; € 27,50. 

Een verhaal verzinnen, dat kan Karl Ove Knausgård dus wél. Engelen vallen langzaam uit 2004 (vertaald in 2010), de tweede roman van de Noor, is zuivere fictie. De schrijver die in daaropvolgende boeken (Mijn Strijd, deel 1 tot en met 6) ieder detail uit zijn eigen leven beschrijft en onderzoekt, leverde een grootse en gedurfde roman waarin Kaïn en Abel opgroeien in het Noorse fjordenlandschap én daar toegroeien naar de gruwelijke broedermoord. Waarin regen de hoeves van Noachs familie en omwonenden bladzijden lang teistert, en de dampende vochtigheid kruipt in elke kast, elke deken, elke broekplooi. Waarin de aartsengel Michaël eeuwen later kermend en tergend traag doodgaat en waarin iemand, nog weer eeuwen later, zich herinnert dat zijn vader hem ooit ‘bewees’ dat meeuwen gedegenereerde engelen waren. 

Om vervolgens te beseffen hoe tegenwoordig ieder individu een buitenstaander is, van nature van de natuur vervreemd, zonder band met een irrationele, goddelijke ‘orde’ die de werkelijkheid doortrekt, samenhoudt en van een onkenbare, maar intens geladen betekenis voorziet. Waarna hij het op een zuipen zet, zichzelf verminkt en het bloed ziet uitvloeien in het badwater. 

Het zijn beelden waar de Noorse schilder Edvard Munch (1863-1944), bekend van het meesterwerk De Schreeuw, veel mee had gekund. 

Of inspireerde hij Knausgård?

Voor wie na al het autobiografische werk snakte naar de Knausgård van de grillige omweg is er nu Zoveel verlangen op zo’n klein oppervlak, over de werken van Edvard Munch.

Maar het blijkt wederom een zelfportret. Zeker waar Knausgård wel erg goed weet wat Munch bezielde: ‘Wat hij wilde, was niet het levende schilderen, maar het geschilderde tot leven wekken.’ Of: ‘Dit gaat eigenlijk over waarheid, die volgens mij dus onveranderlijk is en de kern uitmaakt van alle kunst. Het wezenlijke van de waarheid is volgens mij dat je haar moet ervaren, en om haar te kunnen ervaren, geloof ik dat ze naakt moet optreden, niet verweven in voorstellingen die men van ergens heeft overgenomen.’ 

Kunst verlangt het overvolle leven nabij te zijn, de gebeurtenis te verwachten, de openheid te scheppen waarin een gevoel of ervaring telkens opnieuw en telkens anders kan beginnen, kan worden, ook als het een herinnering betreft. Work in progress, en dat is dit boek net zozeer. Soms formuleert Knausgård ronduit schoolkrantachtig, zoals in de weergave van de gesprekken die hij met beeldend kunstenaars, onder wie Anselm Kiefer, en Munch-kenners voert. Dan weer morst hij met herhalingen of is hij onzeker over zijn amateurisme: Knausgård mag in Oslo een tentoonstelling met onbekend werk van Munch inrichten, en is bang dat hij ernaast grijpt, door de mand valt en zich te veel laat leiden door Munchs reputatie, die maakt dat hij alles intrigerend vindt – ook als profs hem wijzen op de onbeholpenheid van het onaffe werkje, de lelijke kleuren, de routineuze, slordige gemakzucht en het gebrek aan zeggingskracht.

Wie door een originele kijker bij de hand genomen wil worden, lijkt aanvankelijk bedrogen uit te komen. Niet omdat Knausgård geen interessante kunsthistorische en biografische kennis inbrengt, want dat doet hij zeker en goed, en een zorgvuldig en bijna per ongeluk poëtisch waarnemer is hij evenzeer. Maar hij laat je niet méér, beter of zelfs optimaal genieten van de kunstwerken van Munch, noch van zijn keuzes als gastcurator. Feitenkennis en levensverhalen, karakters en stijlen lijken er uiteindelijk nauwelijks toe te doen, maar slechts de vragen: ‘Wat doet de wereld met ons, hoe raakt ze, hoe drukt ze zich uit in ons – en hoe de waarheid van de gevoelens, (de verontrustende, maar ook de kleine, vlakke of monter-geestige alledaagse) te bevrijden uit de duidingen waarin we ze gevangen houden?’ 

En opeens beweeg je zelf vrij in je eigen, steeds verder uitgedijde gemoed, als jezelf. Zoveel verlangen op zo’n klein oppervlak verandert je. Zoals iedere ontmoeting of omgang je verandert, omvormt en iets nieuws aan het licht brengt. De schrijver die de schilder nabij wil komen, de schilder die de werkelijkheid in zijn kunst nabij wil brengen: wat hun werk nabij brengt, is een kosmos vol gevoelens. Zelfs als je merkt dat je tijdens het lezen even hebt gehuild, weet je niet van wie die tranen zijn – en of ze al op de bladzijden lagen, geweend of getekend door de auteur. Of door de kunstenaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden