ReportageEen voorstelling maken met Charli Chung

Meekijken met het maken van Charli Chungs nieuwste theatervoorstelling. ‘Ik bén het artistieke team’

Repetitie voor Wolven huilen niet alleen.Beeld Hilde Harshagen

Regisseur en wervelwind Charli Chung (24) is hét theatertalent van dit moment. Zijn nieuwe, ambitieuze voorstelling Wolven huilen niet alleen is gebaseerd op de documentaire The Wolfpack.

8 januari, presentatie van de plannen bij Theater Frascati in de Nes

Op de voorkant van het script staat ‘Regie, decor, kostuums: Charli Chung.’ Drie functies, één naam: die van de 24-jarige Italiaans-Chinees-Nederlandse theatermaker Chung. De charmante dandy Chung, steevast gehuld in katholiek zwart en met een hoofd vol Romeinse krullen, is een van de grootste talenten van een nieuwe generatie regisseurs. Sinds zijn afstuderen aan de regieopleiding twee jaar geleden heeft hij met koortsachtige arbeidsijver al zeven voorstellingen gemaakt, die opvielen door de bravoure, de grote gebaren en een romantisch, Bourgondisch levensgevoel. Geen aarzelende start, geen moeilijke, zoekende periode – Chung debuteerde als een confettikanon: trefzeker, krachtig en kleurrijk. Zijn buitenissig barokke Don Caravaggio (2019) haalde de Volkskrant-toptien met beste voorstellingen dat jaar, en werd geselecteerd voor het Vlaamse Theaterfestival. Nu waagt Chung zich opnieuw aan een opmerkelijke productie, Wolven huilen niet alleen, waarbij hij ook nog eens véél werk op zijn schouders neemt.

Het is woensdag 8 januari, en vandaag presenteert hij op de zolder van theater Frascati zijn plannen voor een dozijn medewerkers van het productiehuis. De komende vijf weken repeteert Chung hier met vijf jonge acteurs aan een theatrale ‘re-enactment’ van de documentaire The Wolfpack (2015). Normaal staat voor zo’n productie zes weken, maar Chung leverde één week repetitietijd in om een extra acteur te kunnen betalen. En hij bespaarde dus op het artistieke team. Chung: ‘Ik bén het artistieke team.’ Hij staat er onbezorgd bij te stralen.

Charli Chung: ‘Ik kan af en toe haast jaloers zijn op de tijd die zij daarbinnen hadden’Beeld Hilde Harshagen

De vijf acteurs – Joes Brauers, Teun Donders, Alex Hendrikx, Charles Pas en Chris Peters, zitten aan een tafel die is bezaaid met dvd’s: van Pulp Fiction tot Harry Potter, Goodfellas naast Titanic en van The Shawshank Redemption tot The Dark Knight. Ertussen staat een doos van Dunkin’ Donuts, waar vrolijk op wordt aangevallen. Ook aan tafel: schrijver Don Duyns (52), die een nieuwe toneeltekst schreef met de documentaire als inspiratie. Chung: ‘Don heeft een prachtige tekst geschreven en hij heeft een filmkennis van hier tot Tokio, zo blijkt. Maar bovenal is hij erbij voor een beetje ouderlijk tegenwicht.’

The Wolfpack gaat over zes broers (in de voorstelling speelt Teun Donders een tweeling), die veertien jaar lang door hun vader binnen werden gehouden in een New Yorks appartement, om ze te beschermen tegen de boze buitenwereld. Ze kregen thuis les van hun moeder, die evengoed gevangen zat. Pijnlijke, treurige geschiedenis, schokkende documentaire. 

Documentaire The Wolfpack
The Wolfpack van Crystal Moselle uit 2015 gaat over de broers Bhagavan, Mukunda, Krsna, Jagadisa, Narayana en Govinda en hun minder begaafde zusje Visnu die door hun vader 14 jaar lang binnen worden gehouden. Ze groeien op met het kijken van circa vijfduizend dvd’s. Uit cornflakesdozen en yogamatten bouwen ze filmsets en spelen hun favoriete films scène voor scène na. Uiteindelijk besluit Mukunda zijn vader uit te dagen en te ontsnappen. Na de documentaire werden de zes broers tijdelijk beroemd. Inmiddels lijken ze relatief normale levens te leiden.

Maar als Chung de aanwezigen glunderend vertelt wat hem zo aanspreekt aan de film, is dat, naast hun hechte broederliefde in die benauwde omgeving (‘een zeshoeksrelatie in een snelkookpan’), vooral het bijzondere tijdverdrijf dat de jongens binnenskamers ontwikkelden. Chung: ‘Vader haalde in de loop der tijd niet minder dan vijfduizend dvd’s in huis. Film is hun opvoeding geweest; door films te kijken hebben ze de wereld leren kennen.’ Uit de tekst van Duyns: ‘Films boden een richtsnoer om te leven. Een gebruiksaanwijzing. […] Films leerden ons zelfs hoe we moesten praten en ons stijlvol moesten aankleden. Thanks, Reservoir Dogs.’

Chung: ‘Ze keken echt álles: actie, misdaad, arthouse, horror, fantasy, noem maar op. Van Quentin Tarantino tot Tim Burton en alles ertussen; verzin het en zij hebben het gezien.’ Zijn eigen werk bestaat vaak uit montages van meerdere bronnen, zegt hij, inspiratie haalt hij uit films, muziek, boeken en beeldende kunst. ‘En The Wolfpack is natuurlijk de ultieme bron, omdat die van zichzelf al een montage is, van honderden films.’ Qua vertelling is de documentaire bovendien een jongensboek, aldus Chung, met een onvrijwillige opsluiting, een slechterik, een held (de middelste zoon Mukunda, die uiteindelijk uitbreekt) en zelfs een soort happy end.

Uit de tekst: ‘Zes jongens, opgegroeid tussen Disney en Tarantino, de Amerikaanse droom en de Amerikaanse nachtmerrie.’

Chung is zelf ook een filmfreak. ‘De teller staat nu zo’n beetje op duizend films – soms kijk ik er tien op een dag en lig ik ’s avonds tollend in mijn bed. Die jongens hebben zo’n enorme voorsprong in filmkennis; dat haal ik nooit meer in. Ik kan af en toe haast jaloers zijn op de tijd die zij daarbinnen hadden.’

De eerste vergadering voor de voorstelling Wolven huilen niet alleen. Beeld Hilde Harshagen

Tijd ook om, en dat vindt Chung nog wel het mooiste, hun favoriete films van begin tot eind na te spelen, met zelfgeknutselde rekwisieten en al. ‘Ze hadden geen toegang tot de buitenwereld, geen internet en geen geld. Dus maakten ze alles wat ze nodig hadden zelf, van wc-rollen, vuilniszakken en karton.’ In de documentaire fabriceren de broers een fantastisch Batmankostuum van zwartgeschilderde cornflakesdozen en een yogamat.

‘Die drang om te creëren, met alleen wat rommel en hun eigen verbeelding, die raakt me nog het meest.’ Monter kondigt Chung aan dat hij en zijn acteurs ook zelf de rekwisieten voor de voorstelling zullen fabriceren – geweren, maskers, pruiken, een lichtzwaard – net zoals ‘de jongens’ dat deden. En natuurlijk zullen ze hier, op zolder bij Frascati, héél veel filmscènes gaan naspelen, belooft hij. ‘Jullie weten dat ik altijd veel te groot droom, en mijn droom is dit keer: een enorme, ambitieuze, hemelbestormende ode aan cinema.’

22 januari, repetitie: filmscènes naspelen

Vanmorgen heeft Chung op kantoor bij Frascati post van zijn moeder ontvangen. Een pakketje multivitamine en vitamine D. ‘Zij ziet mij natuurlijk nu ook twee maanden niet, en ze weet dat ik soms liever werk dan eet.’ Chung komt uit een horecafamilie waarin hard werken normaal is. ‘Zes dagen per week, tien uur per dag, en de zondag werd besteed aan boekhouden. Ik werk nu ook steeds in de avonden door – filmscènes opzoeken, kostuums bestellen, muziekjes monteren voor de score. Als ik iets bedenk of verander bel ik iedereen om 11 uur ’s avonds nog op, of ik stuur om 1 uur een mail. Waarschijnlijk zit er wel iets adhd-achtigs in mij.’

De repetitieruimte oogt intussen als een ontploft handenarbeidlokaal – de vloer is bezaaid met karton, bubbeltjesplastic, repen stof, maskers, brillen, dozen, plastic tassen en stukken tape. En honderden dvd’s, die Chung achteloos met een bezem aan de kant veegt.

Repeteren gaat bij hem meestal zonder vooropgezet plan. ‘De beste ideeën ontstaan ter plekke tussen mij en de acteurs. En dan kan het dus ook gebeuren dat ik alles opeens weer verander. Ik ben een soort Che Guevara in de repetitieruimte, ik wil voortdurend dingen omgooien. Gisteren zaten ze me om half vijf scheel aan te kijken. Toen had ik echt te veel van ze gevraagd.’

Repetitie in Theater Frascati in Amsterdam.Beeld Hilde Harshagen

Zelf is bij Chung deze ochtend geen spoor van vermoeidheid te bespeuren. Hij klapt in zijn handen: ‘Vandaag is filmdag, jongens!’ Regisseur en acteurs hebben uit honderden filmtitels 42 scènes geselecteerd, die misschien wel, of misschien niet, in de voorstelling komen. ‘Hoe ik vandaag wil gaan werken: we gaan álles doen! Maar wel kort, gewoon om even te kijken: wat hebben we allemaal. Want dat weten jullie ook niet meer, of wel?’ Bij alles wat hij zegt lijkt Chung van enthousiasme uit elkaar te barsten. ‘O, en sorry alvast voor mijn slappe lach de hele dag.’

Teun Donders heeft een helder scèneoverzicht gemaakt in een nette multomap. Chung: ‘Wat mooi! Ik hou van je!’ Donders: ‘Ja, ben ik nu gestegen in je achting?’

De scènes zijn geselecteerd op inhoudelijke relevantie: ofwel ze vertellen iets over gevangenschap en ontsnapping, over broers, of vaders en zonen, ofwel ze behelzen een andere levensles die voor de jongens in hun sociale isolement van nut was - lessen over vriendschap, liefde en meisjes. Maar het zijn er veel te veel.

Chung grijpt naar zijn hoofd. ‘O, jongens, waar zijn we aan begonnen? Gister keek ik The Matrix, en dacht ik: waarom zit er eigenlijk zo weinig Matrix in?’ De groep discussieert over de bruikbaarheid van een specifieke Nemo-quote (‘I didn’t come here to tell you how this is going to end. I came here to tell you how it’s going to begin.’) die uiteindelijk de voorstelling haalt.

Dan is het tijd voor actie: ‘Oké lieverds, maak de vloer even vrij, stoelen uit de weg, kom aan de zijkant naar je collega’s kijken. En laten we even wat gaan dóén!’ Met Duits accent: Theater Machen! Hup, de vloer op!’

Teun Donders trapt af met een tamelijk briljante imitatie van Gollum/Smeagol uit The Lord of the Rings. Met precies de juiste scherpte en klankkleur lispelt hij hebberig het beroemde: ‘My prrrecioussss.’ Chung: ‘Wauw! Applaus! Deze gaat de voorstelling honderd procent zeker halen. Ik noteer dat.’

Teun Donders als Smeagol. Beeld: Hilde Harshagen

Later is Donders ook nog een hartverscheurende Tom Hanks in een scène uit Cast Away, waarin Hanks’ personage ontroostbaar afscheid neemt van zijn enige vriend, een volleybal, die wegdrijft in zee.

Donders (op een kartonnen vlot, en zonder volleybal): ‘Wilson!’

Chung: ‘We hadden toch een bal? Ergens in deze chaos is een bal.’

Daarna volgen in hoog tempo – onder veel meer – The Big Lebowski (‘Where’s the money, Lebowski?’), The Dark Knight Rises, Donnie Darko en Harry Potter. Chung stuurt incidenteel bij op verstaanbaarheid, beeld en intentie. Tijdens de scènes wipt hij op zijn stoel op en neer, hurkt ongedurig op de zitting of gaat op de stoel staan. Hij beweegt handen en armen op het tempo van hun tekst, soms subtiel als een dirigent, dan weer groot, als een luchtverkeersleider.

Uit Star Wars is er de dramatische confrontatie tussen Darth Vader en Luke Skywalker, vader en zoon. En natuurlijk mag The Godfather niet ontbreken. Alex Hendrickx propt stukken koffiefilter in zijn wangen om meer te klinken als Marlon Brando, in gesprek met filmzoon Al Pacino. Nadat hij zijn tekst heeft gezegd (‘I spent my whole life trying not to be careless’) is Chung even stil. Dan volgt een gulle bulderlach. ‘Prachtig! Maar ik heb er geen woord van verstaan.’

Alex Hendrickx als Don Vito Corleone. Beeld: Hilde Harshagen

Zo puzzelen Chung en zijn acteurs de scènes uit en in elkaar; moet die zin erin, slaat dat ergens op, loopt dit soepel in elkaar over? Met als doel om tot een 8 minuten durende montage van filmscènes te komen die straks het hart van de voorstelling vormt.

31 januari, eerste doorloop

Repeteren gebeurt dagelijks van 11 tot 5, en in de overgebleven uren en de weekenden wijdt Chung zich aan de overige taken van het ‘artistieke team’. Zo heeft hij zichzelf geleerd een decor te ontwerpen in het 3D-ontwerpprogramma SketchUp. ‘Maar dat was heel moeilijk! Ik weet niks van verhoudingen. Hoe breed is 3 meter? Hoe hoog is een kast, een deur? Het probleem met mij is ook steeds dat ik iets besluit, en daarna dan een hartaanval krijg en me weer bedenk.’

In de documentaire hebben de jongens lange, donkerbruine, wolfachtige manen, maar Chung besloot vorige week dat hij geen pruiken wilde. ‘Dat leek me onhandig, met al het verkleden dat we doen. Maar vandaag kreeg ik spijt.’ Dat betekent vele telefoontjes aan theaterrekwisietenwinkel Backstage (Chung: ‘Zij zijn geweldig’), en een flinke, onvoorziene hap uit het productiebudget. ‘Maar dan roep ik gewoon: ik bespaar op een kostuum- en een decorontwerper!’ Zijn eigen decorontwerp ligt inmiddels bij de bouwer. ‘Daar kan ik nu niks meer aan doen, dat is misschien wel goed. Maar als ik spijt krijg van die witte muren, verf ik ze gewoon eigenhandig groen.’

Het plan om met de acteurs rekwisieten te knutselen is van de baan. ‘Ik stuur ze liever naar huis om te slapen. Dus doe ik het nu maar een beetje zelf, in mijn eigen autistische uren.’ Trots toont hij een goed gelijkende kartonnen kalasjnikov. Brede glimlach: ‘Als ik het doe, wordt het toch mooier.’ Goed, soms prevaleert efficiëntie boven creativiteit: het Batmankostuum en -masker zijn gewoon online besteld. Chung plakt er tape overheen om het er amateuristischer uit te laten zien. Hij zucht. ‘Ik ben dingen die echt zijn, nep aan het maken, om ze zo echt mogelijk te laten lijken.’ Nee, zo had hij het van tevoren óók niet bedacht. ‘Maar ik doe eigenlijk nooit wat ik van tevoren bedenk.’

Joes Brauers doet de stem na van Darth Vader door een kartonnen buis.Beeld Hilde Harshagen

Vandaag is ‘doorloopdag’, de eerste keer dat de acteurs alle scènes min of meer ononderbroken achter elkaar spelen, hoewel Chung het niet kan laten om tussendoor in te grijpen. Joes Brauers (20) begint, ernstig, iets gekweld. ‘The strength of the pack is the wolf. The strength of the wolf is the pack.’ Brauers speelt de jongste broer Jagadisa, die na hun ‘ontsnapping’ met een zekere weemoed terugblikt op hun bijzondere jeugd: opgesloten, oké, maar wel sámen. Zijn monoloog voorziet de voorstelling van een diepere, universele laag, als metafoor voor het soms pijnlijke proces van volwassen worden.

Heimwee naar de vanzelfsprekende symbiose van het gezin is het, en naar de ongebreidelde fantasie van de kindertijd. Dat is iets wat Chung herkent, en wat hij in feite bij elk repetitieproces opnieuw opzoekt, met het repetitielokaal als reusachtige verkleedkist, en de acteurs als surrogaatgezin. ‘Ik creëer mini-familietjes voor de duur van drie maanden.’

Dan, tegen Alex Hendrickx: ‘Kun jij je houding en mimiek daar iets uitvergroten? Tante Jet uit Bergen op Zoom moet het ook begrijpen.’

Hendrickx: ‘Laat Bergen op Zoom met rust!’

10 februari, pruiken passen en opbouw decor

Gisteren kreeg Chung in de avonduren plots een nieuw kostuumidee. Aanvankelijk was het plan om zijn jongens als basiskostuum zwarte pyjama’s te laten dragen. ‘Maar toen werd ik bang dat het er te gestileerd uit zou gaan zien. Dus ben ik als een gek pyjama’s gaan bestellen, witte, gele, blauwe, roze. Nu zijn er uit de hele wereld pyjama’s naar mij op weg.’ Een week voor de eerste try-outs is dus nog (deels) onduidelijk hoe de acteurs er in de voorstelling uit zullen gaan zien? ‘Haha, ja, maar dat is bij mij wel normaal.’

Veel zal ook afhangen van het decor, denkt Chung, dat op dit moment wordt afgeleverd en geïnstalleerd bij Frascati. Wat in elk geval vaststaat: de vijf net iets te grote, coole Reservoir Dogs-pakken die de jongens op zeker moment zullen dragen. En hun pruiken.

Chris Peters speelt een scene uit Frankenstein.Beeld Hilde Harshagen

Deze ochtend gaan ze pruiken passen bij theaterwinkel Backstage aan de Rozengracht. Medewerker Sjoerd Fluit ontvangt de jongens even hartelijk als deskundig. De verslaggever vertrouwt hij toe dat dit verzoek om vijf langharige donkerbruine hippiepruiken wel héél last minute kwam. Die hebben ze hier niet zomaar op voorraad. Alle leveranciers in het hele land is hij afgegaan, en het is gelukt - uiteindelijk. Chung, opgewekt: ‘Soms vinden mensen mij echt niet grappig.’ Maar alle mogelijke twijfel, scepsis, ergernis of weerstand treedt hij tegemoet met hetzelfde onverwoestbare optimisme. Zijn enthousiasme werkt als een straalkachel, ook vandaag weer. Glunderend aanschouwt Chung hoe zijn jongens één voor één transformeren tot onverzorgde wolvenkinderen. Bij Donders wordt het lange haar in een staart gebonden, met één lok los. ‘My preciousss’, slist hij duister tegen de spiegel.

Chung: ‘O, dit is zo mooi!’

Donders, ironisch: ‘Maar is het ook artistiek verantwoord?’

Hendrickx: ‘Je bent nu net zo’n jongen die nog stééds in de videotheek werkt.’

Chung: ‘Ja! Jullie worden er allemaal nerdjes van! Maar wel een stuk schattiger.’ En dan, vertederd: ‘Mijn boyband.’

Terug bij Frascati is er nog een meevaller: het decor is goed uitgevallen, en mooi. Tot zijn grote opluchting is Chung nog steeds blij met het concept: een opengewerkte, hagelwitte huiskamer in een filmstudio. Misschien is alleen de dvd-kast iets te hoog uitgevallen, grinnikt hij. ‘Maar dat is ook wel goed, als metafoor, dat de bovenste plank net buiten hun bereik is.’

Het ironische van The Wolfpack is, zegt hij, dat de vader films in huis haalde om zijn kinderen binnen te houden en zijn indoctrinatie over de boze buitenwereld kracht bij te zetten met films vol moord en geweld. ‘Maar die jongens kozen ervoor iets anders te zien. Voor hen werd film een venster op de wereld, en daarmee zette hun vader de deur voor hun ontsnapping op een kier. Die films gaven de jongens een alternatief, een ander verhaal dan zijn doemscenario. Uiteindelijk hebben ze hem onttroond, en als het ware de betovering verbroken.’

Voor Chung, zelfverklaard romanticus en optimist, is dat waar dit verhaal om draait. ‘De veerkracht van de jongens en de kracht van hun verbeelding. Het vermogen dat ze hadden om ondanks hun omstandigheden in een betere en een mooiere wereld te geloven. Eerst binnenshuis, en later ook buiten.’

Try-outs The Wolfpack vanaf 18/2, première 20/2 in theater Frascati.

Charli Chung

Charli Chung (24) studeerde in 2017 af aan de regieopleiding van de Toneelacademie Maastricht met de succesvolle voorstelling The Dreamers. Daarna maakte hij bij productiehuis Frascati onder meer Bij jou begin ik (nominatie BNG Theaterprijs) en het juichend ontvangen Don Caravaggio (selectie Vlaams Theaterfestival). Afgelopen zomer maakte Chung op theaterfestival De Parade de voorstelling Alles wat liefde is; een razendsnelle theatrale mash-up van romantische comedy’s. Volgend seizoen treedt hij toe tot het makersensemble van Toneelgroep Oostpool. Chung regisseert ook de komende theatertournee van de Nederlandse Songfestivalinzending Jeangu Macrooy.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden