Meedogenloze typering van doorsnee gezin

Pterodactyls van Nicky Silver door het Noord Nederlands Toneel. Regie: Tom van Bauwel. Gezien: Machinefabriek Groningen, 16 mei. Herhaling: t/m 7 juni....

THEATER

'Dit zul je nog nodig hebben', zegt Theo en overhandigt zijn zus een revolver. Als bruiloftgeschenk. Meteen richt ze het ding op haar aanstaande. Een ogenblik later staat ze ermee in haar handen alsof dit het zoveelste peper- en zoutstel is en rent ze weg om het wapen keurig bij de rest van haar uitzet te leggen.

Zo toon je in het theater het verschijnsel 'toenemend geweld'. En dat is pas het begin. Aids, kanker, dementie, zelfmoord en alcoholisme, de Amerikaanse auteur Nicky Silver stort in zijn stuk een heksenketel van hedendaagse rampen over ons uit. Virtuoos steekt hij daar vervolgens de draak mee, maar toch houdt zijn vinnige komedie een licht verontrustende ondertoon.

Zijn stuk, uitgebracht bij het NNT, draagt de geheimzinnigste titel van het seizoen: Pterodactyls. Het is de naam van een soort dinosaurus die miljoenen jaren geleden zijn ontzagwekkende lijf over de aarde bewoog. Zijn ribben hebben de afmeting van een kano. Thomas graaft ze op in de achtertuin en aan het eind van het stuk hangen ze als enorme objecten te bungelen aan het plafond.

Niet dat het over natuurkundige verschijnselen gaat, dat prehistorische skelet verwijst naar het eind van de mensheid. Want net als die dieren destijds, is ook de mens onherroepelijk bezig om uit te sterven. Kijk naar deze bankiersfamilie, als gekken gaan ze tekeer. Het loopt onherstelbaar mis in dit gezin, stuk voor stuk gaan ze kapot. Aan de herenliefde, aan aids of aan zichzelf.

Meedogenloos toont Silver de hypocrisie van het traditionele gezin in een vorm die het midden houdt tussen klucht, soap en cabaret. Er lijkt geen eind te komen aan zijn invallen, de ene idiotie buitelt over de andere en de rampzaligheden stapelen zich op tot een krankzinnige berg absurditeiten.

Het begint ermee dat Thomas, de verloren zoon, naar huis terugkeert met de boude mededeling dat hij aids heeft. Zijn moeder hoort het hem zeggen, maar ratelt rustig door over de bruiloft van haar dochter. Haar aanstaande schoonzoon drentelt rond in een dienstmeisjeskostuum, terwijl de dochter tevergeefs bedelt om zijn liefde: 'Ik heb borsten en een vagina. Die dingen wil ik graag gebruiken'.

Intussen lapt de schrijver de regels van het well made play aan zijn laars, zijn personages stappen regelmatig uit het stuk, maken een dansje of heffen een lied aan. En in die frivole stijl voelen deze spelers zich als een vis in het water. We gieren om de sullige Ludo Hoogmartens als de schoonzoon die niet op kan tegen zijn hormonen of om de teksten van Joep Onderdelinden, zoon en verteller tegelijk.

Pleuni Touw is een hoogst irritante moeder en soms weet je niet of het de actrice is die maar doordendert en niet kan luisteren, of het personage. Vader (Luk van Mello) kan ontploffen als een stoomlocomotief. Maar het mooist is de dochter, Fania Sorel. Geestig, een juweel van timing en de enige die behalve voor plezier uiteindelijk ook nog zorgt voor ontroering.

Door zulke momenten blijft de voorstelling je langer bij dan een gemiddelde, vaardige komedie. Vooral dankzij het voortreffelijke stuk, met schwung vertaald door Benno Barnard, staat de produktie als een huis. Silver scoort rigoreus zonder zich te bekommeren om tere zielen of goede smaak. En dat de regisseur aan het slot even doorschiet richting melodrama, dat zijn we zo weer vergeten.

Marian Buijs

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden