Achtergrond

Mediatraining voor auteurs: schrijver, spreek!

Nu een schrijver het uithangbord is voor zijn eigen werk, is zijn presentatie van levensbelang. Al vinden we het ook weer niet fijn als die te gelikt wordt. Schrijfster Hanna Bervoets over die spagaat.

Beeld Claudie de Cleen

Er klinkt gezucht in de grote zaal van kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae in Amsterdam. Een paar aanwezigen schudden hun hoofden - 'O, nee toch', fluistert een van hen. Achter het spreekgestoelte zitten schrijvers Nina Polak en Niña Weijers. Ze worden geïnterviewd over hun debuutromans en Weijers heeft zojuist verteld dat zij op aanraden van haar uitgever een korte mediatraining volgde. De terloopse mededeling heeft haar een hoofdschuddend publiek opgeleverd: O, nee toch.

'Wacht!', roept Weijers nu de zaal in. 'Ik was eerst ook sceptisch, maar uiteindelijk bleek die training een goede voorbereiding op de echte wereld. Meestal heb je geen uur om over je boek te vertellen, zoals hier. Dan moet je het in vijf minuten kunnen.' Het publiek blijft argwanend. 'Zo ging dat vroeger niet, hoor', mompelt iemand.

Het voorval gebeurde afgelopen maand, ook ik zat in de zaal. En ergens begreep ik de argwaan van de mensen om me heen wel. Bij het woord mediatraining denken we aan gelikte acteurs en krampachtige politici, aan: 'It was so nice working with him!' en: 'Daar ga ik nu niet op in' - bij sommige mediafiguren zien we de training haast door het interview heen schemeren. Dat maakt ons boos. Want die training, die gaat over ons. Wij - de kiezer, de kijker, de consument - zijn immers degenen die verleid moeten worden. Was de training een bootcamp, dan waren wij de imaginaire vijand. Bedient een mediapersoonlijkheid zich vervolgens al te opzichtig van zijn aangeleerde gevechtstactieken - vragen terugkaatsen, antwoorden ombuigen - dan voelen we ons aangevallen, maar vooral: tekortgedaan in de waardering van ons intellect. Zo heeft het woord mediatraining een uitgesproken negatieve connotatie: het is een training tegen ons, dus zijn wij tegen de training.

Romantisch idee

Het idee dat een schrijver een dergelijke cursus heeft gekregen, wekt evenveel argwaan als teleurstelling. Dat komt waarschijnlijk doordat het beeld dat we van mediatraining hebben niet strookt met het heersende beeld van het schrijverschap.

Dat beeld is een romantisch idee dat ergens begin 20ste eeuw is ontstaan, de tijd waarin kunstenaars allang niet meer als ambachtslieden werden gezien en meer en meer als briljante, misschien zelfs verheven eenlingen. Volgens de moderne mythe van het schrijverschap is ook de schrijver een even excentriek als authentiek figuur, wars van conformisme. Zijn teksten zijn het product van een onbeheersbare creatieve kracht, grootse emotie of andere ongrijpbare scheppingsdrang die alleen 'echte' Kunstenaars kennen, sterker: het is precies die scheppingsdrang die de ware kunstenaar onderscheidt van de wannabe. De Ware Kunstenaar is meer emotioneel dan rationeel, meer chaotisch dan gestructureerd, meer spontaan dan beheerst.

Een mediacursus strookt niet met dit romantische ideaal. Training lijkt immers een blusdeken voor creativiteit; een antidotum voor authenticiteit. Dus: zegt een schrijver dat hij zijn interviews professioneel heeft voorbereid, dan schudden mensen hun hoofden: o nee toch! Ondertussen krijgen steeds meer schrijvers van hun uitgever een cursus perspresentatie aangeboden. Debutanten, maar ook gevestigde namen - die hebben immers het meest met publiciteit te maken. Uit een rondvraag langs auteurs en uitgeverijen blijkt dat dergelijke begeleiding varieert van een kort gesprek met de eigen pr-afdeling tot uitgebreide assessments door een ingehuurd publiciteitsbedrijf.

Pitchen

Is dat nou echt nodig, zo'n training? En: wat houdt het nu eigenlijk in?

Dit is hoe het bij mij ging. Een paar maanden voor mijn vierde roman uitkwam, organiseerde mijn uitgeverij een 'sneak preview'-dag voor boekhandelaren, waar ik mijn boek in tien minuten zou mogen 'pitchen'. Ter voorbereiding werd ik op de uitgeverij ontboden. Achter een witte tafel in een kamertje van het grachtenpand zat Jurgen Latijnhouwers, ooit redacteur bij Pauw & Witteman, nu mediatrainer voor Talent Kitchen. Jurgen was die hele dag op de uitgeverij aanwezig, auteurs liepen in en uit voor een persoonlijk, half uur durend coachingsgesprek.

'Vertel maar', zei Jurgen boven een bekertje machinekoffie, 'waarom deze roman?' In tien minuten vertelde ik over plot, thema's en motieven. Latijnhouwers knikte: 'Interessant! Maar dat plot kun je voortaan weglaten; dat boeit niemand. Vertel me nu eens hoe je op het idee kwam.'

Ik geef toe: ik was wantrouwend. Ik had al drie romans de wereld in geholpen zonder coaching, waarom zou ik het nu anders doen? Maar achteraf gezien heeft hij gelijk gekregen. Mijn pitch ging goed. En wanneer ik de maanden daarop gevraagd werd over mijn roman te vertellen, begon haast iedere journalist - van deze krant incluis - het gesprek met: 'Het plot en de motieven zijn niet zo interessant voor onze lezers, kun je vertellen hoe je op het idee kwam?'

Vooruit: dat kon ik, zonder hakkelen.

Tips van een collega

Schrijfsters krijgen tijdens interviews meer persoonlijke vragen dan schrijvers, zo luidt het cliché.

Bestsellerauteur Lionel Shriver tijdens de meest recente Anna Bijns lezing: 'De over mij geschreven profielen zijn veel te vaak gericht op mijn verknipte eetgewoonten, mijn verdachte trainingsregime, mijn slonzige, onmodieuze garderobe. Het is onmogelijk je niet af te vragen of journalisten ook zo beledigend familiair doen als de prijswinnende romanschrijver die ze interviewen een man is. Het antwoord luidt: natuurlijk niet.'

Volgens schrijversbegeleider Ruth Bergmans valt het echter mee met het onderscheid: 'Mannen krijgen net zo vaak persoonlijke vragen, als hun boek of achtergrond daar aanleiding toe geeft. Het privéleven is een belangrijk onderdeel van álle schrijversinterviews.'

Bereidwillig

'Wij zien die coachingsgesprekken als service aan onze auteurs' , zegt Rianne Blaakmeer, hoofd marketing en verkoop bij mijn uitgeverij, Atlas Contact. 'Ze zijn niet verplicht, maar de meeste schrijvers staan er welwillend tegenover.' Atlas Contact biedt ook speciale debutantentrainingen en gerichte voorbereiding op televisie-interviews of pitches tijdens branchebijeenkomsten. En daar krijgt de schrijver tegenwoordig vaker mee te maken.

'Niet zelden hebben auteurs dan maar een paar minuten', zegt Latijnhouwers. 'Omdat ze zo veel over hun eigen boek weten, vervallen ze in een onsamenhangend relaas vol details. Ik adviseer ze hun boek voor zichzelf in drie regels samen te vatten, een leuke anekdote paraat te hebben en zich voor te bereiden op de dingen die journalisten steevast zullen vragen. Bij non-fictie is dat: wat kunnen we van dit boek leren? Bij fictie is het: zit er iets persoonlijks in je boek? Een journalist vraagt zelden wat een personáge allemaal beleeft. Want het publiek wil weten of de schrijver zelf ook zo'n vader had, of wat hij heeft met het onderwerp depressie. Wil een schrijver daar helemaal niets over zeggen, dan raad ik aan geen interviews te doen.'

Iedereen die wel eens een schrijversinterview heeft gezien of gelezen, weet dat zo'n gesprek inderdaad vaak meer gaat over het persoonlijk leven van de auteur dan over zijn romans. 'Het beeld van de literatuur dat men kan aantreffen in de gangbare cultuur is tiranniek gericht op de auteur, zijn persoon, zijn leven, zijn smaak, zijn liefhebberijen', schreef Roland Barthes in 1981 al, in een essay dat, ironisch, De dood van de auteur heette. Onze belangstelling voor 'de persoon achter de auteur' - alsof dat twee gescheiden identiteiten zouden zijn - lijkt groter dan ooit. Sterker: de interesse wordt niet langer bevraagd, maar vanzelfsprekend geacht. Zo verschenen er de afgelopen maanden alleen al een fotoboek over Reve, een essaybundel over Grunberg (inclusief kindertekeningen) en uitgebreide biografieën over Hermans en Kafka. Let wel: de biografieën draaien ook om het leven van vóór het schrijverschap. In Kafka. Die frühen Jahre wordt bijvoorbeeld het prostitueebezoek van de wat onzekere jongeling beschreven.

Human-interest-haakje

Als Kafka nu had geleefd, hadden journalisten hem waarschijnlijk verleid om over zijn ongelukkige liefdesleven te praten. Wie weet zou zijn uitgever Ruth Bergmans hebben ingehuurd om hem daarop voor te bereiden. Bergmans is al vijftien jaar werkzaam voor literaire uitgeverijen. Samen met schrijver en actrice Anna Drijver richtte ze onlangs een eigen bedrijf op. 'Bergmans & Drijver helpt beginnende en gevestigde schrijvers met het bepalen van een strategie voor de succesvolle presentatie van auteur en werk', aldus de website. De methode gaat verder dan de meeste trainingsgesprekken. En daar is vraag naar, zegt Bergmans: 'We hebben al een heleboel aanmeldingen.' Zelf noemt ze haar methode liever geen mediatraining. 'Dat klinkt alsof de schrijver een aapje is dat we trucjes leren. Wij willen onze auteurs vooral zelfvertrouwen meegeven. Daarbij kijken we goed naar het boek, maar ook naar wat voor soort persoon de schrijver eigenlijk is, en naar het beeld dat al van hem of haar bestaat. Vervolgens stellen we een lijst mogelijke valkuilen op: vooroordelen en vragen waarmee de auteur tijdens interviews geconfronteerd zou kunnen worden.' Vaak is dat, daar is-ie weer, de vraag of het boek autobiografisch is. Op zich een belangrijk 'human-interest-haakje', zegt Bergmans. 'Een interview is een prachtige kans om een boek te promoten, je bent het aan je personages verplicht die kans te grijpen, vind ik. Maar waarom zouden schrijvers altijd volledig open moeten zijn? Wij oefenen met ze hoe ze in twee, drie zinnen, het gesprek weg van het privéleven, terug naar het boek kunnen sturen. En dan niet op een Peter R. De Vries-manier (vuist op tafel: Het zou over mijn boek gaan!). Beter is om naar een mooie passage uit je roman te verwijzen - dan hoef je de vraag niet meer te beantwoorden.'

Daarbij gaat het niet alleen om wat de schrijver vertelt, maar ook om hoe hij of zij het vertelt: 'Laatst zeiden we tegen een van onze cliënten: je hebt het misschien niet in de gaten, maar je hebt best wel een harde uitstraling; hoe zou je dat kunnen veranderen?' Over welke auteur dat was, is Bergmans discreet. Ook de uitgevers die ik voor dit stuk benaderde, vertelden liever niet welke schrijvers bij hun mediacoach zijn langs geweest.

Beeld Claudie de Cleen

Authenticiteit

Blijkbaar zijn zowel auteurs als uitgevers zich bewust van het taboe op mediales - niemand wil als onauthentiek worden gezien.

Want: een manager die zijn pitch goed oefent, vinden we professioneel. Een werkzoekende die zijn sollicitatie thuis oefent, vinden we verstandig. Een schrijver die zijn interviews grondig voorbereidt, achten we onwaarachtig.

Die dubbele standaard legt een interessante weeffout in de mythe van het schrijverschap bloot. Vooruit, als het goed is, werkt de schrijver vanuit een persoonlijke drang - al is dat vooral voor hemzelf prettig: noodzaak is de voorwaarde voor voldoening. En natuurlijk, daarbij zet de schrijver zijn geheel unieke, eigen, creatieve geest in tijdens het schrijven. Maar: er is niets zo rationeel als 's ochtends plaatsnemen op een bureaustoel, om ook vandaag weer duizend woorden achter elkaar te zetten. Er is niets zo doordacht als uren schaven, schrappen, schuiven tot die woorden in de juiste volgorde staan. Er is, kortom, niets zo gekunsteld als een helder verhaal vertellen. Een goede schrijver weet precies dat - het maakproces - te verhullen, zodat wat gekunsteld is niet gezocht aandoet. Dat verwachten, ja, eisen we misschien zelfs: wanneer we een boek lezen willen we niet worden overvallen door het beeld van een zwoegende auteur in een benauwde schrijfkamer. We willen het zweet niet ruiken.

In die zin is het misschien niet gek dat iemand die zo goed nadenkt over hoe hij zijn verhaal vertelt, ook goed nadenkt over het verhaal dat hij vertelt over het verhaal dat hij vertelt. Het enige opmerkelijke is, misschien, dat hij daarbij hulp nodig heeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden