Media op de snijplank

Dinsdag moet de regering zich verantwoorden voor haar optreden na de Bijlmerramp. Maar hoe brachten de media het er vanaf?...

WAS het 'Bijlmerdossier' de canard van het decennium?

Het eindrapport van de parlementaire enquêtecommissie Bijlmerramp, dat dinsdag door de Tweede Kamer wordt besproken, laat op het oog geen spaan heel van de witte pakken, plutoniumsporen en Mossad-complotten waarnaar de media zes jaar lang verwoed hebben gespit. Het zou allemaal in de papierversnipperaar kunnen, met broodje-aap-verhalen over genetisch gemanipuleerd mycoplasma, dubbele ladinglijsten en woeste 'onder-de-pet'-scenario's.

En dus krijgt de journalistiek ervan langs. In het kielzog van de Bijlmercommissie komt een 'media-enquête' op gang, met openbare debatten en heetgebakerde opiniestukken. De angst in de Bijlmer, suggereert docent massacommunicatie Peter Vasterman in NRC Handelsblad, is juist veroorzaakt door 'ziekmakende' onzinverhalen in kranten. Niet de regering, maar de media zijn volgens hem schuldig aan de maatschappelijke onrust.

PvdA-senator Erik Jurgens, lid van de Raad voor de Journalistiek, is milder in zijn oordeel, maar wil wél antwoord op de vraag of de hele enquête - bizar genoeg - niet een gevolg is geweest van 'ongefundeerde, suggestieve berichten': 'Ik zou dat graag uitgezocht zien. De raad kan dat doen, als de kranten ons daar de middelen voor geven.'

Dat kranten en tv-programma's fouten hebben gemaakt, en 'ontspoord' zijn, zoals hoofdredacteur Hendrik Jan Schoo van Elsevier stelt, staat vast. Niet elke openbaring is afdoende gecontroleerd, menige onthulling hing op niet meer dan één bron. Maar betrokken journalisten spreken van 'bedrijfsongevallen', waarvoor de schuld moet worden gezocht bij de overheid. Die bleef verkrampt voor kritische vragen wegduiken, ontkende wat later waar bleek, en wist zoveel twijfel te zaaien dat elke zichzelf respecterende onderzoeksjournalist 'bloed rook'.

'Omdat de Tweede Kamer maar bleef vragen naar de gedetailleerde vrachtbrieven, bleef het voor ons legitiem om daarnaar te blijven zoeken. We hebben gewoon ons werk gedaan, zoals we nu ook de commissie kritisch volgen', zegt NRC-redacteur Joost Oranje. En zoveel aperte missers zijn er nu ook weer niet geweest, meent zijn Trouw-collega Vincent Dekker: 'Er zaten ongetwijfeld zwakkere verhalen tussen, maar die paar kun je niet afdoen als sensatiezucht. Dat is me te gemakkelijk.'

Pieter Broertjes, voorzitter van het Genootschap van Hoofdredacteuren en hoofdredacteur van de Volkskrant, sluit zich daarbij aan. 'De serieuze media hebben geen hypes gecreëerd. Er zijn fouten gemaakt, zeker, maar het gaat veel te ver om de media ziekmakende onzinverhalen in de schoenen te schuiven. De media hebben de maatschappelijke onrust goed ingeschat denk ik.'

Politici reageren met begrip voor de journalistiek. Vergeet niet, zegt Femke Halsema, media-woordvoerder in de Tweede Kamer voor GroenLinks, dat 'we de hele enquête te danken hebben aan het spitwerk van enkele journalisten'. Het 'globale oordeel' van haar collega Bert Bakker (D66) is eveneens mild: 'De journalistiek heeft gedaan wat de politiek verzuimd heeft te doen: de maatschappelijk onrust serieus nemen. Je moet de media niet te snel verwijten dat ze de boel hebben opgestookt.'

Kamerlid Halsema vindt het 'flauw' de media met wijsheid-achteraf missers te verwijten, en spreekt ook liever niet over 'de' media. 'Dat suggereert een eenvormigheid die niet bestaat.' Wel plaatst zij vraagtekens bij de grote aandacht voor het slachtofferschap. Als journalisten zich gaan identificeren met slachtoffers, gaan nuances in de berichtgeving verloren, zegt zij. 'Iets meer afstand zou goed zijn.'

Elseviers Schoo ziet al die 'diepmenselijke getuigenissen' op tv en in de kranten als een uiting van 'testimonial-journalistiek'. Dat is de reactie op de verzuiling: waar de media voorheen braaf top-down de werkelijkheid doorgaven van autoriteiten en deskundigen, luisteren ze nu bottom-up naar de even beperkte, subjectieve verhalen van 'gewone' mensen, bij voorkeur slachtoffers. 'De Bijlmerramp bood smakelijke kansen om eens ongeremd populistisch voor de dag te komen', sneert Schoo.

Gemakkelijk voelen de media zich daar niet bij. Want zulk populisme leek lang voorbehouden aan De Telegraaf. 'In feite deed die krant alleen maar niet mee aan slaafse eerbied voor deftigheid en de loochening van de alledaagse ervaringen van gewone mensen', zegt Schoo. Bij de Bijlmerramp konden 'nette media' hun reserve (pas op voor de onderbuik van de samenleving!) laten varen. Eindelijk was er eens niets mis met de vox populi, want de Bijlmer-slachtoffers hadden met hun argwaan jegens de overheid groot gelijk.

Ook de enquêtecommissie zwolg in sympathie voor de slachtoffers. Daardoor kwamen journalisten en politici plotseling in een wel zeer nauwe relatie tot elkaar te staan. Sommige journalisten, Dekker bijvoorbeeld, verrichtten ondersteunend werk voor de commissie. Halsema van GroenLinks duidt dat positief. 'Niet tegenover elkaar, zoals gewoonlijk, maar naast elkaar vanwege hun gedeelde taak: het controleren van het bestuur.'

Die harmonie is maar schijn: terugblikkend richten de pijlen zich niet zozeer op de journalistiek als wel op de enquêtecommissie. PvdA-er Jurgens verwijt hen 'manipulatie' van de media: er werden telkens brokstukjes nieuws uitgeserveerd, zoals de beruchte 'onder de pet gehouden'-informatie, zonder dat zicht op het geheel werd geboden. Ook Broertjes denkt 'dat de enquêtecommissie een hoop heeft uit te leggen. Zij hebben zaken ongeoorloofd lang 'onder de pet gehouden. Dat is door kranten ook vrij snel gesignaleerd'.

De onderzoeksjournalisten Dekker en Oranje - en niet alleen zij - wijzen erop dat de enquêtecommissie veel minder 'spookverhalen' heeft ontzenuwd dan zij wil doen geloven. 'Ook over de mannen in witte pakken geeft de commissie in het rapport geen uitsluitel. De cockpit-voicerecorder is nog steeds weg. En over de lading valt eigenlijk niets meer te zeggen omdat die verbrand is. Het Bijlmerboek zal nooit dicht zijn', zegt Oranje.

Mediahoogleraar Henri Beunders kraakt het werk van de enquêtecommissie ('een pathetisch geval'): 'De commissie dacht dat ze een rapport voor de media moest schrijven, de media dachten dat het over politiek ging. Geen van beide is waar. Het rapport is een bewijs dat er een nieuw soort emotionele werkelijkheid is ontstaan waarvan niet de waarheid maar de presentatie ervan het hoogste goed is.' Maar Beunders hekelt ook de pers. Anders dan de enquêtecommissie had die niet 'als einddoel Paul de Leeuw te halen', maar toch zijn er fouten gemaakt en waren kijkcijfers een leidend beginsel.

En dat roept de vraag op of het zinnig is een heuse 'media-enquête' te houden, een onderzoek naar de rol van de journalistiek rond de Bijlmerzaak? Trouw-redacteur Dekker heeft er wel oren naar. Zijn NRC-collega Oranje is er niet tegen, maar heeft 'niet de illusie dat we na zo'n onderzoek ineens anders gaan werken'. Maria Henneman, eindredacteur van Netwerk, voelt er ook al weinig voor, maar vindt wel dat 'we onszelf wat meer op de snijplank moeten durven leggen': 'Het zelfreinigend vermogen van journalisten is niet zo groot. Het is goed om je vast te bijten, maar als je een verhaal niet hard krijgt - de witte pakken bijvoorbeeld - moet je je ongelijk durven bekennen.'

Mediahoogleraar Beunders voelt wel wat voor een 'media-enquête'. Ook Jurgens en Broertjes tonen zich voorstander. Beunders heeft al een instituut in de aanbieding dat zo'n onderzoek kan verrichten indien de Raad voor de Journalistiek het niet zou kunnen behappen. Beunders richt aan de Erasmus Universiteit een 'Centrum voor Journalistiek en Media' op. 'Ik denk dat er grote behoefte is aan zo'n soort ''mediaal Clingendael''.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden