Meanderende geest

Biografie van Andreas Burnier

Ze schreef over vrouwelijke homoseksualiteit toen dat nog taboe was, ze was wars van modes en had vijanden van formaat. Schrijfster en criminoloog Andreas Burnier ging haar eigen weg in feminisme, wetenschap en spiritualiteit. Het is biograaf Elisabeth Lockhorn gelukt van de vele kwesties één verhaal van te maken.

11 jaar is ze hier - Andreas Burnier - uit het boek via uitgeverij Atlas Beeld Erven Andreas Burnier

Er zijn drie namen. De eerste is de naam die haar in literair Nederland bekend maakte: Andreas Burnier, de schrijfster die in 1965 zo vanzelfsprekend over vrouwelijke homoseksualiteit had geschreven in haar roman Een tevreden glimlach dat zij en Gerard Reve de geschiedenis zouden ingaan als de twee die de gelijkgeslachtelijke liefde hadden bevrijd van het scandaleuze.

De tweede is Catharina Irma Dessaur, haar officiële naam zoals opgetekend bij de burgerlijke stand. Een Haags meisje, geboren in 1931 in een liberaal Joods milieu, met een zekere grootburgerlijke huishouding. C.I. (altijd afgekort) Dessaur was ook de naam die ze koos voor haar wetenschappelijke werk, als hoogleraar criminologie aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen.

Transgender

En dan is er nog 'Ronnie van Wijk', de schuilnaam die haar Joodse achtergrond moest verhelen; maar liefst zestien onderduikgezinnen heeft ze geteld in de oorlogstijd, waar ze mensen aantrof uit antroposofische, socialistische en zwaar gereformeerde milieus. 'Ronnie' is bovendien een ambigue naam, die zowel een jongen als een meisje kan aanduiden. En zij was het jongetje, geboren in een 'verkeerd lichaam', en zou tegenwoordig waarschijnlijk gelden als een transgender.

Met die namen is al bijna een programma gegeven: de vrouw die man wil zijn en weigert zich neer te leggen bij de beperkingen van haar sekserol, die in de ogen van derden nadrukkelijk bestaan. Ze zal dus feministisch zijn, en tegelijkertijd een uiterst individueel standpunt blijven verdedigen, omdat het collectief haar een gruwel is en de 'structuren' die in die radicaal-linkse tijd overal de schuld van krijgen, haar te omineus zijn en passief maken. Ze zal als professor wetenschappelijke status veroveren en later in haar leven die wetenschap van binnenuit proberen te verruimen door zich af te zetten tegen het 'atheïstisch materialisme' en door te stellen dat je moet 'denken met je gevoel, en voelen met je verstand'. Vooral het verschijnen van De droom der rede in 1982 zal haar vijanden van formaat opleveren als Rudy Kousbroek en Piet Grijs, die haar bijna triomfantelijk bijzetten in de occulte hoek van de kruidenvrouwtjes.

Onderduikavontuur

En dan is er de oorlog, altijd weer, die een leven lang doorwerkt. Ze is een prille tiener als het eenzame onderduikavontuur begint, en ze jaren gescheiden leeft van haar ouders en van alles wat vroeger vanzelfsprekend leek te zijn. Zelfs op het laatst van haar leven, als biograaf Elisabeth Lockhorn de schrijver bezoekt, 'moesten er een heleboel sloten van de deur, en dan stond er naast die deur ook nog eens een hockeystick'. Zij was, voor alle duidelijkheid, geen sporttype. Of dit verhaal, dat beter dan wat ook de angst tekent die Burnier zo lang na de oorlog nog in haar greep hield: 'In Amsterdam durfde ik niet eens over het Europaplein te lopen, daar was namelijk Joachimsthal, een Joodse boekhandel. De mensen zouden wel eens kunnen denken dat ik dáár heen ging.'

Haar Joodse achtergrond zou lang een existentiële angst bij Burnier oproepen, die stond kortweg voor dood en verlies, en haar spirituele heil zocht ze dan ook in de antroposofie en andere esoterische stromingen, om tenslotte, praktisch op het einde van haar leven, zich weer te wenden tot het Jodendom, als de liberale incarnatie van Jacob Israël de Haan, ook al zo'n homovoorman. Zoveel onderwerpen, standpunten, controverses, die het voor- en vooral het naoorlogse Nederland getekend hebben, en die Burnier belichaamde: Lockhorn heeft die overweldigende hoeveelheid tot één verhaal weten te maken, zonder de details en Burniers altijd meanderende geest tekort te doen.

Anti-euthanasie

Ik denk dat de grootste verdienste van de intellectueel Burnier is geweest, dat ze al vroeg weigerde mee te gaan in de 'package deal' die in de jaren '70 en '80 leek gesloten tussen alle geledingen van progressief weldenkend Nederland. Wie homo was en feministe moest op z'n minst ook de zegeningen van abortus en euthanasie omhelzen, en afgeven op alles wat ook maar leek op religie of spiritualiteit. Dat was de burgerlijke variant van de NAVO-doctrine 'één voor allen, allen voor één'. Burnier trok zich daar weinig van aan.

In 1986 schreef zij, samen met Chris Rutenfrans, Mag de dokter doden?, waarin beiden zich fel verzetten tegen de 'historische noodzakelijkheid' van de steeds ruimer wordende euthanasiepraktijk. Een tegengeluid, zo krachtig, waarbij de auteurs ook nog eens durfden te refereren aan de nazipraktijken. Dat het er in het pre-internettijdperk niet altijd zoveel subtieler aan toeging dan nu lijkt, bewijst dit citaat van Piet Grijs in Vrij Nederland: 'Kunnen de Paus en Andreas Burnier niet met elkaar trouwen, mongoolse kinderen krijgen, dement worden en zich toch lekker niet laten euthanaseren?' Het anti-euthanasiestandpunt van Burnier was verraad aan de linkse kerk, en ook aan die van de rede.

SuperJood

Maar als geen ander wist Burnier hoe snel modes en 'redes' konden veranderen: als hoogleraar aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen in de jaren '70 boycotten sommige van haar collega-hoogleraren en hun wederhelften bijeenkomsten waar Burnier aanwezig was met vriendin. Want zoiets gaf beslist geen pas. Ze wist hoe onbetrouwbaar modes waren en het collectieve gevoelen, en als eeuwige buitenstaander zocht ze haar eigen weg in feminisme, wetenschap, spiritualiteit en later in het Jodendom. Misschien sloeg ze daarin door, zoals Evelien Gans opmerkt die zegt dat Burnier zich wilde bewijzen als 'een superJood. Ze bezondigt zich regelmatig aan stereotypen (...) alsof alle Joden lieve warme mensen zijn.'

Burnier was angstig en wantrouwend - en haar geschiedenis maakt dat begrijpelijk. Maar ondanks dat stapte ze uiteindelijk toch de Joodse boekhandel binnen en ook de synagoge. De mensen mochten inmiddels denken wat ze wilden; zij deed wat haar te doen stond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.