'Me alleen Lucas noemen zou ik een te grote stap vinden, maar ik word nooit meer alleen Marieke'

Haar poëziedebuut is bejubeld en bekroond. Deze week verschijnt haar eerste roman. Marieke Lucas Rijneveld, 26, en nu al opmerkelijk volwassen en analytisch over haar niet eenvoudige jeugd met gereformeerde ouders en een vroeg overleden broer. 'Ik schreef boven mijn bureau: ONVERBIDDELIJK.'

'Ik schreef op school ooit een verhaal en als enige van de klas mocht ik dat voorlezen. De docent zei: 'Jij moet schrijver worden.' Beeld Valentina Vos

Marieke Lucas Rijneveld (26) heeft een dino-ei gekocht en het onder water gezet, in een plastic bakje op haar Utrechtse zolderkamer. Als het klopt wat op de verpakking staat, komt er binnen 24 tot 72 uur na het onderdompelen een dinosaurus uit tevoorschijn (en dat voor 2 euro 99). Gespannen tuurt Rijneveld of er al scheurtjes in de schaal te zien zijn. 'Zie jij al iets? Het lijkt wel zo, toch?'

Het lijkt inderdaad zo. 'Ik kan dus oprecht ontzettend blij zijn met mijn dino-ei, maar ik heb het idee dat niet iedereen zoiets begrijpt. Mijn hoofdpersoon Jas leeft in het niemandsland tussen kindertijd en volwassenheid, en zo voel ik me ook vaak. Ik voel me nog een kind, maar ik weet dat ik stappen moet ondernemen om me richting het volwassen leven te begeven. Dat dat goed voor me is, omdat ik anders te veel alleen ben en in mijn fantasiewereld verdwijn. Voor een schrijver is eenzaamheid goed, voor een mens niet.'

Van Marieke Lucas Rijneveld verscheen deze week haar eerste roman, De avond is ongemak, twee jaar na haar poëziedebuut Kalfsvlies, dat juichende recensies kreeg, werd bekroond met de C. Buddingh'-prijs en met zeven drukken voor een poëziebundel uitzonderlijk goed werd verkocht. De avond is ongemak speelt zich af in een gereformeerd boerengezin met vier kinderen, dat wordt ontwricht door de dood van oudste zoon Matthies, die gaat schaatsen en niet meer terugkomt. 'Ik was tien jaar en deed m'n jas niet meer uit', zo begint het, en Jas doet inderdaad gedurende het hele boek haar jas niet uit - zo houdt ze het onheil buiten.

Op de boekpresentatie op 9 februari komt Spinvis spelen en reikt Rijneveld het eerste exemplaar van De avond is ongemak uit aan Dieuwertje Blok. 'Ik heb mijn lievelingskonijn ooit naar Dieuwertje vernoemd, omdat ik fan van haar was. In mijn roman heb ik het allemaal nog eens uitvergroot. Jas is verliefd op Dieuwertje, maar ziet haar tegelijkertijd als moederfiguur. Ze zou het liefst als een taaitaaipopje in haar schoot willen liggen.'

Als Matthies doodgaat, verandert alles. De ouders van Jas zijn compleet in beslag genomen door hun verdriet. Langzaam ontsporen de drie overgebleven kinderen, ze ondernemen gruwelijke experimenten met dieren en seksuele experimenten met elkaar. Jas droomt van een redder, een Boudewijn de Groot-achtig type dat haar zal inwijden in de geheimen van het volwassen leven. Rijneveld: 'Jas is bang om ziek te worden, om dood te gaan, om haar ouders nog een keer met het verlies van een kind op te zadelen. Ze denkt: als ik mijn jas maar aan houd, komen er geen bacteriën binnen. Jas bidt dwangmatig om niet ziek te worden. Ze doet alles om God en haar ouders tevreden te houden. Jas vlucht in haar fantasie, het is haar redmiddel. Haar moeder stopt op een dag met eten, maar er gaan nog wel tassen vol boodschappen naar de voorraadkelder. Jas, die een fascinatie voor Hitler heeft omdat ze op dezelfde dag jarig zijn en ook hij bang was voor ziektes, is ervan overtuigd dat haar moeder in de kelder joden verstopt, onderduikers.'

Beeld Valentina Vos

Dat Rijneveld ook in werkelijkheid haar broer verloor - bij een verkeersongeluk, hij was 12 en zij 3 - en dat ze ook in werkelijkheid uit een gereformeerd boerengezin komt, maakte het schrijven niet makkelijker. Het duurde jaren voor het naar tevredenheid lukte. Ze hield te veel rekening met haar ouders, en ze schreef te bloemrijk, te beeldend. In haar poëzie stapelt ze in lange tekstregels de ene metafoor op de andere, maar in haar roman moest ze die neiging onderdrukken. 'Ik heb de neiging in alles wat ik zie weer iets anders te ontdekken, daar houd ik ook van. Maar in een roman moet er af en toe ook gewoon iemand even gaan poepen of een boterham met kaas eten. Ik schreef eerst zoals ik mijn gedichten schreef. Bijna geen dialogen, bijvoorbeeld. Ik vond dialogen heel moeilijk om te schrijven, ik denk omdat ik zo weinig met mensen omging.'

Maar vooral moest ze onverbiddelijk leren zijn, ten opzichte van zichzelf, maar ook ten opzichte van haar ouders en het geloof. 'Dat advies kwam van Lize Spit (de Vlaamse schrijfster van Het smelt, red.), een goede vriendin van mij. Ik heb het toen heel groot op de muur geschreven, boven mijn bureau: ONVERBIDDELIJK. Tijdens het schrijven keek ik naar dat woord en het hielp.'

Haar grootste voorbeeld is Jan Wolkers, bijvoorbeeld omdat hij zo fenomenaal over smerigheid kon schrijven, wat Rijneveld ook graag doet, over poepen of neuspeuteren bijvoorbeeld. En ook omdat hij zo onverbiddelijk was. 'Hij schreef wat hij wilde schrijven, over seks, het geloof, over alles. Ik las op mijn 19de Terug naar Oegstgeest, het eerste volwassen literaire werk dat ik las.

'Mijn vader had ooit opgebiecht dat hij Ik, Jan Cremer op een parkeerplaats had gevonden en stiekem had gelezen zonder het aan zijn ouders te vertellen. Op die manier gaf hij me indirect permissie Wolkers te lezen, vond ik. Er ging een wereld voor me open. Wolkers en ik hebben veel overeenkomsten - het gereformeerde milieu, ten eerste, al heeft hij zich er veel harder tegen afgezet dan ik, de liefde voor de natuur. Wolkers was trouwens ook een van de eerste naakte mannen die ik zag, op een foto in Groeten van Rottumerplaat. Ik vond het best spannend zoals hij daar zo trots en pontificaal stond, als een Griekse god. Maar het spannends vond ik dat hij dat dúrfde. Ik heb al vanaf groep 3 een fascinatie voor jongens. Ik kan echt jaloers zijn op hoe mooi jongens kunnen zijn.'

 Marieke Lucas Rijneveld

1991 20 april
Geboren in Nieuwendijk
2010-2012
Studeert een jaar Nederlands aan de docentenopleiding in Utrecht en een jaar aan de Schrijversvakschool in Amsterdam
2015
Debuteert met poëziebundel Kalfsvlies, met vier sterren gerecenseerd in de Volkskrant en NRC Handelsblad en inmiddels zeven keer herdrukt
2015
C.C.S. Crone Stipendium, Utrechtse literaire aanmoedigingsprijs
2015
Door vakpanel in de Volkskrant uitgeroepen tot literair talent van het komend jaar
2016
C. Buddingh'-prijs voor beste poëziedebuut van het jaar
2018 31 januari
romandebuut De avond is ongemak

Wolkers ging ver in het gebruiken van de werkelijkheid, van zijn leven, van zijn familie. Hij nam, bleek uit de biografie van Onno Blom, zelfs stiekem gesprekken op als hij dacht dat hij die voor zijn boek kon gebruiken. Zou je zo ver gaan?
'Ik denk dat ik net als Wolkers gebruik wat nodig is. Als het nodig is, kun je er niet omheen. Voor het verhaal moet je bereid zijn om diep te graven, ook in jezelf trouwens. Ik heb in mijn dichtbundel beschreven hoe mijn broer hardop vloekt, en toen kreeg ik een boze brief van mijn oom - wat ik nou eigenlijk aan het doen was. Ik heb me er rot over gevoeld, want het is toch familie die je zo terechtwijst. Mijn familie heeft er niet voor gekozen dat ik uit mijn eigen leven put, maar ik ben nu eenmaal kunstenaar.'

'Sinds ik naar Utrecht ging, draait alles om het schrijven. Het leven daarnaast vind ik ingewikkeld.' Beeld Valentina Vos

Ben je zo onverbiddelijk geweest als je wilde?
'Ik denk dat ik ver ben gegaan, maar misschien kan het nog verder. Afgelopen zomer heb ik mijn hele boek nog een keer herschreven. In bed, in mijn pyjama, onder de dekens. Dat hielp, grappig genoeg, omdat je dan de wereld nog niet onder ogen bent gekomen.'

In pyjama ben je onverbiddelijker?
'Ja. Als ik me ging voorstellen dat ik een roman schreef die iedereen straks zou gaan lezen, bevroor ik. In bed had ik daar geen last van. Het gaf me de ruimte me volledig over te geven aan mijn roman.'

Zal je familie als ze dit boek gaan lezen, ook de schoonheid ervan kunnen inzien?
'Ik weet niet of mijn ouders het gaan lezen. Van mijn poëzie hebben ze iets gelezen, maar niet mijn hele bundel, ze lazen het vooral om te kijken of er niets in stond wat hen raakte. Zij hebben niet dat associatieve, en om poëzie te kunnen lezen, moet je daar wel voor openstaan. Anders is het maar een stel woorden bij elkaar. Mijn ouders zien op tegen het boek. Maar de ouders van Jas zijn niet mijn ouders. De dood van mijn broer is wel het uitgangspunt. Ik denk dat dat voor mijn ouders moeilijk is. Zij hebben nooit veel woorden voor hun rouw gehad, en nu kom ik ineens met mijn boek.'

Heb je altijd geweten dat je kon schrijven?
'Ik schreef op school ooit een verhaal en als enige van de klas mocht ik dat voorlezen. De docent zei: 'Jij moet schrijver worden.' Dat heb ik altijd in mijn achterhoofd gehouden. Ik kon mezelf naar een beter leven schrijven, verdwijnen in mijn verhalen. Het eerste boek dat diepe indruk op me maakte was Harry Potter, stiekem geleend van de bibliotheek, want heksen en tovenaars waren bij ons thuis natuurlijk verboden vanwege het geloof. Vóór Harry Potter dacht ik oprecht dat ik de enige was die fantaseerde, dat dat een gave was die niemand anders had. Ik vond het boek zo mooi dat ik alle 230 pagina's op de computer heb overgetypt voor ik het terug moest brengen.

'Later, op de Schrijversvakschool, had ik les van Wim Brands (dichter en presentator van VPRO Boeken, in 2016 overleden, red.). Hij zei: 'Jij gebruikt je gekte op een mooie manier.' Dat vond ik een mooi compliment. Maar voor de Schrijversvakschool was ik te ongeduldig, ik was niet te houden. Ik wilde het liefst op mijn 20ste al een oeuvre klaar hebben. Zo schreef ik toen elke maand een nieuw boek. Ik had een vrees voor herschrijven, terwijl ik dat nu het belangrijkste proces vind.'

Je was 3 toen je broer overleed, welke bewuste herinneringen heb je aan die tijd?
'Ik weet natuurlijk niet of het echte herinneringen zijn of herinneringen die me zijn verteld. Maar ik weet nog dat ik met het pootje van mijn knuffelbeer de tranen van de wangen van de grote mensen veegde. Ik woonde ineens in een huis vol huilende mensen. Dat heeft me ongetwijfeld gevormd. Roald Dahl heeft ooit een vliegtuigongeluk gehad en is toen op zijn hoofd gevallen. Daarna voelde hij dat hij kon schrijven. Zo denk ik dat het gaat, je moet iets hebben meegemaakt waardoor je zo kunt associëren, kunt fantaseren.'

Vonden je ouders troost bij God?
'Ja. Ik heb er bewondering voor dat ze altijd zijn blijven geloven, ondanks alles. Ik kan me mijn ouders niet voorstellen zonder het verdriet. Zij maakten het ergste mee wat je als ouders kunt meemaken, maar wij verloren ook onze broer, en dat verdriet is een beetje ondergesneeuwd. Het was het verdriet van ons allemaal, niet alleen dat van mijn ouders.

'Soms had ik liever gehad dat ze de steun niet bij God hadden gezocht maar bij mensen. Als je alles bij God neerlegt, heeft praten weinig zin, dus dat deden we thuis ook niet. Ik was dwangmatig gelovig, net als Jas. Maar toen ik op mijn 18de niet meer verplicht mee naar de kerk moest, werd dat langzaam minder. Op mijn 19de ging ik in Utrecht wonen en heb ik geen nieuwe kerk gezocht. Ik was blij dat ik ervan weg was. Maar ik heb het nooit gehaat, want het heeft me ook tot schrijver gemaakt. De Bijbel zit vol prachtige verhalen, vol symboliek en metaforen.'

Geloof je helemaal niet meer?
'Zo hard zou ik het nooit zeggen, maar het is niet meer zo onvoorwaardelijk als het was in mijn kindertijd, toen ik dacht dat God bij ons op de vliering woonde. Wij mochten daar nooit komen, omdat het vol troep stond, dus ik dacht: dan zal Hij daar wel zitten.

'Ik was als kind altijd aan het rondstruinen, op zoek naar dingen die ik mooi vond. In mijn dagboeken plakte ik de konijnenkeutels van mijn lievelingskonijn dat was doodgegaan, of een pakje kauwgom dat was aangeraakt door iemand die ik lief vond. Op die manier hield ik ze bij me, zo konden ze me niet ontvallen. Ik bleef het liefst altijd thuis, zodat mijn ouders niet in mijn afwezigheid dood konden gaan. Als ze 's avonds weg waren, lag ik wakker tot ze thuiskwamen. Mijn vader was naast zijn werk op de boerderij leerkracht op onze basisschool. Hij was als een torenvalk die stil in de lucht hangt, wat ze ook wel 'bidden' noemen. Hij hoorde het meteen als er iets gebeurde wat niet leuk was, zoals toen ik in groep 7 de Hitlergroet bracht tegen een leraar omdat ik dacht dat dat grappig was.

'Op de middelbare school stond ik er ineens alleen voor, die overgang was groot. Ik werd erg gepest omdat ik zo jongensachtig en anders was. Op de eerste schooldag kwamen er meisjes naar me toe en vroegen: 'Ben jij een jongen of een meisje?' Ik wist niet wat ik moest zeggen, want ik had daar nooit over nagedacht. De rest van het jaar was ik weerloos.

'Op dezelfde school vond later ook misbruik plaats, door een docent, die van mijn kwetsbaarheid gebruik heeft gemaakt. Verder kan en wil ik daar niks over zeggen. Ik ben toen grotendeels gestopt met praten, het lukte niet meer, ik was emotioneel op. Ik heb een jaar niet gesproken. Uiteindelijk moest ik op logopedieles, door de posters daar aan de muur kwam ik voor het eerst in aanraking met poëzie, de prachtige gedichten over rouw van Anna Enquist. Als ik goed mijn best deed, mocht ik die voorlezen. Daar is het nooit van gekomen, maar ik wilde wel net zo kunnen schrijven.'

Koeien en uilenballen

Marieke Lucas Rijneveld werkt naast het schrijven twee dagen per week op een melkveebedrijf en droomt van een carrière als taxidermist. 'Ik wil binnenkort een cursus gaan doen. Het eerste dier wat je leert opzetten is een kraai, een prachtig dier. Ik vind het ook leuk om uilenballen uit te pluizen. Als je zo'n bal dan in warm water legt, kun je met een pincet allemaal botjes tevoorschijn peuteren. Het is de kunst om een hele muis compleet te krijgen.' En koeien zijn gewoon 'hele warme en gevoelige dieren'. 'Als je verdrietig bent, komen ze naast je staan en steken ze hun lange tong naar je uit. Ontzettend lief. Ik ben op dat melkveebedrijf vooral poep aan het scheppen. Op de een of andere manier is dat inspirerend.'

Je zei dat je stappen moet ondernemen om je naar het volwassen leven te begeven. Hoe doe je dat?
'Ik heb het idee dat ik net de wereld een beetje aan het ontdekken ben. Jas laat zich leiden door haar angsten, en dat wil ik niet, want met Jas gaat het niet de goede kant op. Ik merk dat ik achterloop op leeftijdgenoten, in mijn emotionele en sociale ontwikkeling.

'Sinds ik naar Utrecht ging, draait alles om het schrijven. Het leven daarnaast vind ik ingewikkeld. Ik vind het lastig om ergens naartoe te gaan of bij iemand te gaan eten. Vaak durf ik het niet, omdat ik twijfel of het wel soepel gaat verlopen. Ben ik wel oké genoeg?

'Ik ken mijn plaats als schrijver, maar niet als mens. Als ik voor een publiek moet voorlezen, speel ik de schrijver. Ik draag graag pakken met stropdas, daarin voel ik me echt schrijver. Tijdens het schrijven voel ik me dan weer geen schrijver, dan ben ik gewoon wie ik ben, dan voel ik me nog meer een kind. Maar tijdens het voorlezen van mijn gedichten laat ik me niet meer raken door mijn eigen teksten. Er zijn natuurlijk weleens momenten geweest dat ik tijdens het voorlezen dacht: als ik maar niet ga huilen. Dan was ik me ineens weer even heel bewust van mezelf.'

Hoe probeer je nu de wereld te ontdekken?
'Ik ben bijvoorbeeld begonnen met voetbal, eigenlijk vooral om vrienden te maken. En omdat ik het al van jongs af aan wilde, maar mijn ouders vonden het niks voor meisjes. Mijn teamgenoten weten niet dat ik schrijf. Niemand weet wat ik al bereikt heb. Het is lastig omdat ik overal de beste in wil zijn. Ik wil de beste dichtbundel schrijven, de beste roman schrijven en ik wil ook de beste voetballer zijn. Alleen: ik ben niet de beste voetballer.

'Ik moet leren dat ik niet altijd de beste hoef te zijn om gezien te worden. Elke week zie ik enorm op tegen de training en vooral ook tegen het gezamenlijk douchen, meestal sta ik dan langdurig een appeltje schoon te wrijven aan mijn voetbalshirt. De thema's die mijn teamgenoten bespreken staan ver van mij af. Ik kan blij zijn met mijn dino-ei, maar daar heb ik het met mijn teamgenoten natuurlijk niet over.'

Ik vind je nu zelfbewust en ontspannen overkomen. Maar ik praat nu natuurlijk met de schrijver.

'Absoluut. Dit is iets heel anders. Hier ben ik op voorbereid. Maar als ik op de voetbalclub ben, voel ik me heel onzeker. Dan doe ik niet mee aan het gesprek over nieuwe Dopper-drinkflessen. Dan sta ik een beetje naar de sterren te staren en fantaseer ik dat ik de beste ben.'

(Bekijk hieronder een video van Marieke Lucas Rijneveld op de Nacht van de Poëzie 2016.)

Waarom ben je je een jaar geleden Marieke Lucas gaan noemen?
'Ik zat in groep 3 toen ik Lucas verzon, een fantasievriendje. Ik wilde zelf graag een jongetje zijn. Lucas was er altijd en hij kon ook niet doodgaan. Op de middelbare school werd ik gepest omdat ik zo jongensachtig was, dus ging ik me meisjesachtig gedragen. Maar op mijn 19de kwam dat jongensachtige weer terug, en ook Lucas kwam terug in mijn hoofd. Het voelde goed om die naam aan te nemen. Ik voel me zowel jongen als meisje, een tussenmens.

'Me alleen Lucas noemen zou ik een te grote stap vinden, maar ik word nooit meer alleen Marieke. Ik weet nog niet precies hoe het zit. Wil ik mijn eigen fantasievriendje zijn omdat ik dan niet heb meegemaakt wat ik heb meegemaakt? Of wil ik een jongen zijn omdat ik mijn broer wil vervangen? Of zit het gewoon in mij? Ik weet het allemaal nog niet precies. Misschien blijft het hier wel bij. Ik was in elk geval heel opgelucht dat ze er bij de uitgeverij niet moeilijk over deden dat ik me Marieke Lucas wilde gaan noemen.'

Denk je dat het anders voelt om vanuit mannelijk perspectief te schrijven?
'Ik heb nu een paar korte verhalen geschreven vanuit het oogpunt van jongens, en ik durf dan rauwer te schrijven, ik voel minder schaamte. Mijn nieuwe boek schrijf ik misschien wel vanuit Lucas of een andere jongen. Ik vind het interessant om te kijken wat er dan gebeurt. Mijn kinderverhalen schreef ik ook vaak vanuit een jongen, die dan grootse avonturen beleefde. Het waren altijd dappere en stoere jongens.

'In mijn roman stond aanvankelijk een scène waarin Jas voor het eerst ongesteld wordt, maar die heb ik geschrapt omdat ik er zo'n weerstand tegen had. Ook omdat het voor mezelf geen leuke ervaring was, die eerste ongesteldheid. Ik was onvoorbereid en dacht dat ik gewond was, of dat het een vloek van God was. Mijn moeder zette een appeltaart in de oven. Een onbegrijpelijk moment.'

Hoe vinden je ouders het dat je je Marieke Lucas noemt?
'Ik heb me voor mijn vader altijd al een jongen gevoeld, en voor mijn moeder een meisje. Ik vertelde ze op een gegeven moment dat ik liever een jongen wilde zijn. Ze waren boos en teleurgesteld, misschien omdat het voor hen voelde alsof ze opnieuw een kind zouden verliezen. Waarom ik geen genoegen kon nemen met wat er was, dat begrepen ze niet.

'Ze vinden anders zijn gewoon niet nodig. Ze zijn vreemd van introspectie. Als we het er niet over hadden, bestond het niet, dus hadden we het er niet meer over. Ik ben altijd bezig geweest met wat mijn ouders voelden, maar ik probeer me nu op mezelf te richten. Ik ben me aan het losmaken. Dat is een grote taak, zo voelt het ook echt. Als schrijver lukt het me wel, maar als mens heb ik moeite om het voor elkaar te krijgen.'

Het dino-ei is twee weken na het interview uitgegroeid tot 'een prachtige geel met groene dinosauriër', mailt ze later. Hij waakt over Marieke Lucas, vanaf haar nachtkastje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden